De moord op Turkse gevangenen

De Turkse regering heeft op brutale manier een einde gemaakt aan de hongerstaking van Turkse gevangenen. Er zijn daarbij minstens 29 doden gevallen. De Europese Commissie heeft haar ‘bezorgdheid’ uitgedrukt. Een veroordeling blijft evenwel uit, laat staan dat er grondig gedacht wordt over hoe we aan het fenomeen van de politieke gevangenen vlug een einde kunnen maken.

De actie van de Turkse politie en het leger droeg wel een bijzonder cynische naam: "Terugkeer naar het leven". Minstens 29 gevangenen werden gedood en honderden geraakten gewond. Mensenrechtenorganisaties spreken zelfs van zeker veertig doden. Een aantal gevangenen is nog vermist. Volgens de Turkse regering zijn de meeste doden gevallen door zelfverbranding, maar dat wordt tegengesproken door mensenrechtenorganisaties en de gevangenen zelf. Op de televisiezender CNN-Turk, werd getoond hoe twee vrouwen met brandwonden naar buiten werden gedragen terwijl ze riepen: "Ze hebben zes vrouwen levend verbrand!" De Turkse mensenrechtenorganisatie IHD, heeft verschillende getuigenissen verzameld, waarin verklaard wordt dat enkele gevangenen met vloeistof overgoten en in brand werden gezet. De regering heeft overigens op een klungelige manier haar gelijk over de zelfverbranding proberen halen, door te zwaaien met een ‘onderschept’ bericht waar de leider van de hongerstakers in de Bayrampasa-gevangenis de gevangenen van de Bartin-gevangenis opdroeg "zichzelf in brand te steken". Een journalist van het Turkse politieke weekblad Probe stelde zich ernstig vragen bij die versie van de regering. De zogenaamde mobilofoon bleek na onderzoek in de Bartin-gevangenis onvindbaar. Bovendien werd eerder gesteld dat er geen mobilofoonverbindingen mogelijk waren tijdens het drama in de gevangenissen. Het blad vond ook verdacht veel typisch woordgebruik terug, zoals dat doorgaans enkel onder politiediensten wordt gebezigd.

Bewust gebruik van geweld

Alles wijst erop dat de Turkse regering bewust aanstuurde op het gebruik van geweld. Iets anders valt ook niet te verwachten van een regering waarin extreem-rechts mee de lakens uitdeelt. De hongerstaking, die tot op het moment van de inval al meer dan zestig dagen duurde, kreeg aanvankelijk weinig aandacht in de Turkse pers en politiek. Dit verontrustte verschillende organisaties, schrijvers, journalisten evenals professor Mehmet Bekaroglu, een lid van de parlementaire Mensenrechtencommissie. Zij stelden voor in het conflict te bemiddelen, wat door beide partijen werd aanvaard. Na een aantal ontmoetingen, liet de minister van Justitie weten dat hij het F-Type-project voor onbepaalde duur zou uitstellen. Er zou pas een beslissing volgen als er een ‘sociale consensus’ kon worden bereikt. Maar de gevangenen stonden wantrouwig tegenover de regering en vroegen garanties. Wantrouwen dat nog gevoed werd door een uitspraken van een aantal ministers. De minister van Volksgezondheid, lid van de extreem-rechtse MHP, bijvoorbeeld zei laconiek dat er geen hongerstaking was, dus geen probleem.

De halsstarrige houding van de hongerstakers was het leger duidelijk in een verkeerd keelgat geschoten. De Nationale Veiligheidsraad liet weten dat bepaald nieuws over de hongerstaking de staat als zwak afschilderde. Vooral het feit dat de oppositie het stilzwijgen over de hongerstaking doorbrak, kwam niet goed aan. Er werd dan maar beslist om, ondanks de lopende onderhandelingen, de gevangenissen te bestormen. De onderhandelaars lieten daarop weten dat ze zich door de regering "gebruikt en bedrogen voelt". Bemiddelaar Bekaroglu zei dat er een oplossing kon gevonden worden zonder al dat geweld, maar dat de justitieminister die optie gewoon weigerde.

Lauwe internationale reacties

De situatie in de Turkse gevangenissen is barslecht. Al jaren publiceren nationale en internationale mensenrechtenorganisaties rapporten over systematische folterpraktijken en zelfs standrechtelijke executies. Toch houdt de Europese Unie zich op de vlakte. De enige concrete daad is de beslissing om de besprekingen over de toetreding van Turkije tot de EU in de ijskast te stoppen. Nu, naar aanleiding van het neerslaan van de hongerstaking, heeft de Europese Commissie haar ‘bezorgdheid’ uitgedrukt. "De Europese Commissie is bezorgd over de gebeurtenissen in Turkije en roept alle betrokken partijen op om het geweld te stoppen en een positieve uitweg te zoeken voor het conflict in de gevangenissen", aldus een officieel communiqué. Dergelijke voorzichtige standpunten zijn we m.b.t. Turkije gewoon. Op de oorlog met de Koerdische PKK, waarbij excessief geweld werd gebruikt, tegen de 40.000 doden zijn gevallen en duizenden dorpen werden platgebrand of geëvacueerd reageerde de EU al even voorzichtig. Erger, de wapenexport naar Turkije bleef al die tijd rustig floreren. Op de regelmatige invasies – de laatste dateert van midden december 2000 – van het Turkse leger in Noord-Irak wordt zelfs helemaal niet gereageerd. België dat er tegenwoordig prat op gaat een ethische buitenlandse politiek te varen, heeft zich zelf de moeite niet getroost om zich over de gebeurtenissen in de gevangenissen uit te spreken. Het was nochtans minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, die enkele maanden terug op de eerste rij stond te roepen voor maatregelen tegen Oostenrijk, na de opname van extreem-rechts in de regering. In Turkije zit de extreem-rechtse partij MHP al sinds midden 1999 in het regeringspluche zonder dat de regering daar één woord heeft aan vuil gemaakt. De MHP, bij ons bekend via de Grijze Wolven, heeft nochtans een trieste reputatie. Turks extreem-rechts is verantwoordelijk voor de dood van honderden linkse activisten, met als dieptepunt de slachting in Kahramanmaras in december 1978, toen 111 mensen op aanstichten van de MHP werden vermoord.

F-Type

Het drama in de Turkse gevangenissen gaat terug tot in 1996, toen de discussie over de gevangenissen van het F-Type startte. Van meet af aan kwam het protest op gang. Als gevolg van een hongerstaking stierven 12 gevangenen. Toenmalig justitieminister, Sevket Kazan, reageerde op een klassieke manier. "Niemand is in hongerstaking, iedereen eet", zo liet hij zich ontvallen, tot de eerste doden uit de gevangenissen werden weggevoerd. Het F-type-project werd opgeschort tot juli van dit jaar. Intussen is duidelijk geworden dat in alle stilte gewoon werd doorgewerkt aan de bouw van deze speciale gevangenissen.

Alle mensenrechtenorganisaties staan huiverig tegenover de invoering van de F-types. Volgens Amnesty International kunnen gevangenen er geïsoleerd of in kleine groep ondergebracht worden, zoals dat nu al het geval is in de speciale gevangenis van Kartal. Een delegatie van AI bezocht in juni de bouwwerf van de Sincan F-type-gevangenis en twijfelde sterk aan het feit of deze aan de internationale normen kan tegemoet komen.

Een rapport van een aantal onafhankelijke Turkse organisaties, waaronder de Turkse Dokters Unie (TTB), stelde dat de F-Types worden gebouwd om de persoonlijkheid van de gevangenen te breken en duidelijk een stap achteruit zijn voor de fysische en mentale gezondheid van de gevangenen. De (politieke) gevangenen zijn bijzonder verontrust omdat ze in isolatiecellen nog meer aan de willekeur van de bewakers zijn overgeleverd. Want het is duidelijk dat vooral de politieke gevangen erin zullen worden ondergebracht. De autoriteiten hebben in elk geval van de omstandigheden geprofiteerd door meteen de daad bij het woord te voegen en hen in grote getale naar de gevreesde gevangenissen te verhuizen.

Tenslotte, waar het in dit debat hoort over te gaan: wie zijn die gevangenen überhaupt? Voor de regering gaat het om ‘terroristen’. In werkelijkheid zijn de meesten het slachtoffer van de repressie van de vrije meningsuiting. Turkije is recordhouder op vlak van het aantal gevangen gezette journalisten. Duizenden mensenrechten- en politieke activisten zitten achter de tralies voor feiten die elders vallen onder het recht op vrije meningsuiting. Onder hen ook prominente gevangenen zoals de Koerdische parlementariërs Leyla Zana en Hatip Dicle. Het wordt misschien hoogtijd dat het ‘bezorgde’ Europa zich eens afvraagt hoe het probleem van de politieke gevangenen en folterpraktijken vlug kan worden opgelost.

(Uitpers, januari 2001)

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 100 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook