De politieke lente van Marseille is niet meer

Burgerbewegingen treden stilaan uit de schaduw en beginnen zich in verschillende sectoren van de maatschappij te profileren. Ook op het politieke vlak en vooral dan op het gemeentelijk niveau komt de burger steeds meer de neus aan het venster steken. Die municipalistische stroming manifesteert zich op vele plaatsen in de wereld. In Spanje hebben burgerplatformen in steden als Barcelona het voortouw genomen, maar ook in Frankrijk beweegt er heel wat. Dat bleek onder meer uit de laatste gemeenteraadsverkiezingen in twee ronden. In 2020 werden er uit 66 burgerlijsten 1324 raadsleden verkozen om deel uit te maken van het gemeentebestuur en 638 kandidaten van burgerlijsten werden verkozen maar kwamen in de oppositie terecht. Samen gaat het over 408 burgercollectieven die 279.016 burgers vertegenwoordigen. Op de ongeveer 36000 gemeenten die het land telt, stelt dat nog niet veel voor, maar de nieuwe dynamiek die in de politieke marge ontstaat mag toch niet worden onderschat.’ Het gaat nu niet langer om kleine of relatief kleine entiteiten zoals Grenoble, Saillans, Kingersheim en Loos-en-Gohelle, maar ook grotere steden als Poitiers, Chambéry, Annecy en Rezé hebben intussen de municipalistische rangen vervoegd.
Er zijn op het lokale vlak opvallend veel toenaderingspogingen geweest tussen autonome burgerbewegingen en politieke partijen met een groene en/of rode insteek. De meeste burgercollectieven zochten aansluiting bij de ecologisten van EELV en bij LFI (La France Insoumise) van Jean-Luc Mélenchon waarvan de strategie was om zich op lokaal vlak te verbinden met burgercollectieven.
Vele van deze burgerlijsten zijn door hun samengaan met de EELV (Europe Écologie-Les Verts) ook de ‘groene golf’ komen versterken. Ook in grotere steden als Lyon, Strasbourg, Bordeaux, Poitiers, Besançon, Chambéry, Tours, Annecy en Colombes haalden de groenen van EELV het burgermeesterambt binnen of kwamen haar leden via een coalitie in het nieuwe bestuur.

De kortstondige lente van Marseille

Dat gebeurde ook In Marseille. Op 29 juni was het tot ieders verbazing een non-politica die een einde maken aan vijfentwintig jaar regeerperiode van Jean-Claude Gaudin en van Les Républicains (LR). Michèle Rubirola, een arts van beroep en linkse milieuactivist werd door de burgerweging le Printemps marseillais, in de burgemeestersstoel gestemd. Marseille stond voor een nieuwe lente. Het was een tour de force om een collectief samen te brengen bestaande uit burgers, milieuactivisten, dissidenten en politiek partijen van rode en groene signatuur. Vanaf 4 juli 2020 werd Michèle Rubirola dus burgemeester van die grote Franse stad aan de Middellandse zee.
Lang zou die lente echter niet duren, want op 15 december kondigde Michèle Rubirola aan dat ze de handdoek in de ring gooide. Ze wilde daarmee plaats maken voor haar de eerste plaatsvervanger, Benoît Payan, een lokale socialistische apparatsjik, die dicht bij de lokale socialistische baron Jean-Noel Guérini stond. Dat bericht kwam binnen als een donderslag bij strakblauwe hemel. Rubirola gaf gezondheidsredenen aan voor haar terugtreden, maar dat leek een behoorlijk zwak argument toen bleek dat zij opnieuw eerste plaatsvervanger wordt, een functie die niet veel minder tijdrovend is.

De reacties

Wat was er in werkelijkheid aan de hand? Mathilde Goanec en Pauline Graulle van Mediapart gingen op onderzoek uit. (1) Zij spraken er met verschillende betrokkenen.
‘Michèle is een icoon geworden,’ zegt Sébastien Barles van EELV. ‘In deze stad waar alle politici elkaar vermoorden voor een halve post, heeft ze nooit onderhandeld. Ik begrijp mensen die hun hoop op politieke vernieuwing zien vervagen.’
Annie Levy-Mozziconacci, een arts in de volksbuurten van de stad en een voormalig socialistisch gemeenteraadslid, liet le Printemps marseillais, lang voor de verkiezingen van 2020 los. Ze was moe van wat zij ‘het bal van ego’s’ noemde. Ze vindt die beslissing zeer jammer voor haar medeburgers en zij betreurt ook dat partijloos links de klappen moet incasseren. ‘Er is niets illegaals aan het ontslag van Rubirola, maar het illustreert alleen nogmaals dat het representatieve systeem van democratie zich heeft losgekoppeld van de burgers. Het huidige politieke experiment botst met die politieke figuren die de regels van het spel uit het hoofd kennen en die zelfs zo ver durven gaan dat ze participatieve democratie gebruiken om de macht van de burgers af te pakken.’
‘Mensen zijn erg overstuur,’ zegt een lokale activist. ‘Ze kozen Rubirola omdat ze nooit betrokken was geweest bij politieke gekonkel, en ze eindigen met een oude socialist die ze niet wilden.’
Niet iedereen is het daarmee eens. Patrick Mennuci van de PS zegt tegen Mediapart: ‘Het vertrek van Michèle Rubirola is een goede zaak voor Marseille. Dit bewijst dat het professionals en niet amateurs nodig heeft om een leidinggevende te kunnen zijn om de tweede stad van Frankrijk te leiden.’
En Jean-Luc Mélenchon en zijn La France Insoumise (LFI) dan waarvan de strategie is om zich op lokaal vlak te verbinden met burgercollectieven? Die strategie heeft LFI niet gevolgd in Marseille, want zij hebben op 13 december 2019, nog voor de verkiezingen dus, Le printemps de Marseille losgelaten omdat ze het ongehoord vonden dat een socialist een burgerplatform zou gaan leiden. Jean-Luc Mélenchon heeft dus met vertraging gelijk gekregen.

De (partij)politiek en het politieke

De toenadering tussen traditionele partijen en georganiseerde, gepolitiseerde burgers heeft op sommige plaatsen in Frankrijk ongetwijfeld zijn vruchten afgeworpen in deze tweede ronde, maar de vraag blijft of die twee elkaar ook zullen vinden in ‘de herovering van de democratie’. Wat er onlangs gebeurd is in Marseille is een veeg teken aan de wand. De verdedigers van een radicale visie op de democratie kijken met de nodige reserve naar dat toenaderingsproces tussen burgercollectieven en politieke partijen. ‘Ik stel mij vragen bij dat samengaan met partijen, ook met linkse,’ zegt Tristan Rechid van Autrement pour Saillans en van ‘La belle démocratie’, die waarschuwt voor wat hij ‘citoyennisme-washing’ noemt. De traditionele (partij) politiek en het participatief deelnemen van de burger aan ‘het politieke’ op gemeentelijk vlak, laat staan op een hoger bestuursechelon, blijkt een zeer moeilijke oefening.

(1)Mathilde Goanec en Pauline Graulle. In Mediapart van 17 december 2020

(Visited 18 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 325 Times, 1 Visit today

Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).