De media: volgzaam en bloeddorstig

Honderd jaar geleden, in 1898, verklaarden de Verenigde Staten van Amerika de oorlog aan Spanje en
veroverden ze Cuba, Puerto Rico, de Filippijnen en het nog steeds strategische eiland Guam in de
Stille Oceaan op Madrid. In de vlucht annexeerden ze ook nog het Koninkrijk Hawaii. Amerika was
meteen lid geworden van de club van imperialistische mogendheden. Het was ,,bij de tijd” gekomen,
want het imperialisme kende eind de 19de eeuw een bloeiperiode. Eens het ,,eigen land” veroverd op de
Indianen – via een genocide met 5 tot 15 miljoen slachtoffers (1) – en de economie achter beschermende
muren opgebouwd, was het tijd om de aandacht op de buitenwereld te richten.

Een streven waarvoor het de volle steun van de pers kreeg. Een pers die er zelfs toe aanzette. Want het
was krantenmagnaat William Randolph Hearst die met een niet aflatende campagne om een einde te maken
aan de ,,Spaanse repressie” tegen de vrijheidsstrijders op Cuba in zijn New York Journal een ietwat
aarzelende president William McKinley over de streep trok. Een ,,humanitaire interventie” avant la
lettre. Honderd jaar later gebeurt net hetzelfde: media die tot oorlog op de Balkan tegen de ,,Servische
repressie” en elders oproepen, schaamteloos de standpunten van ????n partij overnemen – d.w.z. propaganda
maken in plaats van journalistiek te bedrijven – en daarin worden gevolgd door ,,vredesorganisaties”
en ,,humanitaire” ngo’s. Uiteraard allemaal voor een ,,goed doel”, voor ,,waarden”, om ,,humanitaire”
redenen. Maar met wellicht even nefaste gevolgen als het imperialisme van een eeuw geleden.

Nadenken verboden?

Kunnen er uit de geschiedenis dan geen lessen worden getrokken? Is nadenken verboden? Moet er ook op dit
vlak – op sociaal-economisch gebied is terug naar de 19de eeuw al jaren de norm geworden met het zgn.
neoliberalisme – op de vooravond van de 21ste eeuw worden teruggekeerd naar de 19de eeuw? Moet dit alles
weer uitmonden in een ,,grote oorlog” zoals de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), waarvan het begin destijds
door vrijwel iedereen, de pers incluis, met veel entoesiasme werd begroet?

De Amerikaanse ,,humanitaire interventie” op Cuba werd sedertdien door vele andere gevolgd. Met andere
woorden, de doctrine van president James Monroe van 1823 – ,,Amerika voor de (Noord-)Amerikanen” – werd
in praktijk gebracht. Dat heeft Latijns-Amerika tot de dag van vandaag tot zijn schade en schande ondervonden.
Landen als Argentini?? die normalerwijs een Europees economisch niveau hadden moeten bereiken, werden
vakkundig gefnuikt. Kwestie van concurrentie te voorkomen. De democratische ontwikkeling werd kapotgemaakt
omdat met dictators betere zaken te doen waren en de diverse landen beter konden worden gecontroleerd.

Latijns-Amerika is niet langer meer Washingtons enige ,,achtertuin”. Sedert het einde van de Sovjet-Unie
in 1991 wordt wereldwijd gekeken. In regeringspapieren, zoals een document van het Pentagon van 1992,
wordt onomwonden gesteld dat de Verenigde Staten de enige supermogendheid moeten blijven en de opkomst
van rivalen moeten verhinderen (2). Het Pentagon heeft het over een ,,welwillende dominantie” van de VS –
iets waar de honderdduizenden slachtoffers van de Amerikaanse ,,welwillendheid” zoals de 5.000 Iraakse
kinderen tussen 0 en 5 jaar die elke maand sterven ten gevolge van de hardnekkigheid waarmee de VS het
embargo tegen Bagdad toepassen, wel een andere mening zullen over hebben.

Verbazingwekkend genoeg wordt dit Amerikaanse streven, op enkele uitzonderingen na, ook door de Europese
media volop gesteund. En dat Washington zijn bondgenoten van de NAVO meesleept in zijn streven wordt zelfs
toegejuicht. Wat is er aan de hand in de media? Was de actie van de Amerikaanse kwaliteitsmedia, die een
beslissende bijdrage leverden tot de Amerikaanse aftocht uit Vietnam in 1973 na tien jaar oorlog, slechts
een interludium? Wellicht wel.

Marketeers

Wat er aan de hand is in de media werd al ruim zes jaar geleden in De Standaard raak geformuleerd door
Frans De Clerck, die 33 jaar lang woordvoerder was van Philips Belgi?? (3). Hij heeft het uiteraard vooral
over de economische journalistiek, maar zijn opinie kan ook worden doorgetrokken naar de buitenlandse
berichtgeving. Volgens hem leidde de contestatiebeweging van mei ’68 tot een professionalisering van de
journalisten, werden er academici aangetrokken, die als gespecialiseerde redacteurs aan de slag gingen.
Dat was in elk geval zo voor het dagblad De Standaard, dat eind de jaren 1960 (tot het faillissement in
1976) werd geleid door bedrijfsleider-grootaandeelhouder Albert De Smaele en door Luc Vandeweghe (die
zijn artikelen tekende met de schuilnaam E. Troch) als directeur van de redactie. Zij gingen over tot
de aanwerving van een hele reeks kwaliteitsredacteurs met universiteitsdiploma, die nu worden uitgerangeerd,
en moderniseerden de krant. Er kwam een kritische journalistiek, die De Clerck als positief beoordeelt.

Maar nu, aldus De Clerck in juni 1993, worden de jonge journalisten recht van de universiteitsbanken als
,,sterreporter” het veld ingestuurd, zonder degelijke opleiding op de redactie. ,,Een goede story heeft
voorrang op de waarheid. Kritisch onderzoek is er nauwelijks nog bij. Dat is een internationale trend,
soms ook onder invloed van de marketing-afdeling. De uitgevers ontkennen dat, maar de neiging bij sommige
kranten om de marketeers meer invloed te geven op de redactie, vind ik zeer gevaarlijk”, aldus nog De Clerck.

Eigen ervaring bevestigt de visie van De Clerck. Het keerpunt is er gekomen rond 1990. Nu zitten de
,,marketeers” op de redactie, die, bij wijze van spreken, maar soms ook echt, een week eerder nog
zeeppoeder promootten en nu voor het eerst een krant in handen nemen. Zij bepalen over wat, en hoeveel
er wordt geschreven. Hoofdredacteurs zijn geen leiders meer van de redactie, laat staan de verdedigers ervan.
Ze voeren de bevelen van de directie uit. Journalistieke deontologie is, op een aantal uitzonderingen na,
als irrelevant ter zijde geschoven. Kritische zin, kennis van dossiers zijn niet meer gewenst. Dit houdt
in dat journalisten voor het bedrijf niet meer belangrijk zijn, want om het even wie wordt geacht om over
het even wat te schrijven. Juist of verkeerd? Who cares? Vandaag schrijft een journalist over ????n zitting
van een parlementaire onderzoekscommissie, morgen over een geruchtmakende assisenzaak, overmorgen over de
Balkan.

Arm en onwetend

Vandaar ook een gestage afkalving van het journalistenstatuut. Er bestaat al ruim drie jaar geen collectieve
arbeidsovereenkomst meer tussen de uitgevers en de (inmiddels taalkundig gesplitste) Algemene Vereniging
van Beroepsjournalisten van Belgi?? (AVBB). De werkgevers hebben eenzijdig de lonen voor beginnende
journalisten met zowat een derde verminderd, terwijl anci??nniteit en mogelijkheden op carri??re sterk
zijn beperkt. Ze willen ook het principe van loonsvermindering bij verandering van job op de redactie
doordrukken en houden nieuwelingen jaren aan het lijntje met tijdelijke contracten, als ze al niet als
valse zelfstandigen moeten werken. Geen wonder dat beginners met hun hongerlonen niet bereid zijn een
eigen bibliotheek uit te bouwen en dossiers grondig te bestuderen. Terug naar de goede oude tijd van de
onderbetaalde en onwetende, maar gewillige journalisten dus.

Het resultaat van deze nieuwe trend in de media werd meteen duidelijk toen de Iraakse president Saddam
Hoessein op 2 augustus 1990 zijn troepen het emiraat Koeweit deed bezetten. In contrast tot de oorlog
in Vietnam werden journalisten door de Amerikanen van het oorlogstoneel geweerd. Niemand zag meer wat
er echt gebeurde. En van kritische zin was, op de uitzonderingen na, geen sprake meer. Berichten van
het Amerikaanse opperbevel werden klakkeloos overgenomen. De tv zond filmpjes over
,,precisiebombardementen” uit, die achteraf nep bleken. Bij elk bericht uit Bagdad werd daarentegen
gewaarschuwd dat het kritisch moest worden bekeken wegens mogelijke censuur of manipulatie! Iedereen
sprong op de Amerikaanse kar. Sedertdien is er al een kleine bibliotheek volgeschreven over de manipulatie
van de pers in de Golfcrisis van 1990-1991 – een pers die zich meer dan graag liet manipuleren, in
feite mede-oorlogsvoerder was.

Enige zaligmakende waarheid

In de daarop volgende conflicten op de Balkan deed zich hetzelfde fenomeen voor. Alles wat de NAVO-lui
de wereld kond deden, werd als de enige zaligmakende waarheid verkondigd. De Belgische ,,kwaliteitskranten”
censureerden zowat alles weg wat ten gunste van Servi?? zou kunnen worden uitgelegd. De oorlog om Kosovo van
maart tot juni 1999 was zowat het toppunt. Geen enkele krant, noch de tv en radio deelden mee dat Belgi??
deelnam aan een oorlog tegen Servi??. Ondanks het feit dat iedereen, ook bij de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO), van oorlog, sprak werd de offici??le stelling gevolgd dat het ging om een
,,militaire actie”. Ook dat de NAVO-oorlog de oorzaak werd van een aangekondigde humanitaire catastrofe,
werd vakkundig onder mat geveegd. Dit alhoewel de oorlog officieel tot doel had zo’n catastrofe te voorkomen
en alhoewel NAVO-opperbevelhebber, generaal Wesley Clark, achteraf verklaarde dat de NAVO ermee rekening
had gehouden dat dit zou gebeuren als de NAVO zou beginnen bombarderen – waarmee de cirkel rond was.

Kritische vragen werden op het NAVO-hoofdkwartier slechts uiterst zelden gesteld, ook niet over de manier
van oorlogvoering met uiterst giftige wapens gemaakt op basis van verarmd uranium, die nog jaren lang voor
duizenden kankergevallen zullen zorgen op de Balkan, vooral in Kosovo. Het zal de Groenen, die in Duitsland,
Frankrijk en Itali?? mee aan de macht waren en zijn, een zorg wezen. (4)

Ook bleef een kritische evalutie achteraf uit toen bleek dat het Joegoslavische leger de ruim 70 dagen
durende bommencampagne vrijwel ongeschonden overleefde. Er is sprake van slechts dertien uitgeschakelde
tanks – waarnemers in Kosovo hebben het zelfs over nauwelijks acht. Niemand stelde zich de vraag wat er
dan wel zo druk gebombardeerd werd., ook al had de Belgische stafchef, vice-admiraal Willy Herteleer, in
een interview met De Standaard een pleidooi gehouden om ,,de Servische bevolking zelf pijn te doen” (5).

Onze vriend de koning

Geen enkele journalist zag de ironie in van het feit dat eerste minister Dehaene in volle oorlog tegen
Servi?? op 13 april een bezoek bracht aan ,,onze vriend de koning” (6), de inmiddels overleden koning Hassan
II van Marokko, om daar de al hartelijke betrekkingen met de sjerifijnse monarchie nog verder aan te halen.
Dit alhoewel er humanitair nogal wat aan te merken is op het karakter van het Marokkaanse regime: moord op
opposanten, geheime gevangenissen, verdwijningen??? Om dan nog niet te spreken over de annexatie in 1975 van
de Westelijke Sahara, die door de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid is veroordeeld, en de voortdurende
sabotage door Rabat van een referendum over de toekomst van dit gebied. (7) Maar van zijn vrienden, zoals,
naast Marokko, Turkije, Isra??l en Indonesi?? (dat eveneens in 1975 Oost-Timor bezette) verdraagt men alles.
Zelfs nu schijnt er plots geen ,,humanitair interventierecht” te bestaan in Oost-Timor.

Evenmin stelden de journalisten zich de vraag waarom het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK), dat tot halfweg
1998 door de VS als een terroristische organisatie werd bestempeld wegens zijn aanvallen op burgers en
ambtenaren, plots aan de macht moest worden gebracht door de NAVO. Ondanks het feit dat het nogal wat
communisten (aanhangers van wijlen de Albanese dictator Enver Hoxha) en fascisten onder zijn leden telt.
Ondanks ook zijn Groot-Albanese ideologie, die naast het opeisen van Noord-Griekenland en een deel van
Montenegro, vooral gevaarlijk is voor de integriteit en het voortbestaan van Macedoni??. Het UCK voerde
daar vorig jaar al een publiek opge??iste bommencampagne. Waarom hebben de VS zich in de tweede helft van
1998 aangesloten bij Duitsland, dat na de het einde van de oorlog in Bosni??, in 1996 via zijn geheime dienst,
de Bundesnachrichtendienst, het UCK begon op te leiden en te bewapenen. (8) En wat wil Duitsland, dat de
nefaste geweldspiraal op de Balkan in gang zette, eigenlijk bereiken in die regio?

Kortom, massa’s evidente vragen krijgen geen antwoord in de media. Het initiatief voor dit webzine is dan
ook in de eerste plaats bedoeld om de internationale politiek, kritisch te benaderen en de Belgische rol
erin te belichten. Om te proberen antwoorden te geven over vragen die elders weinig of niet worden gesteld.
Om de problemen tot op de bodem uit te persen.


(1) Ronald Wright, Hell is us, in The Times Literary Supplement, nr. 4972, 17 juli 1998, blz. 7.
(2) Pentagon’s New World Order: U.S. to Reign Supreme, in: International Herald Tribune, 9 maart 1992. Zie hierover ook: Paul-Marie de la Gorce, Washington et la ma??trise du monde, in: Le Monde Diplomatique, april 1992.
(3) De Standaard, zaterdag 19, zondag 20 juni 1993.
(4) Zie over deze problematiek: Robert Fisk, Mensonges de guerre au Kosovo, La manipulation des esprits, in: Le Monde Diplomatique, augustus 1999.
(5) De Standaard, zaterdag 17, zondag 18 april 1999. Journalistiek gezien zou deze oproep tot geweld tegen burgers de titel hebben moeten zijn, maar zo werkt het nu eenmaal niet. Ook niemand in de toenmalige regering van Jena-Luc Dehaene zag graten in die oproep in en de nieuwe blauw-rood-groene regering van premier Guy Verhofstadt verlengde op 10 september zonder aarzelen het mandaat van de stafchef tot begin 2003.
(6) Een allusie op het vernietigende boek van de Franse auteur Gilles Perrault, Notre ami le roi, Parijs 1990, over de Marokkaanse monarchie.
(7) Blijkens de tentoonstelling ,,Magisch Marokko” in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, die tot 5 december, werd verlengd, erkent Belgi?? die annexatie op zijn minst feitelijk. Aan het begin van de tentoonstelling is een kaart van Marokko te zien, volgens dewelke de Westelijke Sahara een deel is van Marokko. Als federale wetenschappelijke instelling mag het Museum worden geacht de regeringspolitiek ter zake te weerspiegelen.
(8) Christophe Chiclet, Aux origines de l’Arm??e de lib??ration du Kovoso, in: Le Monde Dipomatique, mei 1999, blz. 6.