De herkolonisering van Libië

Michel Collon, Libye, Otan et Mediamensonges. Manuel de contre-propagande, Uitg. Investig’Action – Couleur livres, 2011. 191 blz. € 9, plus portkosten

Het is alweer ruim drie maanden geleden dat de Libische kolonel Muammar al-Kadhafi op 20 oktober 2011 door rebellen werd gelyncht na door Navo-vliegtuigen te zijn opgejaagd bij Sirte. Het doel van de Navo was bereikt: de weg naar de herkolonisering van het land lag breed open.

Maar zo eenvoudig is het niet. Rivaliserende rebellenmilities nemen tegen elkaar de wapens op. De regering heeft geen enkel gezag. Kadhafi-getrouwen laten zich ook niet onbetuigd. In januari wisten ze zelfs de stad Bani Walid te veroveren en de Kadhafi-vlag te hijsen. Wat er vandaag de dag gebeurt werd al maanden geleden voorspeld. Libië is een wespennest.

Inmiddels komen de eerste synthese- en analysewerken op de markt. Tot de beste daarvan is de jongste publicatie van Michel Collon, die eerder alle manipulaties en leugens ontrafelde van de oorlogen op de Balkan en van de eerste Golfoorlog.

Ook wat Libië betreft is er volgens hem enorm gelogen en gemanipuleerd – zo bv. werden beelden van een betoging in India op het tv-scherm gebracht met de melding dat het om een betoging in Tripoli ging. Hij stelt pertinente vragen over de beweringen als zou een “humanitaire interventie” nodig zijn geweest na bombardementen van troepen van Kadhafi op Benghazi en andere plaatsen, waarbij 6.000 doden zouden zijn gevallen. Nu blijkt er geen enkel beeld te bestaan van dergelijke bombardementen. Russische satellieten hebben daar niets van kunnen opnemen. Een Franse tv-zender kwam met een foto met een vage witte rookpluim als bewijs van een grootscheepse aanval op Benghazi.

De Navo zag later blijkbaar wel in dat ze te ver was gegaan en legde daarna de nadruk op het “voorkomen” van slachtingen van burgers door het regime. Maar dat is dan een schromelijke mislukking geweest, want volgens Collon eiste de Navo-operatie zeker 60.000 doden en nog eens vele tienduizenden gewonden. De Navo-bewering dat er uiterst zorgvuldig werd gebombardeerd om burgerslachtoffers te voorkomen is natuurlijk een leugen want de pauselijke nuntius in Tripoli was er van bij het begin bij om de beschietingen van burgerdoelwitten in de Libische hoofdstad aan de kaak te stellen. Ook de infrastructuur van het land – wegen, havens, fabrieken, ministeries, mediagebouwen… – werden systematisch vernietigd.

Het optreden van de Navo ging flagrant in tegen resolutie 1703 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die in feite alleen een vliegverbod oplegde en pleitte voor een bestand. Wel legde ze een wapenembargo op en stond erin dat er geen tussenkomst te land toegelaten was, bepalingen die de Navo, met de hulp van andere landen zoals Qatar, aan haar laars lapte. Regimewissel en moord op leidende figuren waren evenmin toegelaten, maar toch lanceerde de Navo een campagne om de familie van Kadhafi uit te moorden.

Dat de interventie geen humanitaire operatie was is overduidelijk. Dan zou er ook moeten zijn opgetreden tegen o.m. Egypte, Bahrein, Jemen… [Tussen haakjes: als er ooit een interventie nodig zou zijn geweest dan zou dat wel in Congo moeten zijn geweest, waar in het oosten van het land de voorbije jaren vier tot vijf miljoen mensen om het leven kwamen. Maar voor die mensen had het Westen niet de minste interesse.]

Werkschema

De Amerikaanse oud-generaal Wesley Clark, die van 1997 tot 2001 bevelhebber van de Navo-strijdkrachten in Europa was en toen Servië bombardeerde, verklaarde in 2007 dat hem al in 2001op het Pentagon werd gezegd dat men in vijf jaar tijd zeven landen zou pakken: Irak en daarna Syrië, Libanon, Libië, Somalië, Soedan en ten slotte Iran. Het plan heeft achterstand opgelopen, maar is al geslaagd wat Irak en Libië betreft. Wat de overige betreft wordt er blijkbaar hard aan gewerkt. Het meest duidelijk is dit momenteel in Syrië en Iran, waar echter de Russen en de Chinezen dwars blijven liggen. Maar ook Somalië en Soedan liggen al lang onder vuur. En als Syrië valt dan is Libanon zo meegenomen.

Waarom moest Libië worden gepakt? Kadhafi is al sedert hij in 1969 met een staatsgreep aan de macht kwam een dwarsligger die de Amerikanen en Britten hun strategische basissen in zijn land liet sluiten en nadien ook de oliebedrijven van die landen nationaliseerde. Geen wonder dat men hem nadien allerlei wandaden in de schoenen wilde schuiven en moordcomplotten financierde in een poging hem te elimineren. Collon spreekt er niet over, maar sedert de val van het regime is er in Tripoli nog geen enkel document gevonden dat zou bewijzen dat Kadhafi echt iets te maken had met de aanslag op een Boeing 747 van de Amerikaanse maatschappij PanAm die op 21 december 1988 neerstortte op het Schotse plaatsje Lockerbie, waarbij in totaal 270 mensen het leven verloren. Nochtans werd Libië daar schuldig aan verklaard.

Met de invasie van 2003 van Irak, voelde kolonel Kadhafi nattigheid en haalde hij de banden met het Westen aan. Hij zag af van massavernietigingswapens en westerse oliemaatschappijen kwamen weer aan de bak in Libië. Maar het mocht niet baten, Kadhafi bleef een onafhankelijke koers varen en was niet van plan zijn olie omzeggens gratis af te staan. Een protestbetoging in Benghazi tegen de arrestatie van een mensenrechtenadvocaat gaf een gedroomde aanleiding voor een interventie, die al jaren was voorbereid. Van westerse kant werd elke onderhandeling tussen regime en opstandelingen uitgesloten. De Navo trad vervolgens op als luchtmacht van de rebellen en leverde volop wapens, adviseurs en huurlingen.

Emancipatie van Afrika

Minder bekend is dat de Afrikaanse politiek van Kadhafi ook heel wat kwaad bloed had gezet.

Na zijn ontgoochelingen met de Arabische Liga en zijn droom van Arabische eenheid, spitste Kadhafi zijn aandacht toe op Afrika. Onder zijn impuls werd de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid omgevormd tot de Afrikaanse Unie. En Libië investeerde veel in Afrikaanse landen om het continent te emanciperen, wat hem niet in dank werd afgenomen.

Zo moesten de Afrikaanse landen elk jaar 500 miljoen dollar betalen aan Europese maatschappijen voor het gebruik van hun telecommunicatiesatellieten. Zelfs lokale telefoongesprekken moesten daarlangs passeren. En dat terwijl een eigen Afrikaanse satelliet maar een eenmalige kostprijs van 400 miljoen dollar zou hebben. De internationale instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds en de Verenigde Staten noch de Europese Unie echter waren bereid dat geld te lenen, ook al was dat op één jaar gemakkelijk terug te betalen. Uiteindelijk was het Kadhafi die 300 miljoen dollar op tafel legde. Een som die werd aangevuld door enkele Afrikaanse ontwikkelingsbanken. Zo kreeg Afrika op 26 december 2007 zijn eerste eigen communicatiesatelliet. Gedaan met de lucratieve verhuur van Europese satellieten. Erger nog, China en Rusland begonnen technologie ter beschikking te stellen. Zo kwamen er Zuid-Afrikaanse, Nigeriaanse, Angolese en Algerijnse satellieten in de ruimte, plus nog een tweede Afrikaanse satelliet.

Ook investeerde Libië in industrie, zodat Afrika niet langer een grondstoffenleverancier voor het Westen zou blijven. Ook hier zou Europa flink wat geld aan verliezen. Begrijpelijk dat de Europeanen daar niet gelukkig mee waren.

Pact met de duivel

Om de lastpost ten val te brengen die niet alleen meer voor zijn olie wilde maar ook de mooie winsten op de verwerking van Afrikaanse grondstoffen flink wilde terugschroeven, werd dan maar een pact met de duivel gesloten: met Al Qaeda, dat met via Qatar geleverd geld, wapens en huurlingen al snel één van de voornaamste componenten van het gewapend verzet in Libië werd. De officiële aartsvijand van het Westen sedert de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001, is nu opnieuw de bondgenoot van het Westen zoals hij dat al was ten tijde van de oorlog tegen de Sovjet-troepen in Afghanistan (1979-1989).

Uiteraard staat in het boek nog veel meer interessante informatie dan in een beperkte recensie kan worden meegegeven. Zelfs wie de Libische oorlog van nabij heeft gevolgd, kan er nog veel uit leren.

(Uitpers nr. 139, 13de jg., februari 2012)

Dit boek is te bestellen via www.michelcollon.info

Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).