De moslim als nieuwe vijand

“Moslimprotesten politiek gemanipuleerd”, zo schreven verscheidene kranten en lieten ook vele omroepen horen naar aanleiding van de protesten in de hele islamitische wereld tegen de racistische Deense Mohammed-cartoons. Deense moslims werd verweten dat ze de publicatie van de cartoons niet hadden verzwegen, maar internationaal doorgespeeld. De media verzwegen echter dat de islamofobie van de laatste jaren ook geen spontaan fenomeen is, maar vakkundig gedirigeerd en gemanipuleerd wordt.

Het was in de zomer van 1993 dat de Amerikaanse professor Samuel P. Huntington in het prestigieuze Amerikaanse blad voor internationale politiek, Foreign Affairs, zijn ophefmakend artikel “Clash of Civilizations” publiceerde. In dit in wezen racistische artikel werden de islamitische en boeddhistische wereld (waarmee vooral China werd geviseerd), tot de nieuwe vijanden van de christelijke westerse wereld uitgeroepen. Prof. Huntington werkte zijn artikel verder uit tot een boek, dat in 1996 werd gepubliceerd. Het idee had inmiddels zijn weg gevonden naar de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), zoals bleek uit de verklaring van toenmalig NAVO-secretaris-generaal Willy Claes, in 1995, dat het moslimfundamentalisme de grootse bedreiging voor Europa was.

Waarom werden de islam en de moslims plots in het vizier genomen? Eenvoudigweg omdat door het verdwijnen van de Sovjet-Unie de traditionele vijand was weggevallen en er, om de voortdurende bewapeningsuitgaven te rechtvaardigen, een vervanger moest worden gevonden. Ook omdat er aanleiding moest zijn voor het voortzetten van het westers imperialisme. Establishment-intellectuelen, -denktanks en –journalisten werden daarbij, al dan niet tegen betaling, met succes ingeschakeld.

De demonisering van de moslims werd ook vergemakkelijkt door de breuk tussen het Westen en de moslimfundamentalisten, die samengewerkt hadden in o.m. Afghanistan en Bosnië en door het feit dat er in de hele moslimwereld heel wat rancune was gegroeid ten gevolge van het westers imperialistisch optreden (o.a. in Palestina en Irak). Met andere woorden, de demonisering werd makkelijk mogelijk omdat het Westen het doelwit werd van terroristische acties van moslim-groepen, die het directe gevolg waren van dit optreden. .

Zoals voorspelbaar werd die westerse propaganda-oorlog, die tot “oorlog tegen het terrorisme” werd gedoopt, op hier en daar een uitzondering na, slaafs gevolgd door de media. Zoals zij vroeger al de interventiepolitiek overal ter wereld gesteund hadden in naam van de “beschaving” (“the white man’s burden” of “la mission civilisatrice” zoals Britten en Fransen dat mooi wisten te verkopen), in naam van de “oorlog tegen de drugs”, in naam van de “bestrijding van het goddeloze communisme”, omwille van “humanitaire” redenen (de zgn. humanitaire interventie) en nu in naam van de “oorlog tegen de terreur”. “Mainstraim” is het huidige ordewoord in de pers, bij o.m. De Standaard, dit wil zeggen: volgen wat de westerse leiders zeggen, zonder enige kritische blik.

In plaats van de redenen van de antiwesterse activiteiten te zien in het westers imperialisme en het daarmee gepaard gaande manifeste onrecht (zo steunt de Belgische premier Guy Verhofstadt blijkens een interview met de krant Haaretz vorig jaar openlijk het racisme van de joodse staat Israël tegenover zijn niet-joodse burgers), durven sommige bewindsvoerders en journalisten beweren dat de aanslagen ingegeven zijn door haat tegen “onze waarden”. Bullshit van de ergste soort! Wat die waarden zijn wordt nergens duidelijk gespecificeerd. Eén van die waarden zou de persvrijheid zijn, terwijl juist die vrijheid in de westerse wereld steeds verder afkalft. Meer en meer worden journalisten “de stem van hun meester”. Onlangs schijnt nog een journalist van De Standaard in een tv-uitzending gezegd te hebben dat dit normaal is. De broodheer is ook de man die mag bepalen wat er al dan niet in de krant komt. Redactionele vrijheid wordt meer en meer een fictie. Zeker ook nu de concentratie van de pers steeds groter wordt en ze in handen komt van groepen met in de eerste plaats industriële belangen (Umicore in het geval van De Standaard bv.).

Maar persvrijheid is iets dat steeds ritueel kan worden ingeroepen als men over de schreef gaat terwijl men er wel duidelijk zal voor zorgen binnen de perken te blijven als het over andere groepen mensen gaat. En wat het buitenland betreft, wordt persvrijheid door het Westen in het geheel niet geapprecieerd. Zo is Al-Jazeera in Irak door de Amerikanen gebombardeerd en overwoog de Amerikaanse president Bush zelfs het hoofdkwartier van de zender in Qatar plat te laten leggen uit onvrede met de berichtgeving over Irak. Het is ook geen geheim dat westerse diplomaten in de Arabische en moslimlanden constant protesten indienen over cartoons in de lokale kranten. Persvrijheid is er uit den boze.

Het lijdt geen twijfel, om het enigszins overtrokken te zeggen, dat de Deense premier Rasmussen onmiddellijk de leiders van de joodse gemeenschap zou hebben ontvangen en onverbloemd zijn veroordeling zou hebben uitgesproken mocht de Deense cartoonist in plaats van de profeet Mohammed een rabbijn met een bom onder zijn keppeltje hebben afgebeeld. Om nog verder te overdrijven, hij zou onmiddellijk het vliegtuig naar Israël genomen hebben om een knieval te gaan doen bij interim-premier Ehud Olmert, nochtans lid van een partij die tot voor kort openlijk opkwam voor de verdrijving van alle Palestijnen. En de Deense justitie zou zonder verwijl de tekenaar en de krant Jylland-Posten voor de rechtbank hebben gedaagd. Javier Solana, die belast is met het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, en die ook een uitgesproken voorstander is van Israël als “joodse staat” (een discriminerende staat, want niet de staat van al zijn burgers), zou de cartoons in scherpe bewoordingen hebben veroordeeld.

Er is een duidelijk normvervaging en partijdigheid. Op politiek niveau kan de eerste de beste minister in België het zich veroorloven straffe uitspraken te doen over de moslims en de islam, ze zelfs gewoon verdacht te maken en plannen maken om de islam onder curatele te stellen.

In de pers is de normvervaging zowat algemeen geworden. De krant De Morgen schrijft wel over “kut-Marokkaantjes” maar zal zich wel hoeden om te spreken van “kut-joodjes” omdat de krant verdomd goed weet, dat dit haar als racisme (in zijn antisemitische vorm) zal worden aangerekend. Het dagblad De Standaard voert al jaren een hetze tegen de islam, waardoor het op de lijn van het Vlaams Belang zit. De krant beweert dat het enkel over de godsdienst gaat, niet over de moslims, de belijders ervan. Maar de krant zal er wel voor opletten niet het jodendom, de joodse godsdienst, aan te pakken alhoewel die op zijn zachtst gezegd ook uiterst vrouwonvriendelijk is, omdat zij zeer goed weet dat er al snel een klacht van antisemitisme zal volgen. In het geval van de Jylland-Posten is dat overduidelijk: cartoons over de christelijke godsdienst werden eerder geweigerd en toen de hoofdredacteur van de cultuurbijlage, Flemming Rose, dacht zijn Mohammed-blunder door cartoons over joden te compenseren, kon ook dat niet.

Een mooi voorbeeld van normvervaging verscheen in het populaire stripverhaal “Suske en Wiske” in De Standaard in 2004. In het verhaal “De breinbrekers” wordt een stereotiep, tot en met de kromme neus van een persverse, op macht beluste Arabier opgevoerd, die van een bende schurken voor 100 miljoen dollar een wapen wil kopen om burgers voor zijn doeleinden tot “koelbloedige killers” om te vormen.

Geen mens die daar graten in zag. Neem nu de keffieh van de man weg en vervang die door een keppeltje en pijpekrullen langs zijn oren. Dit zou nooit in De Standaard zijn verschenen of uitgegeven in een album. Indien het per vergissing toch was verschenen, zouden politici en ministers onverwijld een strenge veroordeling hebben uitgesproken, tekenaar Marc Verhaegen zou al een jaar eerder ontslagen zijn bij Studio Vandersteen, de redactie van De Standaard zou zich in alle toonaarden hebben verontschuldigd en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding zou onmiddellijk klacht hebben ingediend bij het gerecht. Nu nam niemand bij dit Centrum daar ook maar enige aanstoot aan (het is weinig waarschijnlijk dat niemand De Standaard leest bij het Centrum) en toen het enige tijd later attent werd gemaakt op die racistische cartoon, bleef elke reactie uit. Het Centrum heeft overigens al meer dan eens toegegeven dat het meer oog heeft voor antisemitisme dan voor andere vormen van racisme.

Er worden dus duidelijk twee maten en gewichten gehanteerd. Als het om kritiek op de islam en de moslims gaat, gaat het om “persvrijheid”. In het geval van jodendom en joden is het antisemitisme. Het is dan ook in dit kader dat de woede van de moslims wereldwijd begrepen moet worden. Zolang die dubbele maatstaf wordt gehanteerd zullen er problemen rijzen. Op zichzelf moeten spotprenten mogelijk zijn, op alles en nog wat. Blasfemie moet kunnen, maar dan ten overstaan van alles, zonder enige uitzondering. Maar daar zijn we in het Westen nog lang niet aan toe.

(Uitpers, nr. 73, 7de jg., maart 2006)

Visited 14 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).