De Myanmar junta blijft dood en vernieling zaaien

Myanmar is verwikkeld in geweld en burgerlijke onrust sinds het leger de gekozen regering van Aung San Suu Kyi met een staatsgreep verdreef. De aanvankelijk wijdverbreide vreedzame protesten werden door het leger en de politie met dodelijk geweld neergeslagen. De geweldloze oppositie is sindsdien veranderd in gewapend verzet en het land is afgegleden in wat sommige VN-experts karakteriseren als een burgeroorlog. Volgens de VN zijn meer dan 1 miljoen mensen op de vlucht voor het geweld. In de eerste zes maanden na de staatsgreep van het Myanmarese leger in februari 2021, zijn burgers vermoord, gevangengenomen, gemarteld, verdwenen, gedwongen ontheemd en vervolgd, zoals gedocumenteerd in een gedetailleerd rapport van Fortify Rights en het Schell Centre for International Human Rights aan de Yale Law School. Het rapport stelt dat deze daden neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid.

Executie door ophanging

De executies van vier politieke gevangenen door de illegale militaire junta in Myanmar hebben ook sommige westerse media en regeringen voor korte tijd beroerd. Zelfs de VN-Veiligheidsraad met inbegrip van China en Rusland, veroordeelde de executies. Ook de G-7 volgden. Ze stelden dat de executies de “minachting” voor het verlangen van het Myanmarese volk naar democratie weerspiegelt. Deze executies van vier politieke gevangenen, in weerwil van internationale oproepen, zet Myanmar tientallen jaren terug, werd gesteld. Het wrede en inhumane karakter van de militaire junta werd nogmaals bevestigd toen de families vroegen of ze de lijken mochten ophalen na de ophanging. De junta verklaarde dat ze volgens de wet niet verplicht waren om de lichamen vrij te geven.“Deze executies zijn niets anders dan verschrikkelijke daden van een meedogenloze junta die geen scrupules heeft getoond om een oorlog te voeren tegen de Myanmarese bevolking om haar macht te versterken. De wereldgemeenschap, en alle ASEAN-leden in het bijzonder, zouden deze koelbloedige moorden moeten beschouwen als een zoveelste wake-up call over de ware aard van het terreurregime dat het leger van Myanmar probeert op te leggen in het land,” zei Eva Sundari, voormalig lid van het Indonesische Huis van Afgevaardigden en bestuurslid van ASEAN-parlementariërs voor de mensenrechten (APHR). Bij monde van woordvoerder generaal Zaw Min Tun pochte de junta in haar antwoord over het rechtssysteem van de junta en beweerde dat de vier gevangenen hun “volledige rechten” genoten en “zich mochten verdedigen voor de rechtbank”.

De vraag is wat dit betekent voor de rest van de wereld, — inclusief India, China, Rusland en ASEAN –, en hun betrokkenheid bij de junta? De ernst van de situatie wordt nog vergroot door het feit dat het Myanmar-regime 41 extra politieke gevangenen wil executeren, en gezien de huidige situatie heeft het militaire regime van Myanmar niets te verliezen bij de procedure. “Wanneer de principes van beschaafde samenlevingen worden aangevochten, is dat niet alleen een daad van verzet tegen de principes in kwestie, maar ook een demonstratie van minachting voor de beschaving zelf”, stelt Youk Chhang, een overlevende van de ‘killing fields’ van de Rode Khmer, in de gezaghebbende The Diplomat.

Landmijnen

Amnesty International heeft het leger van Myanmar beschuldigd van het plegen van wijdverbreide gruweldaden in Kayah, in het oostelijke deel van het land. De organisatie spreekt van oorlogsmisdaden die waarschijnlijk misdaden tegen de menselijkheid zijn. “Het gebruik van landmijnen door het leger van Myanmar is weerzinwekkend en wreed. In een tijd waarin de wereld deze inherent willekeurige wapens voor een overweldigende meerderheid heeft verboden, heeft het leger ze in de tuinen, huizen en zelfs trappenhuizen van mensen geplaatst, evenals rond kerken”, stelt Matt Wells, adjunct-directeur Crisis Response van Amnesty International, in een verklaring.

In het rapport van Amnesty staat dat er landmijnen zijn ingezet in ten minste 20 dorpen in Kayah. Ook de Karenni Human Rights Group beschuldigde eerder deze maand legertroepen van het planten van landmijnen in dorpen en nederzettingen in de staat Kayah. Dorpelingen wiens levensonderhoud afhankelijk is van het werken op hun velden, leven in vootdurende angst vanwege de aanwezigheid van deze landmijnen.

Eerder meldde UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, dat landmijnen en niet-ontplofte munitie kinderen hebben verminkt of gedood in veel regio’s van het land, met het grootste aantal slachtoffers in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar. Afgezien van het directe gevaar, kan het planten van landmijnen voorkomen dat mensen die geweld ontvluchten terugkeren naar hun huizen en velden, merkte Amnesty International op. “Het leger lijkt systematisch landmijnen te leggen in de buurt van waar het is gestationeerd en in gebieden van waaruit het zich terugtrekt”.

Thailand

De Thaise regering lijkt steeds meer medeplichtig aan het dodelijke schrikbewind van de Myanmarese junta. Op 30 juni heeft een vliegtuig uit Myanmar, geïdentificeerd als een MiG-29 van Russische makelij, het Thaise luchtruim geschonden tijdens een bombardement in het oosten van Myanmar. De inval van de jet leidde tot de evacuatie van huizen en klaslokalen in het Phop Phra-district in de Thaise provincie Tak. Video’s genomen vanaf Thais grondgebied en gedeeld op sociale media tonen Myanmar-jets die dorpen beschieten en bombarderen in de Karen staat, waar dodelijke gevechten woeden tussen de junta-troepen en legers onder controle van de etnische Karen National Union en de anti-coup People’s Defense Forces (PDF). Als reactie daarop heeft de Thaise luchtmacht twee van haar eigen straaljagers uitgestuurd en heeft de Thaise ambassade in Yangon naar verluidt een diplomatieke waarschuwing aan de junta doorgegeven.

Als reactie op het incident zei de Thaise premier Prayut Chan-o-cha op zijn typische nonchalante en autoritaire wijze dat de inbreuk op de Thaise soevereiniteit “geen probleem” was. Zo wil de Thaise regering de omvang van de gruweldaden en humanitaire rampen die zich in Myanmar ontvouwen bagatelliseren en verdoezelen.

Slechts een dag voordat het Myanmar-vliegtuig ervoor zorgde dat Thaise schoolkinderen in paniek op de vlucht sloegen, was een delegatie van het Royal Thai Army in Naypyidaw handen aan het schudden en geschenken aan het uitwisselen met Senior Gen. Min Aung Hlaing, de leider van de genocidale junta. Terwijl de Thaise autoriteiten ‘business as usual’ lijken te promoten met het criminele regime van Min Aung Hlaing, betalen de mensen van Myanmar en grensgemeenschappen in beide landen de prijs.

De wanhopige situatie voor de burgers van Myanmar is verergerd door het optreden van de Thaise autoriteiten. Gedwongen om in de schaduw te leven, niet in staat om een wettelijke status te verkrijgen en geconfronteerd met afnemende steun en middelen, hebben Myanmar-vluchtelingen in Thailand melding gemaakt van afpersing en willekeurige arrestatie en detentie. Het Thaise buitenlands beleid ten aanzien van Myanmar is op dit moment aantoonbaar geëvolueerd van opzettelijke blindheid tot medeplichtigheid aan massale gruweldaden, stelt The Diplomat.

Zelfs de voormalig Thaise minister van Buitenlandse Zaken, Kasit Piromya, argumenteert in The Diplomat dat de executies moeten dienen als een wake-up call voor ASEAN-lidstaten om te stoppen met hun neutraliteit tussen een moorddadige militaire junta en de bevolking van Myanmar, en dringt er bij hen op aan om krachtige maatregelen tegen de eerstgenoemden te nemen en de oppositie-regering van nationale eenheid van Myanmar (NUG) te erkennen.

Uitspraak van het Internationale Gerechtshof in Den Haag

Op vrijdag 22 juli heeft het Internationaal Gerechtshof definitief geoordeeld dat Gambia bevoegd is om haar zaak tegen Myanmar voort te zetten wegens de genocide op de Rohingya. Gambia maakte de zaak aanhangig op 11 november 2019, een jaar na het bezoek van de Gambiaanse minister van Justitie Abubacarr Tambadou, die een verleden heeft als aanklager van het Internationaal Gerechtshof rond de genocide in Rwanda. Het is de eerste keer dat een zaak op grond van het Genocideverdrag is aanvaard uit een land dat geen directe band heeft met de vermeende misdaden – en dit resulteerde in een tegenstem van de Chinese rechter Xue Hanqin. Zij was het eens met het tweede bezwaar van de junta dat stelde dat “de verzoeker een territoriaal, nationaal of een andere vorm van verband moet hebben met de vermeende daden”.

Alle 16 rechters verwierpen unaniem de drie andere bezwaren van Myanmar. Het is vermeldenswaard dat, hoewel Myanmar nu wordt vertegenwoordigd door een door de junta geleid juridisch team, de bezwaren in kwestie dezelfde zijn die werden ingediend onder de regering van de National League for Democracy in 2020.

Nu de zaak dus groen licht heeft gekregen, zal het waarschijnlijk nog een aantal jaren duren voordat echte vooruitgang kan geboekt worden.

Een ‘moordregime’

Coupleider Min Aung Hlaing heeft van Myanmar een moordrepubliek gemaakt, beweert David Scott Mathieson in The Irrawaddy: “De executie van vier dissidenten was niet nodig om te weten dat het regime van de coupleider, opperste generaal Min Aung Hlaing, nu in dezelfde categorie valt als het Irak van Saddam Hoessein of een Latijns-Amerikaanse dictatuur in de jaren tachtig. Dat had duidelijk moeten zijn sinds de dag van de staatsgreep, gezien zijn tien jaar durende moordpartij tijdens de zogenaamde ‘overgang’. Maar het Myanmar van Min Aung Hlaing is een nieuwe categorie van repressieve militaire junta: een moordrepubliek”. Hij hoopt dat “Min Aung Hlaing en zijn clique uiteindelijk voor de rechter zullen komen te staan. Het zou idealiter humanistischer moeten zijn dan hoe de moordenaars van de SAC (de junta) de bevolking van Myanmar hebben behandeld. Tegen een muur staan voor een vuurpeloton. Dat is waar tirannen bang voor moeten zijn”.

Deel dit artikel

Visited 147 Times, 8 Visits today

Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)