Het rapport over de ongelijkheid in de wereld dat vorige week door het Inequality Lab werd gepubliceerd, kreeg niet zoveel aandacht. Begrijpelijk, het zijn de rijken die de media in handen hebben, zij vinden het niet zo prettig als de gevolgen van hun onverantwoord gedrag aan de grot klok worden gehangen.
Want we zijn wel degelijk op weg naar een geheel andere samenleving, naar een geheel andere wereld. Het is nauwelijks bij te houden.
De gevolgen van het neoliberalisme worden elke dag duidelijker en moeilijker te verteren. Ondertussen is men bezig om dat systeem precies daarom ook om te buigen in autoritarisme, want niemand weet beter dan zijzelf dat het niet houdbaar is. VS-president Donald mag dan een halve of hele hedonistische gek zijn, hij zet de deur wel wijd open voor al diegenen die paal en perk willen stellen aan vrijheden en rechten. Alle remmen zijn weg, verlichtingswaarden zijn ‘woke’ en de rechtsstaat is paternalistisch.
In dit artikel wil ik twee punten bespreken die duidelijk thuishoren in het neoliberale tijdperk en de weg vrijmaken voor wat aan het gebeuren is: de erfenissen en de vennootschapsbelasting. Het is een miljardenstroom van overheden en gewone mensen naar zij die al veel te veel bezitten.
Erfenissen
We lezen het met een open mond vol verbazing en weerzin: de vele nullen van de inkomens en vermogens van de superrijken. Maar eigenlijk is 500 miljoen of 1 miljard US$ al genoeg. Wat doe je daarmee? Hoe geef je dat uit? Hoeveel vliegtuigen of yachts of buitenverblijven wil je kopen? Het is meteen duidelijk: je kan dat in je hele leven niet uitgeven. Al die dingen blijven na je dood trouwens ook bestaan: ze gaan naar je erfgenamen. Het is de nieuwe ‘trickle down’ naar jonge mensen die nauwelijks gewerkt hebben in hun leven maar wel miljardair zijn.
In Frankrijk gaat elk jaar 400 miljard US$ naar erfgenamen, dat is evenveel als wordt uitgeven aan pensioenen. Men schat dat dit in de komende vijftien jaar kan oplopen tot 9.000 miljard US$. En dankzij de vele vrijstellingen en uitzonderingen wordt dit mooie bedrag slechts gemiddeld voor 5 % belast.
Dat betekent ook het einde van een samenleving waarin, theoretisch gezien, iedereen dezelfde kansen heeft. Want wie erft staat meteen bovenaan de ladder, wie werkt kan er niet van dromen daar ooit te geraken. Het is de erfenis die je sociale positie bepaalt. En wie bovenaan staat hoeft zich niet langer te bekommeren om wie onderaan staat. Einde verzorgingsstaten. Einde democratie. In de beste hypothese: leve de filantropie.
Vennootschapsbelasting
Het was tekenend voor het neoliberale tijdperk. Bovenaan de agenda stond verandering, concurrentie, rendement, innovatie, dynamiek… Daarvoor moest de vennootschapsbelasting naar omlaag en die beweging heeft zo’n 20 jaar lang geduurd.
Gemiddeld was de vennootschapsbelasting in 2000 nog 28 %, in 2019 nog 21,8 %, berekende de OESO. De meeste Westeuropese landen zitten nog tussen 25 en 30 %.
De daling mag dan wel zijn stopgezet, er zijn nieuwe vluchtwegen uitgevonden.
“Innovatie” is de belangrijkste. In 33 op de 38 OESO-landen kunnen bedrijven belastingvrij investeren in ‘onderzoek en ontwikkeling’. Het effectieve belastingpercentage vermindert daardoor met 7,3 procentpunten.
Het tweede mechanisme blijven de belastingparadijzen. Franse multinationals delocaliseren nog steeds 18 % van hun jaarlijkse winst en dat betekent een verlies voor de staatskas van 3,7 miljard €. De gevolgen zijn trouwens niet enkel voor de overheid. Er werd berekend dat zonder die belastingparadijzen de lonen met zo’n 4 % gemiddeld zouden kunnen stijgen.
Een derde mechanisme tenslotte is de belasting op intellectuele eigendom. Stel, je koopt een duur polshorloge van je al belaste inkomen. De verkoper zal echter geen belasting betalen op zijn winst, want die wordt toegeschreven aan een patent dat steevast ook in een belastingparadijs werd neergelegd. Dat komt erop neer, aldus Tax Justice Network alsof een werknemer gedurende zeven maanden van het jaar geen belasting moet betalen. Staten geven op die manier voor 29 miljard US$ per jaar weg.
Het zijn bedragen waarmee je erg veel sociale rechten effectief zou kunnen toepassen. Want wat er in al dit gesnoei niet mag vergeten worden: die sociale rechten bestaan, mensen hebben er alleen geen toegang meer toe. Onder het mom van ‘besparen’ en ‘gat in de begroting’ sluizen regeringen miljarden door naar wie het niet nodig heeft. Het komt er vandaag dus niet langer op aan te vechten voor de toekenning, maar wel voor de toegang tot die rechten. Die strijd moet dringend gevoerd worden, mondiaal, want de sociale ambitie in de wereld is weg. Mensen blijven bekaaid achter. Er moet van wie bovenaan staat niet veel verwacht worden.
