De Nederlandse SP blijft niet normaal

Zaterdag 24 november vond het vijftiende congres van de SP plaats. Een congres dat ongewild voor een groot deel in het teken stond van de conflicten in de partij en de negatieve media-aandacht. Het doel was duidelijk: de grote electorale winst van de laatste verkiezingen consolideren en de partij voorbereiden op de toekomst.

Het motto van de bijeenkomst, ‘de fundamenten versterken’, gaf de opzet mooi weer. Het vijftiende congres was een organisatorisch congres(1). Zo werd een nieuw partijbestuur gekozen en stemden de aanwezigen over bijna 280 voorstellen rond de gang van zaken in de partij.

Democratie?

De negatieve aandacht die de SP de laatste tijd krijgt, had echter zijn weerslag op de het congres. De Nederlandse media stonden de afgelopen maanden bol van negatieve verhalen over de SP. Het SP-bestuur, en vooral partijleider Jan Marijnissen, werden beschuldigd van ondemocratisch, zelfs dictatoriaal handelen. Leden zouden rond gecommandeerd worden, geen inspraak hebben en bij het minste tegengeluid uit de partij gezet worden. Veel van de beschuldigingen zijn ongefundeerd of minstens schromelijk overdreven.

Nadat de SP jarenlang vooral lof kreeg toegewuifd als een indrukwekkend succesverhaal leek het nu tijd voor iets anders te zijn. Het startsein voor de mediacampagne tegen de SP – want zo kan het wel genoemd worden – was de rel rond Düzgün Yildirim. Yildirim was lid van de provinciale staten en was bij de laatste verkiezingen kandidaat voor de eerste kamer, die gekozen wordt door de leden van de provinciale staten. Yildirim stond op de achttiende plaats van de SP lijst. De SP had op dat moment 12 zetels te bezetten. Dankzij 6 voorkeurstemmen van leden van de provinciale staten, waaronder hijzelf, werd Yildirim verkozen. Het partijbestuur vroeg hem daarop de lijstvolgorde te respecteren daar deze van tevoren was vastgesteld door de partijraad, het hoogste partijorgaan tussen twee congressen. Toen Yildirim dit weigerde en aan de zetel vasthield werd hij uit de partij gezet. Yildirim zocht geregeld contact met de media en beschuldigde het partijbestuur van ondemocratisch handelen. Hij beweerde de steun van veel SP-ers te hebben en kondigde aan een eigen partij te beginnen. Uiteindelijk bleek de steun in de partij voor Yildirim marginaal te zijn en zijn nieuwe partij staat duidelijk rechts van de SP.

Sindsdien ligt de SP onder een vergrootglas. Het opstappen van enkele honderden leden uit een partij van rond de 50.000 zou het begin van de leegloop zijn. De beslissingen van een handvol vertegenwoordigers om uit de partij te stappen werden allemaal op het conto van een ‘gebrek aan democratie’ geschreven. Daarbij werd er helemaal aan voorbij gegaan dat de SP de laatste verkiezingen steeds opnieuw gegroeid is en het daarom welhaast onvermijdbaar was dat hier en daar ongeschikte of slecht voorbereide partijleden op het pluche zouden komen zitten. Dit is een gebrek dat de partij ook heeft toegegeven. Een van de inzetten van het afgelopen congres was juist het verbeteren van de interne scholing en het versterken van de interne structuur om in de toekomst beter voorbereid te zijn op het bekleden van zetels in de gemeenteraden- en besturen, het parlement etcetera.

Naast een zogenaamd gebrek aan democratie was de ‘afdrachtregeling’ een punt van discussie de laatste maanden. De SP heeft het unieke systeem dat gekozen vertegenwoordigers hun salaris afstaan aan de partij en vervolgens betaald worden door de partij. Hoeveel zij ontvangen hangt af van persoonlijke omstandigheden maar in ieder geval nemen de SP-parlementariers met een stuk minder genoegen dan met de topsalarissen van hun collega’s van andere partijen. Het is een prachtig systeem om baantjesjagers buiten de deur te houden en de integriteit van SP-ers te tonen. Bovendien wordt de partij er ook financieel een stuk gezonder van. Volgens rechtse tegenstanders van de SP echter is de afdrachtregeling niet democratisch – daar is dat toverwoord weer- omdat het volksvertegenwoordigers teveel aan de partij zou binden en deze niet meer vrij zouden zijn naar eigen goeddunken te stemmen. Minister Guus Ter Horst van Binnenlandse Zaken (PvdA) heeft aangekondigd niet minder dan zes wetten te willen wijzigen met als enkel doel het onmogelijk maken van de afdrachtregeling.

Normalisering

Al deze perikelen zijn de SP niet in de koude kleren gaan zitten en op het congres was er zeker af en toe sprake van een defensieve opstelling. Zo werd verschillende malen benadrukt dat de rijen in de partij gesloten moeten worden. In de bijdragen over de voorstellen was sprake van grote eenstemmigheid. Voor echte discussies was sowieso geen ruimte omdat de spreektijd zeer beperkt was – sprekers uit de zaal hadden in twee rondes in totaal zes minuten de tijd. Iets wat helaas onvermijdelijk is op een congres dat slechts een enkele dag duurt maar waar wel zo’n duizend afgevaardigden – een per vijftig leden – aan deelnemen. Het zou goed zijn als in de toekomst naar een vorm gezocht wordt die meer mogelijkheden biedt voor het uitwisselen van standpunten.

De grootste bedreiging voor het succes van de SP komt namelijk niet van zure journalisten of opportunistische senatoren, maar is het resultaat van de groei van de partij. De SP is nu de derde partij van het land, aanwezig in 96 gemeenteraden en alle twaalf de provinciale staten. Tijdens de laatste verkiezingen won de SP 25 parlementszetels, wat betekent dat een op de zes kiezers SP stemde.

Nu de SP in de woorden van Jan Marijnissen ‘volwassen’ is geworden en regeringsdeelname steeds dichterbij lijkt te komen, groeit de druk om te ‘normaliseren’. Oftewel: om meer te gaan lijken op de andere politieke partijen in Nederland. Het zou betekenen dat de SP een einde maakt aan de afdrachtregeling, een zwaarder accent legt op het werk in gemeenteraden en parlement en minder energie steekt in activisme. Zo’n ‘normalisering’ zou een kwalijke zaak zijn voor de SP, die juist succesvol is omdat zij anders is dan de andere partijen. Dit besef wordt breed gedeeld in de partij. Op congressen is het zelfs zo dat de overgrote meerderheid van de wijzigingsvoorstellen ingebracht door lokale afdelingen de koers nog wat naar links willen verleggen.

De druk op de SP om ‘mee te spelen’ komt in de eerste plaats van buiten de partij; zoals van kiezers die overstapten van de PvdA naar de SP – de groep waar de laatste keer het grootste deel van de winst aan te danken was – maar graag zouden zien dat ook hun nieuwe partij meeregeert. En natuurlijk van de andere partijen. Want met de SP zoals deze nu is, de enige partij in het land die zich consequent uitspreekt tegen privatiseringen en militaire missies zoals deze in Afghanistan, daar willen de gevestigde partijen niet mee in zee. Als Jan Marijnissen dan ook, zoals in een interview enkele maanden geleden, verklaart dat de SP deel uit zal maken van het volgende kabinet zit daar zeker een stuk bluf in. Alhoewel de SP geen harde eisen stelt aan eventuele toekomstige regeringspartners maakt zij keer op keer duidelijk dat voordat de partij mee gaat regeren er een ‘koerswijziging’ moet komen.

Ook op een organisatorisch congres als dat van 24 november speelden dit soort kwesties voortdurend mee op de achtergrond. Het was daarom goed om te zien dat de afdrachtregeling vurig verdedigd werd. ‘Als Ter Horst meent te mogen beslissen op welke rekening mijn geld terechtkomt’, zo merkte een spreker op, ‘dan zou ik ook mogen beslissen waar haar salaris naartoe gaat’.

Migrantennota

Over het algemeen heeft dit congres de traditionele manier van werken van de SP opnieuw bevestigd. De nadruk blijft liggen op ‘dicht bij de mensen’ en activisme. Daarmee is de kous echter niet af. Om succesvol te blijven, zal de SP nog verder moeten groeien. Wat dit betekent was al een beetje zichtbaar in de prachtige voormalige fabriekshallen waar het congres dit keer plaatsvond. Mensen uit het hele land, man en vrouw, autochtoon en allochtoon, velen van hen behoorlijk jong, waren naar het congres afgereisd. Toch valt er nog veel te doen. De SP is allang niet meer slechts de partij van mannelijke, blanke arbeiders maar intern is de partij nog niet zo gevarieerd als de enorme groep mensen die op haar stemmen.

De groei van de SP maakt het noodzakelijk nu keuzes te maken. De kans dat de partij in de toekomst bezwijkt onder de druk om te normaliseren, is niet slechts denkbeeldig. Maar een andere toekomst is ook heel goed mogelijk, een waarin de SP zich verder verankert in verschillende bevolkingsgroepen en de partij zich ontwikkelt tot de natuurlijke bondgenoot van iedereen die achtergesteld wordt: binnen- en buitenlandse arbeiders, homo’s, vrouwen en internationaal de Derde Wereld. Maar dan moet dit alles wel expliciet opgepakt worden. Daarom is het jammer dat enkele goede amendementen over onder andere meer gestructureerd werk in de vakbonden en meer aandacht voor homo-emancipatie het niet haalden. De argumentatie om deze en vele andere voorstellen af te wijzen was vaak erg mager. Dat wekt toch de indruk dat veel afgevaardigden blind voeren op het advies van de partijleiding.

Op het congres werd echter ook besloten dat er een discussienota komt over de positie van migranten in Nederland, een document dat van tevoren in de afdelingen besproken zal worden. Dat is een stap in de goede richting. Niet alleen omdat de SP zo haar profiel op dit thema versterkt, maar ook vanwege het voornemen om leden actiever te betrekken bij het uitstippelen van de inhoudelijke politieke lijn. Een écht democratische partij, een socialistische partij, is er namelijk een waar de leden het voor het zeggen hebben. Waarin zij niet alleen praktisch, maar ook inhoudelijk de organisatie vormgeven. En nee, dat is niet normaal. Gelukkig is de SP dat ook nog lang niet.

(Uitpers, nr. 93, 9de jg., januari 2008)

Alex de Jong is lid van de SP in Nijmegen en schrijft voor het socialistische tijdschrift Grenzeloos

www.grenzeloos.org

(1) Een uitgebreid en goed leesbaar verslag van het SP-congres, met foto’s en videoverslagen, vind je op de site van de SP zelf: http://www.sp.nl/nieuws/congres2007

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :
Over