De schemerzone rond Litvinenko

De moord vorige maand in Londen op Alexander Litvinenko, verwijst in meer dan één opzicht naar afrekeningen onder machtige (en rijke) clans in en uit Rusland. In de eerste plaats natuurlijk omdat Litvinenko zelf een lange carrière maakte in de geheime Sovjetdienst KGB, later de Russische FSB. Ook omdat Litvinenko een man was van Boris Berezovsky, de naar Londen gevluchte oligarch die een grote rol speelde tijdens het bewind van Boris Jeltsin.

Berezovsky speelde een grote rol in de Tsjetsjeense kwestie. Hij en Litvinenko weten alleszins meer over de aanslagen van september 1999 die de aanleiding waren voor een nieuw Russisch offensief in Tsjetsjenië, springplank voor Vladimir Poetin, tot voor kort de chef van de geheime dienst FSB.

Litvinenko, een oudgediende van de KGB en de FSB, de wereld van president Vladimir Poetin. Het slachtoffer beschuldigde postuum Poetin zelf van de moord. Hij was tenslotte op de hoogte van allerlei operaties van de FSB ten tijde van Poetin. Maar zou Poetin zo een risico’s nemen op het ogenblik dat hij een groot charmeoffensief naar het Westen lanceert? Weinig waarschijnlijk, menen diverse Westerse observatoren van Rusland. Maar anderzijds, waarom zou Poetin zich daar zoveel van aantrekken? Want van de westerse politici en zakenlui krijgt hij toch bijzonder weinig tegenwind. Poetin moet stellig de indruk hebben dat hij met zijn olie en aardgas boven alle officiële kritiek verheven is.

Afrekeningen binnen de FSB dan? Litvinenko behoorde tot de OeRPO, een dienst binnen de FSB belast met zeer speciale operaties – waaronder het uitschakelen van hinderlijke elementen zoals een lastig ex-agent die uit de biecht klapt.

1999 

Het feit dat Litvinenko ging werken voor Berezovsky is zeker niet zonder belang. Berezovsky was de superoligarch onder Jeltsin; hij speelde bij voorbeeld een grote rol in de herverkiezing van Jeltsin in 1996 en in het opschorten van de oorlog in Tsjetsjenië in datzelfde jaar door een deal te regelen over de verdeling van de royalty’s bij het transport van olie. In de zomer van 1999 was hij opnieuw volop betrokken bij manoeuvres in en rond Tsjetsjenië, onder meer via nauwe contacten met de islamistische militie van Basajev, de man van spectaculaire terreuraanslagen.

Berezovsky’s macht en politieke ambities waren een doorn in het oog van Poetin. De oud-chef van de FSB en voormalig agent van de KGB Poetin kwam aan de macht nadat hij als chef van de FSB de procureur had uitgeschakeld die een onderzoek deed naar de corruptie in het Kremlin. Het eerste wat hij eind dat jaar als president deed, was ervoor zorgen dat Jeltsin en zijn omgeving nooit zouden vervolgd worden.

Vervolgens verzorgde Poetin zijn (toen onbestaande) populariteit als premier door een nieuwe oorlog tegen Tsjetsjenië. Dat was deze keer beter voorbereid dan in 1994. De media waren nu veel volgzamer en vooral, enkele spectaculaire bomaanslagen in Russische steden op appartementsgebouwen, met ca 300 doden, werden in de schoenen van de “Tsjetsjeense terroristen” geschoven.

Bij een mislukte voorbereiding van een aanslag bleek later dat eenheden van de FSB daarbij betrokken waren. Berezovsky, die door Poetin aan de kant werd geschoven als hinderpaal voor een bonapartistisch regime, verklaarde later bewijzen te hebben dat die aanslagen het werk waren van de FSB en uitgevoerd met medeweten van Poetin.

Westerse leiders hebben dat altijd genegeerd, zoals ze indertijd ook de verkiezingsfraude en de beschietingen van het parlement door Jeltsin negeerden. Nochtans was dit het voorspel van Poetins bewind en van de nu al zeven jaar durende oorlog in Tsjetsjenië. Litvinenko had in 2003 een boek geschreven waarin hij elementen aanbracht om aan te tonen dat de FSB de aanslagen van september 1999 had georganiseerd. En het is vrijwel uitgesloten dat Poetin daar geen weet zou van hebben gehad.

Poetin heeft de voorbije jaren verscheidene kopstukken uit de geheime diensten laten meegenieten van de herverdeling van de rijkdommen. Naast de oligarchen die het onder Jeltsin hadden gemaakt, kwamen nieuwe oligarchen afkomstig uit KGB en FSB. (Zie ook Uitpers nr. 65, juni 2005: Poetin, oude en “nieuwe” oligarchen”)

Tsjetsjeens

Er is nog een bijkomende Tsjetsjeense piste in de moord op Litvinenko. Hij was ook aan het speuren naar de daders en opdrachtgevers van de moord op Anna Politkovskaja. Deze op 7 oktober vermoorde journaliste was een van de weinige die nog reportage en speurwerk durfde doen naar de misdaden van Russische militairen in Tsjetsjenië. Volgens Litvinenko is Politkovskaja vermoord door een doodseskader uitgestuurd door Ramzan Kadyrov, de leider van een pro-Russische militie en Poetins premier van Tsjetsjenië. Kadyrov zou, en niet alleen volgens Litvinenko, ook achter andere moorden in Moskou zitten.

Wat wel duidelijk is: de oorlog in Tsjetsjenië laat in Rusland diepe sporen na. Die oorlog stuwt het regime van Poetin verder in een autoritaire richting van schendingen van mensenrechten en censuur, allemaal uit naam van het “patriottisme”. Het vergroot nog meer het gewicht van speciale geheime diensten in de machtsstructuur. En Poetin verleent vrijbrieven aan gangsterbenden die tot in het Kremlin hun entrees hebben.

Maar de Westerse leiders sluiten de ogen. Die leiders trachten elkaar te overstemmen in lofzangen op de Russische president, sinds kort drager van het kruis van het Franse Légion d’honneur.

(Uitpers, nr. 81, 8ste jg., december 2006)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :