De Europese Unie op weg naar militarisering

In bepaalde kringen wordt de EU-Grondwet gezien als de ruggengraat van de toekomstige EU en hooggeprezen als een bijdrage voor meer stabiliteit in onze wereld. Ze zijn van mening dat een goed militair uitgeruste Unie een tegengewicht kan betekenen tegen de oorlogszuchtige dominerende kracht van de “nieuwe wereldorde” van de Verenigde Staten met hun politiek van permanente interventie in hun strijd tegen het internationaal terrorisme.

De feiten

De EU is een economische reus met verschillende veiligheidsbelangen en bevindt zich daardoor in een uitzonderlijke toestand. Door de uitbreiding tot 25 lidstaten, later misschien tot 27, is ze één van de grootste politieke en economische verbonden, veel groter dan de onmiddellijke concurrenten, de VS en Japan. Voor de 500 miljoen producenten en verbruikers die in deze gemeenschappelijke markt leven, moet een ganse reeks politieke domeinen op elkaar afgestemd worden en onderworpen aan de politiek van de Europese Centrale Bank.

In het vlechtwerk van de drie grootste concurrerende kapitalistische economische polen is de toestand de volgende: 16 procent van de bewoners van onze planeet beschikken over ongeveer 75 procent van de economische rijkdom. Deze 16 procent leeft in de drie economische polen van de wereld.

  • EU: 455 tot 500 miljoen burgers
  • VS: 290 miljoen
  • Japan: 125 miljoen
  • en enkele ” tijgerstaten”: 125 miljoen

De Verenigde Staten met een bevolkingsaandeel van 5 procent besteden meer dan 450 miljard $ of 50 procent van de globale militaire uitgaven. De EU ( 25 lidstaten) met een aandeel van 7,5 procent van de wereldbevolking besteden ongeveer 20 procent van de globale militaire uitgaven.

Anderzijds is het voor de EU niet altijd gemakkelijk om een gemeenschappelijk standpunt te formuleren op het vlak van het buitenlands- en veiligheidsbeleid. Na het einde van het Oost-West conflict is dit zeer duidelijk tot uiting gekomen.

Interventieoorlogen

Sedert begin februari vindt men op de website van de ” Deutsche Friedensratschlag” een artikel van Gerald Oberansmayr. De auteur heeft zich reeds in zijn boek “Auf dem Weg zur Supermacht”(1) over deze problematiek van de militarisering van de Europese Unie gebogen.

In een recente studie met als titel “European Defence, A proposal for a White Paper”(2) die door de staats- en regeringsleiders van de EU in december 2003 werd overeengekomen, heeft men het over een kwalitatieve transformatie van Europese strijdkrachten. Met het oog op een ontplooien van een Europese veiligheidsstrategie zouden strijdkrachten meer ingezet worden voor interventie en dus minder voor landsverdediging. De EU wil meer en meer globale verantwoordelijkheden opnemen en heeft daarvoor niet alleen mobiele en flexibele strijdkrachten nodig voor eventuele interventies, maar ook bezettingstroepen die voor een lagere tijd zouden ingezet worden.

De inzet van deze strijdkrachten dient voor de bescherming van de handelswegen en om de doorstroming van de grondstoffen te verzekeren. Om de Europese belangen te verdedigen moeten deze oorlogen regionaal gevoerd worden.

Ficitef scenario

Oberansmayr citeert ook een concreet (fictief) scenario uit de studie: ” In een staat X aan de Indische oceaan hebben antiwesterse elementen de macht veroverd en gebruiken de olie als wapen, verdrijven westerse burgers, vallen de belangen van de westelijke mogendheden aan. Daarenboven zijn ze met een invasie van het buurland Y begonnen, waarvan de regering pro-westers georiënteerd is en een centrale rol speelt in de toevoer van olie naar de westelijke industriestaten.De EU intervenieert samen met de VS met een zeer sterke troepenmacht om het land Y te steunen en zo hun eigen belangen te beschermen. De militaire doelstelling bij deze interventie is, het bezette territorium van land Y te bevrijden en de controle over de Olie-infrastructuur, pijplijnen en havens van het land X te krijgen.”

De militaire uitgaven moeten stijgen

De studie klaagt over het militaire deficit van de EU: “De mogelijkheden om veeleisende militaire operaties of oorlogen te voeren zijn nog te beperkt”. Daarom moeten de militaire uitgaven worden verhoogd en de inzetbare strijdkrachten voor operaties buiten de EU moeten van het huidige 10 procent verhoogd worden naar 50 procent. De duur van inzetbaarheid van deze militaire expedities moet van 1 jaar naar 3 jaar gaan. De EU-gevechtstroepen (Battle-groups) moeten snel uitgebouwd worden. De militaire uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling moeten verdubbeld worden. Zo voorziet de EU-Grondwet in het oprichten van een eigen bewapeningsagentschap om de militaire behoeften en technologie te verbeteren.

Nergens in de tekst is er melding van een geografische beperking voor een mogelijk militair optreden. Oorlog wordt hierdoor als een politiek machtsinstrument beschouwd.

Wanneer we deze bovenvermelde studie nader analyseren dan zijn er toch wel een aantal zeer opvallende aspecten. Ondermeer de openhartigheid over het verband tussen de Europese belangen en de daaraan gekoppelde militaire interventies waarbij zelfs de nucleaire optie voor het veiligstellen van de neoliberale wereldmarktorde niet uit de weg wordt gegaan. De klemtoon ligt zeer sterk op de militaire factor om de handelsstroom en de invoer van grondstoffen te verzekeren waarbij de concurrentie ten opzichte van de Verenigde Staten niet uit het oog wordt verloren.

Een EU-imperium voor de beveiliging van de globalisering?

Bij het lezen van de EU-Grondwet herkent men zeer goed het plan om een EU-imperium op te bouwen. Lidstaten en andere landen die zich buiten de spelregels van de neoliberale economische wereldorde zouden bewegen worden afgestraft. Ze worden gecatalogeerd als “in gebreke zijnde staten” wat het terrorisme en onveiligheid voor derden bevordert.

Robert Cooper, medewerker van Solana voor het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, zegt in een tekst over “imperialisme van de globale economie” het volgende: “Ofwel onderwerpt men zich vrijwillig aan de bepalingen en regels van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, ofwel wordt men met militaire middelen onderworpen”

Herfried Münkler, één van de theoretici van de “nieuwe oorlogen” kent de kernlanden van het systeem het recht toe unilateraal militair op te treden om “chaos” te voorkomen. Letterlijk schreef Münkler op 29 oktober 2004 in het Duitse dagblad ” Die Welt” onder de titel ” Das imperiale Europa” het volgende: “Als gevolg van de economische imperiale theorie maakt men meestal een rechtstreekse band tussen imperium en onderdrukking of uitbuiting. Maar een imperium kan even goed als borg voor de vrede begrepen worden en als opzichters en bewakers van politieke en culturele waarden, brede handelsbetrekkingen en economische structuren. In de toekomst zullen de mensen moeten leren aanvaarden dat zo een imperium een alternatieve politieke orde is, d.w.z. een alternatief voor de nog heersende territoriale staten.” .Hiermee is dan meteen de kwestie geformuleerd om via deze EU-Grondwet, regionale of lokale crisissen op te lossen door militaire interventies waardoor een wereldwijde bewapeningsdynamiek zal op gang gebracht worden. .

Preventieve oorlogen met nucleaire wapens?

De militaire strategen van de Europese Unie preciseren dat ze overwegen zich het recht toe te eigenen om als eerste, nucleaire wapens te gebruiken. In de studie wordt namelijk voorgesteld om de Britse en Franse nucleaire strijdkrachten “expliciet of impliciet” in het strategisch militair concept te integreren. Nucleaire preventie wordt hiermee een theoretische optie. Een gezamenlijk Duits-Frans strategisch document van het “Deutsche Gesellschaft für Auswartige Politik” en van het Franse “Institut français des Relations Internationales”, zegt dat in geval van crisis alle middelen moeten ingezet worden waaronder het bedreigen met nucleaire wapens niet wordt uitgesloten.

Frontale aanval tegen de menselijkheid

Eerbiedigt de EU de democratie? Blijkbaar niet omdat de voorgestelde EU-Grondwet een frontale aanval blijkt op fundamentele rechten van de burgers om inspraak te krijgen op het te voeren EU-beleid. Zoals we reeds hierboven vermeld hebben, richt de EU zich op militaire sterkte, vrij geldverkeer en vrije concurrentie en niet op een sociale markteconomie. Het Europese Parlement wordt herleid tot een informele praatbarak met veel te weinig medebeslissingsrecht en kan alleen maar aanbevelingen doen maar dat is geen beslissingsrecht. Het gebrek van het recht op controle betekent een overtreding van een fundamenteel recht eigen aan iedere parlementaire democratie. Beslissingen op het vlak van oorlog en vrede liggen volledig bij de Europese Raad van ministers.

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)

Antoine Uytterhaeghe is lid van de redactieraad van het tijdschrift Vrede (www.vrede.be)

Voetnoten

(1) Gerald Oberansmayr: Auf dem weg zur Supermacht. Promediaverlag 2004.

(2) Te vinden op www.iss-eu.org (Institute for Security Studies)

Visited 13 Times, 1 Visit today

Tags :