De opmars van Roman Abramovitsj

De steile opmars van Roman Abramovitsj, 36 jaar, zegt veel over het Rusland van Jeltsin én Poetin. Zijn jongste succes: de overname van de oliemaatschappij Slavneft door zijn maatschappij Sibneft. De manier waarop dat is gebeurd, illustreert ten overvloede dat de plundering van ‘s lands rijkdommen onder Poetin voortgaat.

Roman Arkadevitsj Abramovitsj is een van die oligarchen die in de jaren 1990 op korte tijd fortuin maakte. Op 26-jarige leeftijd, in 1992, ontvreemdde hij 55 tanks met benzine bestemd voor het leger. Maar hij had zich ingedekt door vriendschap te sluiten met machtige mannen, in de eerste plaats Boris Berezovsky, de top oligarch die zijn beschermer werd. Berezovsky werd in de jaren daarop de sterke man van het Kremlin, de grote peetvader van “de Familie” – president Boris Jeltsin, zijn dochter Tatjana Djatsjenko en de rest van de kliek die toen aan het hoofd stond van de grote plundering. Onder regie van Anatoly Tsjoebais, de man die Vladimir Poetin uit Sint-Petersburg naar Moskou bracht en die nu de grote baas is van de Russische elektriciteitssector.

Berezovsky nam Abramovitsj als partner voor zijn groeiende activiteiten in de oliebusiness. Vooral de jaren 1995-1996 vormden een periode van ongekende bijna onbegrensde mogelijkheden voor de plunderaars in en rond de Familie. Tsjoebais en zijn omgeving bedachten een zeer simpel scenario waarmee enkele superdieven in een handomdraai legale eigenaars konden worden van de vele parels van de Russische economie: ze gaven kredieten aan de staat met als onderpand een oliefirma, een handelsvennootschap, een complex in de metaalnijverheid…. De staat kon de lening niet terugbetalen, de “bankier” werd aldus eigenaar van een onderneming die soms wel honderd keer meer waard was dan het uitgeleende bedrag.

Daarnaast waren er ook nog de nep-privatiseringen waarbij staatsondernemingen voor een appel en een ei aan de vrienden werden toegespeeld. Zo werden Berezovsky en Abramovitsj voor een prikje eigenaars van Sibneft. Volgens experts betaalden ze drie miljard dollar te weinig voor die firma.

Abramovitsj bleef onder de hoge bescherming van Berezovsky. Maar met de komst van Poetin in het Kremlin veranderde een en ander in de krachtsverhoudingen. Berezovsky raakte in ongenade, maar Abramovitsj had toen al lang gezorgd dat hij op eigen benen kon staan, wat hem in de ogen van zijn vroegere beschermer een verrader maakte. Abramovitsj bleef wel op goede voet staan met Tatjana en de Familie, maar dat is wel een flinke blok aan het been geworden. Die Familie stelt immers zeer hoge financiële eisen. Tatjana vindt dat Abramovitsj moet opdraaien voor haar dure reizen, haar aankopen in Duitsland (een kasteel) en in Zwitserland en zelfs voor de opvoeding van haar kinderen.

Maar bovendien is vriendschap met de Jeltsins gene must om invloed te hebben in het Kremlin. Poetin schakelde, zoals hij ook al in andere gevallen met succes deed, begin 2001 de belastingsdiensten in om Abramovitsj een en ander duidelijk te maken. Er kwam een onderzoek naar de eigenaardige privatisering van Sibneft. Tot de klacht plotseling werd ingetrokken, na druk overleg van Abramovitsj op het Kremlin.

Politiek Moskou gaat ervan uit dat het Kremlin Abramovitsj alle steun toezegde om zijn imperium verder uit te breiden in ruil voor loyale steun vanuit Tsjoekotka, de Siberische regio waarvan hij gouverneur is en waar Sibneft natuurlijk het monopolie heeft om olie en goud te delven en naar diamanten te zoeken. Hij zou wel aanvaard hebben om de staat een compensatie te betalen voor het verlies dat bij de privatisering van Sibneft werd geleden. Ook heeft Abramovitsj vermoedelijk in ruil gevoelige informatie doorgespeeld over de witwasserijen en beleggingen van de leden van de Familie. Zodat Poetin nog meer troeven heeft om die lieden te chanteren.

Slavneft

Het is ontegensprekelijk met de volle steun van het Kremlin dat Abramovitsj op 18 december 2002 voor de lage prijs van 1,86 miljard dollar de oliefirma Slavneft in handen heeft gekregen. De “openbare verkoping” van dat staatsbedrijf duurde slechts vier minuten.
Nochtans waren er veel gegadigden, en dan nog wel zeer machtige. Er was de gigant Loekoil, nummer één van de Russische olie-industrie, gevolgd door Joekos, de nummer twee van de machtige oligarch Michail Chodorkovsky (gewezen leider van de Communistische Jeugd). Abramovitsj had wel de steun gekregen van Michail Fridman (in Uitpers ook al enkele keren opgedoken), de baas van de groep Alfa.

Maar de vrienden van Abramovitsj in het Kremlin hadden ervoor gezorgd dat een van zijn vertrouwelingen de baas werd van Slavneft zodat hij alle informatie kreeg doorgespeeld. Bovendien trokken alle Russische concurrenten zich de weken vóór de verkoop als bij mirakel één voor één terug. Op één na, Rosneft van Sergej Poegatsjev, bijgenaamd de kardinaal van het Kremlin wegens zijn invloed in het Kremlin en bij de Russisch-orthodoxe kerk. Een rechter in het verre Kemerovo oordeelde echter twee dagen vóór de verkoping dat Rosneft niet mocht deelnemen. Toen kwam de Chinese maatschappij CNPC opdagen. Maar de vrienden van de Russische olieboeren in de Doema zorgden voor een patriottische oprisping die de CNPC deed terugkrabbelen. Zodat op de dag van de verkoop alleen nog Sibneft overschoot.

Aluminium

Deze verkoping bevestigt de prominente positie van Abramovitsj. Niet dat de man zich volledig op zijn gemak voelt. Hij liet zich niet alleen tot gouverneur van Tsjoekotka verkiezen omwille van de bodemrijkdommen (en de rijke viswateren), maar ook voor de (relatieve) onschendbaarheid die de functie meebrengt. Om toch maar op alles voorbereid te zijn, huist Abramovitsj een groot deel van de tijd trouwens in Anchorage, in de Amerikaanse staat Alaska.

Hij heeft inderdaad redenen tot voorzichtigheid. Want enkele van zijn nauwste zakenpartners komen in het gedrang als maffiabazen. Abramovitsj behoort immers ook tot het netwerk dat de Russische aluminiumindustrie in handen heeft gekregen. De kopstukken van dàt netwerk zijn de gebroeders Lev en Michail Tsjernoi, de “koning van het aluminium”, terwijl ook Anton Malevski, baas van de maffiabende van Izmajlovo, een van de grootste van Rusland, in die affaires zit (zat, hij zou in 2001 bij een ongeval zijn omgekomen, maar daarover bestaat twijfel). Hierbij weze opgemerkt dat verscheidene grote maffiabenden jarenlang een harde strijd (met talrijke doden) hebben geleverd voor de controle over de aluminiumindustrie. Aluminium en maffia worden in Rusland in één adem genoemd.

Abramovitsj, Michail Tsjernoi en Oleg Deripaska, een kopstuk uit de Familie, hebben in 2000 samen het complex Roessal opgericht, het tweede grootste aluminiumbedrijf van de wereld.

Vanuit het buitenland lopen verscheidene aanklachten tegen de bazen van Roessal. Het complex is volgens die aanklachten opgebouwd door regelrechte roof zoals bezetting en confiscatie van bedrijven door onder meer privé-milities en door de veiligheidsdiensten van Edward Rossel, de corrupte gouverneur van de Oeral en ooit kandidaat-president, omkoperij van rechters om bedrijven in handen te krijgen, enz. Die klachten hebben Roessals expansie niet tegengehouden, want naast aluminium (80 % van de Russische productie) zit de groep nu ook ingeplant in de autonijverheid, de vliegtuigbouw, andere metaalindustrie en mijnbouw.

Tegen Abramovitsj loopt ook een onderzoek in Zwitserland omdat hij via een van zijn firma’s daar, Runicom, nogal wat fondsen van duistere afkomst zou hebben witgewassen en belegd, onder meer 1,4 miljard dollar van de kredieten die het IMF Rusland toekende en die spoorloos verdwenen. Abramovitsj en compagnie hebben echter zeer goede financiële experts in dienst, zoals de beruchte Amerikaanse firma Andersen die zo in de kijker liep met het schandaal Enron. De magistraat die deze zaak trachtte te onderzoeken, Laurent Kasper Ansermet, klaagde erover dat de Amerikaanse justitie elke medewerking weigerde. (Zie ook ‘Russigate? Vergeven en vergeten’, Uitpers november 2000).

Wat toont dat allemaal aan? Dat de plunderaars die onder Jeltsin immense imperiums uitbouwden, ook onder Poetin de dienst uitmaken. Vergeten we niet dat Poetin s eerste maatregel als voorlopig president een amnestie was voor Jeltsin en de naaste leden van de Familie, terwijl hij de meeste kopstukken ervan op hun plaats liet. Junglekapitalisten en maffiabazen (het onderscheid is evenwel zeer moeilijk te maken) hebben zeer goede brokken van de Russische economie in handen, zij hebben zeer veel invloed in het Kremlin, kunnen ongehinderd rechters omkopen en controleren grote delen van het staatsapparaat en de media. Poetin bevestigt alleen maar dat hij de man is die de plunderingen uit Jeltsins tijd consolideert.

(Uitpers, nr. 37, 4de jg., januari 2003)

(Zie ook Uitpers nr. 32, juli-augustus 2002 over ‘Rich and the famous van Russiagate’).

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook