De laatste kolonie van Afrika

Nicolien Zuijdgeest, “De laatste kolonie van Afrika. Reizen door de Westelijke Sahara”, Uitgeverij Bulaaq, Amsterdam 2004, 255 blz., 18,50 euro.

De Nederlandse journaliste, Nicolien Zuijdgeest ondernam tussen 1997 en 2003 een tiental reizen door de Westelijke Sahara. Zij bezocht de door Marokko sinds 1975 bezette gebieden – onder meer de hoofdstad El Aioun, Smara, de fosfaatmijnen van Fosboucraa. Ze trok door het door de Saharaanse bevrijdingsbeweging Polisariofront bevrijde gebied, bezocht Saharaanse families, die naar het buurland Mauritaniê zijn uitgeweken en deed de vluchtelingenkampen van het Polisariofront in het Zuid-Westen van Algerije aan. In de buurt van de Algerijnse woestijnstad Tindouf wachten om en bij de tweehonderdduizend Saharaanse vluchtelingen op hun terugkeer naar hun vaderland. Dat doen ze nu al negentwintig jaar.

Zuijdgeest schets in een notendop de historische achtergronden van het bijzonder moeizame en pijnlijke dekolonisatieproces. De Westelijke Sahara is de laatste kolonie van Afrika. De Verenigde Naties hadden dit voormalige Spaanse koloniale bezit op hun lijst van te dekoloniseren landen ingeschreven. Toen het Franco-regiime in 1975 op zijn laatste benen liep en de bevrijdingsbeweging voor de Westelijke Sahara, Polisariofront, zeer nadrukkelijk de onafhankelijkheid opeiste, kwam het tot een deal tussen Spanje, Marokko en Mauritanië. In 1975 viel Marokko het nuttige en fosfaatrijke deel van de Westelijke Sahara binnen. De Saharanen werden massaal het land uitgedreven. Dat ging gepaard met bombardement met napalm en fosfor. Mauritanië bezette de rest van het gebied, maar moest enkele jaren later de duimen leggen tegen een zeer efficiënte guerrilla van het Polisariofront. Mauritanië sloot vrede met het Polisariofront en erkende de in 1976 uitgeroepen Democratische Arabische Republiek Sahara. De Saharaanse bevrijdingsbeweging bleef ook rake klappen uitdelen aan de troepen van zijn majesteit Hassan II. Polisario kon deze woestijnoorlog echter niet winnen, omdat de Marokkaanse strategen, in samenwerking met Amerikanen en Israëli’s en gefinancierd door Saoedi-Arabië een 2.500 kilometer lange verdedigingswal bouwden. Marokko heeft miljarden dollar gepompt in de oorlog tegen het Polisariofront en in de kolonisatie van de Westelijke Sahara.

In 1991 kwam het tot een bestand. De Verenigde Naties stelden een vredesplan op, dat in 1992 moest leiden tot een referendum over het zelfbeschikkingsrecht van de Saharanen: onafhankelijkheid of aansluiting bij Marokko. Hassan II en zijn zoon en opvolger Mohammed VI zijn er tot vandaag in geslaagd dit VN-vredesplan te dwarsbomen. De Marokkaanse monarchie beschikt over machtige bondgenoten: de Verenigde Staten en Frankrijk. Maar ook de opeenvolgende VN-secretarissen, Javier Perez de Cuellar, Boutros Boutros Ghali en Kofi Annan deden erg hun best om het eigen vredesplan telkens opnieuw op de lange baan te schuiven of te wijzigen. Perez de Cuellar hield er zelfs een bestuurspost aan over bij de holding Omnium Nord Africain, het persoonlijke bezit van Hassan II en zijn familie.

"Wij zijn geen Marokkanen"

"Voor mij staat één zaak buiten kijf," schijft Nicolien Zuijdgeest, "het conflict om de Westelijke Sahara is en blijft een dekolonisatiekwestie. Op grond van de resoluties van de VN hebben de oorspronkelijke bewoners van de laatste kolonie van Afrika recht op hun referendum. Dit recht komt echter steeds verder in de verdrukking door toedoen van de VN zelf, en door de internationale politieke verhoudingen. In 1999 werd besloten dat er in Oost-Timor een referendum zou worden gehouden en in 2002 werd dit land onafhankelijk van Indonesië. De Saharanen moeten zo snel mogelijk hun referendum over zelfbeschikking krijgen."

Toch heeft Zuijdgeest geen loutere politieke analyse van het conflict willen schrijven. Ze trok zelf op verkenning in de voormalige Spaanse kolonie en dat levert een verrassend en boeiend reisverslag op. Zuijdgeest toont ons de Saharaanse maatschappij in al haar schakeringen en verscheidenheid. In het Zuid-Marokkanse TanTan logeert ze bij een Saharaanse familie. De zoon Tayeb is een fervent Polisario-aanhanger (ook al is dat nog steeds een levensgevaarlijke bezigheid in Marokko) en is voor de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara. Zijn moeder Leila voelt zich Marokkaanse en is dus royalistisch en gezagstrouw. "Revolutie is voor ezels," kaffert ze op haar zoon. "Een onafhankelijke Sahara heeft geen bestaansrecht. Marokko heeft het gebied ontwikkeld, dus is het Marokkaans." Waarop de zoon dan weer: "het lijkt wel of ik de koning hoor spreken. Ik zweer je op het graf van mijn stamvader: de Sahara is niet Marokkaans! Ben je vergeten hoe een Saharaanse nomade in elkaar steekt? Wij zijn geen Marokkanen, wij voelen ons geen Marokkanen en we zullen nooit Marokkanen worden."

Zuijdgeest vertelt tientallen van deze anekdoten. In de hoofdstad El Aioun trekt ze op met de Saharaanse mensenrechtenactivist Youssef. Ze worden constant geschaduwd door agenten van de Sûreté Nationale van Mohammed VI. Saharanen laten op alle mogelijke manieren hun afkeer van de Marokkaanse bezetter blijken. Voor het mohammedaanse offerfeest weigert Youssef op de markt een Marokkaans schaap te kopen. "Een schaap uit het Noorden heeft geen smaak," zegt hij. "Woestijnschapen zijn beter want die grazen in het wild. Puur natuur." Youssef zat van 1987 tot 1991 in de gevangenis, verdacht van Polisario-sympathieën. Hij kwam vrij nadat Marokko en Polisario een bestand hadden ondertekend. Vandaag is hij actief in een comité dat zich inzet voor de slachtoffers van verdwijningen en willekeurige gevangenschap. De Saharanen in de door Marokko bezette gebieden zijn tweederangsburgers, omringd door honderdduizenden Marokkaanse kolonisten. "Marokko is het Israël van Noord-Afrika en wij zijn de Noord-Afrikaanse Palestijnen", merkt één van Zuijdgeests Saharaanse gesprekspartners op.

Zuijdgeest gaat op bezoek bij enkele oude Spaanse paters, die in de Westelijke Sahara zijn gebleven. Ze hebben heimwee naar de goede oude koloniale tijden. "Vroeger waren er veerdiensten en wekelijkse vluchten met de Canarische eilanden," zuchten de oude Spanjaarden. "De enige boten die nu nog tussen de Sahara en de eilanden varen vervoeren zand." De Marokkanen exporteren Saharazand, waarmee de Canarische stranden worden verfraaid en opgehoogd.

"Spanje is de hoofdschuldige"

De voormalige luitenant-kolonel José Ramon Diego Aguirre van het Spaanse koloniale leger in de Westelijke Sahara is formeel. "Spanje is de hoofdschuldige," weet de voormalige Spaanse officier. "Het was een slecht koloniaal bestuur. Wij wisten niets van de cultuur, de taal of de gewoonten – ook ik niet." En: "Een Moorse nomade erkent geen andere meesters dan de woestijn en God. Saharanen hebben altijd verzet geboden tegen een vreemde mogendheid. Al in de vijftiende eeuw moesten ze niets weten van de Spanjaarden en Portugezen, die aan de kust van de Westelijke Sahara voet aan de grond probeerden te krijgen, zonder veel succes." "Met ons hadden de nomaden niet zoveel problemen", zegt de oude officier, "want wij lieten ze redelijk hun eigen gang gaan."

In de bezette gebieden ontmoet Nicolien Zuijdgeest Saharaanse notabelen, die pro-Marokkaans zijn. Maar de meeste Saharanen blijven zich verzetten tegen de Marokkaanse bezetting en velen hebben familieleden in de vluchtelingenkampen in de buurt van Tindouf. Al bijna dertig jaar lang zijn ze gescheiden. Sinds korte tijd kunnen ze elkaar wel eens bellen, maar dat lukt niet altijd. In de vluchtelingenkampen zijn nog steeds te weinig telefoons.

Maatschappij in ballingschap

De vluchtelingen in de kampen in Zuid-West-Algerije vormen een maatschappij in ballingschap. Nicolien Zuijdgeest heeft er talloze ontmoetingen met vrouwen – die een heel bijzondere en actieve rol spelen, met jongeren, die vaak meer dan tien jaar in het buitenland hebben gestudeerd (de meesten in Cuba) en daarna terug naar de woestijn komen om te wachten op betere tijden. Ze ontmoet er de oudere generatie, die blijft dromen van het vroegere nomadenbestaan. Het Polisariofront heeft zich altijd sterk afgezet tegen het tribalisme. Om het referendum voor te bereiden en het aantal stemgerechtigden te bepalen hebben de VN teruggegrepen naar de oude stamstructuren. De sjeiks en stamhoofden speelden een cruciale rol bij de identificatie van de Saharanen, die aan het referendum mogen deelnemen. Zuijdgeest stelt de vraag of het tribalisme terug van weggeweest is. Een duidelijk antwoord krijgt ze niet. Ook vandaag blijft Polisario een tegenstander van dit fenomeen, omdat het de eenheid van de Saharanen kan ondermijnen.

"Meer dan de helft van de Saharaanse vluchtelingen is jonger dan 25 jaar. Velen zijn hoog opgeleid en kijken vol verlangen naar de toekomst. Ze willen werken, maar de mogelijkheden zijn beperkt. In de kampen is er alleen vrijwilligerswerk en zelfs dat heeft zijn grenzen," stelt Zuijdgeest vast. "De jonge generatie confronteert de vluchtelingenmaatschappij met de uitzichtloosheid van het conflict. Marokko speelt daar handig op in. Het weet dat de Saharanen in Tindouf geen toekomst kunnen opbouwen en legt overgelopen Saharanen in de watten, in de hoop vluchtelingen over te halen van het goede leven in Marokko te genieten."

Op de vraag of hij er ooit over heeft gedacht om naar de door Marokko bezette gebieden over te lopen, zegt de jonge vluchteling Ali somber: "nee". "Er komen in de kampen regelmatig Saharanen uit de Westelijke Sahara aan, die het Marokkaanse regime beu zijn. Het leven gaat er niet over rozen. Als je overloopt, kun je nooit meer met opgeheven hoofd over straat lopen."

Inmiddels wacht Ali samen met bijna tweehonderdduizend lotgenoten op de dag dat de Westelijke Sahara niet langer de laatste kolonie van Afrika zal zijn…

(Uitpers, nr. 54, 5de jg., juni 2004)