De onheilige alliantie van Amerikaanse neo-cons en Israëlische generaals

In september 2000 brak in de Palestijnse bezette gebieden de tweede intifada uit. Sindsdien werden 524 Palestijnen standrechtelijk geëxecuteerd – 216 van deze slachtoffers waren omstaanders of mensen die in hetzelfde huis woonden dan het door de Israëli’s geviseerde ‘doelwit’.

In dezelfde periode werden 3.747 Palestijnse burgers gedood door Israëlische soldaten. 28.000 Palestijnen werden gewond – een derde onder hen zijn voor de rest van hun leven gehandicapt. 40% van alle mannelijke Palestijnse volwassenen heeft in deze periode minstens één keer kennis gemaakt met de Israëlische gevangenissen.

Stel dat Nederland in dezelfde periode met dezelfde genadeloze repressie zou zijn geconfronteerd, het zou volgende balans opleveren: 16.000 dodelijke slachtoffers, 120.000 gewonden (waarvan 40.000 voor het leven gehandicapt) en 4 miljoen gevangenen.

“Palestina en de nieuwe oorlog”, zo luidde de titel van het referaat, dat de Palestijnse onderzoeker, Salman Abu Sitta, eind november gaf voor het Nederlands Sociaal Forum in Amsterdam. Salman Abu Sitta was meer dan twintig jaar lid van de Palestijnse Nationale Raad (het Palestijnse parlement in ballingschap) en geldt als één van de belangrijke specialisten van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk. Hij is voorzitter van de Palestine Land Society en het Right of Return Congress, die zich actief inzetten voor de rechten van de Palestijnse vluchtelingen. 4,7 miljoen Palestijnen zijn vluchtelingen en dat is nog steeds de meerderheid van de bevolking. Het Nederlandse Sociaal Forum bracht vijfduizend activisten van de anti-globalistische beweging, vakbonden, milieu- en vredesorganisaties en nieuwe sociale bewegingen samen. Het Forum besteedde ruime aandacht aan het Midden-Oosten, de Palestijnse kwestie en de bezetting van Irak. Hieronder, de tekst van de uiteenzetting van Salman Abu Sitta.

Onlesbare dorst naar olie

Brengen de komende jaren vrede en rechtvaardigheid? De toekomst ziet er weinig rooskleurig uit. We zullen ons moeten schrap zetten tegen nog meer oorlogen, bloedvergieten en menselijk lijden. Deze ongunstige voorspelling is gebaseerd op de bedreiging voor de wereldvrede, die uitgaat van de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten, meer bepaald van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten.

De politiek van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten steunt op twee – af en toe tegenstrijdige – pijlers: de onlesbare dorst van de Amerikanen naar olie en hun blinde, onvoorwaardelijke steun aan de staat Israël.

In de jaren dertig van vorige eeuw koos Saoedi-Arabië bewust voor de Verenigde Staten als belangrijkste handelspartner. Het ging hier om een duidelijke koloniale relatie. Groot-Brittannië en Frankrijk, de twee belangrijkste koloniale machten, verdeelden tijdens de Eerste Wereldoorlog het Midden-Oosten onder mekaar als oorlogsbuit. Daarmee pleegden ze verraad tegenover hun Arabische bondgenoten tijdens de grote oorlog. Saoedi-Arabië koos resoluut voor akkoorden met de VS om zijn oliereserves te vermarkten en te ontwikkelen.

Dertig jaar later keerde VS-president Lyndon B. Johnson zich tegen de Arabieren om volop Israël te steunen tijdens de juni-oorlog van 1967. Tijdens deze oorlog bezette Israël wat nog restte van Palestina en delen van Egypte en Syrië. Op dat ogenblik startte de strategische alliantie tussen de Verenigde Staten en Israël.

Egypte en Syrië slaagden er tijdens de oktoberoorlog in 1973 gedeeltelijk in bepaalde delen van dit bezette gebied te heroveren. Gedeeltelijk, want Henry Kissinger, de aartsvader onder de oorlogsstokers, legde een massale luchtbrug in om Israël aan de nodige wapens te helpen. En veel van het in 1967 bezette gebied, is vandaag nog steeds bezet. Saoedi-Arabië reageerde met een olie-embargo, waardoor de petroleumprijzen in 1974 drastisch stegen. Vanaf dat ogenblik begonnen de VS actief plannen te smeden om het Midden-Oosten te domineren. Nadat in 1979 het dictatoriale regime van de sjah in Iran ten val werd gebracht, riep Washington de Golf uit tot “een gebied van vitaal belang”. In 1980, bijna een kwarteeuw geleden, richtten de VS hun snelle interventiemacht op (Rapid Deployment Force) en daarna het US Central Command (USCENTCOM) om, indien nodig, de Golfregio – van in Irak in het noorden tot Oman in het zuiden – te bezetten en een dam op te werpen tegen Iran. Washington deed dat met het steeds binnen handbereik liggende voorwendsel: de communistische expansie van de Sovjetunie stoppen.

De brutaliteit en de waanzin van Saddam Hoessein om in 1990 Koeweit te bezetten bezorgde de Verenigde Staten een eerste vaste voet aan de grond in de regio. Een tweede steunpunt was een creatie van de neo-cons (neo-conservatieven), een handvol lieden van een pro-Israëlisch kabaal (kliek), dat de buitenlandse politiek van George W. Bush manipuleert en dirigeert. Het eerste doel van deze neo-cons was de Israëlische belangen te verdedigen door de macht van Irak te breken (de enige geloofwaardige bedreiging voor de staat Israël) en de andere Arabische landen van de regio te pacificeren.

Hun leugens over de Iraakse massavernietigingswapens zijn algemeen bekend. Maar deze leugens hebben op geen enkel moment hun positie ondergraven. Integendeel, met de herverkiezing van een meegaande George W. Bush hebben deze niet-verkozen neoconservatieven een nooit eerder in de VS-geschiedenis geziene macht verworven.

Handvol fanatiekelingen?

Eind november ontvouwde één van hun woordvoerders, Frank Gaffney, hun toekomstplannen. Gaffney is een fervent voorstander van de verwoesting van Fallujah en andere Iraakse steden, die weerstand bieden aan de Amerikaanse bezetting. En hij is een pleitbezorger van de omverwerping van de regimes in Iran en Noord-Korea, een vierde wereldoorlog tegen de islam, de confrontatie met China en Rusland en bovenal benadrukt hij de rol van Israël als enige Amerikaanse agent in het Midden-Oosten.

De ideeën van de neo-cons zouden beschouwd kunnen worden als de hallucinaties van een handvol fanatiekelingen, ware het niet dat ze geschraagd worden door de enorme militaire macht van de VS. Het ultieme politieke doel van deze neo-cons is de controle over een enorme rechthoek met aan de bovenkant de Kaspische Zee en onderaan de Straat van Hormuz in Oman en Iran. Voorts liggen in deze immense rechthoek in het westen Turkije, Irak, de Golf en in het oosten Afghanistan, de voormalige Centraal-Aziatische Sovjetrepublieken en Iran. Met andere woorden een gebied dat 75% van olievoorraden in de wereld bevat.

De Verenigde Staten hebben niet eens zo veel olie nodig en beschikken nog steeds over uitgebreide reserves. In 1985 kwam slechts 20% van het Amerikaanse olieverbruik uit de Golf. In 1994, na de Iraakse invasie van Koeweit, was dit opgelopen tot 33%, omdat de VS van plan waren zoveel mogelijk goedkope petroleum uit de Golf in te slaan. Het is de strategische drijfveer van de VS om de oliebevoorrading van Europa en Japan te controleren om zo beide aan hun politiek te onderwerpen.

‘A clean break’…

En hoe past Israël, die andere pijler van de Amerikaanse politiek, in dit hele plaatje? Het antwoord op deze vraag is eveneens te vinden bij het kabaal dat de voorbije drie decennia op de een of andere manier de Amerikaanse buitenlandse politiek heeft gedicteerd, vanaf Henry Kissinger tot vandaag in het tijdperk van de neoconservatieven.

Dit neoconservatieve kabaal liet voor het eerst van zich horen, toen het voor de Israëlische regering onder Netanyahu aan de slag was. De zogenaamde ‘prince of darkness’, Richard Perle, stond toen aan het hoofd van een groep, waartoe ook Douglas Feith, Robert Lowenberg, David en Meyrav Wurmser behoorden, en die als adviseur optrad voor de Israëli’s bij de uitwerking van een nieuwe strategie. De titel van dit strategische rapport luidde: “A Clean Break: New Strategy for Securing the Realm” (Een duidelijke breuk: een nieuwe strategie voor de verdediging van de invloedssfeer). En het ging inderdaad om niets minder dan de Israëlische invloedssfeer.

De elementen van dit rapport waren duidelijk: een breuk met het zogenaamde “vredesproces”, de verwerping van de formule “land voor vrede” en “een bundeling van alle mogelijke energie om het zionisme herop te bouwen.”

Hoe moest dat gebeuren? Zij stelden het volgende voor:

  • de volledige inname van de Palestijnse bezette gebieden – Arafat aan de kant schuiven door een volgzamer Palestijns leiderschap te creëren. Er mag geen Palestijnse staat, die naam waardig, worden opgericht.
  • Saddam Hoessein van de macht verdrijven in Irak. Theoretisch was Irak de enige bedreiging voor de Israëlische expansie, nadat Egypte en Jordanië werden gepacificeerd via aparte verdragen.
  • de destabilisering van Syrië. Aanvallen op doelwitten in Libanon en Syrië. Syrië beschuldigen van het witwassen van drugsgeld en van het in omloop brengen van valse dollars (een beschuldiging, die inmiddels door een andere is vervangen: infiltratie van het Iraakse grondgebied).
  • de banden met de Verenigde Staten nog verstevigen en het Israëlische imago als de betrouwbare bondgenoot van de VS “met dezelfde morele en democratische waarden” versterken.

Deze gewaagde en oorlogszuchtige blauwdruk kreeg nog meer gewicht toen de makkelijk te manipuleren George W. Bush president werd en Donald Rumsfeld en Paul Wolfowitz dit kabaal binnenleidde in de cenakels van de macht in het Witte Huis en het Pentagon. Om de oorlog tegen Irak te rechtvaardigen, logen zij het blauw van de hemel over de massavernietigingswapens. Tegelijk zwegen ze als vermoord over de enorme voorraad biologische, chemische en nucleaire massavernietigingswapens van de staat Israël.

Irak werd bezet in april 2003. De olievelden werden onmiddellijk ingenomen. Speciale Israëlische teams trainden Amerikaanse soldaten in de aanval op stadswijken en andere burgerdoelwitten, waarbij ze de eigen ervaring in de strook van Gaza en op de Westelijke Jordaanoever ten nutte maakten. De praktijk om huizen in te nemen door gaten te slaan van het ene naar het andere huis, is klassiek voor het Israëlische leger. Sluipschutters laten postvatten op de daken om burgers onder vuur te nemen, is klassiek Israëlisch. Apache-raketten afvuren, is klassiek Israëlisch. Arabischsprekende ondervragers inschakelen is klassiek Israëlisch. Op 23 november 2004 schreef de Israëlische krant Haaretz dat het wapensysteem, waarmee het Palestijnse vluchtelingenkamp in Jenin tot puin werd herschapen in april 2002, ontwikkeld was door de Israëlische Rafael Armament Development Authority. In april 2003 gebruikten de Amerikanen hetzelfde systeem bij hun offensief in Irak.

Wat is Israëlische ‘veiligheid?

Sinds Theodor Herzl op het einde van de negentiende eeuw heeft het zionisme nooit zo’n toppunt van macht bereikt als vandaag, waarbij het aangemoedigd wordt door elke op het slagveld vechtende Amerikaanse soldaat en uitgerust wordt met de laatste Amerikaanse high-tech vernietigingswapens.

In deze onheilige alliantie kreeg George W. Bush alle denkbare hulp uit Israël om Irak te vernietigen en te controleren. De prijs? Sharon krijgt volledig de vrije hand om hetzelfde te doen in Palestina. De toekomst van het Midden-Oosten – en vandaar ook van de wereld – is in groot gevaar.

Alle voorbije oorlogen in het Midden-Oosten, de huidige verwoesting van steden en het nieuwe menselijke lijden zijn veroorzaakt in naam van de veiligheid van de staat Israël. Deze wazige term wordt door media en politici telkens opnieuw in ons gelaat geslingerd, als we protesteren tegen de Israëlische oorlogsmisdaden. Maar wat betekent deze term?

Als we het begrip ontdoen van alle mediamanipulatie en mythologie betekent de veiligheid van de staat Israël het volgende:

  • de bescherming van de oorlogsbuit, die Israël de afgelopen vijftig jaar heeft gemaakt.
  • de bescherming van de staat Israël tegen de sancties en de veroordeling van de internationale gemeenschap omwille van de schendingen van de mensenrechten.
  • het verlenen van immuniteit aan Israëlische leiders, officieren en soldaten, waardoor ze voor hun oorlogsmisdaden niet moeten verschijnen voor het Internationaal Gerechtshof.
  • de vrijwaring van het land, dat Israël gestolen heeft van de Palestijnen, die manu militari tot statelozen werden herleid: met andere woorden 19.000 km² of 93% van de oppervlakte van de staat Israël moet worden erkend als volledig kosteloos, maar wettelijk verworven Israëlische eigendom.
  • de onteigening van 774 ontvolkte Palestijnse steden en dorpen moet erkend worden als Israëlische wettelijke eigendom.
  • twee derde van het jaarlijkse Israëlische waterverbruik – of 2.000 miljoen m³ – is gestolen uit Arabische waterbronnen. Dat illegaal verbruik moet erkend worden als een Israëlisch recht.
  • de brutaalste, langste en enige militaire bezetting in de wereld van vandaag moet in stand worden gehouden in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. De onderdrukking van een heel volk in zijn eigen vaderland moet erkend worden als het Israëlische recht op zelfverdediging.

Dat is wat Israël en zijn bondgenoot, de Verenigde Staten, verstaan onder “veiligheid”. Alle menselijke waarden worden vertrappeld en de wereld wordt op zijn kop gezet: het slachtoffer wordt de agressor, de terrorist. Dat is de macht van media, die in verkeerde handen zijn.

Terrorisme

De feiten spreken voor zichzelf. Israël introduceerde het terrorisme in het Midden-Oosten en heeft de langst staat van dienst op dit vlak. Israël was het eerste land in de regio, dat biologische wapens gebruikte, toen het in 1948 de watervoorziening in Gaza en Akka vergiftigde met de tyfusbacil. Het vliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al, dat in oktober 1992 neerstortte op de Bijlmerwijk in Amsterdam, had biologische wapens aan boord, die vanuit de States naar Israël werden overgevlogen.

De zionisten vermoordden Lord Moyne in Caïro in 1944 en in 1948 graaf Folke Bernadotte, de VN-bemiddelaar in Jeruzalem. De Israëli’s vermoordden de bekende Palestijnse schrijver Ghassan Khanafani met een autobom in Beiroet in 1972 en de Palestijnse dichter Kamal Nasser werd in Beiroet in 1973 met kogels doorzeefd door de Israëlische officier (en latere premier) Ehud Barak. Vele andere Palestijnse leiders en intellectuelen werden in de jaren ’80 omgebracht in Europese steden. In september 2000 brak de tweede intifada (Palestijnse opstand) uit. Sindsdien zijn 524 Palestijnen vermoord tijdens standrechtelijke executies – 216 van deze slachtoffers waren omstaanders of bewoners van dezelfde woning. In dezelfde periode werden 3.747 Palestijnse burgers gedood door Israëlische soldaten. 28.000 Palestijnen werden gewond – een derde onder hen zijn voor de rest van hun leven gehandicapt. 40% van alle mannelijke Palestijnse volwassenen heeft in deze periode minstens één keer kennis gemaakt met de Israëlische gevangenissen. In Nederland zou dit overeenkomen met 16.000 dodelijke slachtoffers, 120.000 gewonden, 4 miljoen gevangenen.

Is dit eerlijk? Hoeveel mensen weten dit? En nog belangrijker: hoeveel mensen trachtten dit te weten te komen en slaagden er niet in? Met de nieuwe communicatie- en mediatechnologie kan vandaag – gelukkig – niemand meer beweren het niet geweten te hebben. Dat is trouwens de reden waarom wij hier vandaag samen zijn. En dat legt een belangrijke verantwoordelijkheid op ieders schouders.

Zoals u, huiver ook ik voor racisme. Ik huiver bij de vernietiging van zo veel menselijke levens. Daarom wens ik ook mijn tijd niet te verliezen met mensen, die beweren: “Mijn doden zijn veel meer waard dan uw doden. Als jullie één van ons doden, zullen wij honderd van jullie ombrengen. Wij hebben Apaches, een geweldige vuurkracht en satellieten. Wij kunnen doden waar en wanneer wij willen. Niemand kan ons stoppen.”

Een jonge man heeft zijn ouders zien vermoorden, zijn leven is verwoest. Hij kan niet naar school, naar het hospitaal, naar zijn werk. De dood valt uit de lucht. Hij besluit te reageren. Hij maakt van zichzelf een levende bom. Hij blaast zichzelf op, midden in een groep mensen, leden van een maatschappij waarin iedere man, iedere vrouw vanaf 17 jaar soldaat is en wapens draagt, al dan niet in actieve dienst. Deze jonge man offert zijn leven voor de anderen, die achterblijven.

Tragisch? Ja. Droevig? Ja. En wat is het antwoord? De cynicus zal zeggen: geef de Palestijnen Apaches, F-16-gevechtstoestellen en tanks van 70 ton en ik wed dat niemand van hen uit zijn cockpit zal springen om zichzelf op te blazen…

Mijn antwoord is anders. De mensenrechten moeten overal worden geëerbiedigd – zonder enig onderscheid. De bezetting van mensen en hun land moet ogenblikkelijk worden beëindigd. Apartheid en racisme moeten worden opgeheven. De mensen moeten de vrijheid krijgen om naar hun huizen terug te keren. Oorlogsstokers – het kabaal in het Witte Huis of de kliek van Ariel Sharon – moeten voor het Internationaal Gerechtshof worden gebracht. De samenzweringen en de acties van de nieuwe imperialisten moeten worden verijdeld. Vrijheid en democratie voor alle volkeren zijn geen geschenk, maar een recht. Rechtvaardigheid is een onvervreemdbaar recht voor eenieder. Deze wereld is van ons, niet van een kliek, die eigenmachtig over leven en dood beslist. Deze wereld is zeker niet de privé eigendom van Bush en Sharon. Vrede en gerechtigheid moeten overal heersen. Dat is de enige toekomst, die we kunnen nastreven en die wij moeten opbouwen. Het is de plicht van ieder van ons om deze principes hoog te houden en ervoor te ijveren.

(Uitpers, nr. 60, 6de jg., januari 2005)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :