De schimmen van Chili werden niet gered

De redding van 33 mijnwerkers in Chili is een geweldig drama vol pathos en heroïsme. Het is ook een enorm mediasucces voor de Chileense regering, wiens alomtegenwoordige weldaden werden opgenomen door een woud van camera’s. Men kan niet anders dan onder de indruk zijn. Jammer genoeg is het zoals alle grote mediamomenten een façade.

 

Het ongeval dat de mijnwerkers blokkeerde is niet ongewoon in Chili. Het is het onvermijdelijke gevolg van een meedogenloos economisch systeem dan nauwelijks is veranderd sinds de dictatuur van generaal Augusto Pinochet. Koper is het ‘goud’ van Chili. De frequentie van mijnrampen houdt gelijke pas met prijzen en winsten. Gemiddeld zijn er jaarlijks 39 dodelijke ongevallen in de geprivatiseerde mijnen in Chili. De San José mijn waar deze mijnwerkers werkten was zo onveilig dat ze in 2007 dicht moest – maar niet voor lang. Op 30 juni ll. waarschuwde een rapport van het Ministerie van Arbeid dat er ‘ernstige veiligheidsgebreken’ waren maar de Minister ondernam niets. Zes dagen later werden de mijnwerkers bedolven.

Met dit mediacircus op de site van de reddingsoperatie, blijft Chili een land van onuitgesproken waarheden. Aan de Villa Grimaldi in de buitenwijken van de hoofdstad Santiago vind je een gedenkplaat dat zegt: “Het vergeten verleden is vol van geheugen”. Dit was het foltercentrum waar honderden werden vermoord of verdwenen wegens hun verzet tegen het fascisme dat Pinochet en zijn zakenpartners naar Chili brachten. De spookachtige aanwezigheid (van dit huis) wordt overschaduwd door de schoonheid van de Andes. De man die voor mij de poort opendoet woont vlakbij en herinnert zich het geschreeuw.

Op een winterse morgen in 2006 vergezelde Sara De Witt mij er mee naar binnen. Zij was daar zelf gevangen als student-activist. Nu leeft ze in Londen. Ze werd er geëlektrocuteerd en geslagen en toch overleefde ze. Later reden we naar het huis van Salvador Allende, de grote democraat en hervormer, die omkwam toen Pinochet de macht greep op 11 september 1973 – de eigen 11 september van Latijns-Amerika. Zijn huis is een stil wit gebouw zonder gedenkteken of plakkaat.

Het ziet er naar uit dat de naam van Allende overal is verwijderd. Alleen op de grafzerk in het kerkhof staan de woorden gegraveerd ‘Presidente de la Republica’ als herinnering aan de ‘ejecutados politicos’, zij die werden geëxecuteerd voor politieke redenen. Allende sloeg de hand aan zichzelf toen Pinochet het presidentieel paleis bombardeerde met Britse vliegtuigen terwijl de Amerikaanse ambassadeur er op stond te kijken.

Vandaag is Chili een democratie hoewel velen dat betwijfelen, vooral zij die in de arme buitenwijken verplicht worden voedsel en elektriciteit te stelen. In 1990 liet Pinochet een grondwettelijk gecompromitteerd systeem na als voorwaarde voor zijn aftreden en de terugtrekking van het leger in de politieke schaduw. Dit zorgt er voor dat vooral de hervormingsgezinde partijen, bekend als de Concertacion, voortdurend verdeeld zijn of meegesleurd worden in de legitimering van de economische verwezenlijkingen van de erfgenamen van de dictator.

Bij de laatste verkiezing behaalde de rechtse Coalitie voor Verandering – een creatuur van de ideoloog van Pinochet, Jaime Guzman – de overwinning met de verkiezing van president Sebastion Piñeira. De bloedige uitroeiing van de echte democratie die begon met de dood van Allende is daarmee in het geniep compleet.

Piñeira is een miljardair die een deel van de mijnbouw, energie en de groothandel in handen heeft. Hij maakte fortuin in de nasleep van de staatsgreep tijdens de vrije markt experimenten van de fanatici van de University of Chicago, bekend als de Chicago Boys. Zijn broer en gewezen zakenpartner José Piñeira was Minister van Arbeid onder Pinochet. Hij privatiseerde de mijnen en de overheidspensioenen en vernietigde bijna volledig de vakbonden. Dit werd in Washington geloofd als een economisch mirakel, een model van de nieuwe cultuur van het neo-liberalisme dat het continent zou overspoelen en onder controle van het noorden zou brengen.

Vandaag is Chili cruciaal voor het terugdrijven door President Barack Obama van de onafhankelijke democratieën in Ecuador, Bolivia en Venezuela. Piñeira’s naaste bondgenoot is dé man van Washington, Juan Manuel Santos, de nieuwe president van Colombia, thuisland van zeven Amerikaanse basissen met een beruchte faam qua mensenrechten die de Chilenen die onder de terreur van Pinochet leden zeer bekend in de oren klinkt.

Chili post-Pinochet heeft zijn eigen wantoestanden in de schaduw gehouden. De families die nog steeds lijden onder het verlies van een geliefde voelen de vooringenomenheid van de staat en zijn agenten. Wie zich daar niet bij neerlegt zijn de Mapuche, de enige inheemse natie die de Spaanse conquistadores niet klein kregen. Eind 19de eeuw voerden de Europese settlers nog een racistische uitroeiingsoorlog tegen de Mapuche die verarmd aan hun lot werden overgelaten. Tijdens de 1000 dagen van Allende kwam daar verandering in. Een deel van hun land werd teruggegeven en de schuld tegenover hen werd erkend.

Sindsdien woedt een vicieuze oorlog tegen de Mapuche die nauwelijks vermeld wordt in de media. Bosbouwbedrijven mogen hun land terug inpalmen. Hun verzet wordt beantwoord met moorden, verdwijningen en arbitraire vervolging onder de antiterrorismewetgeving die nog van de dictatuur stamt. Tijdens hun campagnes van burgerlijke ongehoorzaamheid hebben de Mapuche niemand een haar gekrenkt. Alleen al de beschuldiging van een landeigenaar of zakenman dat een Mapuche hun eigen voorouderlijke grond ‘zou kunnen betreden’ is genoeg voor de politie om hen van misdaden te beschuldigen die tot vermomde getuigenissen en celstraffen van 20 jaar leiden. Zij zijn effectief politieke gevangenen.

Terwijl de wereld zich verheugt over het spektakel van de redding van de mijnwerkers, is de hongerstaking van 38 Mapuche géén nieuws. Zij eisen een einde van het gebruik van de Pinochet-wetten tegen hen, zoals ‘terroristische brandstichting’, en het recht op een echte democratie. Op 9 oktober gaven alle hongerstakers de strijd op na 90 dagen zonder eten behalve één. Luis Marileo, een jonge Mapuche, zegt dat hij door zal gaan.

Op 18 oktober geeft president Piñeira een lezing over ‘actuele gebeurtenissen’ in de London School of Economics. Men zou hem moeten herinneren aan hun strijd.

www.johnpilger.com

Vertaling: Lode Vanoost

(Uitpers nr. 125, 12de jg., november 2010)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 79 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook