De NAVO in een ‘brutale wereld’

“We hebben een gestructureerde samenwerking nodig met de VN en de EU op het strategische niveau. En we moeten eveneens veel enger coördineren op het tactische niveau. (…) Een nieuw strategisch concept zou dit punt rechtaan en krachtig moeten stellen: in de huidige veiligheidsomgeving is de NAVO niet langer een solospeler.” (Jaap de Hoop Scheffer op het Brusselse Forum 15 maart 2008).(1)

Toen met het wegvallen van het communistische systeem een belangrijke doelstelling was bereikt, zag de NAVO het als haar opdracht om werk te maken van een globaal geostrategisch concept dat de belangen van het Westen veilig moest stellen. Twee Golfoorlogen en Afghanistan hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat er een grote bereidheid bestaat om die belangen desnoods met militaire macht veilig te stellen.

Internationale financiële instellingen (Internationaal Monetair Fonds en Wereldbank) en de Wereldhandelsorganisatie organiseerden de promotie en inrichting van een wereldwijde kapitalistische vrije markt. In deze instellingen beschikken de grote NAVO-lidstaten over een veel macht.(2) Vanaf de jaren 80 antwoordden IMF en Wereldbank op de schuldenlast van derdewereldlanden met Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP’s) die gebaseerd waren op de neoliberale recepten van de zogenaamde Washingtonconsensus.(3) Handelsliberalisering, privatiseringen en dereguleringen zorgden ervoor dat grote economische actoren, zoals multinationale ondernemingen, zich een grotere toegang verschaften in lokale economieën verspreid over de wereld. De externe effecten van het neoliberale (schulden)beleid zorgden voor sociale en ecologische destabiliseringen en reacties waarop het Westen voorbereid moest zijn om desnoods militair de toegang tot de wereldmarkten af te dwingen dan wel de ‘stabiliteit’ te garanderen om waar nodig belangrijke investeringen en economische belangen te beschermen. Typerend was het scenario dat de NAVO had klaarliggen voor het postcommunistische Centraal- en Oost-Europa. De versnelde invoering van het kapitalisme veroorzaakte bij bepaalde bevolkingsgroepen een sociale ravage. De NAVO ging er dan ook regelmatig oefeningen houden waarbij ‘vredestroepen de procedures voor de onderdrukking van rellen inoefenden’.(4)

In de VS schreef in 1989 een zekere Huddleston, majoor van de US Marine Corps University and Staff College, een rapport getiteld National Security Strategy. Time for a Change?(5) Het rapport is in eerste instantie een pleidooi om een deel van de VS-macht te verschuiven van het Euro-Aziatische continent naar het gebied van de Stille Zuidzee. Vooral de redenering daarachter is interessant: ‘We hebben momenteel niet voldoende militaire macht in de Stille Zuidzee om onze investeringen te beschermen of onze verdragsrechtelijke verplichtingen na te komen.’ De redenering van die marineofficier is opvallend openhartig. Hij vervolgt: ‘Terwijl we onze aandacht te veel richten op de noodzaak aan een militaire veiligheidsstrategie om de wereldvrede te bewaren, kan het in het bepalen van onze doelen interessant zijn om te onderzoeken waar de belangen liggen van onze economische strategie.’ Huddleston bekijkt het einde van de Koude Oorlog nog altijd met de Sovjet-Unie als belangrijkste tegenstrever, maar dan vanuit een andere geostrategische invalshoek. Hij ziet immers een groeiende diplomatieke en militaire Sovjetmacht in de Stille Zuidzee. De Sovjetvloot is daar het grootst, waar ze zich op een ‘agressieve’ manier de toegang voor hun schepen tot de havens hebben verzekerd. Om die militaire opbouw te ‘counteren’ moet de Amerikaanse marine paraat staan, aldus Huddleston. Hij houdt een pleidooi voor een mix van militaire en economische macht: ‘Als de VS in de Stille Zuidzee willen concurreren, dan moeten de goederen van de VS getransporteerd worden op VS-schepen en moeten die beschermd worden door onze marine.’

In de huidige mondiale context dient de militaire macht dus een dubbel doel. Ten eerste het indammen van de sociale gevolgen van het kapitalisme vooral in arme regio’s en ten tweede het organiseren van een verzekerde toegang tot alles wat de economie draaiende moet houden zoals grondstoffen en de markt zelf. Veelal lopen beide doelstellingen parallel.

Vandaag dromen veel NAVO-tenoren luidop van een mondiale alliantie, hoewel dat in het NAVO-milieu hardnekkig wordt ontkend.(6) Maar als je er de opeenvolgende teksten en toespraken van NAVO-leiders op naleest, kan je niet anders dan concluderen dat deze militaire Alliantie wel degelijk mondiale ambities heeft. Op de top van Riga (november 2006) aanvaardden de NAVO-leiders een ‘Beknopte politieke Handleiding’ dat ‘politieke richting moet geven aan de continue transformatie van de NAVO voor de komende 10 – 15 jaar…’(7) Daarin staat onder punt 16 a. dat de NAVO operaties moet kunnen opzetten ‘ver van het thuislandterritorium’. Voor de NAVO-top in Kehl-Straatsburg (april 2009) wordt de mondiale strategie verder uitgewerkt in een ‘Declaration on Alliance Security’ (‘Verklaring mbt de Veiligheid van de Alliantie’).

De temperende retoriek enerzijds en het voorzichtig aftasten en onderhandelen tussen de partners over een strategisch concept dat moet leiden tot een vernieuwde NAVO in de 21e eeuw anderzijds, kunnen niet verhelen dat het westerse bondgenootschap in realiteit al volop bezig is die mondiale rol te spelen. Zoals Will Marshall, directeur van een invloedrijke Amerikaanse politieke denktank het begin januari 2009 zei: ‘Het lijkt een radicale sprong om de NAVO naar het globale te tillen, maar in de feiten is dat al aan het gebeuren’.(8) Na de NAVO-operaties in de Balkan in de jaren negentig is de actieradius van de NAVO alsmaar verbreed. De alliantie voert oorlog tegen de Taliban in Afghanistan, traint de Iraakse politie en veiligheidsdiensten in en buiten Irak, is of was actief in de Kaukasus, Soedan en Somalië, voert mariene operaties in de Middellandse Zee en voor de Somalische kust, haalt de banden aan met ‘gelijkgezinden’ als Japan, Australië en Nieuw-Zeeland en heeft samenwerkingsprogramma’s lopen met een hele reeks landen in Centraal-Azië, de mediterrane regio (‘Mediterranean Dialogue’) en de golfstaten (‘Istanbul Cooperation Initiative’), etc… Er zijn weinig plaatsen waar de NAVO niet actief is of geen ambities daartoe vertoont. Desondanks stelt de Hoop Scheffer keer op keer: ‘we hebben geen globale NAVO nodig. Daarover gaat onze transformatie niet.’ Maar tegelijk zegt hij: ‘Het soort NAVO dat we nodig hebben… is een alliantie die zijn leden verdedigt tegen mondiale dreigingen…’.(9)

In de praktijk komt dat op hetzelfde neer. Op een van de jaarlijkse NAVO-conferenties in München (2007) zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken: ‘De consensus lijkt nu te zijn dat de NAVO niet een globale alliantie zal zijn, maar een alliantie met globale partners. (…) Dit is een erkenning dat nieuwe dreigingen niet regionaal moeten aangepakt worden,… maar mondiaal.’(10) Uiteraard gaat het er niet om een Alliantie te krijgen waar iedereen lid van is (‘globale alliantie’). Dat zou trouwens niet wenselijk zijn, want de inherente tegenstrijdige belangen in zo’n mondiale constructie zouden verlammend werken en de besluitvorming en eenheid binnen de alliantie bemoeilijken. Wat de NAVO wel graag ziet gebeuren is een Alliantie van ‘elitenaties’, die zoveel mogelijk mondiale invloed heeft zonder formele geografische limieten in de uitvoering van haar operaties. Dat kan door samenwerkingsakkoorden af te sluiten met individuele lidstaten, of door partnerschappen aan te gaan (en eventueel op te dringen) met regionale en mondiale organisaties om daarbinnen vervolgens een centrale rol te spelen. Julian Lindley-French van het Duitse ‘Centrum voor toegepaste politiek’ in München zegt het zo: ‘Een actief mondiaal partnerschap moet noodzakelijkerwijs de NAVO in het centrum plaatsen van een wereldwijd netwerk van gelijkgezinde staten, zodat de invloed van de Alliantie uitbreidt en die staten kunnen geïntegreerd worden die bereid zijn om samen met de NAVO mee te werken bij strategische stabilisatiemissies’.(11)

Lindley-French is niet de eerste de beste. Hij is een belangrijk transatlantische denker en kreeg in 1999 de NAVO-onderscheiding voor buitengewone diensten. In het NAVO-tijdschrift, NATO Review, schreef Lindley-French een artikel onder de titel: ‘Big world, big future, big NATO’. Daarin legt hij uit dat de Alliantie haar eurocentrische focus van het Strategisch Concept moet verlaten om zich op mondiaal niveau te herpositioneren.(12) Lindly-French vindt dat Europa onvoorwaardelijk moet kiezen voor zo’n mondiale NAVO om te vermijden dat het strategisch op de achtergrond wordt geduwd. De NAVO kan vervolgens streven naar een ‘actief mondiaal partnerschap’ en banden creëren met democratieën verspreid over de wereld zoals Australië, Japan, Brazilië, India en Zuid-Afrika. De auteur beschrijft ook het waarom: de machtsbalans lijkt gevaarlijk over te hellen naar Azië en meer bepaald China waarvan drie dreigingen uitgaan. Ten eerste investeert China in offensieve elektronische oorlogsvoering. Ten tweede bouwt Beijing aan een marinecapaciteit die tot doel heeft de Amerikaanse marine tijdelijk te weren uit de Japanse zee. Tenslotte zijn de Chinese defensie-uitgaven wellicht twee tot drie keer hoger dan verklaard.

Lindley-French staat lang niet alleen met zijn ideeën. Ze lijken ook erg doorgedrongen te zijn in de Amerikaanse politieke top. In de VS stelt Will Marshall in een ‘memo’ aan de nieuwe Amerikaanse president dat hij de gelegenheid moet grijpen om ‘de NAVO van een Noord-Amerikaans-Europees Pact om te vormen tot een globale alliantie van vrije naties’.(13) Het ziet er naar uit dat het Witte Huis daar oren naar heeft. Een van de bekendste verdedigers van een ‘globale NAVO’, Ivo Daalder, stelt dat ‘alleen een echte mondiale alliantie overweg kan met de huidige uitdagingen’(14) Ivo Daalder is door president Obama voorgedragen als de nieuwe NAVO-ambassadeur voor de Verenigde Staten.(15) Anne-Marie Slaughter, die onder president Obama een belangrijke post bekleedt als directeur van de afdeling Politieke Planning van het ministerie van Buitenlandse Zaken, schreef mee aan een rapport dat ervoor pleit dat de ‘VS met hun vrienden en bondgenoten samenwerken om een globaal “Concert van Democratieën’ te ontwikkelen – een nieuwe instelling met de opdracht de samenwerking onder de liberale democratieën van de wereld te versterken’.(16) Als de Verenigde Naties niet hervormd geraken, zo klinkt het verder, dan kan zo’n Concert ‘een alternatief forum van liberale democratieën vormen om na een meerderheidsstemming collectieve actie toe te staan, met inbegrip van het gebruik van geweld’.

Dat laatste is iets dat al een verdere vertaling kreeg in een spraakmakend rapport van vijf voormalige topofficieren dat aan de vooravond van de NAVO-top in Boekarest (april 2008) werd gepubliceerd.(17) Daarin worden de ‘complexe opkomende mondiale veiligheidsuitdagingen’ onder de loep genomen. De conclusie luidt dat er nood is aan een nieuwe transatlantische strategie die een betere integratie van militaire en niet-militaire capaciteiten vergt. Zij stellen eveneens dat een getransformeerde NAVO, in nauwe samenwerking met de EU, moet fungeren als de centrale instelling voor de toekomstige veiligheidsarchitectuur, een democratische alliantie die het moet opnemen tegen dreigingen van een ‘in stijgende mate brutale wereld’. Op lange termijn moet er een ‘directoraat’ komen bestaande uit de VS, de EU en de NAVO dat de samenwerking moet coördineren in de gemeenschappelijke transatlantische belangensfeer. De generaals schuwen geen taboes. Controversieel was hun pleidooi om terug te grijpen ‘naar een preventieve nucleaire aanval om een halt toe te roepen aan een imminente verspreiding van nucleaire en andere wapens’. En wat de Verenigde Naties betreft is ‘het gebruik van geweld zonder toestemming van de VN-veiligheidsraad’ soms ook noodzakelijk omdat ‘onmiddellijke actie nodig is voor de bescherming van een groot aantal mensen’. Dat is het bekende refrein dat we al kennen van Kosovo of Irak.

Die mondiale NAVO-strategie is al geruime tijd volop in ontwikkeling. Al in 1994 keek de NAVO naar het zuiden met de Mediterrane Dialoog (‘Mediterranean Dialogue’), een initiatief met 7 landen waaronder ook Israël.(18) Tien jaar later werd dit aangevuld met het Samenwerkingsinitiatief van Istanbul (‘Istanbul Cooperation Initiative’) waarin enkele olierijke Golfstaten zijn betrokken om tot de ‘globale en regionale veiligheid en stabiliteit bij te dragen’ met de landen van de ‘bredere Midden-Oosten regio’(19) In Afrika zoekt de NAVO toenadering met de Afrikaanse Unie en werkt ze mee aan de totstandkoming van een Afrikaanse Stabiliteitsmacht.(20) In september 2008 lekte ook het akkoord uit dat de NAVO met de VN sloot om de ‘internationale veiligheid te helpen garanderen’.(21) Het gaat om een ‘raamwerk voor uitgebreide consultatie en samenwerking’. Hoewel dit allemaal nog vrij vaag klinkt, lokte het akkoord boze reacties uit vanwege Rusland dat bij monde van de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, heftig protesteerde omdat de andere lidstaten niet op de hoogte werden gebracht en het akkoord in het geheim was ondertekend.(22)

Rusland en China zoeken toenadering

China kijkt met argwaan naar de trans-Atlantische ontwikkelingen. Beijing maakt zich om verschillende redenen ongerust. Ten eerste is er de groeiende aanwezigheid in Centraal- en Oost-Azië, meer bepaald in Afghanistan. Op zich is China niet persé gekant tegen de strijd die de NAVO voert tegen de Taliban, als dat een positieve invloed heeft op de stabiliteit in het westen van het eigen land, waar het kampt met een groeiende onrust onder de Islamitische Oeigoeren. Maar de aanwezigheid van de VS zorgt tegelijk voor een militaire rivaliteit. Buitenlanddeskundigen in China geloven dat de Amerikanen de succesvolle opkomst van hun land proberen tegen te gaan.(23) Ten tweede is er de samenwerking tussen de NAVO en Japan. Japan levert troepen en ondersteunende diensten voor de NAVO-operatie in Afghanistan. Sindsdien zijn de contacten uitgebreid en de belangstelling daarvoor is wederzijds. Een versterking van dat bondgenootschap vormt een potentiële bedreiging voor China, want het komt opnieuw neer op een versterking van de Amerikaanse hegemonie in de regio. Daar komt sinds maart 2007 ook het veiligheidsverdrag bij dat Japan en Australië met elkaar sloten wat een eerste stap zou zijn in de institutionalisering van de relaties met Amerika’s bondgenoten en met een versterking van de NAVO tot gevolg. Ten derde is er groeiende NAVO-belangstelling voor Afrika, waar China al enkele jaren actief is. Daarbij vormen de toegang tot olie en grondstoffen een belangrijke rol en dat brengt hen in een strategische rivaliteit met de VS. In het olierijke Soedan kwamen beide grootmachten elkaar al tegen. China en Soedan hebben nauwe banden ontwikkeld met inbegrip van een akkoord voor militaire samenwerking.(24) Die Chinese steun aan het regime in Khartoum heeft tot veel kritiek uit het Westen geleid.

Zoals we eerder al zagen wordt de sterke Amerikaanse aanwezigheid in Centraal-Azië evenmin geapprecieerd door het huidige regime in Moskou. Na de top van Boekarest (april 2008) stelde Lavrov dat de NAVO rol en functie van de Verenigde Naties aan het ombuigen was in een ‘globale unie met westerse kern’.(25) Al vanaf eind de jaren negentig begon Moskou toenadering te zoeken tot China. Beide landen liggen aan de basis van de oprichting van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO) in 2001. Het gaat om een partnerschap tussen Rusland, China en vier Centraal-Aziatische landen: Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan. Naast de pijler veiligheid is economische samenwerking een belangrijke component: onderlinge wapenhandel, energie. De veiligheidspijler onderstreept het direct militaire belang dat Rusland en China hechten aan Centraal-Azië. Terrorisme, separatisme en extremisme zijn voorname aandachtspunten. Voor sommigen binnen de NAVO vormt deze alliantie een bedreiging, voor anderen vormt ze een opportuniteit voor samenwerking om de gemeenschappelijke veiligheid via verschillende regionale veiligheidsmechanismen te verzekeren.(26)

Rusland toont zich uitermate bedreven om ook elders allianties aan te gaan. Zo ondertekende Rusland met de leden van de ASEAN (Associatie voor Zuidoost Aziatische Naties) een overeenkomst voor economische samenwerking. Een gelijkaardig samenwerkingsverband kwam er met de landen rondom de Pacific (APEC). Ook daar ruilde Rusland zijn aanvankelijk eerder passieve houding in voor een actieve opstelling en een sterk pleidooi voor de verdieping van de samenwerking op vlak van energie en transport in het Verre Oosten(27)

Ook op diplomatiek vlak schuift Rusland op naar het Oosten. Vooral tijdens ontmoetingen met China, India en Iran heeft de Russische regering gewag gemaakt van het ontstaan van een nieuwe multipolaire orde waarin landen zich onafhankelijker van het Westen kunnen opstellen. Intussen engageert Rusland zich nog in andere samenwerkingsverbanden of ontmoetingsfora, bijvoorbeeld de landengroep van de Kaspische Zee en het opgewaardeerde Collective Security Treaty Organisation (CSTO). Deze CSTO zag het daglicht op 7 oktober 2002 met de ondertekening van het Verdrag van Tashkent door Armenië, Wit-Rusland, Kazakstan, Kirgizië; Tadzjikistan en Rusland. In juni 2008 trad Oezbekistan officieel toe. Het verdrag bevat een solidariteitsclausule: een agressie tegen een van de landen wordt aanzien als een agressie tegen allen.

Het einde van de VN?

Een half jaar na de Amerikaans-Britse interventie tegen Irak uitte VN-secretaris-generaal Kofi Annan tijdens een toespraak voor de Algemene Vergadering zijn bezorgdheid over de toekomst van de Verengde Naties: ‘Dit zou het ogenblik kunnen zijn die niet minder beslissend is dan 1945, toen de Verenigde Naties werden opgericht. Een groep van breeddenkende leiders stelde regels op om het internationale gedrag te reguleren en stichtte een netwerk van instellingen met de Verenigde Naties in het centrum. Nu is het ogenblik gekomen waarop we moeten beslissen of het mogelijk is om verder te doen op de toen overeengekomen basis, dan wel of radicale veranderingen nodig zijn.’(28)

Annan richtte een panel op met zestien politieke personaliteiten die de opdracht kregen om de grootste bedreigingen en uitdagingen op het gebied van vrede en veiligheid te identificeren. Daarnaast zouden de experts moeten kijken welke collectieve acties er moet komen en bestuderen welke hervormingen van het internationaal systeem nodig zijn.(29) De secretaris-generaal van de VN zag het gevaar dat zijn organisatie hetzelfde lot zou ondergaan als de Volkenbond tijdens het interbellum.

Toen de Amerikaanse president Woodrow Wilson nog tijdens de Eerste wereldoorlog de oprichting van een Volkenbond voorstelde was het hem wellicht duidelijk dat het principe van de gelijkheid van staten niet strookte met de realiteit waarin lidstaten qua bevolkingsomvang, grootte en politieke, militaire of economische macht erg kunnen verschillen. Wat ook Wilsons beweegredenen waren, hij ging er blijkbaar desondanks van uit dat een juridisch gelijkstellen van 1 land met 1 stem werkbaar kon zijn om toekomstige oorlogen te voorkomen. Maar de geschiedenis gaf hem ongelijk. De Volkenbond functioneerde maar in de mate dat er een stilzwijgend akkoord bestond over de machtsbalans van de toenmalige tenorstaten. Het vertrek van Nazi-Duitsland maakte hieraan een einde en zorgde voor het ineenstuiken van de Volkenbond. Toen de Verenigde Naties werden opgericht kwam het 1 land -1stem principe alleen nog aan bod in de Algemene Vergadering. In de Veiligheidsraad, die bevoegd zou worden voor het bewaren van vrede en veiligheid, werd de machtsbalans via een vetorecht en een permanent lidmaatschap ingebouwd tussen de toenmalige grootmachten (VS, Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannië waarbij uiteindelijk ook China werd toegevoegd). De redenering zoals we die vaak te horen krijgen in gezaghebbende kringen is dat alleen zo’n machtsbalans de vrede kan bewaren en dat door het wegvallen van de Sovjet-Unie de wereldorde minder stabiel is geworden. Er is dus een sterk geloof dat alleen een sterke tegenmacht kan zorgen voor een zekere stabiliteit. Een dergelijke ‘bipolaire’ of bij uitbreiding ‘multipolaire’ visie op internationale verhoudingen is zelfs bon ton in Europese (centrum-)linkse kringen waar graag gepleit wordt voor een sterke Europese ‘goede’ macht, die zowel politiek, economisch als militair een tegenwicht kan vormen voor de meer imperialistisch ingestelde VS. De voorstellen die circuleren om de Veiligheidsraad te hervormen met het toevoegen van een aantal nieuwe machten passen evenzeer in die multipolaire wereld. Het begint ook de praktijk te worden, zoals we net gezien hebben, in de antwoorden die andere machten en regio’s formuleren op de uitdeinende trans-Atlantische macht. Zelfs in Latijns-Amerika circuleren er scenario’s om een militair pact te vormen.

De Duitse journalist en VN-specialist, Andreas Zumach, wijst er op dat de these van het machtsevenwicht als vredebrenger een zeer Eurocentrische lezing is van een halve eeuw Koude Oorlog.(30) Volgens hem vonden in die periode immers wereldwijd 250 oorlogen en conflicten plaats die dikwijls gepaard gingen met grove mensenrechtenschendingen. Volgens Zumach zal een multipolaire wereldorde weinig zoden aan de dijk brengen, wel integendeel. De bewapening die daar een logisch gevolg van zal zijn, kan iets als de grondstoffenstrijd alleen maar gevaarlijker maken. Een multipolaire internationale orde is m.a.w. woorden een wereld van tegenstanders die zich in een positie van machtsconcurrentie bevinden en zich militair organiseren in collectieve defensiesystemen, zoals de NAVO er een is. Zo’n wereld zou zich tot een gevaarlijke variant van de afgelopen Koude Oorlog kunnen ontwikkelen.

Zumach houdt een pleidooi voor een ‘strategische coalitie van gewillige multilateralisten’.(31) Een multilaterale wereldorde volgens het principe van de collectieve veiligheid (zie inleiding). Het is in die geest dat het Handvest van de Verenigde Naties werd opgesteld, ook al zitten er via de Veiligheidsraad multipolaire trekjes in vervat. Het klopt dat de VN er niet in geslaagd zijn om de mensheid te behoeden van ‘de gesel van de oorlog’, maar zonder de VN zouden vele van de naoorlogs conflicten wellicht nog gewelddadiger en met nog meer doden zijn afgelopen en zou er geen forum bestaan voor onderhandelingen of ontwapening. De ernstige Cuba-crisis is in 1962 grotendeels ontmijnd in de VN-Veiligheidsraad. De VN biedt ook het kader voor ontelbare afspraken en acties over mensenrechten, milieubescherming en zelfs sociale maatregelen. Het is vooralsnog ook de beste plaats voor de Noord-Zuiddialoog, de dialoog tussen arm en rijk op deze aarde.

De VN en de bepalingen van het Handvest zijn gezien de omstandigheden nog altijd het beste alternatief voor het reguleren van de internationale verhoudingen of geschillen. Dat betekent ook dat de veiligheidsdiscussie het best in dat forum wordt georganiseerd. Nu gaat de meeste aandacht naar de uitbouw van een eigen ‘veiligheidsbeleid’, de creatie van militaire instrumenten,…. Het is meer dan duidelijk dat de VN moeten hervormd en gedemocratiseerd worden, dat de VN jammer genoeg meermaals faalt in het voorkomen van gewelddadige conflicten of het laten respecteren van het internationaal recht. Maar de beste aanpak daarvan is de VN meer dan lippendienst bewijzen door er de nodige energie en bijhorende middelen voor vrij te maken en alles stemmen te horen over de aard van de hervormingen van het internationale systeem. De constructie van een parallelle ‘coalition of the willing’ van zelfverklaarde democratische staten zal onvermijdelijk tot een verzwakking leiden van de VN en wie weet zelfs het einde ervan inluiden.

De VN kunnen anders dan de NAVO, minstens het perspectief bieden voor de organisatie van een a priori antimilitaire wereldorde met aandacht voor de veiligheid van de mens en zijn/haar omgeving. In 1994 werkte de ontwikkelingsorganisatie van de VN (UNDP) zo’n kader uit aan de hand van het concept van ‘menselijke veiligheid’. In dit concept is veiligheid iets waar iedereen recht op heeft, dat niet langer als een geografisch geïsoleerde kwestie (‘collectieve defensie’) kan worden bekeken en verband houdt met zaken als honger, armoede of milieuvervuiling. Zo’n concept dwingt ons als het ware om preventief te handelen en in te werken op de grondoorzaken van gewelddadige conflicten. Een samenleving die tegemoet komt aan de basisbehoeften van alle leden ervan zal automatisch inwerken op de oorzaken van veel geweld en militaire interventieteams overbodig maken.

We beseffen heel goed dat internationale relaties altijd wel gebaseerd zullen zijn op macht, eerder dan op recht en rechtvaardigheid. Maar dat neemt niet weg dat er – louter pragmatisch gezien – al succesvolle voorbeelden zijn van Zumachs ‘strategische coalitie van gewillige multilateralisten’: de oprichting van het Internationaal Strafhof, het Kyoto-protocol als eerste stap in het aanpakken van de klimaatwijzigingen of het verbod op antipersoonsmijnen en clustermunitie, waar telkens een kleine groep aan de kar trok, die vervolgens bijgetreden wordt door andere landen. Zoals Zumach schrijft: ‘De consequente verdere uitvoering van een over de wereldregio’s heen gespannen strategie van een coalitie van gewillige multilateralisten, die voor de globale uitdagingen op het collectieve systeem van de VN inzet, is het alternatief voor de gevaarlijke pogingen om een nieuwe, militair gedefinieerde multipolaire machtsbalans in te richten. Een dergelijke coalitiestrategie zou op middellange termijn wellicht tot een zekere politieke isolatie van de VS leiden. Maar op lange termijn ligt daarin de kans voor een verandering van het politieke discours in de VS en voor een herbezinning van de Amerikaanse politiek over de voordelen van een multilaterale op samenwerking gerichte politiek.’(32)

(Uitpers, nr. 109, 10de jg., mei 2009)

Voorpublicatie uit het boek: ‘Als de NAVO de passie preekt’ van Ludo De Brabander en Georges Spriet, uitgeverij EPO ism Vrede vzw, paperback, ca. 300 pagina’s. Verschijnt midden mei 2009. meer info op www.epo.be of www.vrede.be

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=876233&refsource=uitpers

Noten:

(1) http://www.nato.int/docu/speech/2008/s080315a.html

(2) Binnen de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden beslissingen genomen volgens het financiële aandeel van elke lidstaat. Daardoor hebben de rijkste landen formeel het grootst aantal stemmen en beschikken ze bijgevolg over de grootste beslissingsmacht

(3) Williamson, John, ‘What Washington Means by Policy Reform’, in Williamson, John. Latin American Adjustment. How much has Happened ? Peterson Institute for International Economics, Washington, 2002

(4) Boland, Frank, ‘Force planning in the new NATO’ in NATO Review, vol. 46 – nr. 3, 1998

(5) Huddleston, C.S., National Security Strategy. Time For A Change? USMC, 1989

(6) Zie het artikel ‘Global NATO’ van Ivo Daalder and James Goldgeier in Foreign Affairs, September/oktober 2006; zie het artikel van Will Marshall. Taking NATO Global. Memo to the New President. Progressive Policy Institute, Washington, 15 januari 2009 (http://www.ppionline.org/ppi_ci.cfm?knlgAreaID=450020&subsecID=900194&contentID=254815)

(7) NATO, Comprehensive Political Guidance, Endorsed by NATO Heads of State and Government. Riga, 29 November, 2006, punt 1

(8) Marshall, Will, Taking NATO Global. Memo to the New President , Progressive Policy Institute, Washington, 15 januari 2009

(9) De toespraak van Jaap de Hoop Scheffer (Global NATO: Overdue or Overstretch?) van 6 november 2006 is op te vragen via http://www.nato.int/docu/speech/2006/s061106a.htm

(10) De toespraak van de Australische minister van Buitenlandse Zaken Alexander Downer (NATO in the Age of Global Challenges) van 10 februari 2007 is op te vragen via http://www.foreignminister.gov.au/speeches/2007/0701210_nato.html)

(11) Geciteerd in Marshall Marshall, Will, Taking NATO Global. Memo to the New President , Progressive Policy Institute, Washington, 15 januari 2009

(12) Lindley-French, Julian, ‘Big world, big future, big NATO’, in NATO Review, winter 2005

(13) Will Marshall. Taking NATO Global. Memo to the New President. Progressive Policy Institute, Washington, 15 januari 2009

(14) Daalder, Ivo & Goldgeier, James, ‘Global NATO’, in Foreign Affairs, September/oktober 2006

(15) NRC Handelsblad, 12 maart 2009

(16) Ikenberry, John & Slaughter, Anne-Marie, Forging a World of Liberty under Law, The Woodrow Wilson School of Public and International Affairs Princeton University, Princeton, september, 2006, p.7

(17) Naumann, Klaus, Shalikashvili, John, Inge, Lord, Lanxade, Jacques, van den Breemen, Henk Towards a Grand Strategy for an Uncertain World. Renewing Transatlantic Partnership, Noaber Foundation, Lunteren, 2007

(18) De landen van de Mediterrane dialoog zijn Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Mauritanië, Marokko en Tunesië

(19) Istanbul Cooperation Initiative, NATO Policy Document, 28 juni 2004

(20) De toespraak van Jaap de Hoop Scheffer aan de Kofi Annan International Peacekeeping Training Center van 20 november 2008 in Ghana is op te vragen via http://www.nato.int/docu/speech/2008/s081120a.html . Over de stabiliteitsmacht, zie: http://www.nato.int/issues/asf/index.html

(21) De Nederlandstalige tekst van het akkoord kan opgevraagd worden via (http://www.vrede.be/afrika_view.php?id=1404)

(22) Persbericht van RIA Novosti, 9 oktober 2008

(23) Van der Putten, Frans Paul, ‘De betekenis van de China’s opkomst voor de NAVO’, in Internationale Spectator, jg 61, nr 7/8, juli-augustus 2007

(24) Van der Putten, Frans Paul, ‘De betekenis van de China’s opkomst voor de NAVO’, in Internationale Spectator, jg 61, nr 7/8, juli-augustus 2007

(25) Persbericht interfax, 17 april 2008

(26) Lagrange Tim, ‘De SCO, een papieren tijger of de NAVO van het oosten?’ in Vrede, nr 391, mei-juni 2008

(27) Holslag, Jonathan, ‘Ruslands geopolitieke spreidstand’ in Uitpers, nr.86 op www.uitpers.be

(28) Annan, Kofi, Secretary-General’s address to the General Assembly, New York, 23 september 2003

(29) Vandervelden, Tine, ‘Veiligheid als mondiaal publiek goed’, in Lesage, Dries (red), Het beheer van de wereld, Academia Press, Gent, 2006, p.48-49

(30) Zumach, Andreas, Die kommende Kriege. Ressourcen, Menschenrechte, Machtgewinn – Präventivkrieg als Dauerzustand?, Kiepenheuer & Witsch, Keulen, 2005, p.156-157

(31) Zumach, Andreas, Die kommende Kriege. Ressourcen, Menschenrechte, Machtgewinn – Präventivkrieg als Dauerzustand?, Kiepenheuer & Witsch, Keulen, 2005, p.164-169

(32) Zumach, Andreas, Die kommende Kriege. Ressourcen, Menschenrechte, Machtgewinn – Präventivkrieg als Dauerzustand?, Kiepenheuer & Witsch, Keulen, 2005, p.169

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 75 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook