De humanitaire positie van asielkinderen in het algemeen en asielkinderen in vreemdelingendetentie

Geachte lezers,

Onderstaand artikel is opgedragen aan een bijzonder mens en groot Vriend, Wietse Potijk, die helaas recentelijk, dd 20-10 is overleden. Hij was een humanitair mens in de ware zin van het Woord, die zich als vluchtelingencoordinator Friesland en zeer gewaardeerd lid van de
humanitaire vluchtelingenorganisatie van Harte Pardon op bijzondere wijze inzette voor de belangenbehartiging van vluchtelingen en asielzoekers.


Niet alleen zette hij zich in grote mate in voor praktische hulpverlening, eveneens bestookte hij Tweede Kamerleden en minister Verdonk met brieven, mails en verzoeken tot de zo broodnodige humanitaire inzet tav vluchtelingen en asielzoekers.
Eveneens had hij jarenlang in Canada gewoond, waar hij zich actief had ingezet voor de rechten van Indianen. Met grote verontwaardiging kon hij zich bovendien uitlaten over het onrecht, de Palestijnen en de burgerbevolking in Darfoer aangedaan. Maar ook organiseerde hij het opzetten van een speeltuin in zijn woonplaats, het Friese Gorredijk
Ik draag dit artikel niet alleen aan hem op, vanwege zijn onvoorstelbare humanitaire inzet, maar tevens, omdat ik weet, dat hij het met vreugde en instemming gelezen zou hebben

En hij zou gezegd hebben ”Goed zo meisje”.

Ik en vele anderen zullen hem node missen.
Moge hij rusten in vrede.

Hierbij een foto en zijn In Memoriam
Zie:
http://www.vanhartepardon.nl/artikelenview.php?artid=3237

Ik dank u voor uw aandacht

Vriendelijke groeten
Astrid Essed


”En zij wikkelde hem in een doek en legde hem in de kribbe, omdat voor hen
geen plaats was in de herberg”
In een aloud verhaal wordt verteld, hoe een arm Joods echtpaar in het door de Romeinen bezette Judea [het huidige Israël en de bezette gebieden], vanwege een door de Romeinse keizer Augustus genomen maatregel tot een volkstelling, terugreisde naar hun geboorteplaats om zich te laten registreren.
Aldaar gekomen moest de hoogzwangere vrouw bevallen, maar voor haar en haar verwachte kind was ”geen plaats in de herberg”. Waarschijnlijk heeft zij daarom toestemming gekregen, haar Kind in een voor een bevalling uitgesproken ongeschikte plaats als een onhygiënische stal, ter wereld te brengen.

Meestal wordt dit verhaal ons met Kerstmis gepresenteerd als een zoetelijk, sentimenteel gebeuren, waarmee de harde, nietsontziende werkelijkheid wordt gebagatelliseerd. Anno 2006 is er in Nederland nog steeds sprake van kinderen voor wie geen plaats is in de herberg, ondanks de internationale humanitaire rechtsverdragen in het algemeen en het Kinderrechtenverdrag in het bijzonder.

Situatie asielzoekerskinderen in Nederland:

Het is evident, dat de humanitaire situatie van asielzoekerskinderen in Nederland direct samenhangt met de door de ouders al dan niet succesvol aangespannen procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning of een vluchtelingenstatus. In de praktijk echter is de kans op een succesvolle uitslag van een asielprocedure zeer gering.

a AC-procedures

Een en ander is met name te wijten aan het bestaan van de versnelde procedure, de zogenaamde AC-procedure. Volgens de door de UNHCR [VN-Vluchtelingenorganisatie]] opgestelde criteria, ontwikkeld in de zogenaamde Excom-conclusies, dient een versnelde procedure slechts te worden toegepast in apert-frauduleuze situaties.
In de praktijk echter wordt deze procedure, waar slechts na twee gesprekken door de IND wordt  vastgesteld of iemand al dan niet wordt toegelaten tot de uitgebreide procedure [het alternatief is uitzetting], in meer dan 60 porcent van de gevallen toegepast
Het gevaar is hierbij levensgroot aanwezig, dat ook mensen uit oorlogsgebieden dmv deze versnelde procedure worden afgewezen, waarna zij kunnen worden uitgezet naar een onleefbare situatie, met alle gevolgen van dien.
Ook bij reguliere procedures, hebben de door de lange wachttijd ontstane psychische spanningen bij de ouders een directe invloed op de door kinderen opgelopen spanningen ern angststoornissen.

Een zeer belangrijke bijkomende factor waarmee door zowel de IND als minister Verdonk van Vreemdelingenzaken te weinig rekening gehouden wordt is het feit, dat het merendeel van de asielzoekerskinderen in Nederland is geboren en een groot deel van de lagere school en soms ook Middelbare Schoolperiode in Nederland heeft doorgebracht.
Hierdoor is, nog afgezien van de al dan niet aanwezige veiligheidssituatie in het herkomstland van de ouders, de aanpassing aldaar voor deze veelal  in Nederland opgegroeide kinderen zeer problematisch, aangezien zij vaak noch de taal uit het herkomstland spreken, noch enige sociaal-emotionele affiniteit hebben met de aldaar aanwezige  situatie cq culturele gebruiken.


b Het ontbreken van basisvoorzieningen in afwachting van beroep tegen
afwijzing

Volgens de Nederlandse asielwetgeving kunnen asielzoekers, die in de AC-procedure zijn afgewezen, evenals trouwens asielzoekers, die een tweede asielprocedure aanspannen op grond van nieuw bewijsmateriaal, tijdens hun beroep tegen de afwijzing geen aanspraak maken op de in Nederland geldende elementaire basisvoorzieningen, waardoor iedere inkomstenbon ontbreekt.
Nog afgezien van de evidente inhumaniteit  is deze maatregel een flagrante schending van artikel 11 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, dat uitdrukkelijk het recht van iedereen erkent op ”voldoende voedsel, kleding en adequate behuizing”.

Daarenboven heeft de VN-Commissie voor Sociale, Economische en Culturele Rechten gesteld, dat hiervan geen enkele groepering dient te worden uitgesloten, waarbij zij daarenboven expliciet melding heeft gemaakt van het recht van asielzoekers. Eveneens heeft zij met klem geprotesteerd tegen discriminatie van asielzoekers bij het verkrijgen van een huis

Dit recht op elementaire voorzieningen tijdens nog lopende procedures is eveneens verankerd in de de EU-richtlijn tot vaststelling minimumnormen voor de opvang van asielzoekers, artikelen 2 en 3 en als zodanig goedgekeurd door de Raad van Ministers dd 27-1-2003.

Een andere groep asielzoekers is de geheel uitgeprocedeerde groep, die de zogenaamde vierentwintig dagen brief heeft ontvangen, waarin staat, dat zij ervoor zorg moeten dragen, binnen 24 dagen het land te verlaten en anders eveneens zonder voorzieningen uit het asielzoekerscentrum worden verwijderd.

Nog afgezien echter van het eventueel te lopen humanitair risico in eigen land, staan een aantal diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland [met name o.a.  de Afghaanse en de Chinese] erom bekend, dat zij nauwelijks of geheel niet meewerken aan de verstrekking van geldige reispapieren aan de betreffende asielzoekers.
Wanneer er sprake is van een gebrek aan medewerking van de betreffende diplomatieke autoriteiten ter verstrekking van geldige reisdocumenten dient aan betrokkenen, op grond van het door minister Verdonk toegezegde ”buitenschuldcriterium”, alsnog een verblijfsvergunning te worden toegekend. In de praktijk echter wordt deze door de minister toegezegde ”buitenschuldcriterium” regeling nauwelijks toegepast.

Het is evident, dat door ouders ondervonden bovenstaande problematiek tot verkrijging van een basisinkomen en een huis, eventueel traumatische gevolgen kan hebben voor zowel de betrokken ouders als asielkinderen. Zo zijn er in de vluchtelingenhulpverlening gevallen bekend, waarbij gezinnen, die geen recht meer hadden op basisvoorzieningen, gedwongen waren, in parken te overnachten en te bedelen

Gelukkig is er een in aantal toenemende,  vastberaden groep vluchtelingenbelangenbehartigers, die zich het lot van deze mensen aantrekt en via kerkelijke en individuele circuits zorgdraagt voor een vaak tijdelijke opvang van deze mensen

c Asielkinderen in detentie:

Welhaast het meest schokkende aspect acht ik de aanwezigheid van asielkinderen in detentie en uitzetcentra zoals Zestienhoven en Kamp Zeist, samen met hun ouders respectievelijk moeder, in afwachting van de uitzetting. Onlangs nog heeft de detentie van het 8 jarige Chinese jongetje Hui Chen in de media en onder het publiek veel stof doen opwaaien
Aan deze detentie van Hui Chen is niet alleen een bijzondere aandacht besteed door humanitaire en vluchtelingenorganisaties, maar eveneens door een aantal zeer betrokken ouders van zijn voormalige Amsterdamse basisschool Olympia, die een demonstratie voor de vrijlating van Hui in het bijzonder, alsmede tegen de praktijk van de kinderdetentie hebben georganiseerd.

Inmiddels zijn Hui en zijn moeder dd 14-10 in vrijheid gesteld door de IND, aangezien volgens deze dienst de moeder van Hui nieuwe aan het rechtsdossier toe te voegen feitelijkheden naar voren heeft gebracht, waardoor de vreemdelingendetentie niet meer noodzakelijk zou zijn.

Kinderdetentei in sttrijd met het Internationaal Recht:

Wat ook de reden mag zijn van hun vrijlating, nog afgezien van de inhumaniteit in dezen, is de kinderdetentie in strijd met het in 1995 door Nederland geratificeerde Kinderrechtenverdrag, namelijk met de volgende artikelen:

Hierbij wil ik graag een bescheiden overzicht geven van de schending van de
voornaamste artikelen:

Preambule:

Schending gelijkheidsprincipe:

In de preambule van het verdrag staat vermeld, dat in dezen geen enkel onderscheid tussen kinderen gemaakt dient te worden, noch naar afkomst, ras, religieuze overtuiging of status.

Artikelen:

1 Schending Artikel 3 betr de vooropstelling belangen van het Kind

In artikel 3, Kinderrechtenverdrag, wordt gesteld, dat de Verdragsstaten in de eerste plaats als verplichting hebben, de belangen van het Kind te realiseren. Betreffende de kinderdetentie is het evident, dat hier sprake is van fundamentele schending van de rechten van het kind.

2 Schending artikel 40,3, lid a betr de minimumleeftijd voor kinderdetentie. Hier is sprake van naar leeftijd willekeurige detentie van kinderen, die in de praktijk varieert van 1 tot 18 jaar. Zeker betreffende de detentie van vaak nog zeer jonge kinderen, is hierop geen aanvulling nodig.

3 Schending van artikel 28 betreffende het recht op onderwijs
Aangezien er  in de detentiecentra geen sprake van het geven van enig onderwijs, behoeft hierop a evenmin verdere toelichting te worden gegeven.

4 Schending van artikel 31, inhoudende het recht op spel en recreatie, hetgeen in de detentiecentra voor asielkinderen doorgaans praktisch niet aanwezig is. Ook al zijn er wel beperkte spelfaciliteiten aanwezig, is hierbij sprake van de schending van het fundamentele recht van ieder kind tot het in vrijheid spelen met leeftijdsgenootjes

5 Schending van artikel 37 betr het absolute verbod op marteling en een ”wrede en onmenselijke behandeling”.
Het is evident, dat kinderen, die bloot staan aan bovengenoemde detentieomstandigheden,
behandeld worden in strijd met de volgens het Kinderrechtenverdrag geldende verplichting tot een humane behandeling. Eveneens kunnen zij door een dergelijke behandeling traumata oplopen, waardoor er sprake kan zijn van een ”wrede en onmenselijke behandeling”.

d Uitspraak Raad van State tav het beroep op het Kinderrechtenverdrag:

Eveneens heeft de Raad van State  in februari 2002 verklaard, dat het Kinderrechtenverdrag niet  van toepassing is op kinderen van ouders, die op grond van de Nederlandse Vreemdelingenwet geen verblijf in Nederland werd toegestaan.

Volgens het Kinderrechtenverdrag echter, dat door Nederland is geratificeerd in 1995, heeft ieder kind recht op speciale zorg en bescherming, in het bijzonder van Staten en hun instellingen en mag daarin geen enkel onderscheid gemaakt worden naar ras, afkomst en status [zie preambule]. Ondanks deze door Nederland aangegane internationale verplichtingen
volhardde de Raad van State in bovengesteld standpunt, dat zij zou herhalen in haar uitspraak dd 15-0-2005.

Hierop baseerde de Zutphense rechter zich onder andere, toen hij het hoger beroep tegen de moeder van Hui Chen tegen haar detentie en die van haar zoon afwees, waarin o.a. werd gesteld, dat de bewaring van Chen niet in strijd was met het Kinderrechtenverdrag.

Zowel de Raad van State als de Zutphense rechter hebben niet alleen een gerechtsuitspraak gedaan in strijd met het non-discriminatieprincipe, door onderscheid te maken tussen in Nederland wonende kinderen met of zonder verblijfsvergunning, daarenboven verliezen zij uit het oog, dat de internationale wetten voorrang verdienen op de bestaande Nederlandse
wetgeving.
Ook is er, noch bij de Zutphense rechter, noch bij de Raad van State, sprake van enige naleving van de belangen van de betreffende kinderen, aangezien Nederland zich in het Kinderrechtenverdrag heeft verplicht tot het centraal stellen van de belangen van het Kind.

e Geen kind in de cel

Het detineren van kinderen in vreemdelingenbewaring heeft in Nederland tot protest geleid,
Reeds is genoemd de belangrijke protesten van de ouders van de Olympiaschool waarop Hui Chen gezeten had.
Eveneens dient genoemd te worden de organisatie ”Geen kind in de cel”, die een samenwerkingsverband is van verscheidene mensenrechten, kerkelijke en vluchtelingenorganisaties, die aandacht vraagt voor de humanitaire positie van deze kinderen in het byzonder en de positie van vluchtelingen en asielzoekers in het algemeen

Epiloog:

Uit bovenstaande kan mi de conclusie getrokken worden, dat de rechten van asielzoekers in het algemeen, maar met name ook van asielzoekerskinderen, die juist als kinderen, buitengewoon kwetsbaar zijn, op ernstige wijze worden geschonden.
Een en ander is eveneens het geval met de zogenaamde AMA’s [Alleenstaande
Minderjarige Asielzoekers], die onbegeleid naar Nederland komen. Ook over hun behandeling, met name ook in de asielprocedure, heeft de internationaal-gerenomeerde mensenrechtenorganisatie scherpe kritiek geuit.

Helaas kreeg Human Rights Watch ook van de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken, de heer H. Nawijn als reactie, dat het Kinderrechtenverdrag niet van toepassing was op ”bepaalde migrantenkinderen”.
Afgezien van het discriminatoire en het apert inhumane karakter van een dergelijke uitspraak is het duidelijk:
Nederland heeft het Kinderrechtenverdrag, alsmede andere humanitaire verdragen zoals het Verdrag voor Economische, Culturele en Sociale Rechten geratificeerd en is daaraan gehouden. Wanneer Nederland werkelijk wil waarmaken, respect te hebben voor het
Internationaal Recht, dient zij het na te leven.

Een belangrijk aspect daarvan is, naast het Vluchtelingenverdrag, het Anti-Folterverdrag en de Geneefse Conventies, het Kinderrechtenverdrag. Zodat er voor asielzoekerskinderen daadwerkelijk plaats ikomt in de herberg

(Uitpers, nr. 80, 8ste jg., november 2006)


Bronnen:

Kinderrechtenverdrag:
http://www.defenceforchildren.nl/ariadne/loader.php/nl/dci/kinderrechten/kinderrechtenverdrag/

Tav het recht op basisvoorzieningen in afwachting van beroep tegen afwijzing:
http://www.hrw.org/reports/2003/netherlands0403/nether0403-04.htm#P466_115344

Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Zie:
http://www.ond.vlaanderen.be/zorgvuldigbestuur/pdf/VerdragEcoSocioCultu.pdf

EU richtlijn tot vaststelling minimumnormen voor de opvang van asielzoekers
dd 11-3-2004 [goedgekeurd door de Raad van Ministers dd 27-1 2003:
http://www.fedasil.be/home/attachment/i/2524

Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
Zie:
http://www.hrw.org/reports/2003/netherlands0403/nether0403-04.htm#P466_115344

Organisatie ”Geen kind in de cel”:
http://www.geenkindindecel.nl/

Defense for Children
Zie:
http://www.defenceforchildren.nl/ariadne/loader.php/dci/kinderrechten/

Tav AMA’s
Zie:
http://www.vluchtelingenwerk.nl/75-Amas.html

Tav de behandeling van asielzoekerskinderen tijdens de procedure
Zie:
http://www.hrw.org/reports/2003/netherlands0403/nether0403-03.htm#P276_63703

Gerechtelijk vonnis inzake beroep moeder Hui Chen tegen haar bewaring en die
van haar zoon [waaronder uitspraak tav het Kinderrechtenverdrag]
Zie:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AY9163

Uitspraak minister Nawijn tav het Kinderrechtenverdrag
Zie:
http://www.hrw.org/press/2003/09/dutch-asylum-policy.htm

Tav de AC-procedures in het algemeen
Zie:
http://www.hrw.org/reports/2003/netherlands0403/

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 90 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook