De Gulf Cooperation Council aan zet

De Arabische Liga kent spannende tijden. De volksopstanden in een aantal Arabische landen hebben reeds op verschillende plaatsen – al dan niet met openlijke Westerse steun zoals in Libië – tot een regimewissel geleid. Het ziet er ook naar uit dat de ‘gevestigde’ Golfstaten volop de leiding nemen in deze Liga en er hun eigen agenda kunnen doordrukken.

De Arabische Liga en vooral de Gulf Cooperation Council (Bahrein, Koeweit, Saudi-Arabië, Qatar, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten) werkten samen met het Westen om in Libië een regimeverandering te bewerkstelligen. Qatar springt hierbij wel echt uit de band door zijn erg pro-actief optreden ten opzichte van verschillende revoltes. De rol van Qatar in Libië is zeer opvallend: politieke steun, geld, logistiek, militair optreden, media-aandacht voor de antiregime-krachten. In het post-Qadhafi Libië van vandaag speelt Qatar een dusdanige rol dat verschillende prominente figuren in de Nationale Overgangsraad en de niet-islamitische milities zich uitspreken tegen de Qatarese bemoeienissen.

Qatar is een soort absolute monarchie zonder democratische instellingen. Van Qatar is geweten dat het de pan-Arabische nieuwszender Al Jazeera financiert. Het huisvest ook een gigantische Amerikaanse militaire basis die als voornaamste transitplaats dienst doet voor de oorlogsvoering in Irak en Afghanistan. Daarnaast onderhouden de diensten van de emir goede relaties met Hezbollah in Libanon, met Hamas in Palestina, maar ook met Iran met wie het een gasveld deelt. De emir heeft zwaar gewogen op het dossier Jemen om sterke man Saleh een uitweg te helpen vinden. Qatar en Frankrijk zijn de beste maatjes. In vergelijking met anderen heeft het emiraat goede relaties met Israël. Qatar stond ook op goede voet met Syrië maar pleit tegenwoordig voor een militaire aanpak van het Syrische conflict.

Inderdaad, half januari 2012 riep de emir van Qatar openlijk op tot een militaire interventie van Arabische troepen in Syrië. Er is al enige tijd sprake van Qatarese steun aan het anti-Assad Vrije Syrische Leger. Er werd een Soennitische Arabische interventiemacht opgericht, waarvan de kern zou worden uitgemaakt door een duizendtal leden van de Islamic Fighting Group in Libya en nog eens duizend strijders van de Ansar-al-Sunna die als een Al Qaeda gelinkte groep is gekend in Irak en die eind december 15 gecoördineerde aanslagen uitvoerde in Bagdad waarbij 72 doden vielen en 200 gewonden.

De Arabische Liga stuurde een fact-finding missie naar Syrië. Het missieverslag met een aanbeveling om haar opdracht met een maand te verlengen werd door het huidige leidend Ministerieel Comité goedgekeurd , met name door Algerije, Egypte, Soedan en Oman, maar verworpen door Qatar, dat de beurt van Palestina als roterend lid van het leidend Comité had afgekocht. Onmiddellijk trok Saudi-Arabië zijn waarnemers uit Syrië terug, vlotjes gevolgd door de andere Golfstaten. Bepaalde commentaarschrijvers wijzen erop dat dit mogelijks een inspelen is op de fatwa-dreiging van de Syrische Salafistische leider, Sjeik Adnan al-Arouri, die stelde dat het volledig gewettigd was om de Arabische waarnemers te vermoorden. Dit rapport werd door de westerse media zo goed als dood gezwegen alsook door de Arabische media die meestal door Golfstaten worden gefinancierd. Het rapport leek eerder de Syrische lezing van de feiten te steunen, met name dat het voornamelijk om duistere gewapende bendes ging die aanslagen plegen.

Een Israëlische niewssite gespecialiseerd in militaire inlichtingen, Debka, schreef op 8 februari 2012 dat Britse en Qatarese Special Forces naar Syrië zijn gestuurd. Ze zouden samen met de opstandige troepen opereren in de stad Homs, 162 kilometer van Dasmacus. Ze zouden niet rechtstreeks deelnemen aan operaties tegen het officiële leger maar vooral de communicatielijnen van de rebellen organiseren, en als relais dienen voor hun vraag naar wapens, munitie, strijders, logistieke steun bij buitenlandse ‘leveranciers’, voornamelijk in Turkije.

Is het de bedoeling van de emir van Qatar om de seculiere regimes in de Arabische wereld te helpen vervangen door islamitische? Dat lijkt in elk geval een deel van de huidige uitkomst te zijn. Wil het op die manier zijn invloed verankeren tegen andere actoren? Wil de emir de inertie van het Saudische leiderschap gebruiken om de eigen positie te versterken, het bestaansrecht van zijn land en zijn rijkdom op die manier ook helpen vrijwaren? Is dit alles deel van de zoektocht naar alternatieven voor de huidige transportlijnen van olie en gas zowel door het Suezkanaal en Bab el Mandeb (Rode Zee) als de straat van Hormoez? De Arabische Liga als geheel lijkt de situatie te ondergaan, sommige lidstaten zijn nog niet gestabiliseerd na de revoltes, anderen proberen op de eerste plaats de zaak in te dammen, maar de Gulf Council en vooral Qatar gaat bijzonder dynamisch om met de ‘geest van revolte’. Libië was duidelijk het jachtterrein van Qatar, vandaag wil Doha met Syrië een gelijkaardig plan uitvoeren, maar Saudi-Arabië lijkt absoluut te willen meetellen. We zien dus een coalitie van conservatieve koningshuizen die steun krijgen van westerse democratieën om mensenrechten en politieke participatie actief te ondersteunen in andere Arabische landen.

Elk land heeft zijn eigen omstandigheden, het antwoord op de revoltes van bepaalde heersers is of was absoluut onaanvaardbaar repressief. Zoveel is zeker. Echter op verschillende plaatsen gaat het er ontegensprekelijk ook om dat buitenlandse krachten greep willen hebben op de koers die deze revoltes uit kunnen gaan. De koningshuizen van de Golfstaten zouden wel gek zijn mochten ze echte, transparante stappen naar ware participatie van de bevolking ondersteunen want die zouden te uitnodigend kunnen zijn voor de eigen onderdanen. Ze willen zeker geen revoltes die naar een structurele koersverandering op economisch gebied zouden kunnen overhellen met prioritaire aandacht voor een eigen sociaal model van nationale ontwikkeling, wat sommige actoren in verschillende landen voorstaan.

Om dergelijke dreiging weg te houden moeten de opstanden in de juiste banen worden geleid. Ze willen in de betrokken landen eerder duwen naar een wisseling van de macht, mede om te voorkomen dat de nieuwe regimes in de toekomst de huidige machtsevenwichten in het nadeel van de Golfstaten zouden kunnen doen verschuiven. Nieuwe regimes die nog een tijd naar stabiliteit zullen moeten zoeken, zullen de belangen van de Golfstaten meer vrij spel bieden dan de voormalige heersers met eigen regionale aspiraties en invloedssferen.

Bepaalde commentatoren zien in het geheel een groots opgezet manoeuvre tegen de sjiieten: enerzijds als binnenlandse vijand, zeker wat Saoedi-Arabië en Bahrein betreft, anderzijds als buitenlandse vijand, met name Iran. In dit laatste deel van de analyse vallen de belangen van de Golfstaten en het Westen ook volledig samen en moet ook de houding tegenover Syrië worden gezien. Als Syrië van kamp wisselt wordt de Iraanse positie ernstig verzwakt en zal Ahmadinadjad minder hoog van te toren blazen, lijk men in deze kringen te denken. Een regimewissel in Syrië is dan een kleinere ‘kost’ dan jarenlang sancties te moeten toepassen, laat staan dat er een nieuwe oorlog zou komen in de regio.

Dit is wellicht ook de lezing die Teheran zelf aan de feiten geeft. Naar verluidt zijn er Iraanse elitetroepen naar Syrië gestuurd om er de president te ondersteunen. Syrië is immers een van de weinige bondgenoten van Iran in de regio. Er zijn ook opnieuw Iraanse oorlogsschepen door het Suez kanaal gevaren om op 18 februari aan te meren in de Syrische haven Tartus, waar ook de Russische oorlogsschepen aanmeerrecht hebben. Dit kan dubbel geïnterpreteerd worden: enerzijds concrete politieke en militaire steun aan Assad, anderzijds een duidelijk signaal geven dat de Iraanse leiders een regionale macht vertegenwoordigen waar rekening mee moet worden gehouden. Zij lijken tevens de Russische lijn in het Syrisch conflict te volgen om een Libie-scenario vermijden.

(Uitpers nr. 140, 13de jg., maart 2012)

Visited 12 Times, 1 Visit today

Tags :