‘Onder het puin ligt de hoop. Dat is een nuchtere bron van optimisme’ (p.289). Het is de slotzin van het jongste boek van Peter Mertens, een kanjer van 300 bladzijden. Geen angst voor wie het te dik of te lang vindt, het leest bijzonder vlot en geeft je meteen ‘de stand van de wereld vandaag’. Een rijke bron van informatie en analyse voor wie het dagelijks nieuws niet zo goed kan volgen bij gebrek aan tijd of zin. Wel moet je een sterke maag hebben om het te verteren, want hoewel de slotzin optimistisch klinkt, er staat weinig opbeurends in dit boek.
Het begint met een analyse van het Europese beleid, de schokdoctrine, de oorlogszucht, de moeilijke relatie met de V.S.
In deel II komt wel wat goed nieuws naar binnen, de vele acties in de V.S. tegen ICE, de vakbondsacties, de bewonderenswaardige solidariteit in Minneapolis en andere steden. Uitleg over de ‘AI-goudkoorts’, de gelijkenissen met de toestand voor de crisis van 2008, de nationale veiligheidsstrategie, de Donroe-doctrine en de kanteling van het machtsevenwicht naar China.
Deel III tenslotte heet ‘herfsttij van het imperialisme’ over economische wetmatigheden en het nooit weg te denken kolonialisme.
Peter Mertens beseft zeer goed dat alle strijdpunten van vandaag, in België, in Europa en elders in de wereld met elkaar te maken hebben. Je kan niet strijden voor sociale rechtvaardigheid als je niet tegelijk extreemrechts aanpakt en naar vrede streeft. Terecht verdedigt de auteur het oude concept van menselijke veiligheid dat door het VN-ontwikkelingsprogramma ooit werd voorgesteld.
Naar een socialistisch Europa?
De auteur beschrijft zeer goed de vele impassen van het Europees beleid, van de verlammende ‘soberheid’ tot de militarisering van vandaag. Toch is dit het hoofdstuk dat mezelf ietwat ontgoochelt. Hoe zeer we de machtswellust van Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie kunnen veroordelen en hoezeer we haar beleid ook moeten afwijzen, zij is niet degene die de beslissingen neemt. Net als in andere interstatelijke organisaties zijn en blijven het onze nationale regeringen die over alles het laatste woord hebben. Ik begrijp niet waarom hun verantwoordelijkheid zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. De partij heeft een uitstekend lid in het Europees Parlement die zeer goed weet waar de klepel van de klok hangt. Waarom dan blijven vasthouden aan dit goedkoop anti-EU gedoe? De keuze is niet meer of minder Europa, aldus Peter Mertens, maar wat dan wel? Mario Draghi, ex-voorzitter van de Europese Centrale Bank en Enrico Letta, ex-premier van Italië hoeven niet onze vrienden te zijn, ze hebben in hun rapporten wel enkele zeer terechte puntjes op de ‘i’ gezet die ook aan de linkerzijde niet kunnen genegeerd worden. Het hoofdstuk afsluiten met een ‘we hebben een heel ander Europa nodig, een socialistisch Europa’ (p.150) doet dit uitstekend eerste deel van het boek geen eer aan. Dat ‘socialistisch Europa’ staat al vijftig jaar op de agenda, maar nooit heeft het de vorm van een concreet alternatief aangenomen.
Ook in de EU is het machtsevenwicht aan het wankelen, niet zozeer tussen de instellingen, maar tussen van oudsher goed samenwerkende Lidstaten, zoals Frankrijk en Duitsland. ‘Duitsland zal onbeschaamd en ongeremd militariseren’ (p.71). Inderdaad, en dat is beslist geen goed nieuws. De auteur wijst er terecht op dat de vele wapenaankopen, ook in België naar aanvalswapens gaan, wat angstige twijfel doet rijzen over de bedoelingen.
‘Afbreken van de verzorgingsstaat om een oorlogsstaat op te tuigen is zuiver economisch bekeken zo ongeveer het domste wat je kan doen’ citeert Mertens Ewald Engelen (p.91). Toch is het dat wat gebeurt. De Europese herbewapening groeit uit tot een forse subsidiëring van het militair-industrieel complex in de V.S., terwijl die V.S. nooit of te nimmer een echt zelfstandig Europa wil en zal willen maar alles doet om de Lidstaten uit elkaar te spelen.
De V.S. van Trump en van het kapitalisme
Gelukkig ligt de belangrijkste boodschap van het boek op een ander terrein.
In het tweede deel gaat het over de macht van de oligarchen in de V.S. Trump wordt daarin niet enkel als een boegbeeld van de rijken gezien maar als een politieke stormram van een nieuw, nationaal verankerd kapitalisme.
Trump volgt de route van een ‘imperial presidency’ waarin de Staat wordt gezuiverd van alle vervelende stoorzenders als vakbonden en middenveldorganisaties en volledig onder presidentiële controle kan worden gebracht. Justitie wordt gepolitiseerd en migratie wordt de interne frontlinie. Peter Mertens zet nog een vraagteken achter ‘Opstap naar een nieuw fascisme’ (p.182), ik denk dat het rustig mag wegvallen.
Uiteindelijk, aldus Peter Mertens, kan de hele evolutie in de V.S. gezien worden als de angst om machtsverlies en de voorbereiding op een conflict met China. De V.S.-hegemonie moet kost wat kost worden veilig gesteld.
Het Pentagon schreef in een rapport dat in 2025 uitlekte: ‘De VS verliezen elke keer’ (p. 226). ‘Bij elke truc die wij achter de hand hadden, was die bij de Chinezen dubbel en dwars afgedekt’ (p.226). De V.S. staat economisch en militair met de rug tegen de muur, en weet dat. Vandaar dat Europa voor zijn defensie moet betalen en er opnieuw wordt gestreefd naar totale controle over de achtertuin in Midden- en Zuid-Amerika. En Groenland nodig is.
Hét grote probleem, zo stelt Mertens terecht, is de symbiose tussen politiek en grote ondernemingen. Dat gebeurt vooral ‘wanneer de kanonnen bulderen. Oorlog is de ultieme versmelting van staat en kapitaal’ (p.275). Of we afstevenen op een derde wereldoorlog dan wel of we er al in zitten is moeilijk te zeggen. Feit is dat ‘machthebbers die vastzitten in de tunnelvisie van hun eigen onfeilbaarheid’ de grip op de wereld verliezen. (p.280). We zitten duidelijk in een proces van neergang. Het moderne imperialisme heeft naast de wapens nog een ander instrument: de wurggreep van de financiële markten. Maar wat als de chantage niet meer werkt? ‘De reus uit Washington staat wankel op zijn voeten’ (p.286).
Het lentetij?
‘Onder de lange herfst van dit systeem rijpt het lentetij’ (p.11). We willen het graag geloven, het is heel waarschijnlijk waar, maar zichtbaar is het nog lang niet. De onaanvaardbare en onuitroeibare fragmentering van linksen en progressieven, het gebrek aan organisatie, het gebrek aan een geloofwaardig alternatief, ook al blijft men dat een ongedefinieerd ‘socialisme’ noemen… Ik ben ervan overtuigd dat Peter Mertens gelijk heeft, onder het puin ligt de hoop, maar de weg is nog lang. Verandering komt, jazeker, maar hoop is niet genoeg, er is een programma en er is een begin van strategie noodzakelijk. Het risico is zeer reëel dat we eerst nog door een zware crisis moeten waarin het fascisme zal zegevieren, waarin gewapende conflicten uitbreken en het klimaat verder en gevaarlijk overhelt. In het onmiddellijke verschiet liggen geen rozengeur en maneschijn. Peter Mertens help ons wel op weg, want ook hoop is zinloos wanneer ze niet is gebaseerd op een concrete analyse van de feiten. Daarom is dit een zeer belangrijk boek dat hopelijk veel gelezen zal worden.
