De ISRAEL LOBBY: Hoe Het Werkt (deel 3a)

In vorige nummers van Uitpers (nr. 119, april 2010 en nr. 120, mei 2010) werden deel een en twee gepubliceerd van een studie van mr. Drs. J.J. van der Gulik, die eerder al bijdragen leverde voor Uitpers, over de pro-Israëlische lobby in de Verenigde Staten. Hieronder volgt het derde en laatste deel (nvdr).

§ 5 Belangrijke bewegingen binnen de Israël Lobby

Er zijn ook bewegingen, die een grote rol spelen binnen de Israël Lobby. Daarbij gaat het met name om Americans for Peace Now (APN) en de Neocons.

– Americans for Peace Now (APN): Americans for Peace Now (APN) is een Amerikaanse vredesbeweging die in 1981 werd gesticht om de activiteiten van de Israëlische vredesbeweging Shalom Achshav (Peace Now in Israël) te ondersteunen. Van de site van de APN: “APN’s mission is to help Israel and the Shalom Achshav movement to achieve a comprehensive political settlement of the Arab-Israeli conflict consistent with Israel’s long-term security needs and its Jewish and democratic values” (51*), ofwel “De APN ziet het als zijn missie om Israël en de Shalom Achsav beweging te helpen bij het bereiken van een veelomvattende politieke regeling van het Arabisch-Israëlische conflict, die verenigbaar is met Israël’s veiligheidsbehoeften op de lange termijn en zijn Joodse en democratische waarden.”

Deze formulering sluit aan bij wat van een vredesbeweging verwacht mag worden. Maar daar blijft het niet bij. Peace Now doet als verlengstuk van de Israëlische vredesbeweging Shalom Achshav veel meer, geeft ook algemene informatie over Israël en probeert de Amerikaanse politiek en het publiek te bewegen tot algemene steun aan Israël.

Over de Amerikaanse belangen wordt binnen Peace Now weinig gesproken. Men heeft het vizier sterk op Joodse en de Israëlische belangen gericht.

Beïnvloeding van de Amerikaanse politiek en het Amerikaanse publiek

Over de beïnvloeding van de Amerikaanse politiek en het publiek zegt Peace Now op zijn site:“APN is a non-partisan organization with a non-partisan mission, actively engaging the Administration, Members of Congress, and key staff of both parties. We supply timely information and education, providing a pro-Israel, pro-peace, Jewish American perspective on issues and legislation. APN also engages in grassroots political activism and outreach to the Jewish American and Arab American communities, opinion leaders, university students, and the public at large. APN further promotes its agenda through press releases, editorials, and personal contacts with journalists, serving as a respected source of balanced information, analysis, and commentary” (52*), ofwel “APN is een niet-partijgebonden organisatie met een niet partijgebonden missie. die de regering, leden van het Congres en stafmedewerkers op sleutelposities binnen beide partijen actief bij zijn organisatie betrekt. We voorzien in actuele informatie en voorlichting, leveren een pro-Israël, pro-vrede, Joods Amerikaanse zienswijze over onderwerpen en wetgeving. APN is ook betrokken bij politiek activisme aan de basis en richt zich op de Joods Amerikaanse en Arabisch Amerikaanse gemeenschappen, opinieleiders, universiteitsstudenten en het publiek in het algemeen. APN bevordert verder zijn agenda door persberichten, redactionele artikelen, en persoonlijke contacten met journalisten, die zorgen voor een gerespecteerde bron van evenwichtige informatie, analyse en commentaar.”

Met de formulering ‘pro-Israel, pro-peace’ geeft de APN zelf al aan dat het meer is dan een vredesbeweging van Amerikaanse Joden als verlengstuk van een Israëlische vredesbeweging. En het richt zich op de regering, op leden van het Congres en op stafmedewerkers van beide partijen, Maar ook richt het zich op politiek activisme aan de basis en op opinieleiders, universiteitsstudenten en het publiek in het algemeen.

Belangrijke vormen van beïnvloeding door Peace Now :

Beïnvloeding van leden van het Congres: Zo drong Peace Now er bij de leden van het Congres op aan om (..)“to bring to bear the full force of American political and diplomatic influence to achieve progress toward Israeli-Arab peace, including the re-opening of talks between Israel and Syria” (53*), ofwel (..) “om de volledige kracht van de Amerikaanse politieke en diplomatieke invloed aan te wenden om vooruitgang te boeken op weg naar Israëlisch-Arabische vrede, inclusief de heropening van de gesprekken tussen Israël en Syrië.”

Wat het Israëlisch-Arabische conflict voor de Amerikaanse belangen zo enorm belangrijk maakt, dat daar maar even de volle kracht van de Amerikaanse politieke en diplomatieke invloed voor zou moeten worden aangewend, wordt niet duidelijk gemaakt.

Forums: De APN organiseert forums, waarop invloedrijke Israëlische en Palestijnse opiniemakers hun standpunten over Israël en het Midden-Oosten laten horen (54*). Ook zorgt de APN, maar zelfs Shalom Achshav vanuit Israël voor sprekers thuis, in een synagoge, of bijvoorbeeld op de campus van een universiteit. Een voorbeeld van dat laatste is te vinden op de site Israel on Campus Coalition (55*).

– Actie Netwerk: De APN beschikt over een Actie Netwerk, waarmee snel met duizenden activisten gereageerd kan worden op actuele politieke ontwikkelingen. Zo werd in januari 2009 de achterban van de APN door de afdeling Take Action Now! opgeroepen om Hillary Clinton een brief te schrijven om haar te vragen om direct vanaf haar ambtsaanvaarding als minister van buitenlandse zaken te gaan werken aan een Israëlisch-Arabische vrede en de regionale stabiliteit in het M-O. (56*).

Beïnvloeding van de media en monitoring van de media door de APN

De APN promoot zijn agenda met berichten in de pers, via optredens in mediaprogramma’s, met artikelen en andere publicaties, door brieven naar redacties en door persoonlijke contacten met journalisten. Een voorbeeld van de intensieve relaties daarbij tussen de Joodse pers in Amerika, Peace Now en Israël is Ori Nir, die Peace Now in de media vertegenwoordigt. Hij kwam bij de APN na een carrière van 25 jaar verslaggeving over het Palestijns-Israëlische vredesproces. Van 2002 tot 2006 was hij de bureauchef in Washington van de The Forward, Amerika’s grootste en meest invloedrijke onafhankelijke nationale Joodse krant. Daarvoor werkte hij 16 jaar bij Haaretz. als Westbank correspondent en als correspondent voor Israëlisch-Arabische zaken. Zijn opinies en analyses waren te lezen in the New York Times, the Los Angeles Times, the Baltimore Sun, and New York Newsday. Maar ook was hij te zien op TV bij PBS, CNN, ABC News en CBS (57*).

Peace Now monitort meer dan 400 media kanalen en evalueert hun berichtgeving over het Midden Oosten. Dat kan dan weer leiden tot reacties van de APN (58*).

– Publicaties: Tot de publicaties waarmee de APN zijn activiteiten ondersteunt behoren ondermeer Peace Now News, het Middle East Peace Report, de Jerusalem Watch, de Settlement Watch en de APN Facts/Fax. Door die publicaties worden ook de intensieve banden tussen de APN en de Israëlische politiek versterkt. Een voorbeeld daarvan is de Israëlische politica Hagit Ofran. Zij behoort tot het directoraat van de Israëlische politieke partij Meretz-Yahad en was presidente van de jongerenraad van die partij. En zij is ook de directrice van Settlement Watch in Israël.

De Neocons: Het Neoconservatisme wordt gezien als een rechtse politieke filosofie als reactie op de vrijgevochten zestiger jaren. Neoconservatieven of Neocons zijn voor een kleine overheid, maar wel voor een sterke defensie, voor een vrije markt, voor beperkte sociale voorzieningen en hechten grote waarde aan culturele waarden. Het Neoconservatisme richt zich vrij sterk op de internationale politiek, waarbij gepoogd wordt het democratische model desnoods met inzet van militaire middelen te verspreiden en kent een vrij sterke pro-Israëlische agenda.

Belangrijke wegvoorbereiders voor het Neoconservatisme

-Leo Strauss: De in Duitsland geboren Jood Leo Strauss (1899-1973) wordt gezien als een van de grote wegvoorbereiders van het Neoconservatisme in Amerika. Leo Strauss was een politieke filosoof, die. twintig jaar als professor aan de Universiteit van Chicago werkte. Zijn denken werd beïnvloed door klassieke denkers als Aristoteles en Plato en latere denkers als Machiavelli, Hobbes, Nietzsche, Spinoza, Kant en Heidegger. In Duitsland was hij tussen de beide wereldoorlogen actief voor de Duitse tak van de zionistische beweging. Na de opkomst van de nazi’s vertrok hij na enige tijd definitief uit Duitsland. Strauss vroeg zich af of goede politici wel zonder leugens (Noble Lies) konden. Die zouden nodig kunnen zijn voor het creëren van mythes teneinde een coherente samenleving mogelijk te maken. De samenleving had bovendien sterke leiders nodig om de burgers goed te kunnen leiden. Een van zijn studenten was PAUL WOLFOWITZ. WILLIAM KRISTOL was een student van Harvey Mansfield, een eerdere student van Strauss.

Senator Henry M. ‘Scoop’ Jackson: Ook senator Henry M. ‘Scoop’ Jackson (1912-1983) geldt als een belangrijke wegvoorbereider voor het Neoconservatisme. Later bekende Neocons als PAUL WOLFOWITZ, DOUGLAS FEITH, RICHARD PERLE en ELLIOTT ABRAMS hebben in het begin van hun carrière in de staf van deze senator gewerkt. Jackson was voorstander van een grote internationale rol voor Amerika en voor een toename van de hulp aan Israël. .

Belangrijke Neocons aan de bron van het Neoconservatisme

-Irving Kristol: De Jood Irving Kristol wordt wel gezien als de stichter van het Neoconser-

vatisme. Hij is de vader van WILLIAM KRISTOL. Zijn ideeën verwerkte hij in 1979 in het artikel Confessions of a True, Self-Confessed ‘Neoconservative (59*). Voor Irving Kristol was het Trotskisme een belangrijke intellectuele bron van inspiratie Hoewel hij geïnspireerd werd door het Trotskisme koos Kristol toch voor een neoconservatieve liberale weg en zag hij daarbij Neoconservatieven als “liberals who’d been ‘mugged by reality’,” ofwel “Liberalen die de realiteit hadden meegemaakt” (60*).

– Norman Podhoretz: Een andere belangrijke persoon aan de bron van het Neoconservatisme is de Jood Norman Podhoretz. Van 1960 tot 1995 was hij de uitgever van het invloedrijke Commentary Magazine. dat de Economist “the best Magazine in the world” (61*) noemde.

Belangrijke papers over de internationale politiek binnen de gedachtewereld van de Neocons

Binnen de gedachtewereld van de Neocons over de internationale politiek zijn de papers Defense Planning Guidance (1992) (zie voor een bespreking § 6) en Rebuilding America’s Defenses (2000) (zie voor een bespreking § 6) van de PNAC van bijzonder belang. Datzelfde geldt ook voor A Clean Break: A new strategy for securing the Realm (1996). Tegelijk is dat een voorbeeld van de nauwe banden tussen de Amerikaanse Neocons en Israël. A Clean Break werd op verzoek van de Israëlische ministerpresident Netanyahu in 1996 geschreven door The Institute for Advanced Strategic and Political Studies (IASPS) in Jerusalem, dat daartoe de Studygroup On A New Israeli Strategy Toward 2000 vormde. Die studiegroep bestond uit 8 belangrijke Amerikaanse Joodse opiniemakers nl.:

-James Colbert, directeur bij de JINSA, Jonathan Torop, onderzoeker bij het WINEP, RICHARD PERLE leider van de studiegroep, Charles Fairbanks Jr., vriend van PAUL WOLFOWITZ, directeur bij de Johns Hopkins Universiteit, eerder o.m. adviseur op het gebied van de buitenlandse politiek tijdens de campagnes van Reagan in 1980 en die van Bush Sr. in 1988, DOUGLAS FEITH, Robert Loewenberg, president en stichter van de opdrachtgever het Institute for Advanced Strategic and Political Studies (IASPS) met kantoren in Washington en Jeruzalem, eerder vanuit Amerika naar Israël geëmigreerd met behoud van zijn Amerikaanse paspoort, David Wurmser, was Midden-Oosten adviseur van DICK CHENEY vicepresident onder Bush Jr., was speciaal assistent van John Bolton, was onderzoeker bij de AEI en heeft bij de Amerikaanse marine als inlichtingenofficier gewerkt. Na 9/11 creëerde DOUGLAS FEITH een kleine geheime inlichtingenafdeling bestaande uit David Wurmser en Michael Maloof. Wurmser werkte ten tijde van A Clean Break bij de IASPS. Hij is de echtgenoot van Meyrav Wurmser en diezelfde Meyrav Wurmser, Amerikaanse en Israëlische van geboorte, is medestichter en was directeur van de Middle East Media Research Institute (MEMRI) met hoofdkantoor in Washington en kantoren in Londen, Tokyo, Rome, Baghdad, Shanghai en Jeruzalem, was onderzoeker bij de neoconservatieve denktank Hudson Institute in Washington en was ten tijde van A Clean Break professor aan de Johns Hopkins University.

In A Clean Break staat ondermeer, dat Israël nauw moet gaan samenwerken met Turkije en Jordanië om de bedreigers van de staat Israël in bedwang te houden, te destabiliseren en aan te pakken. Daarvoor zouden Syrische doelen in Libanon moeten worden aangevallen en zo nodig ook doelen in Syrië zelf. En Saddam Hoessein diende te verdwijnen vanwege de grote invloed van Irak op de strategische balans in het M-O.

De invloed van de Neocons in de media

Ondanks de weinig succesvolle oorlogen in Irak en Afghanistan en ondanks het vertrek door de zijdeur van belangrijke Neocons als PAUL WOLFOWITZ, DOUGLAS FEITH, LEWIS LIBBY en DONALD RUMSFELD is de invloed van de Neocons in de media nog aanzienlijk. Gideon Rachman had daarvoor in de Financial Times (2007) de volgende verklaring: “Some believe that the real problem is that so many of them are Jewish – this is an alarmingly popular theme, to judge by my e-mails. But the problem with the neocons is not that so many of them are Jews. The problem is that so many of them are journalists” (62*), ofwel “Sommigen geloven dat het werkelijke probleem is dat zovelen van hen Joods zijn – dit is een alarmerend populair thema te oordelen naar mijn emails. Maar het probleem met de Neocons is niet dat zovelen van hen Joden zijn. Het probleem is dat zovelen van hen journalisten zijn.”

– De Weekly Standard

Bij de opkomst van de Neocons in de media speelde de oprichting van de Weekly Standard (1995) door WILLIAM KRISTOL met als eigenaar het mediabedrijf van Rupert Murdoch een belangrijke rol. Daarvoor was het Neoconservatisme toch vooral een beweging van intellec- tuelen. De Weekly Standard richtte zich met nieuwe ideeën rechtstreeks tot de conservatieven binnen de machtscentra en ondersteunde actuele thema’s met publiekscampagnes. Zo slaagde de Weekly Standard er met succes in het politieke klimaat te veranderen. De Weekly Standard maakte daarbij gebruik van de denkkracht van verwante denktanks en kreeg een centrale rol in wat genoemd wordt de echochamber, die bestond uit een verzameling denktanks, mediakanalen en lobbygroeperingen, die de neoconservatieve politieke ideeën en ideologie via constante herhalingen verspreidden. WILLIAM KRISTOL is nog redacteur bij de Weekly Standard evenals ondermeer Charles Krauthammer, David Frum en John Podhoretz. De Weekly Standard heeft sterke banden met de PNAC, die zelfs mede door WILLIAM KRISTOL werd gesticht..

– Het Commentary Magazine

Onder de neoconservatieve tijdschriften is ook het Commentary Magazine van bijzonder belang. De Commentary met als thuisbasis New York werd in 1945 opgericht door het American Jewish Committee (AJC). Van 1960 tot 1995 was Norman Podhoretz daar de hoofdredacteur. Daarna bleef hij dat feitelijk nog steeds. Het is de bedoeling dat hij in de loop van 2009 zal worden opgevolgd door zijn zoon John Podhoretz. Norman Podhoretz is gehuwd met Midge Decter. John Podhoretz was speechschrijver voor zowel president Reagan als president Bush Sr.. De Commentary houdt zich met name bezig met het lot van de democratie, bedreigingen van democratische ideeën, de Amerikaanse en westerse veiligheid en de toekomst van de Joden, het Jodendom en de Joodse cultuur in Israël, Amerika en in de wereld. De verbondenheid met Joden en Israël, die daaruit spreekt, is binnen de neoconservatieve beweging sterk aanwezig. In de Commentary is regelmatig harde en zeer uitgesproken taal te lezen. Een voorbeeld hiervan is te vinden in het artikel Eradicating the “Little Satan uit de editie van de Commentary van januari 2009 met daarboven een foto van de Iraanse president Ahmadinejad. Het is geschreven door Dr. Ze’ev Maghen, senior lector aan de Bar-Ilan Universiteit in Israël en senior medewerker aan het Begin-Sadat Centrum voor Strategische Studies aan dezelfde universiteit. Daaruit: (..) decades of propaganda will serve the same function for them [de mullah’s] that centuries of Christian anti-Semitism in Europe performed for the Nazis” (63*), ofwel (..) decennia van propaganda zullen voor hen dezelfde functie hebben als eeuwen van christelijk antisemitisme in Europa voor de Nazi’s hadden.”

Het tekent de bijzondere band tussen de Commentary en Israël. Tot de belangrijkste schrijvers voor de Commentary behoorden ELLIOTT ABRAMS, William Bennett, Midge Decter, Alan Dershowitz, DOUGLAS FEITH, Francis Fukuyama, David Frum, Donald Kagan, Frederick Kagan, ROBERT KAGAN, Charles Krauthammer, Irving Kristol (Managing-Editor 1947-1952), WILLIAM KRISTOL, MICHAEL LEDEEN, Norman Podhoretz, John Podhoretz, Ben Wattenberg en Frank Gaffney. De Commentary bood zo een podium aan een aanzienlijk deel van de belangrijke Neocons.

– Fox News Channel

Het in 1996 opgerichte TV netwerk Fox News Channel, dat 24 uur per dag nieuws- programma’s brengt, maakt ook deel uit van het mediabedrijf van Rupert Murdoch en gold eveneens als een belangrijk doorgeefluik voor de denkbeelden van de Neocons. Zo gebruikte WILLIAM KRISTOL Fox News ook wel als springplank naar de mainstreammedia. Het leidde ertoe dat: “The impact and influence of the neoconservative echo chamber was felt when accusations of an Iraqi weapons of mass destruction program and charges that Saddam Hussein’s regime was harboring al-Qaida members flooded the mainstream media during the buildup to the invasion of Iraq. Despite the factual inaccuracy of nearly all the Bush administration’s justifications for invading Iraq, the media and policy lobbying wings of the neoconservative camp successfully disseminated their message and promoted their vision of a democratized, U.S.-friendly Iraq” (64)*, ofwel “De impact en invloed van de neoconservatieve echokamer werd gevoeld, toen beschuldigingen van een Iraaks programma voor massavernietigingswapens en aanklachten dat Saddam Hoessein’s regering Al-Qaida leden onderdak verleende, de mainstreammedia overspoelden in de aanloop naar de invasie van Irak. Ondanks de feitelijke onjuistheid van bijna al de rechtvaardigingen voor de invasie van Irak van de regering Bush, verspreidden de media en de politieke lobby afdelingen van het neoconservatieve kamp hun boodschap met succes en promootten ze hun visioen van een democratisch, Amerika vriendelijk Irak.”

De positie van het Neoconservatisme na 9/11

De aanvallen op 9/11 hadden een grote impact op de politiek van de regering Bush jr. en het neoconservatieve gedachtegoed. Columnist Gerard Baker van de Times zei het zo: “It took (..) the arrival of George Bush in the White House and September 11, 2001, to catapult [neoconservatism] into the public consciousness.” (..)“neoconservatism was suddenly everywhere. It was, to its many critics, a unified ideology that justified military adventurism, sanctioned torture and promoted aggressive Zionism” (65*), ofwel “De komst van George Bush in het Witte Huis en 9/11 2001 waren nodig om het [Neoconservatisme] het publieke bewustzijn in te schieten.” (..) “Neoconservatisme was plotseling overal. Het was volgens zijn vele critici een gezamenlijke ideologie, die militair avonturisme rechtvaardigde, martelen goedkeurde en agressief Zionisme bevorderde.”

De toespraak van Ron Paul over de Neocons

De Texaan Ron Paul (1935) is een belangrijk lid van het Congres. In 1988 en 2008 deed hij een gooi naar de kandidatuur voor het presidentschap. Op 10 juli 2003 hield hij een grote toespraak in het Huis van Afgevaardigden over de Neocons onder de titel Neo-Conned! (Neo-Bedrog!). In die toespraak ging hij uitgebreid in op de invloed en de achtergronden van de Neocons. Net als de meeste Neocons is hij Republikein en kent hij hun wereld zo goed. Daarin zegt hij: “There is abundant evidence exposing those who drive our foreign policy justifying preemptive war. Those who scheme are proud of the achievements in usurping control over foreign policy. These are the neoconservatives of recent fame” (66*), ofwel “Er bestaat overvloedig bewijs dat aantoont wie onze buitenlandse politiek aansturen, waarbij ze een preventieve oorlog rechtvaardigen. Zij die zich bezighouden met intriges zijn trots op wat ze hebben bereikt bij het verkrijgen van controle over de buitenlandse politiek. Dit zijn de Neoconservatieven die recent naam hebben gemaakt.”

Ron Paul over de Neocons en Israël

Ron Paul zegt over de relatie tussen de Neocons en Israel: “They unconditionally support Israel and have a close alliance with the Likud Party” (67*), ofwel “Ze steunen Israël onvoorwaardelijk en hebben een nauwe band met de Likoed Partij.”

Ron Paul over de organisaties en de publicaties op weg naar de macht

“It is no secret – especially after the rash of research and articles written about the neocons since our invasion of Iraq – how they gained influence and what organizations were used to promote their cause. Although for decades, they agitated for their beliefs through publications like The National Review, The Weekly Standard, The Public Interest, The Wall Street Journal, Commentary, and the New York Post, their views only gained momentum in the 1990s following the first Persian Gulf War” (68*), ofwel “Het is geen geheim – met name na de vloed van onderzoeken en artikelen geschreven over de Neocons sinds onze invasie in Irak – hoe ze invloed verwierven en welke organisaties gebruikt werden om hun zaak te bevorderen. Hoewel ze decennia lang propaganda maakten voor hun opinies via bladen zoals The National Review, The Weekly Standard, The Public Interest, The Wall Street Journal, Commentary en de New York Post, kwam de doorbraak voor hun ideeën pas in de negentiger jaren na de eerste Perzische Golfoorlog.”

Ron Paul over de denktanks en de projecten

“In addition to publications, multiple think tanks and projects were created to promote their agenda. A product of the Bradley Foundation, the American Enterprise Institute (AEI) led the neocon charge, but the real push for war came from the Project for a New American Century (PNAC) another organization helped by the Bradley Foundation. This occurred in 1998 and was chaired by Weekly Standard editor Bill Kristol. They urged early on for war against Iraq” (69*), ofwel “In aanvulling op publicaties werden er om hun agenda te bevorderen vele denktanks en projecten gesticht. Een product van de Bradley Foundation, de American Enterprise Institute (AEI), leidde de Neocon aanval, maar de echte druk om ten strijde te trekken kwam van het Project for a New American Century (PNAC) een andere organisatie die geholpen werd door de Bradley Foundation. Dit gebeurde in 1998 en de voorzitter ervan was de Weekly Standard uitgever BILL KRISTOL. Ze drongen al in een vroeg stadium aan op oorlog tegen Irak.”

Ron Paul over de Neocons en een Amerikaans imperium

“The Defense Policy Board, chaired by Richard Perle, played no small role in coordinating the various projects and think tanks, all determined to take us into war against Iraq. It wasn’t too long before the dream of empire was brought closer to reality by the election of 2000 with Paul Wolfowitz, Richard Perle, Dick Cheney, and Donald Rumsfeld playing key roles in this accomplishment. The plan to promote an ‘American greatness’ imperialistic foreign policy was now a distinct possibility” (70*), ofwel “De Defense Policy Board met als voorzitter RICHARD PERLE speelde geen kleine rol bij het coördineren van de verschillende projecten en denktanks, die allen vastbesloten waren om ons een oorlog tegen Irak in te voeren. Het duurde niet al te lang voordat de droom van een imperium dichter bij de werkelijkheid werd gebracht door de verkiezingen van 2000 met PAUL WOLFOWITZ, RICHARD PERLE, DICK CHENEY en DONALD RUMSFELD in de hoofdrollen bij de verwezenlijken ervan. Het plan om een imperialistische op ‘Amerikaanse grootheid’ gestoelde buitenlandse politiek te bevorderen was nu een duidelijke mogelijkheid.”

Ron Paul over Rupert Murdoch

“The money and views of Rupert Murdoch also played a key role in promoting the neocon views, as well as rallying support by the general population, through his News Corporation, which owns Fox News Network, the New York Post, and Weekly Standard” (71*), ofwel “Het geld en de visies van Rupert Murdoch speelden ook een sleutelrol bij het promoten van de Neoconvisies en bij het vergaren van steun onder het gewone publiek, door middel van zijn News Corporation, die het Fox News Network, de New York Post en de Weekly Standard bezit.”

Ron Paul over de opvattingen van MICHAEL LEDEEN

Ron Paul over de belangrijke Neocon denker MICHAEL LEDEEN: “Ledeen believes man is basically evil and cannot be left to his own desires. Therefore, he must have proper and strong leadership, just as Machiavelli argued. Only then can man achieve good, as Ledeen explains: ‘In order to achieve the most noble accomplishments, the leader may have to ‘enter into evil.’”..(..)..”’we are rotten,’ argues Ledeen. ‘It’s true that we can achieve greatness if, and only if, we are properly led’.”..(..)..”Once this trust is placed in the hands of a powerful leader, this neocon argues that certain tools are permissible to use. For instance: ‘Lying is central to the survival of nations and to the success of great enterprises, because if our enemies can count on the reliability of everything you say, your vulnerability is enormously increased’ (72*), ofwel “LEDEEN gelooft dat de mens van nature slecht is en niet aan zijn eigen wensen kan worden overgelaten. Daarom heeft hij een gepast en sterk leiderschap nodig, juist zoals Machiavelli het stelde. Alleen dan kan de mens het goede bereiken, zoals LEDEEN verklaart: ‘Teneinde de meest nobele resultaten te verkrijgen moet de leider soms de weg van het kwaad inslaan’.” (..)..“’we zijn verdorven’, zegt LEDEEN. ‘Het is waar dat we grootheid kunnen bereiken als, en alleen als, we juist worden geleid’.” ..(..)..“Wanneer het vertrouwen eenmaal in de handen van een machtig leider is gelegd, stelt deze Neocon dan zijn bepaalde middelen toegestaan om te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘Liegen is cruciaal voor het overleven van naties en voor het succes van grote ondernemingen, omdat als onze vijanden kunnen rekenen op de betrouwbaarheid van alles wat je zegt, je kwetsbaarheid enorm wordt vergroot’.”

De Neocons en het nieuwe Amerikaanse Imperium

Professor John McGovan van de Universiteit van Noord Carolina concludeerde na een onderzoek van neoconservatieve literatuur dat de Neocons een Amerikaans imperium willen creëren als opvolger van het Britse imperium met als doel een langdurige Pax Americana. Imperialisme druist in tegen de liberale traditie van de Amerikanen en daarom laten de Neocons zich daar maar niet over uit.

De Joodse journalist en Neocon Robert Kaplan, waar McGowan ook naar verwees, zei het in The Atlantic in zijn artikel Supremacy by Stealth (2003) zo: “It is a cliché these days to observe that the United States now possesses a global empire – different from Britain’s and Rome’s but an empire nonetheless” (73*), ofwel “Het is in deze dagen een cliché om vast te stellen dat de Verenigde Staten nu een globaal imperium bezitten – anders dan het Britse en Romeinse maar toch een imperium.” Om dat imperium te managen pleit Kaplan voor een ‘stealth’ (heimelijke) politiek op basis van 10 regels. Regel 2 laat geen misverstand bestaan over het doel: “Emulate Second-Century Rome” (74*), ofwel “Streef het Rome van de tweede eeuw na.”

§ 6 De Denktanks

Ook enkele denktanks spelen een belangrijke rol binnen de Israël Lobby. Het gaat hierbij met name om het het American Enterprise Institute (AEI), het Jewish Institute for National Security Affairs (JINSA), het Project for a New American Century (PNAC) en het Washington Institute for Near East Policy (WINEP),. .

– Het American Enterprise Institute for Public Policy Research (AEI).

De neoconservatieve denktank American Enterprise Institute for Public Policy Research (AEI) in Washington werd in 1943 opgericht door Irving Kristol, nu nog senior medewerker bij diezelfde AEI. De Jood Irving Kristol wordt wel gezien als de stichter van het Neoconservatisme en als de belangrijkste vertolker van het intellectuele gedachtegoed van de Neocons. Hij is de vader van WILLIAM KRISTOL. Irving Kristol richtte in 1965 samen met Daniel Bell de Public Interest op, dat een van de belangrijkste Amerikaanse politieke magazines werd, maar in 2005 zijn einde vond. Ook stichtte hij in 1985 de National Interest, dat vooral gericht is op de buitenlandse politiek. Zijn artikelen in de Public Interest, de National Interest, de Wall Street Journal, het Times Literary Supplement en het Commentary Magazine, waarvan hij van 1947 tot 1952 de uitgever was, waren van invloed op het sociale en politieke denken in het naoorlogse Amerika.

Over de invloed van de AEI

Van de site van de AEI: “[Washington’s] most influential thinktank – The Economist 2006” (75*), ofwel “[Washinton’s] meest invloedrijke denktank – The Economist 2006.”

Onderzoekers bij de AEI

Onder de onderzoekers bij de AEI bevinden zich ondermeer: John Bolton, Lynne Cheney, de vrouw van vice-president onder Bush Jr. DICK CHENEY, Ted Frank, director of the AEI Legal Center for the Public Interest, David Frum, schrijver en eerder speechschrijver voor president Bush Jr, uitvinder van de term Axis of Evil. Schreef samen met RICHARD PERLE een controversieel boek An End to Evil: How to Win the War on Terror (2003), Reuel Marc Gerecht, directeur bij de PNAC en een ex-Midden-Oosten specialist van de CIA, Newt Gingrich, lid van de Republikeinse partij. was tussen 1995 en 1999 Speaker of the House in het Huis van Afgevaardigden., Ayaan Hirsi Ali, islamcriticus, Frederick Kagan, militair historicus, zijn broer ROBERT KAGAN is director bij de PNAC, zijn vader Donald Kagan ondertekende de Statement of Principles van de PNAC (1997), Irving Kristol, Joshua Muravchik, lid de Raad van Adviseurs van de JINSA en het WINEP, Norman Ornstein, Congresanalist en meer dan 35 jaar politiek commentator, RICHARD PERLE en PAUL WOLFOWITZ (76*).

MICHAEL LEDEEN verliet de AEI in 2008 na 25 jaar. Ook hier zijn weer lijnen zichtbaar met andere neoconservatieve denktanks, met de politiek op de hoogste niveaus, met geheime diensten, met de media en met mensen met intensieve contacten met Israël.

Foreign & Defense Policy Studies

De AEI kent verschillende studiegroepen. Een ervan is de Foreign & Defense Policy Studies met als een van de studiegebieden het Middle East Studies Program. Daarover op de site van de AEI: “AEI’s Middle East Studies Program examines the key political, economic, and social developments in the region and, more broadly, the prospects and challenges of democratic reform. Encompassing the work of Jeffrey Azarva, John R. Bolton, Ayaan Hirsi Ali, Frederick W. Kagan, Danielle Pletka, Richard Perle, Michael Rubin, and AEI’s two most recent scholarly appointments, Ali Alfoneh and Hassan Mneimneh, the program covers U.S. strategy in the Middle East and issues such as Islamic radicalism, democracy promotion, Iraqi reconstruction, Iran’s nuclear intransigence, U.S.-Turkish relations, the stability of Pakistan, and the growth and influence of opposition groups throughout the area” (77*), ofwel “Het Midden-Oosten Studie Programma onderzoekt de kernontwikkelingen op politiek, economisch en sociaal gebied in de regio en in breder verband de vooruitzichten en uitdagingen voor democratische hervorming. Binnen het programma werken Jeffrey Arzava, John R. Bolton, Ayaan Hirsi Ali, Frederick W. Kagan, Danielle Pletka, RICHARD PERLE, Michael Rubin, en de 2 meest recente wetenschappelijke benoemingen van de AEI Ali Alfoneh en Hassan Mneimneh en het houdt zich bezig met de Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten en onderwerpen zoals islamitisch radicalisme, bevordering van democratie, de opbouw van Irak, Iran’s nucleaire onverzoenlijkheid, Amerikaans-Turkse relaties, de stabiliteit van Pakistan en de groei en invloed van oppositionele groeperingen in het gehele gebied.”

Publicaties

De onderzoekers van de AEI publiceren zeer vele artikelen en andere publicaties. In veel gevallen gaat het dan om onderwerpen over het Midden-Oosten. Een voorbeeld: is Israel, Iran and the Bomb (2008) van John Bolton senior onderzoeker bij de AEI.. Dit artikel gaat over een mogelijke aanval van Israël op Iran en is vrij sterk vanuit een Israëlisch perspectief geschreven. Daaruit: “At a minimum, we should place no obstacles in Israel’s path, and facilitate its efforts where we can” (78*), ofwel “Het minste wat we kunnen doen is om geen obstakels te leggen op de weg voor Israël en zijn inspanningen waar we kunnen vergemakkelijken.”

De jaarlijkse Kristol Award

De hoogste onderscheiding die de AEI toekent is de Kristol Award genoemd naar Irving Kristol. Die wordt jaarlijks tijdens een groot galadiner met meer dan 2000 gasten toegekend.

Het Jewish Institute for National Security Affairs (JINSA).

De neoconservatieve denktank het Jewish Institute for National Security Affairs (JINSA) werd gesticht in 1976. Tot de oprichters behoorden LEDEEN en BRYEN. Over de JINSA op de site van de JINSA: “Founded as a result of the lessons learned from the 1973 Yom Kippur War, JINSA communicates with the national security establishment and the general public to explain the role Israel can and does play in bolstering American interests, as well as the link between American defense policy and the security of Israel” (79*), ofwel “Gesticht als een gevolg van de lessen geleerd van de Jom Kipoer Oorlog in 1973 communiceert JINSA met het nationale veiligheidsestablishment en het algemene publiek om de rol die Israël kan spelen en daadwerkelijk speelt bij het versterken van Amerikaanse belangen uiteen te zetten, alsmede over de band tussen Amerikaanse defensiepolitiek en de veiligheid van Israël.”

De Jom Kipoer oorlog is een voor Israël in 1973 niet goed verlopen oorlog tegen de Arabische buurlanden, die door Israël nog wel werd gewonnen.

De belangrijkste programma’s van de JINSA:

Een jaarlijkse trip naar Israël: Een groot deel van het jaarlijkse JINSA budget wordt besteed aan het organiseren van een reis naar Israël voor gepensioneerde Amerikaanse admiraals en generaals. Het programma voorziet daarbij in ontmoetingen met Israëlische politieke en militaire leiders. Die gepensioneerde admiraals en generaals schrijven volgens Jason Vest in The Nation “upon their return to the States, happily [write] op-eds and sign letters and advertisements championing the Likudnik line” (80*), ofwel “na hun terugkomst in de Staten blijmoedig commentaren [schrijven] en ondertekenen brieven en advertentie- campagnes die de Likoedlijn voorstaan.” Veel van die ex-topofficieren zijn ook actief in lobbycircuits.

Sponsoring lezingen door de JINSA: De JINSA sponsort aldus Jason Vest in The Nation (2002) ook lezingen aan de militaire, marine en luchtmacht academies en laat elke zomer cadetten een bezoek brengen aan Israël: “JINSA also ..(..)..sponsors a lecture series at the Army, Navy and Air Force academies.” (81*), ofwel “JINSA..(..)..sponsort ook een serie lezingen aan de Leger, Marine en Luchtmacht academies.”

Antiterrorismeprogramma’s: De JINSA houdt zich ook actief bezig met antiterrorismeprogramma’s. In 2005 was daar een groot artikel aan gewijd in de Washington Post onder de titel Israeli Experts Teach Police On Terrorism(82*). Publicaties: Vele publicaties van de JINSA gaan over onderwerpen, die betrekking hebben op de positie van Israël, zoals het Israëlisch-Palestijnse conflict en de crisis rond Iran. Een voorbeeld van een publicatie is Rethinking “Palestine” (2009) van de director van de JINSA Shoshana Bryen, de vrouw van STEPHEN BRYEN. Daarin wordt Amerika opgeroepen om af te zien van een Twee Staten Oplossing (83*).

De lijst van de Raad van Adviseurs van de JINSA

In de Raad van adviseurs van de JINSA zitten: David P Steinmann, voorzitter, eerder president van de JINSA, Prof. Anne Bayefsky, schreef vele artikelen in de Wall Street Journal, de Commentary, de Jerusalem Post, de National Review, de National Post (Canada) en de New York Sun. Ze heeft een column bij National Review Online, was regelmatig bij CNN, FOX en MSNBC. In de periode 2002 tot 2004 werkte ze tijdens de maand juli op de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem (84*), Sherif Kevin Beary, Deputy Chief Michael Berkow, Kenneth Blackwell, ex-ambassadeur bij de VN, John Bolton, ex-ambassadeur bij de VN, ex-staatssecretaris voor defensie, Dr. STEPHEN BRYEN, behoorde tot de oprichters van de JINSA, Luitenant Generaal Anthony Burshick USAF (gepens.), Eric Cantor, Congreslid,.Luitenant Generaal. Paul Cerjan (gepens.), Generaal James B. Davis USAF (gepens.), Major Lee Downer USAF (gepens.), Majoor Generaal Robert D. Eaglet USAF (gepens.), Admiraal Leaon Edney USN (gepens.), Harvey Feldman, was lang ambassadeur in Oost-Azie en diende bij de VN, Generaal John Foss (gepens.), Luitenant Generaal Thomas Griffin (gepens.), Luitenant Generaal Earl B. Hailston USMC (gepens.), Generaal Richard D. Hearney USMC (gepens.), Steve Israel, Congreslid, Admiraal David Jeremiah USN (gepens.).

Admiraal Jerome Johnson USN (gepens.), Phyllis Kaminsky, was lid van de National Security Council, Max M. Kampelman, lid Raad van Adviseurs WINEP, erevoorzitter PNAC, Vice-admiraal Bernard Kauderer USN (gepens.), Jack Kemp, ex-congreslid, was in 1996, Republikeins kandidaat voor het vice-presidentschap naast Dole, MICHAEL LEDEEN, behoorde tot de oprichters van de JINSA, Vice-admiraal Anthony A. Less USN (gepens.), Majoor Generaal Jarvis Lynch USMC (gepens.), Connie Mack, senator, Luitenant Generaal. Charles May USAF (gepens.), Luitenant. Generaal Frederick McCorkle USMC (gepens.), Dave McCurdy, ex-congreslid, was voorzitter van de House Permanent Select Committee on Intelligence, Majoor Generaal William C. Moore (gepens.), Chief Joseph Morris (gepens.), Dr. Joshua Muravchik, onderzoeker bij de AEI, is ook onderzoeker geweest bij het WINEP. In een artikel in de Los Angeles Times (2006) onder de titel Bomb Iran (85*) riep Muravchik Amerika op de plaatsen in Iran, waar gewerkt zou worden aan een kernbom te bombarderen. Het zou daarbij gaan om 1500 doelen. Het artikel is vrij sterk vanuit een Israëlische visie geschreven. Zo worden bijvoorbeeld Hamas en Hezbollah aangevoerd als rechtvaardiging voor zo’n operatie, terwijl die geen bedreiging voor Amerika vormen, Majoor Generaal, Robert B. Patterson USAF (gepens.), Vice-admiraal. James B. Perkins USN (gepens.), RICHARD PERLE, Chief Joseph Polisar, Peter R. Rosenblatt, ex-ambassadeur, medeoprichter JINSA, zit in de Raad van Governors van de Haifa universiteit (Israël), was adviseur op het gebied van de buitenlandse politiek bij de presidentiële campagnes van Kerry, Lieberman, Gore, Clinton en Obama, Schout bij Nacht Norman Saunders USCG (gepens.), Majoor Generaal Sidney Shachnow (gepens.), Prof. David Sidorsky, professor politieke filosofie, Generaal Lawrence A. Skantze USAF (gepens.), Stephen Joshua Solarz, Congreslid, ontmoette als eerste Amerikaanse beambte Kim Il Sung in Noord-Korea,.Luitenant Generaal. Gen. Ted G. Stroup Jr. (gepens.), Majoor Generaal Larry Taylor USMCR, Kenneth R. Timmerman, journalist, schrijver, columnist met focus op het Midden-Oosten, was politiek actief en probeerde Republikeins senator te worden in Maryland, Jacques Torczyner, ex-president van de ZOA (Zionistische Organisatie van Amerika) en ex-voorzitter van het Joods Wereldcongres, Admiraal Carlisle Trost (gepens.), Generaal Louis Wagner (gepens.), James Woolsey, Raad van Adviseurs WINEP, lid PNAC, ex-staatssecretaris voor de marine, ex-CIA directeur.(86*).

Er zitten dus vele ex-topofficieren in de Raad van Adviseurs maar ook ex-ambassadeurs en ex-staatssecretarissen op het gebied van defensie. Gezien de uitgebreide banden van de JINSA met Israël is het de vraag of dat wel strookt met de gevoelige informatie, waar ze over beschikken. Ook zijn er lijnen zichtbaar met de National Security Council, met andere pro-Israëlische denktanks, zoals de PNAC, de AEI en het WINEP, met het congres, de geheime diensten, het Joods Wereldcongres, instituties in Israël, de universitaire wereld, de VN en de media. Eerder zaten ook DICK CHENEY en DOUGLAS FEITH tot hun aantreden in de regering BUSH Jr. in de Raad van Adviseurs.

– Het Project for the New American Century (PNAC).

De neoconservatieve denktank het Project for the New American Century (PNAC) ontstond in 1997 op initiatief van het New Citizenship Project (NCP). Medeoprichter WILLIAM KRISTOL is zowel voorzitter van het New Citizenship Project als van de PNAC. De andere oprichter is ROBERT KAGAN (87*). Bruce P. Jackson, Mark Gerson uitgever van The Essential Neoconservative Reader, Randy Scheunemann, eerder politiek adviseur buiten- landse zaken bij de presidentiële campagne van John McCain (2008) en hoofd van het Comité voor de Bevrijding van Irak en ROBERT KAGAN waren de directeuren. Tot de projectstaf behoorden ondermeer Gary Schmitt, Thomas Donelly en Reuel-Marc-Gerecht.

Over WILLIAM KRISTOL en de groep Neocons rond president Bush Jr.

De voorzitter van de PNAC WILLIAM KRISTOL is een invloedrijk mediaman. Hij maakte deel uit van de groep van zo’n 25 tot 30 vooral Joodse intellectuele Neocons rond president Bush Jr.. Die groep heeft Amerika volgens de Joods Israëlische schrijver Ari Shavit in Irak gebracht. Over hen schreef hij in de Israëlische krant Haaretz het uitgebreide artikel White Man’s Burden (2003). Daaruit: “In the course of the past year, a new belief has emerged in the town: the belief in war against Iraq. That ardent faith was disseminated by a small group of 25 or 30 neoconservatives, almost all of them Jewish, almost all of them intellectuals (a partial list: Richard Perle, Paul Wolfowitz, Douglas Feith, William Kristol, Eliot Abrams, Charles Krauthammer), people who are mutual friends and cultivate one another and are convinced that political ideas are a major driving force of history”..(..)...”The philosophical underpinnings of the Washington neoconservatives are the writings of Machiavelli, Hobbes and Edmund Burke. They also admire Winston Churchill and the policy pursued by Ronald Reagan” (88*), ofwel “In de loop van het afgelopen jaar kwam een nieuw geloof op in de stad: het geloof in oorlog tegen Irak. Dat vurige geloof werd verspreid door een kleine groep van 25 tot 30 Neoconservatieven, bijna allemaal Joods, bijna allemaal intellectuelen (een gedeeltelijke lijst: RICHARD PERLE, PAUL WOLFOWITZ, DOUGLAS FEITH, WILLIAM KRISTOL, ELLIOTT ABRAMS, Charles Krauthammer), mensen die wederzijds bevriend zijn en met elkaar omgaan en ervan overtuigd zijn dat politieke ideeën een belangrijke drijvende kracht zijn in de geschiedenis”..(..)..”De filosofische ondersteuningen voor de Neoconservatieven in Washington zijn afkomstig uit de werken van Machiavelli, Hobbes en Edmund Burke. Ze bewonderen ook Winston Churchill en de politiek van Ronald Reagan.”

Er is zo aldus Shavit een kleine groep van 25 tot 30 Neocons, bijna allemaal Joodse intellectuelen met onderlinge vriendschappelijke contacten, die aanstuurde op oorlog met Irak. Ze werden ideologisch geïnspireerd door Machiavelli, Hobbes en Edmund Burke. En ze bewonderen Churchill en de politiek van Ronald Reagan. En ook hier zien we weer een aantal bekende namen terug zoals RICHARD PERLE, PAUL WOLFOWITZ, DOUGLAS FEITH, ELLIOTT ABRAMS en Charles Krauthammer.

Over directeur Bruce P. Jackson van de PNAC

Bruce Jackson is een Joodse Neocon en stichter en president van The Project on Transitional Democracies gericht op het bevorderen van het verspreiden van democratie. Hij was militair inlichtingenofficier, vice-president voor Strategy en Planning bij de Lockheed Martin Cor- poration, voorzitter van het Comité voor de bevrijding van Irak en werkte onder PAUL WOLFOWITZ, RICHARD PERLE en DICK CHENEY.

Over projectstaflid Gary Schmitt

In de periode 1982-1984 was Gary Schmitt staflid van de Senate Select Committee on Intelli- gence. Van 1984-1988 was hij directeur van de President’s Foreign Intelligenz Advisory Board. Daarna werkte hij ondermeer bij het Brookings Institution en als adjunct professor aan de Johns Hopkins Universiteit. Hij is auteur van boeken over de CIA waaronder The Future of U.S. Intelligence (1996), die hij in 1996 samen schreef met Abram Shulsky, die later hoofd werd van het Office of Special Plans (OSP) (zie voor het OSP § 7).

Over de beginselverklaring van de PNAC van 3 juni 1997

De belangrijkste passages uit de beginselverklaring Statement of Principles van de PNAC van 3 juni 1997 luiden:

“We (..) rally support for American global leadership.”

..(..)..

“- we need to increase defense spending significantly if we are to carry out our global responsibilities today and modernize our armed forces for the future;

– we need to strengthen our ties to democratic allies and to challenge regimes hostile to our interests and values;

– we need to promote the cause of political and economic freedom abroad;

– we need to accept responsibility for America’s unique role in preserving and extending an international order friendly to our security, our prosperity, and our principles” (89*),. ofwel

“Wij (..) vergaren steun voor Amerikaans globaal leiderschap.”

..(..)..

“- we moeten de defensie-uitgaven aanzienlijk verhogen als we onze globale verantwoordelijkheden nu willen uitvoeren en onze strijdkrachten voor de toekomst willen moderniseren,

– we moeten onze banden met democratische bondgenoten verstevigen en de strijd aangaan met regimes die vijandig staan ten opzichte van onze belangen en waarden;

– we moeten de zaak van de politieke en economische vrijheid in het buitenland bevorderen;

– we moeten de verantwoordelijkheid aanvaarden voor Amerika’s unieke rol in het behouden en uitbreiden van een internationale orde die onze veiligheid, onze welvaart en onze principes goedgezind is.”

De PNAC was dus gericht op het bevorderen van het globale leiderschap van Amerika, streefde naar verhoging van de defensie-uitgaven, wilde strijden tegen regimes die Amerikaanse belangen en waarden vijandig gezind zijn en zag een unieke rol weggelegd voor Amerika voor het behouden en uitbreiden van een internationale orde, die de Amerikaanse veiligheid, welvaart en principes goedgezind is.

Tot de 25 ondertekenaars van de Statement of Principles behoorden Jeb Bush (gouverneur van Florida en broer van ex-president Bush Jr.), Gary Bauer, William J. Bennett, Midge Decter, DICK CHENEY, ELLIOTT ABRAMS, DONALD RUMSFELD, Frank Gaffney, Donald Kagan, Norman Podhoretz, Dan Quayle, PAUL WOLFOWITZ, RICHARD PERLE, LEWIS LIBBY en ELLIOTT ABRAMS. Onder hen zijn een aantal Neocons, die hoge posten bekleedden in en rond de regering Bush Jr.. En via hen kon de PNAC bijdragen aan de vormgeving van het beleid van de regering Bush Jr.. Een aantal van hen behoorde ook tot de ondertekenaars van de brief van de PNAC van 26-1-1998 ( zie hierna) aan president Clinton, waarin de president werd opgeroepen Saddam uit de macht te verdrijven en tot de ondertekenaars van de brief van 20/9 (2001) (zie verder in deze paragraaf), waarin president Bush Jr. ondermeer werd opgeroepen Saddam in Irak met militaire middelen te verdrijven.

De brief van de PNAC aan president Clinton van 26 januari 1998

De eerste officiële publieke daad van de PNAC was een open brief op 26 januari 1998 gericht aan president Clinton, waarin president Clinton werd opgeroepen om Saddam in Irak uit de macht te verdrijven. Daaruit: “We are writing you because we are convinced that current American policy toward Iraq is not succeeding, and that we may soon face a threat in the Middle East more serious than any we have known since the end of the Cold War. In your upcoming State of the Union Address, you have an opportunity to chart a clear and determined course for meeting this threat. We urge you to seize that opportunity, and to enunciate a new strategy that would secure the interests of the U.S. and our friends and allies around the world. That strategy should aim, above all, at the removal of Saddam Hussein’s regime from power” (90*), ofwel“We schrijven u omdat we ervan overtuigd zijn dat de huidige Amerikaanse politiek met betrekking tot Irak geen succes heeft en dat we mogelijk spoedig een bedreiging in het Midden Oosten zullen zien die serieuzer is dan welke ook die we hebben gekend sinds het einde van de Koude Oorlog. In uw komende State of the Union heeft u een gelegenheid om een heldere en vastbesloten route aan te duiden om deze dreiging het hoofd te bieden. We dringen er bij u op aan om van die gelegenheid gebruik te maken en een nieuwe strategie aan te geven die de belangen van Amerika en onze vrienden en bondgenoten in de wereld zou veiligstellen. Die strategie zou vooral gericht moeten zijn op het uit de macht verdrijven van Saddam Hoessein’s regime.”

Tot de 18 ondertekenaars behoorden ELLIOTT ABRAMS, John Bolton, Francis Fukuyama. ROBERT KAGAN, WILLIAM KRISTOL, RICHARD PERLE, DONALD RUMSFELD, PAUL WOLFOWITZ en James Woolsey.

Rebuilding America’s Defenses: Strategy, Forces and Resources For a New American Century (2000).

Het belangrijkste document van de PNAC is Rebuilding America’s Defenses: Strategy, Forces and Resources For a New Century (2000) (91*), dat werd geschreven onder leiding van Gary Schmitt en Donald Kagan. De belangrijkste auteur is Thomas Donelly. Die is onderzoeker bij de AEI, lid van de projectstaf van de PNAC en analist op het gebied van defensie, buitenlandse politiek en nationale veiligheid. Sinds 2002 is hij tevens directeur bij de Lockheed Martin Corporation op het gebied van strategische communicatie.

Uit de inleiding van Rebuilding America’s Defenses (2000): “With this in mind, we began a project in the spring of 1998 to examine the country’s defense plans and resource requirements. We started from the premise that U.S. military capabilities should be sufficient to support an American grand strategy.” (..)..”In broad terms, we saw the project as building upon the defense strategy outlined by the Cheney Defense Department in the waning days of the Bush Administration. The Defense Policy Guidance (DPG) drafted in the early months of 1992 provided a blueprint for maintaining U.S. preeminence, precluding the rise of a great powerrival, and shaping the international security order in line with American principles and interests” (92*), ofwel “Met dit in gedachten, begonnen we in de lente van 1998 een project om de defensieplannen en de benodigde middelen van het land te onderzoeken. We gingen uit van de premisse dat Amerikaanse militaire capaciteiten voldoende zouden moeten zijn om een grote Amerikaanse strategie te ondersteunen.” (..)..”In brede zin zagen we het project als het voortbouwen op de defensiestrategie zoals aangegeven door het ministerie van defensie van CHENEY in de nadagen van de regering Bush in The Defense Policy Guidance (DPG) opgesteld in de eerste maanden van 1992, die een blauwdruk bood om de superioriteit van Amerika te handhaven, de opkomst van een grote rivaal tegen te gaan en om de orde op het gebied van de internationale veiligheid vorm te geven in lijn met de Amerikaanse principes en belangen.”

In Rebuilding America’s Defenses wordt dus gepleit voor verhoging van de militaire uitgaven en uitbreiding van de militaire capaciteiten, waarmee een ‘grand strategy’ kan worden ondersteund, wat inhoudt dat Amerika meerdere oorlogen tegelijk zou moeten kunnen voeren om zo de superioriteit van Amerika te handhaven, de opkomst van rivalen tegen te gaan en de internationale orde op het gebied van de veiligheid in overeenstemming met Amerikaanse principes en belangen vorm te geven. Daarmee wordt voortgebouwd op Defense Planning Guidance uit 1992.

Over Defense Planning Guidance (1992).

Begin 1992 circuleerde er in het Pentagon binnen de hoogste kringen, waaronder de belangrijkste militaire adviseur van president Bush Sr., generaal Colin Powell, later minister van buitenlandse zaken en DICK CHENEY, vice-president onder Bush Jr. en toen minister van defensie, het ontwerp voor een nieuwe defensiestrategie Defense Planning Guidance. Die was opgesteld in overleg met de president en onder supervisie van de latere minister van defensie PAUL WOLFOWITZ. De belangrijkste auteur was LEWIS LIBBY, tot 28 oktober 2005 de rechterhand en kabinetschef van vice-president onder Bush Jr. DICK CHENEY. In Defense Planning Guidance (93*) wordt een beleid voorgesteld, waarin Amerika geen superpower naast zich zou moeten dulden. Wanneer landen of samenwerkingsverbanden van landen de hegemonie van Amerika in een regio of op wereldniveau zouden willen betwisten, zouden die ambities al in de kiem moeten worden gesmoord. Irak werd daarin als een van de landen opgevoerd die daarvoor in aanmerking zou kunnen komen. Defense Planning Guidance werd ongewild doorgespeeld aan de New York Times, waarna Patrick Tyler er op 8-3-92 het artikel U.S. Strategy Plan Calls for Insuring No Rivals Develop over schreef (94*).

Klik hier voor Deel 3b – het slot van dit dossier.

Visited 167 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook