De Morgen en Iran – Lang leve Mir Hossein Mousavi!

Dat het voor de redactie Buitenland van De Morgen drukke dagen geweest zijn is duidelijk. De voorbije presidentsverkiezingen en de daarop georganiseerde rellen brachten Iran terug volop in de media. En ook nu weer werden alle registers in de Westerse media opgezet, president Ahmadinejad is een extremist, een fundamentalist, een terroristenvriend, een verknoeier van de economie, een dictator.

De Britse journalist Robert Fisk ontdekte voor de gelegenheid zelfs een nieuwe term: democrator, wat dan vermoedelijk een soort dictator is die regeert via een nepdemocratie. Ook De Morgen deed hier flink mee. Een poging tot analyse.

Bij het analyseren van de berichtgeving van de krant in de week na de verkiezingen is het daarbij vooral belangrijk te zien naar wat men niet schrijft en minder naar wat men schrijft. In het handboek van de propaganda is dat immers een cruciaal element. Alles wat niet past in het beeld wordt daarbij verzwegen, onder het Iraans tapijt geveegd. Kwestie van het politieke doel te bereiken, het zwart maken van de tegenstander.

Westers imperialisme

Waar men bijvoorbeeld tevergeefs naar zoekt is een degelijk beeld van de relatie van Iran met de EU en de VS. Het enige ogenblik dat er over die rol van de VS en de EU iets negatiefs wordt gezegd is in het stuk “De Opperste Leider is bovenal een volger” (29) ‘… tegen de Westerse imperialistische machten, die Iran al een eeuw aan het leegzuigen waren.’ En ‘Ze vervulde hem (Khamenei nvdr.) met haat jegens Israël en de VS. De Savak, de geheime politie van de Sjah, die hem aan menige foltering onderwierp, werd immers opgeleid door de CIA en de Mossad.” En daar blijft het in wezen bij.

Steevast wordt er echter gezwegen over de huidige situatie of over wat er de voorbije decennia gebeurde. Dat de VS, Israël en Groot-Brittannië massa’s geld pompen in het pogen omverwerpen van het regime wordt nergens verteld. Dat de VS onder Bush 400 miljoen dollar aan geheime fondsen ter beschikking stelden – een nieuws dat nog onder Bush uitlekte – is voor de Morgen hier geen nieuws. Dat daarbij allerlei extreem nationalistische groepen worden gefinancierd en bewapend om in Iran terreuraanslagen te plegen komen we niet te weten. Evenmin horen we iets over de massale desinformatiecampagne vanuit die landen. Of over het feit dat het Pentagon studies liet maken over de etnische situatie in het land om die dan te gebruiken om het land in stukken te slaan, wat in Irak deels mislukte maar in Joegoslavië wel lukte

Typerend voor de tendentieuze berichtgeving zijn zeker een aantal columns die de krant opnam. Neem nu Thomas Friedman van de New York Times, een gekend verdediger van Israël. Hij bespreekt in “De zeldzame zeldzaamheid van de volksopstand in Iran’ (33) wel de val van de Sjah als een positieve stap maar zwijgt pertinent over wie die man dan aan het bewind bracht en hem 26 jaar steunde. Waar het hem echt om te doen is blijkt omfloerst duidelijk op het einde als hij schrijft : “Een meer gematigd bewind in Iran zou een enorm positief effect hebben op het Midden-Oosten. ” Met andere woorden als deze verzetsaard tegen Israël wordt opgeruimd kunnen de zionistische plannen beter vorm krijgen.

Ook Jonathan Holslag (22) gaat dieper in op de kwestie van de Amerikaans-Iraanse relaties en de veiligheidskwesties in de regio. Wat hij die week ook deed in De Standaard. Zo stelt hij: “Hij (Mahmoud Ahmadinejad nvdr.) heeft de voorbije jaren een succesvolle propagandacampagne gevoerd om Iran af te schilderen als martelaar van ‘Amerikaanse overheersingsdrang’.” Over de Brits Amerikaans staatsgreep van 1953 tegen de democratisch gekozen Iraanse premier Mossadeq geen woord. Over het neerschieten door het Amerikaanse leger van een volgeladen Iraans burgervliegtuig geen woord. Over de jarenlange destabilisering van Iran door de VS geen woord. Over de plundering van het land onder de door de VS en de Britten aan de macht gebracht Sjah geen woord. En evenmin over de Iraakse oorlog tegen Iran, opgestart door de toenmalige CIA-agent Saddam Hoessein. Het vervalsen van de geschiedenis noemt men zo iets. Hamas en Hezbollah zijn dan ook in zijn ogen extremistische bewegingen. Waarna hij op het einde van dat stuk als het ware jammerend weet te stellen “… maar welke invloed heeft dat wanneer zij (Rusland, China en India, nvdr.) het regime blijven steunen”.

Het stuk is dus een oproep om het land militair en economisch te verzwakken. Niet verbazend natuurlijk want in de aanhef van deze column heeft hij het over de bedrukte “stemming in de wandelgangen van de Europese Commissie”. En wie die wandelgangen wil plezieren moet natuurlijk geen kritiek geven op dat beleid maar het intellectueel ondersteunen. Vorsers worden nu eenmaal wel eens beloond voor hun daden. Het lijkt geen toeval dat zowel Holslag als Friedman die essentiële gegevens over de relaties van het Westen met Iran verzwegen.

Ook het Iraanse nucleaire programma komt ter sprake (1) in de aanhef naar de verkiezingen. Dick Leurdijk van het Instituut Clingendael, een Nederlandse overheidsinstelling (*) stelt daar: ‘Vorige week nog waarschuwde een Israëlische inlichtingenofficier dat Iran eind dit jaar genoeg verrijkt uranium zal hebben om een kernbom te maken.” Een bewering die hij door daar geen bemerkingen bij te maken feitelijk overneemt. Als expert van de kwestie hoort hij echter te weten dat dit leugens zijn. Het verrijkt uranium waar Iran nu aan werkt is immers laag verrijkt uranium dat alleen bruikbaar is voor de opwekking van elektriciteit en niet voor bommen. Alleen indien dit hoog verrijkt uranium zou zijn klopt dat. Het is een der betere manipulaties door Israël en mensen als Leurdijk om aan de buitenwereld het verhaal te doen geloven dat Iran aan een atoombom werkt. Iets waarvoor feitelijk zelfs geen serieuze aanwijzingen zijn. Wat hij behoort te weten. Maar het vervalsen van de geschiedenis is als voor Holslag ook voor Leurdijk geen probleem. Je vraagt je dan natuurlijk af waarom De Morgen dergelijke columns afdrukt.

En dan heb je nog Robert Fisk (27) die oppert: “Dat arme deel van de bevolking heeft lak aan zijn smakeloze twijfels over de Joodse Holocaust, zijn idiote retoriek over Israël…” Hoe Fisk weet of die mensen daar lak aan hebben is iets wat hij vermoedelijk alleen weet. Maar als Brits journalist met een jarenlange ervaring in de regio zou hij toch horen te weten hoe de VS, zijn land en Israël decennialang het land leegzogen en verhinderden dat de armen in het land konden profiteren van die oliegelden. Het is nog meer eens een bijna geheel emotionele uitval naar een duidelijk door hem gehate man, een uitval die gezien zijn Britse nationaliteit door vele Iraniërs wel eens als beledigend zou kunnen worden beschouwd. Ook hier lijkt de drijfveer dus vooral de kwestie Israël te zijn, een land dat zijn controle over de regio in gevaar ziet.

Ook het verhaal over de Amerikaanse internetsite Twitter (34) via welke men poogde de opstand aan te voeren is typerend. Daar werden onderhoudswerken uitgesteld om de opstand van Mousavi verder te kunnen steunen. Daarbij beperkte De Morgen zich tot het officiële verhaal van Twitter zelf dat zij alleen het initiatief hiervoor hadden genomen. Andere media wisten echter te vertellen dat dit gebeurde op vraag van het Witte Huis zelf om zo de campagne van Mousavi verder te kunnen steunen.

Iedereen die weet hoe oorlogen gevoerd worden weet dat het cruciale element het vooraf zwart maken van de tegenstander bij de eigen bevolking is. Die wordt dan zo gruwelijk mogelijk voorgesteld en een gevaar voor de wereldvrede genoemd. Het is het omdraaien van de rollen zoals dat ook met Irak voor de invasie van 2003 gebeurde. En ook toen speelden de media waaronder de New York Times een sleutelrol. Zie maar naar het verhaal over Judith Miller van die krant of over Bob Woodward van de Washington Post. Knechten van hun regering die tot heel veel bereid zijn.

Door dergelijke columns af te drukken en nooit een die een ander verhaal vertelt doet De Morgen natuurlijk flink mee aan die eventuele oorlogsvoorbereiding. Want daar komt het op neer: Iran is voor Israël de grootste tegenstander in het Midden-Oosten en dient liefst geheel uitgeschakeld. Thomas Friedman zegt het, al zij het natuurlijk zeer omfloerst. Men moet zijn oorlogsobjectieven immers niet te duidelijk maken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat De Morgen dit centraal aspect allemaal verzwijgt bij het bespreken van de Europese en Amerikaanse kritiek op de verkiezingen in Iran en het Iraans antwoord hierop.

Maatschappelijke analyse

Wat evenmin aan bod komt en bij zo’n conflict toch essentieel is, is een analyse van de economische, sociale, etnische en culturele toestand van het land die een verklaring poogt te geven voor wat gebeurt. Mensen komen immers niet zomaar in opstand zoals nu gebeurde. Er worden in de krant hier en daar wel wat flarden van gegevens vermeld, het degelijk aanpakken doet men echter niet. Wie dit echter wel serieus onderzoekt ziet echter een andere realiteit van het land dan diegene die de krant geeft. Men kan over het beleid van Khomeini en nu Khamenei veel zeggen, ook massa’s negatiefs, maar de data (**) over de evolutie die het land sinds de vlucht van de Sjah onderging liegen niet. Neem het BNP dat in 1978, het laatste bewindsjaar van de Sjah, goed was voor 6.010 miljard rial op een bevolking van 40,5 miljoen mensen. In 1986, in volle oorlog met Irak en na de erg bloedige revolutie van 1979, is dit gestegen tot 14.991 miljard rial. In 2006 was dat BNP zelfs al opgeklommen tot 2.338.500 miljard rial om dit jaar op te lopen tot 2.623.177 miljard rial op een bevolking van nu 71,5 miljoen. De BNP steeg het voorbije jaar dan ook met 8% wat volgens het IMF dit jaar wel zal dalen tot 3,2 %. Dit ondanks een sterk gedaalde olieprijs en een drukkend embargo. Het zijn cijfers waarvan men hier alleen kan dromen.

Belangrijk is ook dat de olie- en gasproductie maar een kwart meer uitmaakt van het totale BNP en dat volgens recente statistieken de niet-oliesector het snelst groeit. Iran is dus druk bezig het land aan het voorbereiden voor het ogenblik dat de olie- en gasvoorraden op zijn. Een zo te zien vooruitziend beleid dus.

Ook andere indicatoren tonen aan dat het land onder de huidige leiding een stevige groei in positieve richting kende. Zo steeg de levensverwachting voor mannen van 54,9 jaar in 1986 tot 68,6 jaar in 2005 en voor vrouwen van 57,7 jaar tot 71,4. Ook de evolutie op het vlak van het aantal hogeschoolstudenten is uiterst merkwaardig te noemen. Waren er op het einde van het bewind van de Sjah in Iran amper 233.507 hogeschoolstudenten dan is dat in 2006 al gestegen tot 2.338.500, waarvan ongeveer 60% vrouwen zijn. De vrouwen die onder de Sjah huisvrouwtje en moeder mochten spelen zijn dan ook maatschappelijk opgeklommen en spelen niet zelden een rol in het zakelijke, intellectuele en culture leven van het land. En ook politiek beginnen ze zich te roeren. Logisch natuurlijk als ja massa’s vrouwen universitaire diploma’s bezorgt. De emancipatie van de vrouwen is in Iran als gevolg van het door de regering gevoerde beleid dan ook in een opmars die op termijn niet te stuiten is.

Het land is onder de Ayatollahs uitgegroeid tot een relatief welvarend land komende van een arm onderontwikkeld land waar de oliewinsten werden verkwist door een piepkleine elite rond de Sjah of het land buitengesleurd door de Amerikaans/Brits oliegiganten.

Toen de huidige bestuurlijke structuur in 1979 werd uitgetekend was het land nog een typisch land uit de derde wereld levend onder de knoet van de grote imperialistische mogendheden. Nu is het een in veel opzichten hypermoderne natie. Het verklaart de nu al jaren aanslepende ruzies over de wijze waarop het land bestuurd wordt. “De kinderen van de Ayatollahs lopen in de dure luxehotels rond met sjaaltjes van Vuitton, ruikend naar Channel en met een Rolex horloge aan hun pols”, aldus een Belgische waarnemer die er jaarlijks regelmatig verblijft.

Ook al onder de Sjah had je een verwesterde elite die niet-gelovig was en die droomde van een reis naar Disneyland of naar Parijs. Die tendens is als gevolg van de gestegen welvaart, onderwijs en gezondheidszorg nog flink toegenomen. Hier zit de verklaring voor de rellen en die van de jaren voorheen. De politieke structuren en de daaraan vastgeklonken moraal van 1979 kraakt onder het beleid dat in 1979 werd geïntroduceerd. Een klassiek fenomeen in elk snelgroeiend land en in elke tijdsperiode. Ook ons land kende van het eind van de negentiende eeuw tot ongeveer 1960 dergelijke groeipijnen met veel oproer en doden tot gevolg.

Deze analyse wordt echter niet gemaakt. Het zou aantonen dat het beleid dat Iran sinds 1979 volgde vrij succesvol was en dat staat natuurlijk haaks op de beweringen waar De Morgen in grossiert. Wel wordt in ‘Irans grootste vrijheid speelt zich af in cyberspace’ (10) melding gemaakt van het enorm aantal Iraanse bloggers en de soms bitse onderlinge discussies. Als er echter al eens over de economie wordt gesproken wordt er echter gelogen dat het klettert. Zo stelt Dick Leurdijk: “…. de Iraanse economie die er rampzalig voorstaat.” Wat moet hij dan schrijven over zijn eigen vaderland? Dat het ingestort is? Ook Thomas Friedman doet er hier een flinke schep bovenop. “Met bijna 20% werkloosheid”, stelt hij in zijn column. Een uit de lucht geplukt cijfer want officieel is er nu een werkloosheid van 9,3% en zonder degelijk researchmateriaal is die 20% van Friedman als gegeven gewoon waardeloos, prietpraat.

Maar wie heeft bewijzen nodig als men iemand zwart wil maken? Nee toch. Het is een constant gegeven in dit verhaal.

Tegenstellingen in de elite

Wat ook bijna totaal ontbreekt is een beschrijving en analyse van de programma’s van de vier verschillende kandidaten. Vaag wordt er gezegd dat Mousavi op de jongeren steunt en Ahmadinejad op de armen. Alleen Robert Fisk (6) gaat heel kort wat dieper in op het beleid van Ahmadinejad als hij het heeft hoe de president ervoor zorgde dat de paar miljoen thuiswerkende tapijtweefsters eindelijk verzekerd raakten. Maar daar blijft het bij. Over het economisch en sociaal beleid van Ahmadinejad wordt op die ene uitzondering na feitelijk nooit gesproken. Het blijkt wel een taboe. En nochtans is dit belangrijk.

Wat ook onder het Iraans tapijt wordt geveegd is de rol van Ali Akbar Hashemi Rafsanjani in al deze ruzies. Dat hij een van de rijkste figuren in geheel Azië is vernemen we nooit. Dat hij de belangrijke pistache-industrie controleert en bijvoorbeeld een luchtvaartmaatschappij komen we niet te weten. Ook niet het al veel jaren in het land lopende hardnekkige gerucht dat hij de grote illegale drankinvoer organiseert. Dat hij mee de campagne van Mousavi financierde en mee dirigeerde lezen we niet. Toen Ahmadinejad tijdens een televisiedebat dreigde met onthullingen over corruptie werd dat wel terloops gemeld maar de achtergronden kwamen we niet te weten. Waarom bijvoorbeeld noemde Ahmadinejad de naam toch niet? Schrik? Het zou een mooi onderzoek geweest zijn naar de ware aard van het land en zijn corruptie.

En nochtans is Rafsanjani een der machtigste figuren van het land en is hij de man die instrumentaal was in het benoemen van Khamenei tot Opperste Leider en de voorzitter van onder meer de Raad van Experts, de raad die Khamenei moet controleren en ook kan afzetten. Zelfs toen zijn ene dochter eventjes werd opgepakt was dat voor de krant geen aanleiding om dieper in te gaan op de man. Omdat hij gezien zijn reputatie toch geen kans maakte op verkozen te worden gebruikte hij trouwens Mousavi als presidentskandidaat. In wezen immers is dit een ruzie over het sociaal en economisch beleid tussen de miljardair Rafsanjani en zijn vrienden en het duo Ahmadinejad en Khamenei. Een klassieke ruzie dus zoals die in alle landen waar ook te merken is.

De Financial Times noemde in een editoriaal het geschil in Iran trouwens een klassenconflict. Maar als men er al niet in slaagt een degelijke sociaal en economisch portret van het land te maken en de politieke programma’s te beschrijven dan wekt het geen verbazing dat die rake conclusie in De Morgen nooit gemaakt wordt. Het zou immers aantonen dat De Morgen een miljardair als Rafsanjani steunt.

Een fluwelen revolutie

Opmerkelijk aan de recente Iraanse verkiezingen is de methode die Mousavi gebruikte en die afgekeken is van die welke de VS via de CIA en de zusterorganisatie de National Endowment for Democracy gebruikte om onder meer de regeringen in Oekraïne en Georgië omver te werpen. Een verfijnde agitatietechniek waarbij met honderden miljoenen dollars politici, journalisten, rechters en mensen uit het veiligheidsapparaat werden omgekocht. Daarbij wordt voor de campagne gebruikt gemaakt van één kleur om zo een hechtere groepsverbondenheid onder de fans te creëren. Ook de buitenlandse en binnenlandse media worden hierbij ingeschakeld waarbij verder ook gebruik gemaakt wordt van de modernste technologische snufjes. Het getrouw kopiëren van deze strategie werd door kringen om Mousavi in de Financial Times trouwens in de dagen voor de verkiezingen ook toegegeven. Wat onmiddellijk voor heel boze reacties zorgde in Iraanse regeringskringen waar men het spookbeeld van 1953 en de val van Mossadeq al zag opduiken. De zogenaamde fluwelen kleurenrevoluties als die in Georgië zijn immers slechts een aan de moderne tijden aangepaste versie van wat de CIA ondernam in Iran in 1953.

Een cruciaal onderdeel van die politieke strategie is dat men als eerste de overwinning uitroept zodat de al goed aaneengesloten en opgehitste aanhangers de straat opgaan om uitbundig ‘hun’ overwinning te vieren. Desnoods wordt er wat geld gegeven aan enkele duizenden geldzoekers om herrie te schoppen en mee te vieren. De CIA deed het al in 1953 tegen Mossadeq. Als daarna het echte kiesresultaat komt is het dan immers veel gemakkelijker om aan die aanhang het fraudeverhaal te verkopen. Hun leider heeft gesproken en wie gelooft nu eenmaal de tegenstander, zeker als men de overwinning aan het vieren is. Het is een simpele agitatietechniek die Mousavi toepaste. Het komt er alleen op aan dit momentum voldoende lang aan te houden om zo de tegenstander te destabiliseren, nieuwe verkiezingen uit te lokkenen die dan te winnen, frauduleus of niet. Zo won de door de VS betaalde Mikheil Saakashvili in Georgië nadien 97% der stemmen, een bijna Stalinistisch cijfer waar niemand zich hier in de media ooit vragen bijstelde. Dat Mousavi als eerste de overwinning ging uitroepen en daarna stond te roepen en tieren over ‘fraude’ kon dan ook vooraf perfect verwacht worden. Een beetje analist had dat zo geroken. Niet zo bij De Morgen waar men die tactiek blijkbaar nog niet in de gaten heeft.

Een heel belangrijke vraag is natuurlijk in hoeverre er contacten geweest zijn tussen de groep rond Rafsanjani en Israël en haar bondgenoten. Het is een vraag die men zich ongetwijfeld in bepaalde Iraanse kringen zal stellen en nu onderzoeken. Een vraag ook die elke serieuze journalist zou stellen. Niet blijkbaar bij De Morgen.

Tegenstanders, die bestaan niet

Wat in De Morgen maar ook in andere media sterk opvalt is dat alleen tegenstanders van het land of aanhangers van Mousavi aan het woord komen. De krant publiceert een pak gesprekken met allerlei Iraanse figuren in buitenland en binnenland en plaatst een serie columns. Iemand die het opneemt voor Ahmadinejad of het regeringsbeleid krijgen wij echter nooit te horen. Zelfs een zich neutraal opstellend observator komt niet aan het woord. Opposanten mogen daarbij ook onbegrensd de grootste onzin verkopen. Zo is er de Iraans-Nederlandse schrijver David Nash (4) : “… en acht op tien van hen (jongeren, nvdr.) hebben inderdaad voor Mousavi gestemd, daar ben ik van overtuigd.” Wat dan in een ander stuk (5) diezelfde dag klinkt als “… maar andere analisten stelden voor de verkiezingen dat een grote opkomst vooral in het voordeel van Mousavi speelde, aangezien acht op de tien jongeren zeiden voor hem te zullen stemmen”. Of hoe David Nash wordt omgetoverd tot wat dan heet ‘analisten’. Hoe die telling van de politieke voorkeur der jongeren door die Nash of die ‘analisten’ dan wel gebeurde is een zaak die uiteraard wordt open gelaten. Maar Nash, een politieke balling, ging nog verder en stelt wat later in dit interview nog: “Mijn vrienden in Iran zeiden me overigens dat een deel van die oproerpolitie geen Farsi sprak. Volgens hen waren het Palestijnen of Libanese Hezbollahers die onze burgers moesten komen ineenslaan.” Cafépraat die men wel eens hoort van toogstrategen maar die men zonder kritische vraag of opmerking zomaar in de krant afdrukte. Ja, een Iraanse nationalist als Nash ziet natuurlijk achter al dat foute gedoe de Arabische aartsvijand. Nog een beetje geduld en voor die kringen is Ahmadinejad ook zo’n verfoeide Arabier. Want Iraniërs doen alleen goede dingen?

Voor de Westerse media in het algemeen zijn er twee categorieën van Iraniërs, de goeden die aan het woord mogen komen en desnoods prietpraat aan de lopende meter verkopen, en de slechten. Die komen niet aan het woord, hebben geen mening en bestaan ook niet. Hun visie is van geen tel. Of hoe de zich o zo moreel achtende journalisten en media probleemloos mensen rechteloos maken, typetjes die dienen te zwijgen en de bevelen van de Westerse meesters op te volgen. De tijden van slavernij en kolonialisme gedachtig. De voorbeelden van hoe een massa mensen wordt verzwegen en tot slaaf gemaakt zijn ook in De Morgen legio.

In de optie van onze media is iedereen in Iran dan ook tegen ‘de vijand’, democrator Ahmadinejad. “De Teheranis nemen dit niet”, stelde Jef Lambrecht op de VRT-radio één die zondagochtend 14 juni. “Gedegen liveverslaggeving”, aldus De Morgen (28). Voor Jef Lambrecht geciteerd in datzelfde artikel was het dan ook simpel: “Niemand die dat geloofde (dat de verkiezingen niet vervalst waren, nvdr.)”, aldus de man. “Kan het regime de gevolgen van een openlijke confrontatie met het volk wel aan?” opperde de krant via een van de New York Times overgenomen stuk. Voor columnist Nicholas D. Kristof (24) van diezelfde New York Times is Iran dan ook gemakkelijk te verdelen: “Aan de ene kant heb je schorem in dienst van de overheid, dat kogels afvuurt. Aan de andere kant staan jonge demonstranten te vuren met ‘tweets’.” Dat er in Teheran en Iran mensen zijn die een andere visie hebben dan Jef Lambrecht, De Morgen en columnist Kristof komt blijkbaar bij niemand van hen op.

En fraude zal er zijn

Essentieel voor de media was natuurlijk om de beweringen van Mousavi geloofwaardig te maken. Zonder dat kon men het wel schudden. Een serieus probleem want voor de verkiezingsdag had zowat iedereen in de media Ahmadinejad gewonnen gegeven, vermoedelijk al in de eerste ronde. Wel begon men onder invloed van de campagne van Mousavi al moed te scheppen. Journalisten gingen op enkele heel rare uitzonderingen na dan ook alleen praten met de aanhang van Mousavi. Zo stelt de krant (2): “Ahmadinejads kansen op herkiezing worden erg hoog geacht, maar de afgelopen dagen heeft Mousavi een pak steun bijgewonnen.” Waaruit dat dan zou moeten blijken is niet duidelijk want de krant geeft in dat artikel zelf toe: “Er zijn geen betrouwbare opiniepeilingen in Iran.” Ook andere media als de Financial Times – toch evenmin een vriend van de man die door hen beschouwd wordt als een tegenstander van wat zij het ‘vredesproces’ (sic) noemen – stelden dat Ahmadinejad het ging halen, vermoedelijk al in de eerste ronde.

Nu moest echter uit een ander vaatje worden getapt. Erg simpel voor de krant (13): “Hoewel Mahmoud Ahmadinejad over een solide electorale sokkel beschikt, had geen enkele peiling een zege met 63% van de stemmen voorspeld. Ahmadinejad gold als weinig populair.” Want, aldus de krant: “Niet alleen maakt Iran een zware economische crisis door en ligt de werkloosheid hoog…” een onzinnige bewering die hierboven al werd behandeld. De verkiezingen waren voor de krant dan ook een gigantische fraude georganiseerd door een regime dat elke dissidentie verbood. Het hoeft bijvoorbeeld niet te verbazen dat in dat bewuste artikel ‘aanwijzingen electorale fraude niet van de lucht’ men niet alleen vergat wat men enkele dagen voorheen had geschreven. Ook andere elementen die in een andere richting konden gaan werden verzwegen. Bijvoorbeeld het feit dat Ahmadinejad voorheen ook al de parlementsverkiezingen had gewonnen.

Of ook het verhaal van de Amerikaanse NGO Terror Free Tomorrow die op maandag 15 juni in de Washington Post melding maakte van een door haar in Iran in mei georganiseerde peiling waarin Mousavi nog niet eens de helft van de stemmen kreeg van Ahmadinejad, dus nog minder als bij het huidige resultaat. Maar ja, dat verhaal past natuurlijk niet in het beeld van fraude dat men bij De Morgen wou scheppen. Op 19 juni (21) stelde de krant dan ook “… honderdduizenden Iraniërs die protesteren tegen de frauduleuze stembusgang.” En eerder (14): “In eerste instantie tegen de frauduleuze stembusgang.” Met andere woorden wie nog twijfelt aan de fraude is dom of ter kwader trouw. Maar bewijzen? Niet nodig.

Wie en wat is een democraat?

Natuurlijk stelt zich hier de vraag wie een democraat is en wat dan wel een democratie is. Theoretisch is dit het volk dat via haar vertegenwoordigers regeert. In de praktijk wil dit theoretisch model natuurlijk wel eens wat haperen en wie het in de VS bijvoorbeeld voor het zeggen heeft is onduidelijk en voer voor betwisting. Maar als men kiest tussen de mensen, de lobby’s en de president zal elke kenner van Amerika vermoedelijk eerst kiezen voor de lobbyisten, daarna voor de president en ‘het volk’ links laten liggen. Een zeer grote massa in de VS heeft amper interesse voor de zaak en vertikt het mee te doen aan welke verkiezing ook. Dat in Iran 85% der mogelijke kiezers ging stemmen zegt dan ook iets over het vertrouwen in de bestuurlijke instellingen in Iran. Vertrouwen dat duidelijk groter is dan in welke Westerse democratie ook. Dat elke democratie zijn eigenheden heeft is natuurlijk normaal. Het Japanse systeem is verschillend van dat in Maleisië of Indonesië en het Britse verschilt op veel vlakken van het Belgisch of het Turkse. Geen enkel systeem is daarbij zonder fouten en schendingen van de politieke rechten zijn schering en inslag in feitelijk alle landen. Dat Baskische nationalistische parlementsleden in de Spaanse gevangenis zitten is een feit. Dat men er hier amper of niet over schrijft is ook een feit.

Typerend voor de houding van onze media is Robert Fisk. Zo stelde hij op de Engelstalige Tv-uitzendingen van de uit het Arabisch Qatar zijnde Al Jazeera dat Ahmadinejad de verkiezingen wel zal gewonnen hebben. Wat hem er echter niet van belet in zijn columns in De Morgen (6) (8) en (27) de kant te kiezen van Mousavi die dit verkiezingsresultaat weigert te aanvaarden en dan maar via straatgeweld poogt de regering omver te werpen. Een wel heel merkwaardige visie op wat democratie en democraat betekent. Wie dus de verkiezingen wint en dat resultaat en de staatsinstellingen wil verdedigen is een ‘democrator’, een veredelde dictator. Wie de verkiezingsresultaten weigert te aanvaarden en via betogingen en zelfs geweld poogt te vernielen zijn de goeden, de mannen van de vrijheid. Omgekeerde logica?

In wezen immers gaat het hier over de bescherming van het Iraans staatsapparaat. Een groep is niet akkoord en wil dit met geweld omverwerpen. Dat de politie en andere veiligheidsdiensten optreden is dan ook niet meer dan logisch. Het gebeurt in alle landen waar ter wereld. Zie maar nu naar Baskenland of wat er decennialang gebeurde in Noord-Ierland. Als betogers een regeringsgebouw aanvallen of bankgebouwen in brand steken zoals die week gebeurde is het normaal dat de politie optreed en de daders arresteert. Wat anders moet men doen? Alle bankgebouwen laten afbranden? Het is hierbij ook normaal dat betogingen al eens verboden worden als die de openbare veiligheid in gevaar brengen. Dat is de standaardpraktijk in alle landen. Zie maar wat er vorig jaar gebeurde met de betoging van ultrarechtse racistische groepen in Brussel tegen de vermeende islamisering. De betoging werd verboden en alle deelnemers gewoon opgepakt, desnoods met geweld. Maar als dat over Iran gaat dan is het woord ‘terreur’ (30) natuurlijk niet uit de lucht.

En uiteraard vallen er dan doden en is er sprake van buitensporig geweld en mogelijks zelfs sadisme bij de ordetroepen. Maar was dat ook niet zo bij de anders-globalistische betogingen in het Italiaanse Genua een paar jaar geleden? Was dat recent ook niet zo in London ter gelegenheid van de top van de G 20? Ook daar vielen slachtoffers waaronder telkenmale één dode. En wedden dat er van die Londense politiemensen nooit iemand zal gestraft worden na het nog lopende onderzoek. En ook in Iran loopt er nu een onderzoek naar de moorden door mogelijks leden van de Basiej (***), een reservepolitie-eenheid, op de campus van de Universiteit van Teheran. Moorden die in de klassieke media van het land voor opschudding zorgden en leiden tot zowel officieel protest als een officieel onderzoek. En wedden dat er ook hier niemand zal gestraft worden? Maar ja, in Iran zijn de politielui erg gevaarlijke monsters, hier dienaars van de wet. Zo citeerde de krant (9A) een anonieme ooggetuige: “De agenten van de rellenpolitie zagen eruit als moderne gladiatoren: gespierd en bedreigend. Ze droegen camouflage-uniformen, zware laarzen, kogelvrije vesten en zwarte, gepantserde helmen.” Dat dit beeld opgaat voor elke politie-eenheid waar ook ter wereld zal men blijkbaar ontgaan zijn.

Uiteraard is De Morgen niet de enige die in dit bedje zeer ziek is. In De Standaard stelde de redactiechef Buitenland Bart Beirlant onlangs in een editoriaal dat Iran werkt aan een atoombom en dat ook de aanhangers van Mousavi een atoombom willen. Bewijzen voor die fantasierijke beweringen zijn er uiteraard nooit gegeven. Maar ja, wie heeft nou bewijzen nodig om het volgende slachtoffer van de Israëlische agressie zwart te maken. Ook niet bij De Standaard, niet toevallig de standaard.

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

(Afgesloten op 22 juni)

Noten:

*: Het Nederlandse Instituut Clingendael is een overheidsinstelling gelieerd aan Buitenlandse Zaken. Een cruciaal gegeven bij het bekijken van hun verklaringen. Een feit dat De Morgen vergeet te vermelden. Dick Leurdijk is dan ook in wezen een medewerker van minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, zowat de enige in de EU die op dit ogenblik openlijk de banden met Israel nog verder wil aanhalen.

**: De cijfers komen van de Encyclopedia Britannica jaarboeken, het IMF en de Centrale Bank van Iran.

***: De naam is bewust zo geschreven en anders dan in de meeste Vlaamse media. Namen uit het Farsi worden fonetisch geschreven wat veel verwarring geeft. Om de normale uitspraak beter weer te geven werd daarom niet gekozen voor Basij als De Morgen en anderen doen maar voor Basiej.

1: “De president, de ayatollah en het nucleaire programma” – DM 12 juni 2009

2: “Kiesstrijd Iran spannendste ooit” – DM 12 juni 2009

4: “Dat Ahmadinejad zou winnen maakte Khamenei ons al duidelijk” – DM 15 juni 2009

5: “Verkiezingen zijn als voetbalmatch” – DM 15 juni 2009

6: “Broedermoord in de straten van Teheran” – DM 15 juni 2009

8: “Mahmoud de Goede, Mahmoud de Kwade” – DM 16 juni 2009

9A: “Ooggetuigenverslag – ‘De jonge vrouwen smeekten de mannen niet te gaan lopen” – DM 16 juni 2009

10: “Irans grootste bedreiging speelt zich af in cyberspace” – DM 16 juni 2009

14: “We kunnen dit regime veranderen” – DM 17 juni 2009

21: “Iraniërs rouwen om betogers” – 19 juni 2009

22: “Conflict Iran-Israël dreigt in Midden-Oosten” – DM 18 juni 2009

24: “Over Teheran, Twitter en Tienanmen” – DM 19 juni 2009

27: “Het Iraanse volk rouwt om zijn doden, maar de strijd gaat voort” – DM 20 juni 2009

28: “Maak van mij alsjeblieft geen oorlogsjournalist” – DM 20 juni 2009

29: “De Opperste leider is bovenal een volger” – DM 20 juni 2009

30: “Terreur regeert Teheran” – DM 22 juni 2009

33: “De zeldzame zeldzaamheid van de volksopstand in Iran” – DM 22 juni 2009

34: “Twitter stelt onderhoudswerken uit om Iraanse oppositie te helpen” – DM 17 juni 2009

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 49 Times, 1 Visit today