De gemanipuleerde media

Jan-Pieter Everaerts (Mediadoc) en Ludo De Brabander (Vrede). De media en de Golfoorlog. Journalistiek in tijd van oorlog en manipulatie. Uitg. Mediadoc en Vrede vzw. in de educatieve reeks Vredescahiers, juni 2003. 182 blz. 10 €, plus 3 € verzendingskosten. Aan te vragen bij: ludo@vrede.be of mediadoc.diva@skynet.be

Met de media is er wat raars aan de hand. In de westerse landen wordt de rest van de wereld verweten weinig of geen persvrijheid te hebben of toe te laten. Maar in de westerse landen zelf blijkt die persvrijheid ook maar een marginaal bestaan te leiden. De grote publieksmedia wensen er geen gebruik van te maken, manipuleren grofweg het nieuws of laten zich manipuleren, zoals ten overvloede uit deze publicatie blijkt.

Het is niet enkel de Iraakse minister van Informatie Mohammed al-Sahaf die dagelijks leugens stond te debiteren "zoals het een minister van informatie in een dictatuur betaamt", zoals Frank Albers (p. 65) zeer onvoorzichtig poneert. Sedert de oorlog in Irak officieel voorbij is, blijkt meer en meer dat de Amerikaanse president Georges Bush en zijn christelijk-fundamentalistische en neoconservatieve medewerkers, plus zijn onvermijdelijke Britse schoothond Tony Blair, staan liegen hebben dat ze zwart zagen om de oorlog mogelijk te maken.

Maar om terug te komen op de door het Westen officieel gepropageerde persvrijheid, als er dan toch ergens, zoals bv. op het Arabisch schiereiland, in een autoritaire wereld, een oase van vrije pers ontstaat, wordt die pers verketterd. De vrije nieuwsgaring van de Qatarse tv-zender Al-Jazeera wordt duidelijk niet geapprecieerd. In de bezette Palestijnse gebieden valt het Israëlisch leger geregeld de kantoren van Al Jazeera aan. En de Amerikanen hebben wel het toppunt bereikt van verzet tegen een vrije pers: in Afghanistan werd het kantoor van Al-Jazeera in Kaboel vernield en in de Iraakse steden Basra en Bagdad werden de kantoren onder vuur genomen – met in Bagdad de dood van een journalist tot gevolg. Schizofrene toestanden dus.

De pers wordt soms de "vierde macht" genoemd naast de uitvoerende (regering), wetgevende (parlement) en de gerechtelijke (justitie). Of ze ooit echt die rol heeft gespeeld valt, op enige uitzonderingen na, te betwijfelen. In België plachten bv. de kranten tot voor kort de spreekbuis van een partij of een deel daarvan te zijn. Geldgewin was niet de bestaansreden van een krant. Sedert zowat 1990 is ook hier de perssector geconcentreerd geworden in enkele groepen, die nu in de eerste plaats geldgewin nastreven, en waarvan de eigenaars meer en meer de journalistieke lijn willen bepalen. Vandaar het pleidooi van Ignacio Ramonet, de hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique, in het oktobernummer van zijn blad om een "vijfde macht" te organiseren via een Media Watch Global om de "vierde macht" op de vingers te kijken en zo de media onder druk te zetten om de elementaire objectiviteitsregels te respecteren.

Dit is een belangrijk initiatief. Ook een noodzakelijk initiatief gezien de achteruitgang van de journalistiek. Die wordt, wat de Verenigde Staten betreft (maar het is evengoed van toepassing op de Europese media), door Robert W. Mc Chesney en John Bellamy Foster trefzeker geschetst, waar zij stellen (p. 90) dat de ondernemingen gaan snoeien zijn in de middelen van de journalisten en de journalisten gaan duwen zijn in de richting van goedkope en onbeduidende berichtgeving. "Vooral de dure en commercieel weinig lucratieve onderzoeks- en internationale journalistiek werd geslachtofferd, of zelfs geëlimineerd. In de mate dat de conservatieve kritiek op de liberale media gebaseerd is op het feit dat de journalisten teveel macht hebben over het bepalen van het nieuws, hebben zij het gevecht ook gewonnen. Journalisten hebben merkelijk minder autonomie dan twee of drie decennia geleden".

Met alle gevolgen vandien. In de "vaderlandse" pers werd de oude, te dure en té zelfstandigde generatie en journalisten grotendeels geëlimineerd (zie hierover ook de allereerste Uitpers), en vervangen door onderbetaalde, jongens en meisjes zonder autonomie. Hoe kan je daar kwaliteit van verwachten? En een degelijke verslaggeving over een complexe zaak als de derde Golfoorlog? Die verslaggeving is in het boek uitvoerig en grondig besproken door mediawatcher Jan-Pieter Everaerts.

Maar dit zeer degelijke en aanbevelenswaardige boek beperkt zich niet tot kritiek. "Andere media zijn mogelijk", zo luidt het slothoofdstuk van Jan-Pieter Everaerts en David Dessers, waarin wordt opgeroepen tot media-activisme (in de zin van Ignacio Ramonet), voorstellen worden gedaan en bestaande projecten worden bekeken.

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

Deel dit artikel
Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

Andere boeken