De mythe van de Israëlische vredeswil

Zoals bekend is bij de in de bezette Palestijnse gebieden gehouden presidentsverkiezingen dd 9-1-2005 de reeds eerder gedoodverfde opvolger van de op 11 november overleden Palestijnse president Arafat, de voormalige premier Mahmoed Abbas, met een grote meerderheid van stemmen tot president gekozen.

Aangezien Abbas zich reeds in het verleden meerdere malen heeft uitgesproken voor verregaande concessies tav Israël, zoals het beëindigen iedere vorm van verzet, ook de internationaal gelegitimeerde aanvallen op het Israëlische bezettingsleger zonder overigens de eis tot enigerlei concessie van de zijde van Israël, is het niet verwonderlijk, dat zijn keuze als president zeer verwelkomd is door zowel Israël als zijn belangrijkste bondgenoot, de VS.

Zo sprak een Israëlische hoge regeringsfunctionnaris onlangs de hoop uit, dat het aantreden van Abbas een nieuw tijdperk van vrede voor het Midden-Oosten zou inluiden, waarbij het Palestijnse volk het pad van het compromis en de dialoog zou inslaan. Eveneens deed tezelfdertijd de Amerikaanse president Bush de uitspraak, dat met het aantreden van Abbas nieuwe kansen voor de vrede gegeven werden.

Om aan de door Israël en de VS gestelde eisen tot beëindiging van het gewapende Palestijnse verzet tegemoet te komen heeft Abbas inmiddels kort na twee militaire aanvallen van Palestijnse militante groepen op Israëlische doelen, waarna Israël dreigde verdere eventuele vredesonderhandelingen stop te zetten, niet alleen een groot aantal veiligheidstroepen naar Noord-Gaza gestuurd, maar daarenboven jongstleden een maatregel uitgevaardigd, waarbij het aan Palestijnse burgers verboden is wapens te dragen, hetgeen de facto inhoudt een eis tot ontwapening van de Palestijnse militante groeperingen zoals Hamas, Jihad, Al-Aqsa Martelarenbrigades en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. Bovendien zou Abbas volgens Israëlische berichten een 30 dagen durend eenzijdig bestand hebben afgedwongen van Hamas en Jihad.

Als reactie hierop heeft de Israëlische premier Sharon verklaard, dat de tijd rijp is voor een doorbraak met de Palestijnen.

Niet alleen is in dezen opvallend, dat er door Abbas geen enkele eis tot concessie aan Israël gesteld wordt, daarenboven worden Israëlische legeracties in dorpen en vluchtelingenkampen gecontinueerd. Zo is er recentelijk sprake geweest van grootschalige Israëlische legeracties in dorpen en vluchtelingenkampen in zowel Gaza als de Westelijke Jordaanoever, hetgeen leidde tot willekeurige beschietingen op burgers en huizen met als gevolg een aanzienlijk aantal doden en gewonden.

A Israëlische vredeswil:

Zowel in berichtgeving door de gangbare Westerse media als door Amerikaanse en Europese politici gedane uitspraken wordt nog steeds ten onrechte de indruk gewekt, dat de vredeswil voornamelijk aan Israëlische kant aanwezig is en de Palestijnen hiertoe het belangrijkste struikelblok vormen.Een nadere analyse van de tot nu toe gevoerde vredesonderhandelingen geeft echter een heel ander beeld van de vermeende Israëlische vredeswil:

1 Bezetting:

Uiteraard zijn de Israëlische vredesonderhandelingen niet los te zien van de reeds 37 jaar durende Israëlische bezetting durende Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden de Westelijke Jordaanoever, het Gazagebied en Oost-Jeruzalem ondanks de in november 1967 aangenomen VN-Veiligheidsraadsresolutie 242, die Israël opriep zich terug te trekken uit de in de juni-oorlog in 1967 veroverde gebieden, waaronder de genoemde Palestijnse gebieden.

2 Nederzettingenpolitiek:

Hierbij komt nog los van de inherent aan de bezetting zijnde mensenrechtenschendingen en als reactie hierop het verzet, eveneens de complicerende factor van de sinds eind zestiger jaren door opeenvolgende Israëlische regeringen gestarte nederzettingenpolitiek in de bezette Palestijnse gebieden, die in strijd is met het Internationaal Recht [artikel 49, 4e Conventie van Geneve] en zowel in VN-Veiligheidsresoluties [dd 1979] als in een aantal VN en EU-verklaringen en verklaringen van internationale politici als zodanig is veroordeeld.

Deze nederzettingenpolitiek is daarenboven gepaard gegaan met massale landonteigeningen, die in de loop der jaren hebben geleid tot meer dan 100.000 Palestijnse daklozen, hetgeen niet alleen humanitair gezien onacceptabel is, maar eveneens in strijd met het Internationaal Recht, dat onteigening en vernietiging van land, huizen en andere bezittingen van ”beschermde personen” [mensen, die leven onder een bezetting] verbiedt [artikel 53, 4e Conventie van Geneve]

Desondanks continueert Israël deze nederzettingenpolitiek tot op heden, getuige de recente uitbreidingen op de Westelijke Jordaanoever.

3 Recht op terugkeer Palestijnse vluchtelingen’

Evenmin weigerde Israël het recht van terugkeer te erkennen van de meer dan 750.000 autochtone Palestijnse inwoners, die in de oorlog van 1948 door Israëlisch-zionistische milities uit Israël [het oorspronkelijke historisch-Palestina] waren verdreven ondanks de aanname van VN-Algemene Vergaderings resolutie 194 dd 1948 [mbt het recht op terugkeer Palestijnse vluchtelingen]

B Vredesonderhandelingen:

1 Oslo:

Gezien tegen het licht van bovenstaande feiten moge het duidelijk zijn, dat het niet-naleven van het Internationaal Recht in dezen geen basis kon vormen voor een serieuze vredesregeling.

Ook de in de negentiger jaren gesloten Oslo-accoorden boden in dezen geen oplossing.

Er was namelijk slechts sprake van een zeer beperkte autonomie in de zogenaamde A-gebieden [delegering bestuurs en politionele taken naar de Palestijnse Autoriteit] , voornamelijk bestaand uit de acht grote Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever en 60 procent van Gaza , terwijl er in de B en C gebieden respectievelijk sprake was van een gedeeltelijke [B gebieden, bestaande uit 450 Palestijnse dorpen op de Westbank] en gehele militaire Israëlische controle [C gebieden, bestaande uit nederzettingen in de West-Bank en het Gaza gebied, inclusief Israëlische militaire kazernes].

Evident was in dezen, dat bij deze Oslo-accoorden geen sprake was van de daadwerkelijke beëindiging van de Israëlische bezettings- en nederzettingenpolitiek en dat als zodanig van het ontstaan van een onafhankelijke Palestijnse Staat geen sprake was.

2 Camp David:

Toen eveneens de Camp-David onderhandelingen in 2000 tussen Barak en Arafat mislukt waren, voornamelijk vanwege de door Barak gestelde eis tot annexatie van 69 nederzettingen door Israël en de ”tijdelijke” Israëlische controle over een onafhankelijke Palestijnse Staat, uiteraard een internationaalrechtelijk onverenigbaar concept en de eis van Barak tot het opgeven van het het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen, werden de onderhandelingen nieuw leven ingeblazen met de Routekaart voor de Vrede

3 Routekaart voor de Vrede:

Opvallend aan de door de VN, de EU, de VS en Rusland voorgestelde Routekaart voor Vrede, die op 4 juni 2003 werd aangekondigd op de top in Aqaba was, dat ook hierin niet werd gesproken van het einde van de Israëlische bezetting en nederzettingenpolitiek, maar in hoofdlijnen slechts van het bevriezen van de Israëlische nederzettingenbouw enerzijds en het staken van Palestijnse militaire acties anderzijds [waaronder ook verstaan werd de internationaal gelegitimeerde aanvallen op het Israëlische leger].Tijdens de onderhandelingsfase werd echter de Israëlische nederzettingenbouw gecontinueerd ondanks de in de Roadmap gemaakte afspraken.

Aan de andere kant was het opvallend, dat er gedurende deze onderhandelingsfase van Palestijnse kant geen sprake was van enige zelfmoordaanslag op Israëlische burgers, maar slechts van militaire aanvallen op het Israëlische leger, terwijl Israëlische militaire acties, die in strijd waren met het Internationaal Recht zoals huisvernietigingen, de liquidaties van Palestijnse leiders en activisten, het willekeurig schieten op burgers en het tegenhouden cq schieten op ambulances gewoon doorgang vonden.

4 Hudna:

Verder is het signifcant dat tijdens de eenzijdig door Hamas en Jihad afgekondigde Hudna dd 29 juni 2003 [staakt-het-vuren-periode] waarin Israël impliciet had gesteld, althans gedurende deze periode geen liquidaties op Palestijnse leiders en activisten uit te voeren, de genoemde Palestijnse organisaties zich aanvankelijk inderdaad redelijk goed aan dit staakt het vuren hielden, hetgeen het respect en de goedkeuring uitlokte van de Israëlische generaal Eizenkot.

Van Israëlische zijde echter werd het geweld gecontinueerd in de vorm van schietincidenten bij controleposten, waarbij enkele Palestijnen gedood worden, een aantal militaire aanvallen op vluchtelingenkampen [o.a. Jenin en Rafah] waarbij gewonden vallen en het beschieten van een vreedzame demonstratie van de internationale vredesorganisatie International Solidarity Movement.

De liquidatie van een Hamas-leider in het vluchtelingenkamp Askar bij Nablus dd 8-8 2003, waarbij hij en een andere activist omkomt en de daaropvolgende dag twee andere Palestijnen, maakte definitief een einde aan de Hudna, waarbij er helaas opnieuw een aantal zelfmoordaanslagen worden gepleegd. Het moge duidelijk zijn, dat Israël ook bij het mislukken van de hudna een zeer bepalende rol gespeeld heeft.

C Muurbouw:

De politiek-humanitaire implicaties van de Muurbouw, die niet alleen tot verdergaande annexatie van bezet Palestijns land heeft geleid, maar eveneens tot verdere Palestijnse landonteigeningen en economische isolatie van Palestijnen, zijn bekend, evenals de ICJ-veroordeling in dezen, die door de Algemene Vergadering van de VN met een grote meerderheid van stemmen is overgenomen met de unanieme EU steun voor de betreffende Algemene Vergadering resolutie.Het moge duidelijk zijn, dat ook de door Israël gecontinueerde Muurbouw iedere serieuze vredesregeling in dezen zal ondergraven.

D Recente Israëlische mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden:

Eveneens is evident, dat het Israëlische leger zich de afgelopen maanden tot op heden heeft schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal oorlogsmisdaden cq mensenrechtenschendingen.

Zo zijn in october bij grootscheepse Israëlische legeracties in Noord-Gaza meer dan 115 Palestijnen gedood en meer dan 432 mensen gewond geraakt. Het grote aantal burgerdoden is het gevolg van het willekeurig schieten op burgers dor het Israëlische leger, hetgeen verboden is volgens het Internationaal Recht [4e Conventie van Geneve] dat stelt dat bij iedere militaire actie duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen combatanten [militairen en strijders] en non-combatanten [burgers] en in het geval van in elkaar overlopende situaties [de aanwezigheid van strijders in burgerdoelen] optimale veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de burgerbevolking in acht genomen dienen te worden, hetgeen is nagelaten door het Israëlische leger, met alle fatale gevolgen van dien.

Eveneens zijn bij deze militaire acties meer dan 70 huizen vernietigd, hetgeen eveneens in strijd is met het Internationaal Recht [artikel 53, 4e Conventie van Geneve] waarbij meer dan 300 mensen dakloos zijn geworden. In de periode dd 21-11 tot 6-12 is er eveneens sprake geweest van een aantal grootschalige Israëlische militaire invallen in Palestijnse vluchtelingenkampen bij Bethlehem, Hebron, Ramallah, Tulkarem [in de Westelijke Jordaanoever] alsmede in Rafah en Khan Younis [Het Gaza-gebied] waarbij niet alleen sprake is geweest van een groot aantal arrestaties, maar eveneens van willekeurige beschietingen op Palestijnse burgers waardoor een aantal mensen gewond geraakt is.

Eveneens is er bij deze aanvallen sprake geweest van huisvernietigingen en de vernietingen zowel onteigeningen van Palestijnse olijfvelden.

Ook in de maand januari is er veelvuldig sprake geweest van Israëlische militaire aanvallen op vluchtelingenkampen en woonwijken in zowel Noord als Zuid-Gaza, hetgeen tot nu toe geleid heeft tot meer dan 53 doden en 79 gewonden. Eveneens zijn vanaf bovengenoemde periode tot heden de Israëlische liquidaties op Palestijnse leiders, die internationaal herhaaldelijk zijn veroordeeld [door de Franse president Mitterand, de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw en andere internationale politici als de secretaris van de VN, Kofi Annan alsmede mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch] eveneens gecontinueerd.

Uit bovenstaande moge duidelijk worden, dat er van Israëlische zijde zowel betreffende de weigering tot naleving van het Internationaal Recht bij de vredesonderhandelingen, de Muurbouw als de gecontinueerde militaire acties met daaraan inherent een aanzienlijk aantal mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden grote blokkades worden opgeworpen bij de tot standkoming van de vrede.

E Oplossingsstrategie conflict

Wanneer bij de aanstaande tussen Abbas en Sharon te voeren onderhandelingen de meest essentiële struikelblokken tot de oplossing van het conflict, namelijk de Israëlische bezetting en nederzettingenpolitiek, de Muurbouw, de Israëlische weigering tot erkenning van het Palestijnse recht op terugkeer en de weigering tot medewerking aan de oprichting van een levensvatbare Palestijnse Staat geen serieuze inzet zijn bijn de vredesbesprekingen en slechts aan Palestijnse zijde eisen gesteld worden, zal een en ander slechts leiden tot verdergaande ontgoocheling en rechteloosheid van het Palestijnse volk en een verdergaande escalatie van het conflict.

(Uitpers, nr. 61, 6de jg., februari 2005)

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :