Peter Mertens is een politicus op links die blijft nadenken en de resultaten van zijn denken regelmatig ook in een boek aan het publiek aanbiedt. Dat is op zich lovenswaardig in deze tijd van snelle mediatieke bites en kreten, waar analyse en reflectie nagenoeg weggevaagd worden uit het wereldbeeld. Grondiger analyse , en zeker van tendensen en processen op wereldschaal, is zeldzaam geworden in Vlaanderen. Een grondig gedocumenteerde studie over mondiale processen, waarin we allemaal meegezogen worden, zoals in dit boek, wordt hoogstens een keer vermeld door een programmamaakster op radio 1 die zich normaal niet met politieke duiding inlaat, maar wordt niet breed besproken in de kranten en weekbladen, noch in de zogenaamde duidingsprogramma’s zoals De Afspraak of de Tafel van Gert. Nochtans leveren het belangrijke kennis voor wat toch nog steeds duidingsprogramma’s wordt genoemd. Maar blijkbaar is daar de incompetentie (of is het bewuste intellectuele vervlakking) zo ver gevorderd dat de mediatrucjes van derderangs filosofen die relletjes lanceren ‘nieuws’ zijn en een grondig en sterk gedocumenteerd voorstel in boekvorm niet meer. Vlaanderen onderscheidt zich daarin niet (meer) van de VS of China, al kan die vervlakking dan nog een stuk professioneler doorgedrukt worden dan in het Vlaanderen van nu, vermoed ik.
Maar goed, Mertens doet dapper voort. Zijn boek brengt ons een analyse van de economische verschuivingen van de voorbije decennia, uitmondend in een vrij brutale en goed georganiseerde aanval op wat restte aan democratische structuren en waarden. Dat is met de tweede ‘troonsbestijging’ van Trump helemaal verpakt in een soort mediacircus, waar kritische analyse vandaag vooral nog te vinden is bij de schaarse mediakomieken (in de ‘late night’ shows) en de ernstige, wetenschappelijke tegensprekers of analisten meer en meer hun mond houden, omdat ze hun job niet willen verliezen of hun universiteit niet van de subsidiekranen willen zien afkoppelen. Tegelijk lukt het de miljardairs van de oude stijl (de olie- en gasbazen) en van de nieuwe lichting (de high-tech monopolisten) om de economie en de politiek mondiaal naar hun hand te zetten of misschien de vernietiging in te duwen. De andere grote mondiale speler, China, schaakt mee en verknecht ondertussen de eigen bevolking door dezelfde middelen te gebruiken voor een direct systeem van maximale controle en zero vrijheid en democratie. Mertens heeft het weinig over die tweede moloch, echter. Zijn aandacht gaat quasi volledig naar de mechanismen in het Westen.
De massa’s gegevens die de auteur aanbrengt doen soms duizelen, maar zijn tegelijk duidelijk en helder weergegeven. De redactie die op het boek gebeurd is verdient alle lof.
Tot daar mijn positieve opmerkingen. Goed zoekwerk, goede taal en heldere analyse van de trends en brede ontwikkelingen die dit alles meebrengt voor bijna de hele wereldbevolking. Dat is niet niks, en daarom moet het ook onderstreept worden. Men zou wensen dat de economische en politieke kringen in ons land een dergelijk onderbouwd werkstuk eerlijk en diepgaand bestuderen en van gepaste kritische noten voorzien. Dat zou minstens een uiting van democratische interesse en weerbaarheid zijn, in plaats van het bedrieglijke geleuter dat ons in de zogenaamde duidingsprogramma’s van vandaag wordt opgesolferd.
Er is echter, althans voor mij, ook nood aan negatieve kritiek bij dit boek. Niet zozeer het ontbreken van eenzelfde goed gestoffeerde analyse van de ontwikkelingen in China (of eventueel in Rusland, of zeker ook in de Arabische regimes van deze wereld) stoort mij: je kan niet alles doen. Wat wel verdomd een gemiste kans is, en tegelijk een typische ziekte van het ‘oude links’ dat we van sociaaldemocratie tot PVDA terug blijven vinden, is het niet zien of alleszins niet vermelden van de vernietigende kracht van de eigen ideologie van het economisme. Marx en Engels reageerden op de ontwikkelingen in hun tijd van een Europees project van menselijke suprematie (over natuur, aarde, enz) waar de economische impact van de mens zowat de enige relevante dimensie was die moest besproken worden. Groei, extractivisme ten aanzien van de natuur, wij-zij onderscheiden in niveau van cultuur en ‘menszijn’, klassiek dualisme (mens tegenover natuur): al die begrippen bleven onbesproken en dus in feite gedeeld (met de kapitalistische tegenhanger). Economie zou de enige belangrijke factor zijn, en dus werd de plaats van enkele dan wel vele (alle?) mensen binnen de economische verhoudingen het enige aandachtspunt.
Dat de economische verhoudingen onrechtvaardig en zelfs crimineel konden en kunnen genoemd worden binnen dat beperkte of exclusieve economische venster was en is natuurlijk juist. Dat de oplossing van die onrechtvaardigheid moet gevonden in een verschuiving van bezits- en machtsverhoudingen die exclusief binnen die economische dimensie met plaatsgrijpen, is jammer genoeg niet waar en ook niet langer correct te noemen. Toch doen neoliberalen en hun tegenhangers in economisch politiek denken, de (extreem) linkse economische denkers nog steeds alsof die focus toch waar en de enig juiste is. Zo ook in dit boek. Dat leidde in dat andere, zeer grondig gedocumenteerde boek van onlangs, namelijk het boek over ongelijkheid door Paul Goossens tot een bijzonder pessimistische eindconclusie, maar vooral ook tot een blindheid voor de manier waarop de mondiale realiteit zelf ons vandaag voor het blok zet: de economistische ideologie, rechts (zoals ze duidelijk aan de macht is in het Westen) of links (zoals Goossens en hier ook Mertens illustreren) zal evenzeer en met evenveel blindheid de door de mens veroorzaakte mondiale crisissen blijven negeren en dus blijven bijdragen tot immens leed en vernietiging.
Volgens befaamde wetenschappers (o.a. bij het IPPC of klimaatorgaan van de UNO) zou het negeren van de mondiale ontwrichting van het klimaat, samen met de immens snelle en mondiale vernietiging van ecologische diversiteit op korte tijd tot de zogenaamde 6de extinctie kunnen leiden: de zelfvernietiging van de mensheid (of eventueel van een zeer groot deel ervan). Dat de rechtse economistische ideologen ondertussen klimaatstudies verdacht maken of zelfs verbieden (in de VS) en de ecologische denkers als vijanden van de staat en de zogenaamde vrije wereld brandmerken kunnen we plaatsen vanuit hun eigenbelang. Dat de zo belangrijke kritische traditie van wetenschappers en denkers als ‘woke’ wordt voorgesteld, in de betekenis van ‘vijand van de westerse cultuur’ (ook door onze huidige premier) en dus geweerd uit onderwijs en cultuurkringen, kunnen we vanuit de lange traditie van boekverbrandingen en andere vormen van verbod op denken plaatsen bij die rechtse fundamentalistische kringen. Maar de simpele kost in materiële termen (verlies aan landbouwgronden en aan drinkbaar water, de uitdroging, stormen, tsunamis, reusachtige jaarlijkse branden en ga zo maar door) en in sociale en politieke termen (instorting van lokale besturen en substitutie door bendes, klimaatmigratie, oorlogen voor leefbare gebieden, angst en xenofobie, enz.) is voorspelbaar groot en leidt nu al meer en meer tot schier onbestuurbare bevolkingen, wanneer links en rechts binnen hun economistische ideologie blijven zitten en blijkbaar deze mondiaal gedeelde ontwikkelingen blijven negeren. En dat is meteen mijn diepe bezwaar tegen de verder goed gedocumenteerde en nodige analyse van Mertens: hij blijft binnen het economistische denken van de voorvaders zitten, wat hij dan deelt met de rechtse economistische denkers (type Friedman of von Hayek). Er is enkel economie, en de basisintuïtie dat de rest van de wereld er is om door de mens te worden gebruikt valt nog steeds buiten beeld; anders gezegd, dat de mens (zoals in de Bijbel) buiten en boven al het andere staat en dat andere willekeurig en eenzijdig mag (op)gebruiken is ook op links een onbetwijfeld dogma. En dus is de imposante literatuur over klimaat, ecologie, maar ook over menselijke suprematie onbestaande voor linkse en rechtse economistische denkers onbelangrijk of naast de kwestie.
Die kritiek is hard, dat besef ik. Men kan hem nu ook weer weglachen en zeggen dat ik een ‘geitenwollen sokken’ filosofie verkondig. Maar eigenlijk niet meer: tegelijk weten we ondertussen toch dat ook wie economie, gestoeld op de unieke en suprematiepositie van de mens (boven, tegen, ten koste van de natuur en de anderen), als enige of voornaamste referentiepunt van politiek neemt daarmee bewust of niet een manifest onhoudbaar uitgangspunt op nagenoeg dogmatische manier aanhoudt: de aarde is onuitputtelijk, en het is enkel de intentie van de goede rover die telt. Maar beide punten zijn ofwel onwaar (de aarde is wel degelijk eindig) ofwel zelfbegoocheling (de goede intentie redt ons). Voordat laatste: op rechts is dat de ondernemende privébezitter, en links is dat de herverdelende goede leider. Mijn stelling: de recente ontsporingen zijn van dien aard dat we ten gronde, in onze uitgangspunten snel en diep zelfkritisch moeten zijn, zoniet zullen links en rechts economistisch denken en doen slechts twee wegen zijn die allebei tot immens onheil en misschien de zelfvernietiging van de mensheid zullen leiden. Ik kan hierop niet verder ingaan, maar intellectuele eerlijkheid gebiedt ons om de regelmatig gedocumenteerde ontwrichtingen niet langer te negeren.
In het boek van Mertens is nergens enig spoor van de klimaat- en ecologische crisissen, en evenmin wordt het vernietigend effect van de ongecontroleerde opnieuw mondiale expansie van AI ernstig besproken. Ecologisch-klimatologisch niet: de immense energiecentrales die nodig zijn en op zich de opwarming dramatisch bevorderen, naast de aanslag op het reeds te schaarse water voor de mensheid. De economie van AI blijkt zelf noodzakelijk en feitelijk verbonden met ecologie en klimaat. Dat weten we. Het is hier niet enkel een zaak van privéwinsten waarvan de realiteit natuurlijk evenmin moet ontkend worden. Maar waarom die blindheid voor klimaat en ecologie? We weten dat de aarde eindig is, en de economistische ideologie (links en rechts) die eindigheid buiten beeld houdt.
Aan de kant van ‘goed nieuws’ dan is er ook een en ander te vertellen dat in de discussie moet ingebracht woden, meen ik. Tegelijk immers, en dat is natuurlijk mijn stokpaardje, is steeds meer kennis beschikbaar van andere culturen, die vandaag opnieuw een versterkt aanbod doen aan de zogenaamde en zelfverklaarde verder ontwikkelde (het Westen, maar zeker ook en opvallend parallel Rusland of China) om anders met de aarde om te gaan en vanuit ‘genoegheid’ en ‘samen’ te leren leven. Opnieuw ontbreekt dit soort analyses volledig in dit boek, zoals ook in de neoliberale analyses. Dat is jammer, want dat maakt een echte interne dekolonisering van de traditionele visies (ook bij hen die zich links positioneren) weer uitgesloten.
Ten slotte, mijn kritische referenties gelden niet enkel verre culturele alternatieven (Ubuntu uit Afrika, relationeel denken bij de Amerikaanse inheemse culturen, enz.): ook in Europa en zelfs in Vlaanderen vindt men denkers en onderzoekers die weggaan van die ‘traditionele’ economistische ideologie. Als links zich niet kan herbronnen langs de weg van zelfkritisch en zo ook kolonialistisch ontvoogdend denken en aansluiting zoekt met die echt andere mens- en aarde-visies, dan zal dat een gemiste kans zijn op een duurzaam en waardig menselijk leven op deze aarde, vrees ik. Dat usurperende miljardairs ondertussen slechts hun eigen eeuwig leven op Mars (of ook in een eigen ondergrondse bunker op hun domein, zoals bleek uit recent onderzoek) willen gaan veilig stellen kan een verstandige onderzoeker toch niet anders dan zelfkritisch maken ten aanzien van die oude ideologie: verlaat dat pad van economie en niets dan economie. De mondiale realiteit vandaag dwingt ons om dat te doen.
Rik Pinxten is Em. Gewoon hoogleraar UGent.
Peter Mertens: De laatste dagen van het oude normaal. Europa, Trump en tegenmacht. Antwerpen: EPO , 2026, 327p.
