De schande van de Spelen

Een week voor de start van de Olympische Spelen werd het duidelijk dat er een alternatieve competitie zou komen. Sommige journalisten en mensenrechtenorganisaties uit Europa en de VS wedijverden met elkaar om wie het meest negatief, selectief en belerend over China kon berichten. Er waren zelfs opiniemakers die toch de absurde vergelijking met Berlijn 1936 maakten, omdat ze zich dat nu eenmaal vooraf hadden voorgenomen.

Die beledigende en wrokkige instelling is gebleven. Het ging zo ver dat journalisten of analisten die een gematigde houding aannamen of het IOC dat per definitie vooral oog heeft voor het geslaagde sportevenement, om hun vrij positieve uitlatingen zelfs moreel onder druk werden gezet. Er zijn westerlingen die menen dat ze het geweten van de wereld zijn en dat er maar één weg vooruit is: de normen, waarden en het politieke systeem van het Westen omhelzen. Dat zal allicht nog een tijd zo zijn en het geeft af en toe belachelijke situaties, bijvoorbeeld als een presentator zegt “en dan nu eens een kritische kijk op China” of als een commentator het heeft over “het Chinese regime” dat rond de Spelen een “propagandaoffensief” voert.

Een zakelijke en waarheidsgetrouwe verslaggeving of beoordeling van de Volksrepubliek erkent dat de mensenrechten er voortdurend vooruitgaan. De definitie en het handvest van de Verenigde Naties spreken over politieke burgerrechten, maar ook over even belangrijke economische, sociale en culturele rechten. Als je China vergelijkt met landen met dezelfde economische ontwikkelingsgraad en met een vergelijkbaar inkomensniveau, omvang of bevolkingsgrootte doet China het op bijna alle vlakken beter: 400 miljoen mensen uit de armoede getild, meer gelijke kansen voor vrouwen en mannen, langere levensverwachting, hoge alfabetiseringsgraad, langer onderwijs voor meer mensen, steeds betere arbeidswetgeving. Burgerrechten en individuele politieke vrijheden zijn inderdaad nog beperkt, maar men neemt wel een groeiende diversiteit aan meningen (op internet en op straat) waar en een vrijere pers die via onderzoeksjournalistiek belangrijke maatschappelijke debatten stimuleert. Een weliswaar voorzichtige democratisering binnen en buiten de communistische partij is door de huidige leiding klaar en duidelijk op de agenda gezet.

Tijdens de Olympische Spelen heeft wie het wilde, kunnen zien welke economische en technologische vooruitgang dit land op vijftig jaar en vooral de laatste drie decennia, heeft geboekt.

De vele wereldrecords die werden gebroken en de grote sportieve prestaties waren tekenend. In de strijd tegen milieuvervuiling en voor voedselveiligheid kan China spectaculaire korte termijnsuccessen behalen. Het bewustzijn en vooral de middelen groeien echter om ook duurzaam deze problemen aan te pakken. Dat wordt in elk geval een van de grote winstpunten van het organiseren van de Spelen.

Aan de ontspannen manier waarop de overdonderende meerderheid van de Chinezen massaal van de sportevenementen heeft genoten en buitenlanders heeft ontvangen viel te merken dat in deze maatschappij niet alleen de zelfverzekerdheid maar ook de openheid onstuitbaar groeien.

Het zou ook correct zijn om meer rekening te houden met de rampen die het land dit jaar hebben getroffen. In Sichuan zet de staat de grote middelen in voor een hulpoperatie zonder weerga, er zijn zeshonderdduizend tijdelijke woningen klaar of ze staan op stapel, de geweldige solidariteit duurt verder en de kwestie van de slechte schoolgebouwen wordt tot op de bodem onderzocht.

Tijdens Beijing 2008 werd er door de organisatie regelmatig verwezen naar Sichuan 2008 en dat heeft ook nog ruime donaties en medeleven van sportorganisaties en atleten opgebracht.

Terecht was China trots op ‘zijn’ Olympische Spelen en op de complimenten die het Internationaal Olympisch Comité gegeven heeft voor de vlekkeloze organisatie en voor de uitstekende infrastructuur. Hoe kwaadwillig moet je zijn om deze grootse prestaties af te breken of het feit dat de Chinezen “dit graag laten zien” als iets bedreigends of bedrieglijks voor te stellen? Hoe kleingeestig is het om bij letterlijk elk succes op het sportieve of organisatorische vlak vraagtekens te plaatsen of te wijzen op de schaduwzijden, zoals velen in de media deden.

Organisaties zoals Amnesty International zagen alleen maar politie, geblokkeerde sites en gearresteerde dissidenten. China zou zijn beloften voor meer vrijheid rond de Spelen hebben gebroken. Op elke concessie van Beijing werd met weer nieuwe eisen gereageerd.

Misschien is het goed ook eens rekening te houden met het gezichtspunt van de Chinese regering. Rellen in Tibet, bommengooiers in Xinjiang, misnoegde burgers in Beijing die gemerkt hebben hoe je via een bevooroordeelde pers de publieke opinie in het Westen kunt bespelen… Moet je het risico nemen dat doorgedraaide actievoerders het sportfeest bederven. En vooral: moet je als kwetsbaar derdewereldland separatistische organisaties de ruimte geven voor hun oproepen om het land uiteen te laten vallen? Bovendien viel het allemaal ontzettend mee met machtsontplooiing van de politie of met de censuur, want iedereen kon kennis nemen van wat de westerse media te melden hadden.

De huidige Chinese leiders gaan realistisch te werk. De partij trekt de lessen uit de crisis van de linkse beweging en ze kan dat doen omdat ze als partij is blijven bestaan. De regering streeft vandaag meer naar gelijkheid en herstelt fouten uit het recente verleden, niet omdat de Wereldbank of het IMF dat willen, niet om zich aan de macht vast te klampen, maar wel degelijk omdat ze de belangen van de bevolking voor ogen houdt en naar de eisen luistert. De leiders ontkennen de problemen beslist niet, maar ze willen en zullen zelf de rangorde en de volgorde van die problemen bepalen.

Nu de Olympische Spelen zijn afgelopen wordt er gezegd dat China en de rest van de wereld elkaar beter hebben leren kennen. Van sommige westerlingen zal in Beijing dan vooral de schijnheiligheid en de minachting bijblijven. Toch is de kans groot dat positievere aspecten uiteindelijke het zwaarste doorwegen. China zal wellicht nog meer dan vroeger, bij de armoedebestrijding en de problematiek van het milieu bijvoorbeeld, beroep doen op buitenlandse experts en organisaties van de Verenigde Naties, de Aziatische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank, Greenpeace enz. De Volksrepubliek stelt daarbij zijn eigen voorwaarden en dat is een zeer sterk punt.
Door het beleid van openheid laten de regering en de partij China bewust maar met de nodige voorzichtigheid westerse invloed en inzichten toe.
China zal ongetwijfeld ook rekening houden met ongevraagd advies of zelfs met kwaadwillige kritiek. Niemand moet het echter in zijn hoofd halen de Chinezen de les te lezen of te chanteren, in elke geval niet zolang de CPC de macht heeft.
De belangrijkste “raadgevers” blijven echter de eigen bevolking en de realiteit, en dat is maar goed ook.

Dirk Nimmegeers, redacteur China Vandaag (uit eigen naam)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 78 Times, 1 Visit today