In oktober vorig jaar vaardigde de Raad van de EU een besluit uit met restrictieve maatregelen tegen “Russische destabiliserende activiteiten”. Op basis van dit besluit zijn ondertussen al een zestigtal individuen en 17 organisaties op de sanctielijst gezet. De meest recente individuen en organisaties werden toegevoegd op 15 december. Dat betekent dat bv. de rekeningen worden bevroren. Er is geen mogelijkheid tot verweer, noch worden de betrokkenen vooraf gehoord.
Een van de activiteiten die onder het besluit vallen is “het plannen van, het aansturen van, het zich direct of indirect inlaten met, het steunen van, of het anderszins faciliteren van het gebruik van informatiemanipulatie”. Met andere woorden de uitvoerende macht -in de vorm van de Raad van de EU en de facto de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het Buitenlandse Zaken en Veiligheid Kaja Kallas- krijgt de beslissingsmacht om mensen op de sanctielijst te zetten zonder rechterlijke tussenkomst, louter omwille van verkondigde meningen en op basis van eigen interpretaties van wat ‘informatiemanipulatie’ is.
Zo wordt letterlijk gesteld dat “influencers die pro-Russische propaganda en complottheorieën promoten over de Russische invasie van Oekraïne, alsook anti-Oekraïense of anti-NAVO-discoursen”, op de sanctielijst kunnen worden gezet.
Dat is niet meer of minder dan het zwijgen opleggen aan mensen en organisaties die niet het officiële narratief volgen, bv. die kritisch zijn over de keuze van de EU om de militaristische weg aan te houden in Oekraïne, die wijzen op de nefaste rol van de expansionistische confrontatiepolitiek van de NAVO, die vinden dat de miljarden voor de door de NAVO opgelegde verhoging van de militaire uitgaven ‘ter voorbereiding op de oorlog met Rusland’ beter besteed kunnen worden aan menselijke veiligheid (sociaal welzijn, bestrijden van armoede en ongelijkheid, klimaatactie, …), enz. De stap naar de criminalisering van de vredesbeweging is daarmee flinterdun geworden. Het spreekt voor zich dat dergelijke maatregelen bedoeld zijn om af te schrikken. Critici zullen voortaan twee keer nadenken vooraleer ze de officiële koers van de NAVO of EU aan kritiek onderwerpen. Het EU-besluit vormt dus een gevaarlijk afglijden naar autoritarisme.
Eén van de individuen die deze maand op de lijst zijn gezet, is Jacques Baud. Hij is een voormalige officier van het Zwitsers leger die ook voor Buitenlandse Zaken en de inlichtingendienst van Zwitserland heeft gewerkt. Hij vervulde functies voor de Verenigde Naties in Soedan en was volgens zijn uitgever werkzaam binnen programma’s van de NAVO in Oekraïne ten tijde van de Maidan-opstand in 2014. De jongste jaren werpt hij zich op als strategisch analist. Hij heeft uitgesproken meningen over de oorlog in Oekraïne en de rol van de NAVO, die hij evenwel altijd onderbouwt. Hij schreef daarover diverse boeken -zelfs bestsellers- die wijdverbreid te verkrijgen zijn (ook in bv. de Standaard boekhandel).
Het doet er in deze niet toe of je akkoord gaat met de meningen en analyses van Baud – wel dat deze sinds vorige week gecriminaliseerd worden wegens pro-Russisch en “destabiliserend voor een derde land”, met name Oekraïne. Vooreerst is er geen bewijs dat hij met of voor Rusland heeft gewerkt, enkel dat hij aanwezig is op “pro-Russische” en Russische mediakanalen. Zijn ‘misdaad’ is interpretatie: het geven van analyses die afwijken van het officiële verhaal van de EU en de NAVO. Hij werd gesanctioneerd zonder enige juridische procedure. Dit komt dus neer op platte censuur en is in strijd met het democratische grondrecht op een vrije mening.
Ook de Zwitsers-Kameroense Nathalie Yamb, die een uitgesproken criticus is van de Franse aanwezigheid in Afrika (wat haar in het vaarwater bracht van Rusland), werd op 15 december op de sanctielijst gezet. Voor de betrokkenen betekent dit dat ze zelfs toestemming moeten vragen om hun rekeningen te mogen gebruiken om eten te kopen en dat ze niet meer vrij mogen rondreizen.
Hoewel het om een manifeste inbreuk gaat op de elementaire principes van de rechtsstaat, wordt er in media en politiek weinig ruchtbaarheid gegeven aan het ondemocratische EU-besluit. Protest is er evenmin. Het toont hoe de angstpsychose voor ‘de Rus’ het pad effent voor een autoritair rechtssysteem waarbij elke kritiek vertaald wordt als pro-Russische propaganda en de eigen officiële propaganda als enige waarheid geldt.
Het inperken van grondrechten in naam van de veiligheid is een vaak voorkomend verschijnsel in oorlogstijd, waarin iedereen geacht wordt achter de vlag van het bewind te lopen. Het criminaliseren en mogelijk verbieden van organisaties en meningen omdat ze buiten het mainstreamdiscours vallen -onder de aankomende wet Quintin wordt het in België mogelijk om radicale en extremistische organisaties buiten de wet te plaatsen- gebeurt allemaal in naam van de verdediging van… juist, onze democratie en rechtsstaat. Het besluit van de Raad van de EU zou een alarmerende wake-upcall moeten zijn voor iedereen die werkelijk begaan is met onze democratie.
