De politiek-humanitaire implicaties van de uitbreiding van de Israelische nederzettingen

Ondanks de onder de auspicien van het Kwartet [De EU, de VS, de Russische Federatie en de VN] tot stand gekomen Routekaart voor de Vrede dd 30-4-2003, waarin o.a. was bepaald, dat de Israëlische nederzettingenbouw in bezet Palestijns gebied zou worden bevroren, heeft de Israëlische regering sindsdien de uitbreiding van de met name in de Westelijke Jordaanoever aanwezige nederzettingen gecontinueerd.

Zo werd dd 26-12 jongstleden bevestigd door Raanan Gissin, adviseur van de Israëlische premier Sharon, dat er sprake is van de uitbreiding van de ultra-orthodoxe nederzetting Beitar Illit met 150 woningen en de uitbreiding van de nederzetting Efrat met 78 woningen.
Beide nederzettingen zijn net buiten Jeruzalem gelegen en gevestigd in de bezette Westelijke Jordaanoever. Eveneens heeft premier Sharon  voor Ma’ale Adumim, een grote nederzetting 
die aan Oost-Jeruzalem grenst, de bouw van 3500 nieuwe woonheden aangekondigd.
Verder is er in het bezette Oost-Jeruzalem sprake van de opbouw van drie nieuwe nederzettingen en wordt Pisgat Ze’ev uitgebreid met 96 nieuwe huizen en de nederzetting Gilo met 36 nieuwe huizen.

Bovendien is zeer zorgwekkend het feit, dat door de steeds verder vorderende Muurbouw, die in een aantal opzichten de lijn volgt van de uit te breiden Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied, niet alleen de nederzettingen Har Homa, Gilo, Givon en Ma’ale Adumin, de facto bij Israël worden geannexeerd, aangezien ze dan ten Westen van de Muur liggen, eveneens scheiden deze nederzettingen Oost-Jeruzalem van de Palestijnse woongebieden
Ramallah in het Noorden en Bethlehem in het Zuiden.
Hiermee is dan Oost-Jeruzalem geisoleerd van de rest van de Westelijke Jordaanoever, hetgeen past in de Israëlische plannen voor een definitieve claim op Jeruzalem, inclusief het bezette Oost-Jeruzalem, als hoofdstad van Israel.

In strijd met het Internationaal Recht:

Nog afgezien van deze zorgwekkende uitbreidingspolitiek, waardoor er sprake is van de facto annexatie van bezet Palestijns gebied, zijn de in bezet gebied gebouwde nederzettingen als zodanig in strijd met het Internationaal Recht.

De geschiedenis van de nederzettingenbouw hangt direct samen met de Israelische overwinning op Egypte, Syrie en Jordanie in de junioorlog dd 1967, waarna de Israëlische bezetting van o.a. de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en het Gaza-gebied een aanvang nam. In het verlengde van deze bezetting werd de bouw van Israëlische
nederzettingen in bezet gebied gestart, hetgeen in strijd is met een aantal
internationale rechtsbepalingen
Zo verbiedt artikel 49 van de 4e Conventie van Genève de overbrenging van de bevolking uit het bezettende land naar bezet gebied. Eveneens is deze bouw in strijd met het Haags Verdrag dd 1905, waarin het verboden is, geografische veranderingen aan te brengen in de structuur van het bezette gebied.

Nog afgezien van deze internationale rechtsbepalingen is er vanaf de aanvang van de nederzettingenbouw sprake van massale Palestijnse landonteigeningen, hetgeen niet alleen humanitair gezien onacceptabel is, maar eveneens in strijd met artikel 53 van de 4e Conventie van Genève, die onteigeningen van land, huizen en andere bezittingen van ”beschermde personen” [mensen, die leven onder een bezetting] verbiedt.


Internationale kritiek:

Het is evident, dat Israël zich door deze nederzettingenpolitiek, wiens legitimiteit slechts door de Israëlische regering werd erkend, met grote regelmaat internationale kritiek op de hals gehaald heeft. Een en ander heeft geresulteerd in twee VN-Veiligheidsraadsresoluties dd
1979, die Israël opriepen enerzijds over te gaan tot stopzetting van de nederzettingenbouw, anderzijds over te gaan tot ontmanteling van alle reeds bestaande nederzettingen in bezet Palestijns gebied

Gecontinueerde bouw:

In de loop der jaren echter is Israël juist overgegaan tot intensivering van de nederzettingenbouw. Zo valt uit de beschikbare statistische gegevens op te maken, dat met name na de jarenlange regeer periode van de Israëlische Arbeiderspartij, met het
aantreden van een aantal elkaar opvolgende Likoed-regeringen vanaf 1977 [onderbroken vanaf 1984 tot 1986 en 1992 tot 1996, alsmede de periode 1999-2001] de nederzettingenbouw in belangrijke mate is geïntensiveerd en het aantal bewoners opvallend is toegenomen

Een en ander hangt direct samen met de binnen rechtse Likoed-kringen bestaande sterke voorkeur voor de stichting van nederzettingen, hetgeen past in de door Likoed gepromote Groot-Israël gedachte [het bestaan van de huidige Staat Israël, aangevuld door een de facto annexatie van de bezette Palestijnse gebieden]

Het mag dan ook geen verbazing wekken, dat er in die periode nog sterker dan daarvoor sprake was van facilitaire voorzieningen van de kant van de Overheid ter bevordering van de verhuizing van Israëli’s en uit het buitenland afkomstige Joodse mensen naar deze nederzettingen.

Locale spanningen:

Tegen het licht van deze achtergrond mag het geen verwondering wekken, dat er in toenemende mate sprake was van spanningen tussen de in bezet gebied wonende kolonisten en de plaatselijke Palestijnse burgerbevolking.

Geweld van de kolonisten tav de locale Palestijnse burgerbevolking:

Niet alleen was er sprake van een uit de directe omstandigheden voortvloeiende animositeit van de Palestijnse bevolking tegen de kolonisten, eveneens was er sprake van een veelal agressieve en superieure opstelling van de kolonisten tegenover de Palestijnen. Met name de religieuze fanatici onder de kolonisten ondernamen tal van pogingen, de plaatselijke Palestijnse boeren door intimidatie, fysiek geweld, mishandelingen en het vernietigen van hun olijfoogst, van hun grondgebied te verjagen.
Ook zijn er in een aantal gevallen Palestijnse boeren gedood door kolonisten. Tegen dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag werd niet of in onvoldoende mate opgetreden door de Israëlische autoriteiten, hetgeen terecht onverbloemd door rapportages van Amnesty International, Human Rights Watch en de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem aan de kaak is gesteld.
Met name in Hebron, waar een kleine groep religieusfanatieke kolonisten woont te midden van meer dan 100.000 Palestijnen, zijn de spanningen zeer aanwezig. Hieraan dient toegevoegd te worden, dat deze Hebron-kolonisten, die zich doorgaans zeer agressief opstellen tegen de plaatselijke Palestijnse burgerbevolking, zoals alle andere nederzettingenbewoners, zwaar bewaakt worden door het Israëlische leger


Palestijns geweld ten aanzien van kolonisten:

Evenzeer echter is er sprake van Palestijns geweld tegen kolonisten. Zo zijn kolonisten meerdere mate beschoten of neergestoken, terwijl zij zich op straat of in hun auto bevonden
De rechtvaardiging hiervoor is bij zowel Palestijnse politieke bewegingen als Hamas, Jihad en Al-Aqsa martelarenbrigades, alsmede individuele Palestijnse burgers gelegen in het tweeledige feit, dat kolonisten niet alleen bewoners zijn van internationaalrechtelijk-illegale
leefgemeenschappen, maar eveneens wapens dragen, die al dan niet voor zelfverdediging worden aangewend

Het Internationaal Recht is hier echter duidelijk over: Volgens de regels van de 4e Conventie van Genève is een militaire aanval op burgers te allen tijde een ernstige mensenrechtenschending, onverschillig of zij al dan geen bewoners zijn van een illegale leefgemeenschap, zoals de nederzettingen zijn. Slechts wanneer er sprake is van het feit, dat deze kolonisten deelnemen aan directe gewapende acties van het Israelische leger, verliezen zij automatisch hun status als burger en mogen zij militair worden geattaqueerd. Wanneer zij echter niet meer deelnemen aan militaire acties, herkrijgen zij hun status van burger
Deze zelfde regel is eveneens van toepassing op Palestijnse strijders, wanneer zij geen deel meer nemen aan directe militaire acties

De facto annexatie en continuering van de Israëlische bezetting:

Niet alleen door de Israëlische Muurbouw, die diep door Palestijns land gaat, wordt aldus een de facto situatie van annexatie geschapen, maar eveneens door de uitbreiding van de nederzettingen in dat gedeelte van bezet Palestijns gebied, dat niet door de Muur is ingesloten
De continuering van de nederzettingen en hun uitbreiding is namelijk is niet alleen in strijd met het Internationaal Recht, maar is een de facto handhaving van de Israëlische bezetting, aangezien deze nederzettingen zwaar bewaakt worden door het Israëlische leger, hetgeen continuering van de Israëlische bezettingsmacht ten gevolge heeft en het ontstaan van een
onafhankelijke en levensvatbare Palestijnse Staat, hetgeen reeds zeer ernstig is beknot door de Muurbouw, tot vrijwel nul reduceert.

Het is dan ook evident, dat naast de internationaal-rechtelijk strijdige Muuurbouw, als vastgesteld door het Internationaal Gerechtshof te Den Haag in haar uitspraak dd 9-7-2004,  de gecontinueerde nederzettingenbouw, naast de voortdurende Israëlische bezetting, een van de voornaamste obstakels vormt voor oplossingsgerichte vredesonderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen. Vanuit dat oogpunt hebben dan ook de initiatoren tot de Roadmap de
bevriezing van de nederzettingen obligaat gemaakt.

Schending door Israël en de VS:

Israël heeft echter, ondanks eerder gedane instemming met de uitgangspunten van de Roadmap, deze bepaling naast zich neergelegd en bouwt in een rap tempo door aan de uitbreiding van de nederzettingen. Hoewel hiertegen aanvankelijk onverbloemde Amerikaanse kritiek bij monde van de Amerikaanse president Bush te horen was, heeft Bush naderhand, in ruil voor de ontmanteling van de nederzettingen in Gaza, die slechts een klein
deel van het aantal nederzettingen uitmaken [16 nederzettingen tegenover meer dan 140 in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem], impliciet ingestemd met de handhaving cq uitbreiding van de nederzettingen in de rest van bezet Palestijns gebied

Hiertoe vermeld  ik de  door de Israëlische premier Sharon in een interview in Le Monde dd 27-7 2005 gedane uitspraak, dat de ontmanteling van de Gazaanse nederzettingen de impliciete voorwaarde is voor de Amerikaanse steun is tot behoud van de nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever. Ik citeer de door de Israëlische premier in Le Monde gedane uitlating: “Het akkoord dat ik met president Bush heb gesloten staat ons toe om de zones die
een grote strategische waarde hebben en de dichtbevolkte zones, de grote nederzettingen, in stand te houden.”

Escalatie van de spanning:

Met deze impliciete gedoging van de nederzettingen hebben eveneens de VS zich niet alleen schuldig gemaakt aan de schending van het internationaal-rechtelijke principe van de illegaliteit van de nederzettingen, maar daarenboven de door hen als een van de initiatoren van de Roadmap gestelde verplichting tot bevriezing en het verbod op verdere uitbreiding van de nederzettingenbouw, eveneens geschonden.

Conclusie:

Hoeveel terechte verontwaardiging er ook tegen deze Israëlische gecontinueerde nederzettingenpolitiek mag bestaan, met name van de kant van de EU en de VN, het is evident, dat het politiek zwaartepunt in dezen gelegen is bij de VS. Niet alleen hebben zij door hun unieke positie als enige Supermacht ter wereld de macht, het machtsevenwicht in dezen naar Israël te doen overhellen, daarenboven hebben zij door hun jaarlijkse militaire
miljardengaranties aan Israël, als enige de mogelijkheid tot een daadwerkelijke politieke druk op Israël.
Zolang zij echter volharden in de steun aan de internationaal-rechtelijk strijdige Israëlische nederzettingenuitbreiding, schenden zij niet alleen in ernstige mate het Internationaal Recht, maar zijn zij samen met Israël grotendeels verantwoordelijk voor het mislukken van een serieus vredesoverleg en voor de escalatie van het conflict

(Uitpers, nr. 71, 7de jg., januari 2006)

Zie in verband met de nederzettingsproblematiek ook het stuk in de rubriek “Discussie”: Israëls beleid in Oost Jeruzalem een schending van het Stappenplan naar Vrede
Europese Unie stopt eigen rapport in de doofpot.

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :