“De Groenen maken op basis van hun programma wel degelijk het verschil” (Bart Staes)

De Europese Unie heeft er tien lidstaten bij, wat een reeks problemen meebrengt op het gebied van onder meer het milieu en de relaties met de Verenigde Staten. Een volgende stap zijn de op stapel staande verkiezingen voor een nieuw Europees Parlement. Redenen genoeg om enkele vragen te stellen aan het zeer actieve groene EP-lid Bart Staes.

– U staat geboekstaafd als een van de actiefste Europarlementsleden uit ons land. Heeft die activiteit concrete resultaten opgeleverd? M.a.w. wat is uw balans en hoe maakt ‘groen’ in het EP het verschil?

Een balans maken kan je maar in relatie tot de verwachtingen. Rekening houdend met de verkiezingsuitslag van 1999 en de gebeurtenissen die daaraan onmiddellijk ten grondslag waren ben ik dan ook tevreden. Europa beschikt over een Autoriteit voor Voedselveiligheid. Die kwam tijdens het Belgisch voorzitterschap tot stand door groene bemiddeling, zowel op Belgisch als op Europees niveau. De Europese regelgeving met betrekking tot ons voedsel is de beste van de hele wereld. Gesjoemel met voedsel is jammer genoeg niet uit te sluiten. Het verhaal van de stroper en de boswachter, weet je wel. Maar als ons land nog een dioxinecrisis zou kennen, dan kan die onmogelijk nog de hele Belgische economie lamleggen.Als de stem van de kiezer was ingegeven uit onvrede met de (afhandeling van de) dioxinecrisis – en veel analyses, ook de onafhankelijke wezen daar op – dan vind ik dat de groenen zeer goed tegemoet zijn gekomen aan die vraag. Als die toenmalige vraag nu vergeten zou zijn, dan is dat in electoraal opzicht misschien jammer, maar anderzijds is er wel een afdoende politiek antwoord op gegeven. De (Europese) tekortkomingen die bloot kwamen te liggen bij de dioxinecrisis zijn zo goed mogelijk weggewerkt.

Maar hoe concreet moet een parlementaire actie zijn om het ‘verschil’ te hebben gemaakt? Gaat het over een daadwerkelijk Europees verbod om vacatures open te stellen voor native speakers? Gaat het om jouw informatie die leidt tot een gerechtelijk onderzoek naar een Grieks lid van de Europese rekenkamer? Gaat het om stille diplomatie die mee leidt tot de vrijlating van de Nederlandse hulpverlener Arjan Erkel? Gaat het over een verkeersveiliger design van personenwagens? Meer transparantie in de besteding van Europees belastinggeld? Stuk voor stuk verwezenlijkingen die ik met veel gedruis op m’n eigen hoed zou kunnen steken.

Ik breid uit naar de Europese fractie. Dankzij de Europese Groenen mogen cosmeticaproducenten in hun producten geen stoffen meer gebruiken die kankerverwekkend zijn of die schadelijk zijn voor de voortplanting. Geen zware metalen meer in elektronica, de garantie dat de oogst van bioboeren niet vervuild zal worden door genetisch gemanipuleerde gewassen, Groene druk zorgt ervoor dat de Unie tegen 2010 bijna een kwart van haar energie uit hernieuwbare bronnen zal moeten halen, door van bij aanvang ernstige vragen te stellen over de gevolgen van de havenrichtlijn slaagden de Groenen er als eerste in een heel parlement te doen inzien dat dit een ronduit slecht voorstel was. Wil je de Groene inbreng vernemen inzake de opwaardering van de Europese filmindustrie? Iets over het Groene lobbywerk dat ertoe leidde dat een heel Europees parlement de eenzijdige Amerikaanse oorlogsverklaring aan Irak verwierp?

De Groenen maken op basis van hun programma wel degelijk het verschil. Maar sta me toe me niet te beperken tot een ellenlange lijst vol zelfgenoegzaamheid: “Kijk eens wat voor patsers wij wel zijn. Zie eens wat ‘wij’ allemaal hebben verwezenlijkt”. Zo’n overzicht bestaat, wie het hebben wil kan het krijgen. Maar de belangrijkste inbreng die de Groenen volgens mij hebben is dat ze zich nog vragen stellen. Dat er een verbod komt op cosmetica die kankerverwekkende stoffen bevat, betekent dat die cosmetica op de markt was. Dat er een verbod zit aan te komen op de toevoeging van water aan kippenvlees puur om het gewicht te verhogen, betekent dat die plofkippen op de markt zijn. Ik beken dat ik soms grote ogen optrek als ik hoor wat allemaal gebeurt of wat allemaal mogelijk is. Dit soort praktijken hardop in vraag stellen en er het politieke debat rond openen: daarin maken de Groenen het verschil. Ze aanvaarden het status quo niet omwille van de lieve vrede. Ze spreken niet van free trade (vrije handel), maar van fair trade (faire handel). Ze vragen niet een ‘regeling’ rond nachtvluchten – wat bij voorbaat leidt tot een opsmukoperatie, maar voor een verbod – wat tenminste kan leiden tot een stevige regeling. Zie zoiets dan niet als een verlies, maar als de hoogst mogelijke, aanvaardbare en politiek gedragen oplossing. Revolutionair is die aanpak niet, maar je maakt er in een druk belobbyd Europa natuurlijk niet alleen vrienden mee.

– Hoe lag de samenwerking in het EP met de andere fracties. Heeft de groene fractie daar de voorbije jaren kunnen rekenen op een goede samenwerking met de socialistische fractie of een deel ervan?

Vragen stellen (zie boven) betekent het aanvaarden van ernstige, overtuigende antwoorden. Ook als die van andere fracties komen. Vlaanderen telt slechts 14 EP-leden op een totaal van 626. Wil je voor de regio iets betekenen dan kan je haast niet anders dan van tijd tot tijd de handen in elkaar slaan. Met extreem-rechts was de samenwerking onbestaande, al was het maar omdat deze strekking gewoonweg geen parlementair werk kan voorleggen dat de eigen regio, laat staan het eigen volk, werkelijk aanbelangt.

Het is geen geheim dat wat mij betreft die samenwerking het vlotst verliep met de Vlaamse socialisten. Hoewel we in veel dossiers van mening verschillen – de PSE is niet meteen een Europese fractie die alleen oog heeft voor de mensen – stemden ze vaak mee met ons. Op zich is dat een goede zaak, maar het zet weinig zoden aan de dijk als je je eigen fractie niet ervan kan overtuigen dat goede inzicht te volgen. In dat opzicht is een groene Europese stem gewoon veel nuttiger dan een rode: ze zet druk op de ketel en houdt rekening met de feiten, niet met allerlei politieke evenwichten.

Het zal je voorts niet verwonderen dat het voor de groenen makkelijker samenwerken is met het linkse spectrum dan met het rechtse.

– Is er in het te verkiezen EP kans op enige vorm van progressieve frontvorming tegen het conservatieve blok van de EVP? Of staan we voor nieuwe afspraken tussen de twee grote fracties, EVP en socialisten, om onder elkaar de posten te verdelen en politieke afspraken te maken? Zou een nieuwe ‘centrumfractie’ met liberalen en dissidente EVP-ers een verschil kunnen maken?

Frontvorming lijkt mij maar mogelijk als het wereldbeeld en de politieke veruitwendiging daarvan met elkaar te rijmen zijn. Dat sluit een samenwerking in concrete politieke dossiers hoegenaamd niet uit. Natuurlijk vinden Europese groenen en socialisten elkaar bij het verbieden van dierproeven voor de productie van cosmetica. Maar de groene fractie heeft zich in het EP niet achter de liberalisering van het personenverkeer via het spoor kunnen scharen. In tegenstelling tot de PSE.

Ik zie dan ook niet onmiddellijk mogelijkheden voor een permanente progressieve frontvorming, zoals ik die overigens ook niet zie voor een conservatieve. Een en ander dreigt uit te monden in een vaag, kleurloos links blok en een al even vaag en kleurloos rechts blok, waarin telkens een select kransje politieke giganten het voor het zeggen zal hebben en waar de anderen zedig zullen zwijgen in de hoop hun politieke voortbestaan niet te hypothekeren. Het wordt dan onmogelijk om vragen te stellen die er toe doen. De mogelijke oprichting van een nieuwe ‘centrumfractie’ is in die zin dan ook toe te juichen, al zal ik me er waarschijnlijk ideologisch niet in terugvinden.

Ik laat me niet uit over de mogelijkheid dat christen-democraten en socialisten in Europa weer eens de postjes en de macht voor de zoveelste keer onder elkaar zullen verdelen. Ik neem aan dat ze zelf zullen toegeven dat ze het voordeel van de twijfel voorlopig evenwel kwijt zijn.

– Door de uitbreiding met tien lidstaten krijgt de EU er een aantal landen bij waar de milieuzorgen nog minder prioritair lijken dan in de 15 ‘oude’ lidstaten. Wordt met de uitbreiding het werk van de groene fractie daardoor niet nog moeilijker?

Door lid te worden van de Unie aanvaarden de nieuwelingen de Europese regelgeving. Ook deze inzake milieu. De Commissie kwam op 19 april jl. met een overzichtelijke stand van zaken. Ja, die landen hebben de Europese milieuregelgeving quasi volledig ingeschreven in hun eigen wetten, maar voor sommige aspecten daarvan krijgen ze uitstel. Dat uitstel is eenmalig en is onderhandeld bij de toetreding. Voorts blijkt dat de inspanningen die de 10 hebben gedaan enorm zijn. Het gaat naar schatting om een bedrag tussen de 50 en de 80 miljard euro – waarvan de EU overigens een gedeelte bijdraagt.

Hier past enige vorm van menselijkheid: je kan niet verwachten dat deze landen op 10 jaar realiseren wat de EU-15 op meer dan 40 jaar hebben bereikt. Dat betekent niet dat de nieuwelingen vrij spel moeten krijgen: het zou de concurrentie vervalsen voor industrie en landbouw. Het verheugt me dan ook dat de Europese Commissie uitdrukkelijk stelt dat ze geen ingrijpende wijziging in het milieubeleid verwacht. Ik lees tussen de lijnen dat ze dit eigenlijk ook niet zal dulden.Probleem opgelost? Neen. Het zijn allen landen zonder een groene traditie. Ook zij kennen nu stilaan de oprichting van groene partijen, wat de bewustmaking van de inwoners zal bevorderen. Het is aan de gevestigde Europese Groenen om die nieuwe zusterpartijen te steunen en er tegelijk op toe te zien dat de regeringen in de toetredingslanden geen loopje nemen met milieu-, maar ook sociale dossiers. Dat zal tijd en diplomatie vragen.

– Idem voor de weerslag op de relaties tussen de EU en de huidige regering in Washington

De feitelijke – en zo je wil: geestelijke – scheiding tussen de toetredingslanden en de bestaande EU-15 is in historisch verband echt niet zo lang geleden. De Uitbreiding is in dat opzicht dan ook de normaalste zaak van de wereld: Kafka en Bartok gaan opnieuw integraal deel uitmaken van de Europese cultuur. De VS kunnen daar niet tegen zijn.Met uitzondering van Malta en Cyprus zijn de toetredingslanden bovendien lid van de NAVO, opnieuw iets waar Uncle Sam niet rouwig om zal zijn.Blijven de vragen van de internationale samenwerking en de economische macht. Het voorbeeld van Irak leert dat de Europese Unie nood heeft aan één buitenlandse stem. Spanje en Groot-Brittannië wel, België niet, anderen twijfelen. Die verdeeldheid is historisch te begrijpen, maar speelt stilaan wel in het nadeel van de Unie. Onderlinge onenigheid en verschillende strategieën over dit soort wezenlijke dossiers zijn op middellange termijn dodelijk voor de Unie. De VS weten dat en spelen naar hartelust het verdeel en heersprincipe uit. Herinner je maar hun voorstel dat alleen landen die troepen en middelen hadden geleverd voor de aanval op Irak konden meeprofiteren van de opbrengsten van de wederopbouw. Na zo’n voorstel kan je een eerste keer de rangen sluiten, maar gaat dat ook nog voor de vijftigste of de honderste keer? De VN zouden in dit soort dossiers een oplossing kunnen bieden, maar dat vereist dan wel de volledige erkenning ervan door onder meer de VS.

Economisch dreigt de jungle: als je ziet dat in de WTO-onderhandelingen gesproken wordt over de privatisering van de watervoorziening, dan weet je het wel zeker. Aan onder meer Unie om hier een tegengewicht te bieden tegen het neo-liberalisme – noem het gerust ‘egoïstisch kapitalisme’ – van de VS.

(Uitpers, nr. 53, 5de jg., mei 2004)

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :