Geopolitieke Ontwikkelingen
Mensenrechten

INTERNATIONALE POLITIEK

Regionale Conflicten
Economie

De ontmanteling van de Amerikaanse democratie onder Trump | Uitpers %

De ontmanteling van de Amerikaanse democratie onder Trump

Image

*Who Is Government?: The Untold Story of Public Service* (2026) is een essaybundel onder redactie van Michael Lewis, de financieel journalist en bestseller-auteur van *The Big Short*, *Moneyball* en *The Fifth Risk*. Hij staat erom bekend dat hij ingewikkelde onderwerpen toegankelijk kan maken met karaktergedreven verhalen.

Lewis, die studeerde aan Princeton University en de London School of Economics, begon zijn carrière bij de Salomon Brothers investeringsbank. In *The Fifth Risk* (2018) onderzocht hij de overgang tussen de regeringen-Obama en -Trump, evenals de interne werking van diverse federale overheidsinstanties.

Deze nieuwste bundel, die verscheen in een periode van intense politieke polarisatie en discussies over de rol van de overheid in het Amerikaanse leven, vormt een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat door licht te werpen op het vaak over het hoofd geziene werk van beroepsambtenaren. Het boek bevat profielen en onderzoeken naar diverse federale instanties; het stelt heersende stereotypen over overheidsmedewerkers ter discussie en onthult tegelijkertijd de essentiële infrastructuur die de democratie in de VS ondersteunt.

Het is een verzameling diep menselijke verhalen, elk gecentreerd rond een federale ambtenaar die integriteit, competentie en toewijding belichaamt in een tijdperk waarin het publieke vertrouwen in de overheid is afgenomen.

De overheid als een plek van morele keuzes en institutionele veerkracht

Het project ontstond nadat Lewis getuige was van de ontmanteling van het transitieteam van Trump in 2016 en de benoeming van functionarissen die niet beschikten over de basiskennis van de departementen waaraan zij leiding zouden geven. De bundel doorbreekt de heersende stereotypen van inefficiënte bureaucraten en portretteert ambtenaren juist als innovatieve probleemoplossers. Hun expertise en toewijding vormen de essentiële – zij het grotendeels onzichtbare – infrastructuur waarop de Amerikaanse samenleving steunt.

Het is een onderzoek naar de vele stille, vastberaden individuen die ervoor zorgen dat de Amerikaanse federale overheid functioneert — niet in theorie of volgens de wet, maar in de dagelijkse praktijk. Ver verwijderd van het spektakel van verkiezingen of de schijnwerpers van schandalen, plaatst Lewis ambtenaren centraal in zijn verhaal: mensen die hun intellect, doorzettingsvermogen en morele helderheid inzetten om het algemeen belang te waarborgen, het institutionele geheugen te bewaren en missies op het gebied van rechtvaardigheid, innovatie en compassie uit te voeren.

Elk essay schetst een portret van verschillende ambtenaren wier werk een aanzienlijke invloed heeft op de levens van Amerikaanse burgers, maar die voor het grote publiek grotendeels onzichtbaar blijven.

In “The Canary” vertelt Lewis het verhaal van Christopher Mark, een mijnbouwingenieur wiens statistische benadering van mijnveiligheid leidde tot het eerste jaar in de geschiedenis van de Amerikaanse steenkoolmijnbouw zonder dodelijke slachtoffers door instortingen. De tragische mijnramp in Crandall Canyon in 2007, die plaatsvond nadat leidinggevenden Mark’s aanbevelingen hadden genegeerd, bevestigde het belang van zijn bijdragen en leidde tot de noodzaak van nieuw toezichtbeleid.

Toch bleef Mark buiten zijn vakgebied grotendeels onbekend. Hij is daarmee een voorbeeld van hoe ambtenaren vaak cruciale problemen oplossen zonder daarvoor erkenning te krijgen.

Casey Ceps “The Sentinel” onderzoekt hoe Ronald Walters’ nauwgezette leiding over de National Cemetery Administration de organisatie transformeerde tot de hoogst gewaardeerde instantie in de American Customer Satisfaction Index (ASCI). Ceps illustreert hoe Walters de werkwijzen op begraafplaatsen standaardiseerde, innovatieve herdenkingsprogramma’s ontwikkelde en kansen creëerde voor dakloze veteranen, en dat alles met behoud van het democratische principe dat alle veteranen dezelfde eerbewijzen ontvangen, ongeacht hun rang. Zijn dienstbaarheidsethos strekte zich uit tot elk niveau van de organisatie en koesterde een cultuur waarin medewerkers elke kleine daad als een morele verantwoordelijkheid beschouwden.

In “The Searchers” verkent Dave Eggers het Jet Propulsion Laboratory van de National Aeronautics and Space Administration (NASA), met de focus op wetenschappers die technologie ontwikkelden om planeten te vinden die mogelijk leven kunnen herbergen. Eggers benadrukt dat dit cruciale werk – het verkennen van de oorsprong van het heelal – niet zou plaatsvinden zonder overheidsfinanciering, aangezien private ondernemingen geen onmiddellijke winst zien in dergelijk onderzoek. Het essay belicht de bescheidenheid van deze wetenschappers, die consequent de nadruk leggen op teamwork boven individuele prestaties.

John Lanchesters “The Number” neemt de consumentenprijsindex onder de loep en toont aan hoe deze ogenschijnlijk abstracte statistiek direct van invloed is op talloze aspecten van het leven in de VS. Lanchester positioneert overheidsstatistieken als essentiële onderdelen van democratisch bestuur, terwijl hij tegelijkertijd onderzoekt hoe economische indicatoren gepolitiseerd en verkeerd begrepen kunnen worden. Het essay waarschuwt voor het loslaten van de verlichtingswaarden die verankerd liggen in statistische metingen, en bestempelt een dergelijke afwijzing als onderdeel van een gevaarlijke culturele verschuiving die het democratisch bestuur bedreigt.

Geraldine Brooks schetst in “The Cyber ​​Sleuth” een portret van Jarod Lewis Koopman, hoofd van de cybercriminaliteitsafdeling van de Amerikaanse belastingdienst IRS Criminal Investigation Unit, en onthult hoe het cybercrimeteam opmerkelijke successen heeft geboekt die bij de Amerikaanse bevolking grotendeels onbekend zijn. Hun werk omvat onder meer het redden van kinderen uit misbruiksituaties, het onderscheppen van terroristische financiering en het vervolgen van financiële misdrijven.

Brooks zet deze prestaties af tegen de negatieve publieke perceptie van de IRS. Zij laat zien hoe bezuinigingen en politieke aanvallen belangrijke overheidsfuncties hebben belemmerd. Ondanks het morele en strategische belang van zijn werk worden Koopman en zijn team vaak nog steeds gedemoniseerd in politieke retoriek. Niettemin blijft hun focus onwrikbaar: het verdedigen van het publieke belang zonder erkenning te zoeken, een discipline geworteld in zowel persoonlijke ethiek als de federale missie.

In “The Equalizer” neemt Sarah Vowell de National Archives and Records Administration (NARA) onder de loep, aan de hand van Chief Innovation Officer Pamela Wright. Wright, afkomstig van het platteland in Montana, wil overheidsarchieven toegankelijk maken voor alle Amerikaanse burgers, ongeacht hun geografische locatie. Vowell belicht innovaties zoals het Citizen Archivist Program en History Hub; initiatieven die de relatie tussen het publiek en de overheidsarchieven transformeren, opdat Amerikanen overal in het land verbinding kunnen maken met hun verleden, en daarmee de democratische idealen van een overheid “door het volk” waarmaken. Haar leiderschap bij het opzetten van deze burgerarchiveringsprogramma’s en digitale platforms weerspiegelt een diepgeworteld geloof in participatieve democratie.

  1. Kamau Bells “The Rookie” volgt zijn petekind Olivia Rynberg-Going, een jonge zwarte vrouw die als juridisch medewerker werkt bij de afdeling Antitrust van het ministerie van Justitie. Aan de hand van Olivia’s verhaal onderzoekt Bell welke invloed de handhaving van de mededingingswetgeving heeft op de Amerikaanse burgers. Daarnaast bespreekt hij de obstakels voor een carrière in overheidsdienst – met name studieschulden – en betoogt dat een effectieve overheid afhankelijk is van het aantrekken van gepassioneerde jongeren.

Lewis sluit af met “The Free-Living Bureaucrat”, waarin ze het verhaal van de familie Smith – die strijdt tegen een zeldzame, hersenetende amoebe die hun dochter Alaina heeft getroffen – verweeft met het verhaal van Heather Stone. Stone is werkzaam bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) en ontwikkelde Cure ID: een platform voor het delen van behandelmethoden voor zeldzame ziekten. Cure ID, was ontworpen om via crowdsourcing baanbrekende behandelingen voor zeldzame ziekten te vinden, maar het bleef onderbenut. Het is het zoveelste voorbeeld van levensreddende instrumenten die door bureaucratische nalatigheid worden belemmerd. Ondanks Stones inspanningen werd Cure ID door de medische gemeenschap nauwelijks benut. Stone hielp om de toegang tot deze behandeling te vergemakkelijken.

Dit voorval onderstreept de gevolgen van de informatiekloof, ondanks de aanwezigheid van goedbedoelde overheidsinnovaties.

Door deze verhalen uit te lichten, houden Lewis en zijn medewerkers een overtuigend pleidooi voor het waarderen van de publieke dienstverlening en de instellingen die deze mogelijk maken. Zij suggereren dat de gezondheid van de Amerikaanse democratie afhangt van het begrijpen en waarderen van de menselijke dimensie van het overheidsbestuur, namelijk de wetenschappers, analisten, ingenieurs, archivarissen die de ware infrastructuur van de democratie vormen. Hoewel hun werk vaak wordt afgedaan als onbelangrijk of gepolitiseerd, zijn hun bijdragen zowel meetbaar als moreel relevant.

Het boek levert een krachtig bewijs voor de stelling dat een democratie niet slechts steunt op verkozen leiders, maar vooral op degenen die buiten de schijnwerpers hun werk verrichten — gewone professionals wier toewijding goed bestuur in zijn meest essentiële vorm definieert.

Zij dragen de letterlijke en figuurlijke fundamenten van de natie, en hun voortdurende inspanningen vertegenwoordigen een daad van geloof in de idee dat de overheid haar burgers kan en moet dienen – niet door middel van spektakel, maar door competentie, nederigheid en toewijding.

Trump, “de bully”

De voorlopig laatste editie van “Who is government ?” (van mei 2026) bevat een belangrijk nawoord geschreven door Max Stier, stichter en directeur van het Partnership for Public Service, en Russell Berman van The Atlantic. Zij evalueren de impact die Trump heeft  tijdens zijn tweede ambtstermijn: “Binnen enkele uren na zijn aantreden begon Trump de macht binnen het presidentschap te consolideren, de controlemechanismen op zijn gezag op te heffen en de federale overheid om te vormen van een geprofessionaliseerde instelling die zich inzet voor het algemeen belang, tot een gepolitiseerd instrument van Trumps eigen wil” (p. 251).

Is dit het einde van de federale democratie? “Niet noodzakelijk. De regering-Trump heeft een ravage aangericht die niet van de ene op de andere dag hersteld zal zijn. Een deel daarvan is ongetwijfeld onomkeerbaar. Organisaties zijn nu eenmaal gemakkelijker af te breken dan op te bouwen. Maar de aanval op de overheid en de ambtenarij, die in de eerste maanden van 2025 van start ging, is slechts één salvo in een veel grotere strijd over hoe de Amerikaanse overheid er in de toekomst zal uitzien” (p. 258).

De auteurs blijven hoopvol: “In deze crisis schuilt, net als in andere uit het verleden van de natie, een kans”. “In de komende maanden en jaren zal het Amerikaanse volk de gelegenheid krijgen om zich uit te spreken en te beslissen of het een aanzienlijk ingekrompen overheid kan accepteren die is afgestemd op de wensen van één enkele leider, of dat het een overheid zal eisen die in de allereerste plaats het algemeen belang dient” (p.259).

“Het Amerikaanse volk kan ervoor kiezen zijn overheid opnieuw op te bouwen – zolang het zich er maar om bekommert en begrijpt wat er daadwerkelijk voor nodig is om de overheid naar behoren te laten functioneren. En het moet kiezen voor bekwame leiders die toegewijd zijn aan het algemeen belang, aan de gezondheid op lange termijn van de openbare instellingen van ons land, en aan de vele plichtsbewuste mannen en vrouwen die zich in hun dienst het vuur uit de sloffen lopen” (p. 266).

Het boek stelt tevens de media- en politieke cultuur ter discussie, die het begrip ‘overheid’ vaak reduceert tot slogans, krantenkoppen en schandalen, en daarbij de meer fundamentele maar minder zichtbare processen van onderhoud, innovatie en zorg negeert. Het ontbreken van erkenning is niet slechts symbolisch; het heeft zoals overduidelijk aangetoond ook materiële gevolgen.

Aldus draagt het boek bij tot een cruciaal filosofisch pleidooi: democratische samenlevingen moeten de technische waarheid waarborgen en waarderen, niet slechts uit oogpunt van efficiëntie, maar ook als een kwestie van rechtvaardigheid.

Homo conflictus

Wat een luxe! Twee Vlaamse boeken, bijna tegelijk over ‘geschiedenis en toekomst’ van de welvaartsstaat! En twee totaal verschillende visies en aanpak, wel twee keer zonder statistieken en grafieken over procentpuntjes hier en zoveel-na-de-komma daar. Een boek geschreven door een historicus en een ander door een socioloog. Het boek van historicus van der Ven werd ... Lees verder

De wortels van de welvaartsstaat

De geschiedenis van de ‘welvaartsstaat’ is een complex historisch proces. Het is een verhaal van hoe we ons verhouden tot elkaar en tot onze gedeelde geschiedenis. De welvaartstaat is niet links of rechts, maar het resultaat van het opbouwen van sociale structuren die stabiliteit en welzijn moeten garanderen. De verzorgingsstaat die in de negentiende eeuw ... Lees verder

Atlas van de Wereldgeschiedenis

Kaart voor kaart door de tijd De auteurs van deze luxueuze atlas tonen in 140 kaarten, vele foto’s en tijdlijnen hoe de mens zich ontwikkelde en verspreidde over de aarde en welke wereldrijken er ontstonden. Doordat de kaarten vergezeld zijn van verklarende teksten, kun je deze atlas ook gebruiken als historisch leesboek. Het begint met ... Lees verder