De kloof tussen de SP.a en het socialisme

Erik De Bruyn, Rooddruk voor een nieuw socialisme, uitg. EPO, Berchem, 2009 – 231 blz.

Is de SP.a nog een socialistische partij? Geenszins voor Erik De Bruyn die met zijn SP.a Rood de partij ooit nog op het socialistische spoor hoopt te krijgen. Dat zo iets alles behalve vanzelfsprekend is, geeft de auteur van ‘Rooddruk voor een nieuw socialisme’ volmondig toe. Zijn scepticisme is meer dan gewettigd als men vaststelt dat de SP.a sinds jaren steeds meer een liberale koers vaart, er tijdens de huidige crisis van het kapitalisme het zwijgen toe doet en voorstander is van een rechtse staatshervorming.

Het minste wat men over de relatie tussen Erik De Bruyn, oprichter van SP.a Rood, en zijn partij, de SP.a, kan zeggen is dat hij veel meer geduld heeft met de partij dan zij met hem. Tot tweemaal toe werd hij uit de partij gezet, maar telkens keerde hij terug in de hoop van de SP.a een linkse of beter gezegd een socialistische partij te maken. Of dat zal lukken is zeer de vraag. De SP.a heeft zich immers, zoals alle sociaal-democratische partijen, steeds meer bij het kapitalisme neergelegd en is er een actieve dienaar van geworden.

Wie binnen de SP.a tegen de liberale stroom ingaat om toch enkele socialistische klemtonen te leggen, wordt steevast voor communist uitgescholden. Ook dat overkwam Erik De Bruyn toen hij zich in 2007 kandidaat stelde voor het voorzitterschap van de partij. Zijn tegenstander Caroline Gennez noemde hem vol verachting ‘een communist’, in haar ogen het lelijkste scheldwoord dat men kan verzinnen. Dat belette niet dat Erik De Bruyn 34 procent van de stemmen haalde, in Antwerpen zelfs 59 procent.

Erik De Bruyn woont in Deurne (Antwerpen), meer bepaald in Deurne-Noord dat in de vorige eeuw met recht en reden een rode burcht werd genoemd. Sinds twee decennia is het evenwel een zwarte burcht geworden. Het Vlaams Belang gaat er bij verkiezingen met de meeste stemmen lopen. Voor die bruuske ommekeer bestaat maar een verklaring: de verwording van de socialistische partij (nu SP.a) tot een burgerlijke, liberale partij die het socialisme ver achter zich heeft gelaten.

Het boek van Erik De Bruyn is een pleidooi om van die SP.a een socialistische partij te maken. Hij is ervan overtuigd dat dat kan. Zijn overtuiging stoelt op de nuchtere vaststelling dat alleen socialistische oplossingen een uitweg bieden voor de problemen waarmee de mensheid te kampen heeft: de sociale en economische problemen, de ontwikkelingsproblematiek, de immigratie, de milieuverloedering.

Wie het boek van De Bruyn onbevooroordeeld leest, kan alleen maar tot de vaststelling komen dat de socialistische oplossingen voor al die problemen een kwestie van gezond verstand zijn. Maar zullen die oplossingen er ooit komen met een partij als de SP.a? Erik De Bruyn somt zelf tal van redenen op om te twijfelen aan het vermogen van de SP.a ooit een partij te worden die socialistische hervormingen kan doordrukken.

Geen debat

Zo was er in het recente verleden het fameuze Generatiepact dat voor honderd procent door de SP.a-top werd gesteund en waartegen binnen de partij geen kritiek werd geduld. Harde maatregelen waren nodig omdat er anders geen geld meer zou zijn om de pensioenen te betalen. Maar nu zijn er plots miljarden euro beschikbaar om de banken uit de nood te helpen. Antwerpse SP.a-leden die kritiek durfden uiten op de geplande Oosterweelverbinding werden door de SP.a-schepen van sociale zaken, Leen Verbist, op het matje geroepen. De SP.a steunt ook het waanzinnige idee om Vlaanderen uit te bouwen tot een ‘logistiek platform’.

De SP.a staat volledig achter de liberale koers die de Europese Unie vaart en achter het zogenaamde hervormingsverdrag (Verdrag van Lissabon) dat de afgewezen Europese grondwet vervangt en waarin de concurrentie, ook tussen de individuen, het hoofddoel van de samenleving wordt en niet langer de solidariteit en de sociale vooruitgang. Kathleen Van Brempt, Vlaams minister en SP.a-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen van 7 juni 2009, verklaarde onlangs dat het voor haar geen zin heeft met andere lijsttrekkers zoals Jean-Luc Dehaene (CD&V) en Guy Verhofstadt (Open VLD) over dit Verdrag van Lissabon te debatteren, want ‘daar staan we eigenlijk op één lijn’.

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw stemt de SP.a ermee in dat de met belastinggeld opgebouwde overheidsbedrijven worden geprivatiseerd en naar de beurs trekken en dat ook de sociale zekerheid via pensioenfondsen, privé-verzekeringen enz. wordt geprivatiseerd. Ondanks de economische groei in de jaren negentig was er op sociaal vlak sprake van een stilstand en zelfs een achteruitgang. Het bruto nationaal product nam spectaculair toe, maar het aandeel van de werkende mensen hierin nam zienderogen af. Jarenlange socialistische regeringsdeelname leidde tot een verdubbeling van het aantal armen van zeven naar vijftien procent.

De SP.a bewijst haar decadentie nog het meest tijdens de huidige en zoveelste crisis van het kapitalisme. De partij zwijgt in alle talen over die crisis. En Erik De Bruyn waarschuwt: ‘Wanneer de socialisten zwijgen stopt het water van de democratie met stromen. En in die stilstaande poel gedijen Vlaams Belang en Lijst De Decker het best.’ De Bruyn betreurt dat hij zelfs nu, in volle crisis, zijn partij niet kan overtuigen van de noodzaak van een openbare bank. Toch speelt de overheid voor bank en springt ze bij met kredieten en bankgaranties.

Het enige wat de SP.a interesseert, aldus De Bruyn, is zo vlug mogelijk opnieuw aan de macht komen. Voormalig partijvoorzitter Johan Vande Lanotte laat daar geen twijfel over bestaan: ‘Als we in de oppositie blijven, zullen we blijven verliezen.’ Daarom is binnen de SP.a geen plaats voor een echt politiek debat. De Bruyn herinnert eraan dat tijdens de ideologische congressen van maart 2006 en januari 2007 economie en financiën taboeonderwerpen waren. Zeker na het binnenhalen van Bert Anciaux en co. en de naamsverandering van de partij (socialisten en progressieven) bestaat er in Vlaanderen volgens De Bruyn geen socialistische partij meer.

Erik De Bruyn trekt uit een en ander twee besluiten. Enerzijds ‘staat de partij naakt te midden van de grootste economische storm sinds 1929’. Anderzijds ‘is een socialistische partij meer dan ooit nodig’. Kan de SP.a ooit een socialistische partij worden? De Bruyn hoopt het en wil geen nieuwe partij oprichten. Hij schrijft: ‘Ik hoop dat ik als socialist nooit gedwongen zal worden in ballingschap te gaan buiten mijn eigen partij, maar in deze onzekere tijden is alles mogelijk.’ Onlangs stelde de PVDA+ voor om voor de komende verkiezingen samen met SP.a Rood een gemeenschappelijke lijst te vormen, maar SP.a Rood ging daar niet op in.

Economische democratie

In zijn boek schetst Erik De Bruyn de richting die de samenleving moet uitgaan. Om te beginnen moeten de hefbomen van de economie onder de democratische controle van de gemeenschap worden geplaatst. Want een rechtvaardige en duurzame samenleving is pas mogelijk door een democratisering van de economie. Na de eerste democratische revolutie (parlementaire democratie), de tweede (algemeen stemrecht) en de derde (sociale zekerheid) is het volgens De Bruyn tijd voor een vierde revolutie: de economische democratie. Die is nodig om ervoor te zorgen dat de verworvenheden van de vorige drie niet teloorgaan.

Daarom moeten de sleutelsectoren van de economie onder gemeenschapscontrole staan. Zeker onderwijs en gezondheidszorg mogen niet aan de privé-sector en de vrije markt worden prijsgegeven. Ook openbaar vervoer, post, water en energie moeten in handen van de overheid blijven. In de huisvesting, de financiële sector, de telecommunicatie, de verzekeringssector en de arbeidsbemiddeling is een veel sterkere aanwezigheid van de overheid aangewezen. Verder moeten winstgevende bedrijven die alleen maar om nog meer winst te maken gedelokaliseerd worden, genationaliseerd worden. Er moet opnieuw een overheidsbank komen. Op termijn moet de hele financiële sector onder het democratische beheer van de gemeenschap komen. Het economische beleid moet aan sociale en ecologische criteria beantwoorden en niet in dienst staan van het winstbejag van enkelen.

Als de overheid met belastinggeld over de brug komt om economische sectoren te redden, moeten die sectoren meteen openbare bedrijven worden waarvan de opbrengsten terug naar de gemeenschap vloeien. De Bruyn pleit voor zuiver gemeentelijke energiecoöperatieven voor de opwekking van schone energie. De bouwsector steunen moet zeker niet gebeuren door Vlaanderen verder vol te bouwen. Men kan beter aan stadsrenovatie doen. Met de wederopbouw van Brussel zijn onze bouwvakkers meer dan tien jaar zoet.

Rooddruk bevat een aantal verhelderende beschouwingen over de staatshervorming. Het boek doorprikt de slogans die Vlaamse politici, universiteitsprofessoren en journalisten hierover verkopen. Erik De Bruyn maakt meteen duidelijk dat de Vlaamse roep om een staatshervorming deel uitmaakt van een rechts offensief. Er wordt bijvoorbeeld een splitsing van de Belgische arbeidsmarkt geëist omdat die het Vlaamse patronaat goed uitkomt. Vlaamse bedrijfsleiders dromen nu al van Vlaamse CAO’s.

De Bruyn onderstreept dat een staatshervorming zich nooit in een politiek vacuüm afspeelt, maar binnen het kader van reële politieke krachtsverhoudingen. Die vallen in Vlaanderen in het voordeel van rechts uit. De logica van het huidige Vlaams-nationalisme, waardoor de meeste politieke partijen zijn besmet, rolt de rode loper uit voor een sterk regionaal patronaat dat de handen vrij krijgt om een agenda van sociale afbraak door te drukken. De Bruyn meent dan ook dat de angst om op een blauwe maandag wakker te worden in een onafhankelijk, rechts en reactionair Vlaanderen gerechtvaardigd is. Hij verwijt de SP.a, vooral Vlaams minister Frank Vandenbroucke, zich te laten meeslepen door die rechtse en nationalistische staatshervormingsrage.

Het boek van Erik De Bruyn kan zonder meer overgenomen worden als partijprogramma voor de SP.a. Dat zal wel niet gebeuren, want zelfs het woord programma klinkt in de oren van partijvoorzitster Caroline Gennez veel te radicaal, zeg maar te communistisch. Zij houdt het bij ‘ons verhaal’. Alleen weten we nog altijd niet waarover dat verhaal gaat en houdt de SP.a het al jaren bij het navertellen van het liberale discours. Helemaal het tegenovergestelde van wat Erik de Bruyn en zijn SP.a Rood wil: ‘Naar links en dan vooruit’.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=875753&refsource=uitpers

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel