De haat tegen de Verenigde Staten

Verbijsterend. Hallucinant. Onvoorstelbaar. Ongeloofwaardig moest het niet echt gebeurd zijn. Twintig mensen die al maanden, wellicht zelfs jaren, in het grootste geheim besloten hebben een einde aan hun leven te maken – en daarbij duizenden onschuldigen mee de dood in te slepen – door gekaapte vliegtuigen te laten botsen op het World Trade Centrum in New York, het Pentagon en het Witte Huis in Washington. En dat op 11 september 2001 ook nog deden, zij het dat alleen het Witte Huis gespaard bleef doordat het vliegtuig elders crashte.

Waarom doen mensen iets dat de sterkste fictie overtreft? Zeker niet voor de glorie van Osama Bin Laden, die om propagandaredenen (men moet kunnen personaliseren: Milosevic, Saddam Hoessein, Osama Bin Laden…) al meteen, zonder dat er bewijzen werden geleverd, als de man achter de aanslag werd aangewezen. Zeker niet uit nijd en afgunst. Wel omwille van een ijzersterke innerlijke overtuiging die gebaseerd is op hun perceptie van de Verenigde Staten, hun idee van wat Washington is en doet. Een perceptie die tot een nauwelijks voorstelbare haat tegen Amerika heeft geleid. Een perceptie waarvan het Westen weinig of geen besef heeft.

De Verenigde Staten van Amerika, en ook Europa, hebben een bijzonder hoge dunk van zichzelf. Ze bestempelen zichzelf als oorden van welvaart, vrijheid, met respect voor de wet, voor de rechten van de mens. Officieel voeren ze strijd voor waarden, voor democratie, vrede, gerechtigheid en rechtvaardigheid, zelfbeschikking, tegen armoede enz. En het ergste is dat de meeste mensen in die landen dat ook nog geloven. De meeste media stijven hen nog dagelijks kritiekloos in die overtuiging.

Men doet alsof het om waarden gaat, die onverbrekelijk verbonden zijn met de westerse beschaving. Dit terwijl die waarden historisch gezien recent zijn – de ideeën omtrent gelijkheid van mensen en mensenrechten dateren uit het eind van de 18de eeuw – en nog steeds bij bewindvoerders allerhande op grote weerstand stuiten. Hetgeen er in het Westen is, werd vanaf eind de 18de eeuw veroverd op de machthebbers en moet nog elke dag worden verdedigd tegen aanvallen erop.

De VS vergeten liefst hun verleden: de genocide op de Indianen (tot 15 miljoen mensen), de slavernij waarover ze op de antiracisme conferentie in Durban niet wensten te praten, hun discriminatie van de zwarten die pas officieel in 1964 verboden werd, maar in de dagelijkse praktijk nog welig tiert zoals bv. blijkt uit de grote aantallen zwarten die de doodstraf krijgen.

Dat mensen buiten de westerse wereld, en gelukkiglijk ook nog velen binnen die wereld, een heel andere kijk op hebben op de westerse zelfverheerlijking lijkt nauwelijks door te dringen tot de kringen van de machthebbers. Binnen en buiten de westerse wereld kan niet anders dan vastgesteld worden dat er een hemelsbrede kloof is tussen de theorie en de mooie principes en de harde realiteit.

Neem nu de economische ellende in de wereld (waarover elders in dit nummer uitgebreid wordt ingegaan). In zijn brief aan de "antiglobalisten" verdedigt premier Guy Verhofstadt nog altijd de economische principes van het 19de eeuwse expanderende kapitalisme, die al een eeuw geleden hebben bewezen dat ze de problemen niet konden oplossen. Toch moet er volgens hem meer en meer vrijhandel komen. Waarbij de huidige voorzitter van de Europese Unie vergeet dat zijn Unie een protectionistische unie is: ze moet overal de goederen kunnen verkopen, waarin ze competitief is, maar mag goederen buiten houden die de lokale productie zouden kunnen verdringen. In principe zouden die protectiemaatregelen op termijn moeten verdwijnen. Maar eerst zien en dan geloven.

Zo onderhandelt de Europese Commissie momenteel met Marokko over een associatieverdrag. In het ontwerp staat Marokko zijn grenzen volledig moet openstellen voor Europese industriële producten. Het argument is dat de Marokkaanse industrie moet leren concurrentieel zijn. Marokkaanse landbouwproducten daarentegen blijven aan invoerbeperkingen onderworpen. Met andere woorden de Marokkaanse industrie moet van de kaart worden geveegd maar de Europese boeren en tuinders mogen geen concurrentie krijgen. Zo wordt de ellende van de Marokkanen bestendigd en verergerd. Ze valt te meten aan de wanhopige pogingen waarmee ze ten alle prijze, dikwijls zelfs die van hun leven, naar Spanje proberen over te steken. In plaats van Marokko een faire ontwikkelingskans te geven, wordt dat land gemaand strengere maatregelen tegen mensen die pogen aan de ellende te ontsnappen.

Toverwoord democratie

Democratie is nog zo’n toverwoord. In Europa zelf wordt de na lange, soms bloedige strijd verworven democratie meer en meer uitgehold door de bevoegdheden over te hevelen naar ondemocratische supranationale organen zoals de Europese Unie. Erger nog is het als men binnen de Europese instellingen openlijk vraagtekens gaat zetten bij de "representatieve democratie" (zie het artikel van Marc Vandepitte in Uitpers nr. 22, september 2001). Of als men, als er een referendum wordt verloren (bv. Denemarken, Ierland) decreteert dat er dan maar een nieuw referendum moet komen om het gewenste resultaat te behalen. Een "neen" mag geen "neen" blijven. Een "ja" daarentegen blijft ten eeuwigen dage een "ja". Het misprijzen voor de democratie bleek ook uit de nederlaag in Ierland: men zou gewoon voortdoen zonder met dat "neen" rekening te houden (zie Freddy De Pauw in Uitpers nr. 21, juli/augustus 2001).

Bevordering van de democratie overal in de wereld is een met de lippen bewezen objectief. Met democratie bedoelt men een regime dat doet wat het Westen vraagt. Een eigen koers volgen is uit den boze. Dat hebben talrijke leiders uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika ondervonden. Lumumba is er in Congo voor vermoord. Bloedige dictators, zoals Suharto van Indonesië, (wijlen) koning Hassan II van Marokko, Pinochet en andere Videla’s in Latijns-Amerika werden/worden gesteund omdat ze aan de "goede kant" staan. In het Midden-Oosten is dat ook overduidelijk. "Goede" dictaturen en autoritaire regimes staan in de gunst: Saudi-Arabië, de Golfstaten, Jordanië, Egypte en tot 1988 ook Irak. Andere worden verketterd, zoals Irak nu, Syrië vóór 1990 en nog veel vroeger president Nasser (+1970) in Egypte. In de strijd tegen die regimes hebben de VS en Europa steevast de meest fundamentalistische en anti-democratische oppositiegroepen gesteund. In Afghanistan hebben ze het monster gecreëerd dat ze nu willen bestrijden.

Met democratie zouden Egypte noch Jordanië nooit hun huidige vredesverdragen met Israël hebben gesloten, dus moet worden voorkomen dat er echte democratie komt. Eigenaardig genoeg luidt één van de argumenten voor de onvoorwaardelijke westerse steun aan Israël dat het de enige democratie in de regio is… Men kan steevast ook op westerse démarches bij de regeringen rekenen als er bv. in Egyptische krant fel wordt uitgehaald naar Israël. Persvrijheid? Bij ons ja, waar de pers toch het establishment volgt, maar niet in Egypte.

Alles samen genomen komt de onvoorwaardelijke steun voor Israël, welke schanddaden het ook dagelijks uithaalt en hoe racistisch de zionistische staat ook optreedt, neer op een misprijzen voor de hele Arabische en islamitische wereld. Het protest tegen de uitspraken van de Italiaanse premier Berlusconi dat de islam minder waard is dan de westerse beschaving van onder meer premier Guy Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, klinkt dan ook vals. Maar momenteel heeft men de islam nodig… Onderwerping aan het Westen is het enige dat telt, en die eis is een onuitputbare bron van haat tegen het Westen.

Oorlogsmisdaden

In Afrika, Azië en Latijns-Amerika hebben de Amerikaanse en westerse interventies miljoenen mensen het leven gekost. De oorlog van de Amerikanen in Vietnam kostte drie miljoen Vietnamezen het leven. Niet voldoende voor een Amerikaans excuus vond president Clinton toen die kort voor het einde van zijn ambtstermijn een bezoek aan het land bracht. In Indonesië werden bij de staatsgreep van generaal Suharto in 1965 tussen de 500.000 en 1,5 miljoen mensen vermoord, onder wie vele leden van de communistische partij, wier namen door de Amerikanen waren doorgegeven aan de generaal. In Vietnam hadden de Amerikanen een eliminatieprogramma, het zgn. Fenix-programma, waarbij tussen de 25.000 en 70.000 mensen werden vermoord, gewoonweg op de verdenking communist te zijn. In Irak stierven al meer dan een miljoen mensen aan de gevolgen van het embargo. Een genocide dus. De vorige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, zag geen graten in de dood van 500.000 Iraakse kinderen tussen 0 en 5 jaar. Ze vond dat aannemelijk om "het doel" te bereiken. In Turkije mag het leger gifgas gebruiken tegen de Koerden.

Latijns-Amerika weet ook alles van de "humanitaire" ingesteldheid van de Amerikanen. Ook daar kwamen honderdduizenden, zoniet miljoen om door directe interventies, doodseskaders en dictatoriale regimes die de steun van Washington genoten. Het is een positieve ontwikkeling dat oud-minister van Buitenland, Henry Kissinger, voor zijn rol in de staatsgreep van generaal Pinochet in Chili in 1973, ooit nog voor een rechtbank dreigt te geraken. En in een boek is er gepleit om hem te berechten voor zijn rol in de Vietnamese oorlog (zie Boeken in Uitpers nr. 22, september 2001). Maar in het algemeen heerst er bij de westerse leiders een volslagen immorele onverschilligheid ten overstaan van die feiten. Meer nog, het verbaast hen dat sommigen, al is het maar de familie van de slachtoffers, daar wel aanstoot aan nemen. Ook die cynische houding wekt in de hele wereld haat en wrevel.

De "waarden" van de Navo

De Noordatlantische Verdragsorganisatie (Navo) is één van de organisaties die niet kan zwijgen over de "waarden" die ze verdedigt. Geen journalist die daar vragen over stelt. Alhoewel er heel wat vragen te stellen zijn. Over Joegoslavië bv., waar herhaaldelijk, om niet te zeggen systematisch, burgerdoelwitten werden bestookt. Normaal gezien een oorlogsmisdaad, maar procureur Carla Del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag wordt betaald met geld van de Amerikanen en blonk eerder al uit door haar anti-communistische en –Russische houding. Ook steunt de Navo op de Balkan terroristische bewegingen zoals het UCK in Kosovo en Macedonië.

Al meer dan 20 jaar geleden schoten Navo-vliegtuigen bij het Italiaanse Ustica een passagiersvliegtuig neer. De Navo heeft nooit schuld bekend en de zaak in de doofpot gestopt. Verscheidene kroongetuigen in die zaak stierven in verdachte omstandigheden. Door die weigering van officiële schuld hebben de nabestaanden van de slachtoffers nooit een vergoeding gekregen.

De Navo is een terroristische organisatie zou men dus kunnen zeggen. Ook omdat de Navo overal in Europa een netwerk opzette, Gladio genaamd, dat in het geval van een Sovjet-bezetting verzet moest plegen. Merkwaardig genoeg werden daarvoor overal uiterst-rechtse groepen uitgekozen en bewapend. Er zijn banden aan te wijzen tussen deze uiterst-rechtse groepen en destabilisatiepogingen van verscheidene Europese landen in de jaren 1970-1980 in de hoop daar rechts-autoritaire regimes aan de macht te brengen. Dat was zo in Italië. Wellicht ook in België via de zgn. "Bende van Nijvel".

De "democratische gezindheid" van de Navo blijkt ook uit de openlijke sympathie die de organisatie steeds had voor de drie militaire staatsgrepen in Turkije (1960, 1971 en 1980) en die van de kolonels in Griekenland (1967). Eigenlijk zou Turkije onder de publiekelijk beleden principes van de organisatie geen lid van de Navo kunnen zijn omdat de militairen er niet onder controle van de burgerregering staan.

De Navo is een oorlogsorganisatie, die dan ook al de smerige middelen van dien gebruikt, geen vredesorganisatie. Ze zou dat ook beter publiekelijk toegeven.

Vernedering

Geen wonder dat honderden miljoenen mensen zich gepakt voelen door de Verenigde Staten, door het Westen. Zowel economisch, politiek, militair als cultureel. Hun waardigheid wordt voortdurend met de voeten getreden en hun leven is geen cent waard voor het "beschaafde" Westen. De voortdurende westerse steun voor Israël en wraakacties tegen Irak zetten enorm kwaad bloed. Dit alles leidt tot rancune, haat. Een enorme haat die tot aanslagen als die van 11 september leidt.

"Crisissen zijn uitdagingen" luidde de titel van een boek van de man die in 1976 het failliete dagblad De Standaard overnam. Hetzelfde kan van de huidige crisis worden gezegd. De Europese Unie doet momenteel alles om goede maatjes te worden met de Arabische en islamitische landen. Dit in het vooruitzicht van de strijd tegen het "terrorisme". Om de crisis op te lossen mag het daar niet bij blijven. Moeten de onderliggende crisissen, de bron voor de haat, worden aangepakt. Zoals het Israëlisch-Palestijns conflict. De Europese Unie mag niet langer een valse "neutrale" immorele positie innemen. Ze moet onomwonden haar met de lippen beleden principes – respect voor de mensenrechten en het internationaal recht – verdedigen. De overtreding van de eigen wetten, met name de illegale export uit nederzettingen in bezet gebied, sanctioneren en de nederzettingspolitiek doen stoppen.

Verder wordt het de hoogste tijd de met de lippen beleden principes echt in praktijk te gaan brengen: eerbied betuigen voor andere culturen, zorgen voor echte armoedebestrijding en een echt rechtvaardige wereldorde.

(Uitpers, oktober 2001)

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 123 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook