De morele bijziendheid van premier Balkenende en de EU

‘De Tweede Wereldoorlog en de holocaust hebben ons geleerd dat er universele waarden zijn die we nooit mogen opgeven. Waarden zijn geen vanzelfsprekendheden, maar een opdracht die we moeten waarmaken.’

Deze indrukwekkende woorden sprak premier Balkenende uit ten overstaan van 30 staatshoofden en de Secretaris-Generaal van de VN in het kader van de op 16 maart gehouden herdenking van de holocaust bij het Yad Vashem-museum in Jeruzalem, hetgeen de aanleiding heeft gevormd voor zijn driedaags bezoek aan Israel en de Palestijnse gebieden.

Eveneens siert het hem, dat hij tijdens deze redevoering refereerde aan de niet eerder door de Nederlandse overheid openlijk erkende Nederlandse houding van verraad en onverschilligheid jegens de Joodse medeburgers, die naast de belangrijke verzetsdaden eveneens deel hebben uitgemaakt van de Nederlandse geschiedenis.

Opvallend is echter, dat hij bij het begrip ”universele waarden” weliswaar geheel terecht refereerde aan de holocaust, die de schending van deze waarden in extremis inhoudt, maar zich betreffende zijn veroordeling van het politiek-militaire optreden van de Israelische regering in de Palestijnse gebieden van de afgelopen jaren zowel tijdens zijn recente bezoek aan Israel als in zijn regeerperiode niet alleen veel minder uitgesproken veroordelend heeft uitgelaten, maar evenmin ooit in EU-verband heeft aangedrongen op het nemen van maatregelen tegen Israel om de mensenrechtenregels na te leven.

Nadrukkelijk wil ik hierbij stellen, dat er in geen enkel opzicht een vergelijking mogelijk is tussen de door de nazi’s gepleegde holocaust en het politiek-militair optreden van de Israelische regering, die een nu reeds bijna 38 jaar durende bezetting in stand houdt met alle sociaal-humanitaire gevolgen van dien.

Wel vind ik het echter van groot belang te refereren aan het feit, dat mensenrechten, als zijnde geformuleerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, universeel en ondeelbaar zijn ongeacht ras of nationale afkomst en als zodanig onverkort en zonder enig onderscheid dienen te worden verdedigd.

Relatie Europa-Israel:

A Machtspolitiek en schuldgevoel:

Hoewel er een kentering is ontstaan bij de jongere generatie is er nog steeds zowel bij individuele Europeanen als bepaalde Europese regeringen een aarzeling tegenover de Israelische regering dezelfde maatstaven aan te leggen als betreffende andere landen, niet alleen uit bij regeringen geldende machtspolitieke overwegingen, maar eveneens vanwege een uit het verleden stammend schuldgevoel ten aanzien van de in de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden holocaust.

Hierbij wordt echter niet alleen uit het oog verloren, dat hier sprake is van het politiek-militaire optreden van een Staat, die zich niet alleen net als iedere andere Staat laat leiden door machtspolitieke overwegingen, maar eveneens gehouden is aan de internationale humanitaire rechtsnormen en in dezen met dezelfde maatstaven als iedere andere Staat dient te worden beoordeeld.

Net zo min als de in Suriname dd 8-12-1982 gepleegde decembermoorden en de in de tachtiger jaren door het Surinaamse leger aangerichte massaslachting onder boslandbewoners in Oost-Suriname kunnen worden gebagatelliseerd met een referentie aan het Nederlandse schuldgevoel betreffende 300 oud slavernij en koloniaal optreden, kan het Israelisch politiek-militaire optreden jegens de Palestijnen worden gebagatelliseerd door aanwezig zijnd Nederlands-Europees schuldgevoel.

B Religieuze aspecten:

Eveneens wordt er dienaangaande door zekere christelijke kringen, zowel in Europa alsmede in de VS de nadruk gelegd op een ”onopgeefbare band met het volk van Israël” Hoewel ik ieders religieuze overtuiging wil respecteren en een discussie hierover buiten beschouwing wil laten is het evident, dat de peilers van het christendom juist appeleren aan het universeel-humanitaire aspect, dat een inhumane of vernederende behandeling van ieder mens ongeacht zijn herkomst uitsluit.

C Universele waarden en Internationaal Recht:

Een groot deel van de universele waarden waaraan premier Balkenende refereert zijn zoals reeds vermeld gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar eveneens op de bepalingen van 4e Conventie van Geneve, die betrekking hebben op de bescherming van de burgerbevolking in tijden van oorlog en bezetting.

Hiermee ben ik beland bij een heet hangijzer, waaraan weliswaar door de Europese landen tegen wil en dank wordt gerefereerd, maar zelden wordt erkend als de de belangrijkste oorzaak van de huidige Midden-Oostenproblematiek, namelijk de Israelische bezetting van de Palestijnse gebieden, te weten de Westelijke Jordaanoever, het Gaza-gebied en Oost-Jeruzalem.

1 Israelische bezetting en nederzettingenpolitiek:

Op 21 november 1967 werd VN-Veiligheidsraadsresolutie nr 242 aangenomen, waarbij Israel werd opgeroepen zich terug te trekken uit de in de juni-oorlog veroverde gebieden, waaronder de Palestijnse gebieden de Westelijke Jordaanoever, het Gaza-gebied en Oost-Jeruzalem, waaraan tot heden geen gehoor gegeven is door de opeenvolgende Israelische regeringen ondanks veelvuldige VN-oproepen hiertoe.

Eveneens is er vanaf het eind van de zestiger jaren sprake van de bouw van Joods-Israelische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, hetgeen in strijd is met het Internationaal Recht, dat stelt, dat het verboden is de bevolking van het bezettende gebied te verplaatsen naar het bezette gebied [artikel 49, 4e Conventie van Geneve] Ondanks deze bepaling, die heeft geresulteerd in twee VN-Veiligheidsraadsresoluties in 1979, die hebben opgeroepen tot zowel de ontmanteling als de onmiddellijke stopzetting van de nederzettingenpolitiek, wordt deze nederzettingenbouw tot op heden gecontinueerd in de Westelijke Jordaanoever. Nog afgezien van de evidente illegaliteit van deze nederzettingen heeft een en ander geleid tot massale land en huisonteigeningen, die geleid hebben tot honderdduizenden Palestijnse daklozen, hetgeen nog afgezien van de evidente inhumaniteit eveneens in strijd is met het Internationaal Recht, dat onteigeningen van land, huizen en andere bezittingen van ”beschermde personen” [mensen, die leven onder een bezetting] verbiedt [artikel 53, 4e Conventie van Geneve]

2 Vredesproces en terrorisme:

Opvallend is, dat zowel de individuele Europese landen als de EU bij de benadering van het Midden-Oostenconflict sterk de nadruk leggen op twee aspecten, namelijk de stimulering van het vredesproces en de veroordeling van het Palestijns terrorisme.

Echter, bij alle achtereenvolgende vredesprocessen vanaf de uitvoering van de Oslo-accoorden tot de Sharm el- Skeikh-overeenkomst tussen de Israelische premier Sharon en de Palestijnse president Abbas, is geen sprake geweest van daadwerkelijke uitvoering van de VN-reoluties, resulterend in de daadwerkelijke Israelische terugtrekking uit alle bezette gebieden en de ontmanteling van de nederzettingen. Gevolg hiervan is de continuering van de bezetting en de nederzettingenpolitiek, met alle voor de Palestijnen ernstige humanitaire gevolgen van dien.

Een ander aspect waar door de EU sterk de nadruk op wordt gelegd is de veroordeling van het Palestijnse terrorisme. Hoewel het evident is, dat er hierbij [in casu de militaire aanvallen op burgers en burgerdoelen zoals zelfmoordacties] sprake is van ernstige schendingen van de internationale mensenrechtenregels, wordt door de EU gevoeglijk uit het oog verloren, dat deze daden, hoe veroordelenswaardig ook, het oorzakelijke gevolg zijn van een bijna 38 jaar durende bezetting, waaraan zoals bij iedere bezetting overal ter wereld inherent zijn onderdrukking, mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.

Eveneens komt het voor, dat internationaalrechtelijk gelegitimeerde militaire aanvallen op het Israelische bezettingsleger, met name in rechts-christelijke kringen waartoe premier Balkenende behoort, ten onrechte beschouwd en beoordeeld worden als terrorisme. Zo wordt er in de notitie van de CDA-Commissie Buitenland over het Israelisch-Palestijnse conflict dd october 2003, ”Een rechtvaardige aanpak” ten onrechte gesproken over ”terreuraanslagen tegen militairen”

 

3 Bagatellisering Israelische oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen:

Verder is opvallend is de ernstige bagatellisering van Israelische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, niet alleen door de rechtse Europese politieke partijen, maar eveneens door de EU. Het heeft zich in de loop der jaren herhaaldelijk voorgedaan, dat Palestijnse terreuracties door de EU streng veroordeeld werden en terecht, hetgeen overigens ook het geval was het de Israelische liquidaties van Palestijnse leiders en activisten, maar dat er te weinig sprake was van een krachtige veroordeling van de vrijwel dagelijks door het Israelische leger in de bezette gebieden gepleegde oorlogsmisdaden in de vorm van willekeurige beschietingen op burgers en de massale huisvernietigingen met duizende daklozen als gevolg, met name in het Gaza-gebied. Zo refereerde de EU na het de dood van Arafat dd 14-11 tot eind december aan een periode van ”betrekkelijke rust” terwijl er in diezelfde periode sprake geweest is van een aantal grootschalige Israelische militaire invallen in Palestijnse vluchtelingenkampen in zowel de Westelijke Jordaanoever als het Gaza-gebied met als gevolg van willekeurige beschietingen op Palestijnse burgers meer dan 58 doden en meer dan 146 gewonden.

D EU maatregelen:

Haaks op de verbale veroordelingen van de recentelijk in het kader van de Sharm el-Sheikh overeenkomst gestopte Israelische liquidaties, de huisvernietigingen en de incidentelere veroordelingen van het Israelische legeroptreden in de bezette gebieden staat het gebrek aan daadwerkelijk politiek optreden tegen Israel. Hiertoe wordt aan de EU het handvat geboden in de vorm van het tussen Israel en de EU bestaande Associatieaccoord. Een van de componenten van dit verdrag is immers de wederzijdse verplichting, de bestaande internationale mensenrechtenregels na te leven. Ondanks echter de door de EU veelvuldig toegegeven Israelische mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden cq nederzettingenpolitiek, nog geintensifeerd door de eveneens door de EU veroordeelde Muurbouw door bezet Palestijns gebied heeft de EU echter nooit de politieke en morele wil tentoongespreid, in dezen een daad te stellen door het Associatieverdrag op te zeggen cq tijdelijk op te schorten. De enige keer dat hierover daadwerkelijk is gestemd in EU verband is tijdens het eerste grote Israelische militaire offensief in de Palestijnse gebieden dd 2002 Belangrijke kanttekening moet in dit verband gemaakt worden, dat de tegenstemmers Nederland, Groot-Brittannie en Duitsland waren. Overigens was Balkenende toen nog geen premier, maar was er sprake van het kabinet-Kok.

E Nederland als EU-voorzitter:

Eveneens moet in dit verband geconstateerd worden, dat afgezien van enkele symbolische veroordelingen van de veelvuldige Israelische mensenrechtenschendingen vanaf de start van het Nederlandse EU-voorzitterschap dd juni 2005, nauwelijks sprake is geweest van initiatieven, die niet alleen een bijdrage zouden kunnen leveren aan een op naleving van de VN-resoluties gebaseerde werkelijke vrede in het Midden-Oosten, maar tevens een signaal naar Israel als bezettende macht zouden kunnen uitzenden, dat de naleving van mensenrechtenregels een plicht is van alle bij het conflict betrokken partijen.

F Wir haben ess nicht gewusst

In dit verband is het dan ook in alle opzichten teleurstellend, dat premier Balkenende weliswaar ten aanzien van de gruwelen van de holocaust refereert aan de universele waarden en volkomen noodzakelijk, maar ten aanzien van de Palestijnse slachtoffers van de Israelische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, die evenveel recht hebben op humanitair medeleven en de erkenning van het hen aangedane leed, zijn blik afwendt. Dit kwam o.a. tot uiting in zijn recentelijk geuite bezorgdheid ten aanzien van de Hamas, hetgeen niet vergezeld ging van duidelijke kritiek op het Israelische politiek-militaire optreden, en werd eveneens weerspiegeld door het slappe Nederlandse EU-voorzitterschap, dat getuigde van de stelling ”geen daden maar woorden” ‘

Het ware te wensen, dat premier Balkenende bij zijn toespraak in het Yad Vashem museum in gedachten tevens was stilgestaan bij de door de Duitse politiek-verantwoordelijken na de Tweede Wereldoorlog gedane beruchte uitspraak, waarmee zij zich tevergeefs van hun verantwoordelijkheid wilden ontslaan.

Wanneer latere Nederlandse generaties hem en zijn Nederlandse en Europese politieke collega’s cq voorgangers ter verantwoording roepen ten aanzien van hun gebrek aan daadkrachtig politiek en humanitair optreden ten behoeve van de Palestijnse burgerslachtoffers van de Israelische bezetting zullen noch premier Balkenende, noch zijn politieke aanverwanten kunnen zeggen ”Wir haben ess nicht gewusst”

 

(Uitpers, nr 64, 6de jg, mei 2005)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 179 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook