De EU en de machtsbalans in Turkije

“De weg naar de Europese Unie gaat via Diyarbakir.” Daarmee gaf de Turkse oud-premier Mesut Yilmaz, half december 1999 aan, dat hij wil dat er Koerdische inspraak in de toekomst van Turkije moet komen. Hij koos positie in de machtsstrijd die er in de Turkse elite is uitgebroken over de hervormingen van de politieke instellingen. Want niet alle Turkse buschauffeurs willen dezelfde weg naar Brussel nemen

Dit discussieartikel gaat in op de te verwachten ontwikkelingen in de politiek van Turkije zoals die zich in de winter van 1999-2000 aftekenden en zich waarschijnlijk in de komende jaren zullen voltrekken. Hoofdstelling van dit artikel is dat de Turkse politieke elite zal proberen, op een koopje volwaardig lid te worden van de Europese Unie. Een koopje betekent dat met zo min mogelijk diepgaande wettelijke veranderingen geprobeerd wordt de EU te vermurwen haar toe te laten, zonder dat de machtspositie van de zittende Turkse elite wordt aangetast. Dit proces van loven en bieden wordt gevoerd tegen de ver uiteenlopende belangen van diverse belangengroepen die delen in de politieke macht van Turkije. We onderscheiden diverse hoofd- en bijmachten die met elkaar strijden in naam van de belangen van de bevolking van Turkije en strijden over de praktische toepassing van de eisen van de EU. Dit proces zal zeker tot de volgende verkiezingen in (uiterlijk) 2003 doorgaan en afhankelijk van de uitslag van die verkiezingen voortgezet worden volgens de dan ontstane formele machtsverhoudingen. Niet alle huidige machtsfracties zullen kunnen delen in deze weelde, en daarom is het waarschijnlijk dat bepaalde groepen moeten worden opzijgezet. Of zij dat ongestraft laten passeren is de vraag, net zo zeer er een spannend moment nadert als de EU moet beslissen of het Turkije daadwerkelijk als lid wil aanvaarden en blijkt dat er in het land niks is verbeterd. Dat wil zeggen, als de huidige machtsgroepen hun belang hebben behouden. Maar de volgende drie jaar is dat moment nog geenszins aangebroken. Als de berichten in de Turkse pers die in het najaar van 1999 verschenen kloppen, is er een geheim akkoord dat Turkije in 2011 lid van de EU mag worden.

Uitgaande van deze analyse kan verwacht worden dat twee andere opties als niet waarschijnlijk voor de korte termijn terzijde kunnen worden geschoven.

Ten eerste is dat een zeer pessimistische. Theoretisch bestaat namelijk de kans dat de gewelddadigste fracties van de Turkse elite een nieuwe ronde van onderdrukking van de Koerdische bevolking organiseren. Gezien de grootte en de kracht van de Koerdische beweging van dit moment zou dat betekenen dat een genocidepolitiek moet worden voorbereid die wellicht vergelijkbaar is met die tegen de Armeniërs in 1915. Het is zeer de vraag indien een dergelijke waanzin zòu worden ondernomen of deze met succes kan worden afgerond. Daarvoor is de Koerdische beweging in zowel Turkije als in Europa momenteel, met nadruk stellen we momenteel, te sterk. Feit is wel dat deze gewelddadige fractie in de Turkse elite politiek nog niet is uitgeschakeld. En feit is ook dat om te voorkomen dat dit ooit in de toekomst gebeurt deze zeer gewelddadige groepen in de komende jaren uit hun machtspositie moeten worden gestoten.

Indien dat wel gebeurt dan krijgt de stroming die ijvert voor het volgende meer kans. Maar voor de komende jaren vermoeden we dat deze (zeer) optimistische visie ook niet zal uitkomen. Deze komt er op neer dat Turkije een heldere bestuursstructuur krijgt die functioneert op basis van een moderne grondwet, waarin de (collectieve) burgerrechten ondubbelzinnig zijn neergelegd en deze zijn uitgewerkt in progressieve wetten. Samengevat betreft het niet alleen een nieuwe grondwet, maar ook een nieuwe Republiek. Dat zou een inbreuk op de grondslagen van het huidige Turkije zijn, zoals die zijn vastgelegd in het Verdrag van Lausanne in 1923. De republikeinse grondslagen waaraan de huidige elite haar politieke macht ontleent. Het is overigens wel mogelijk (maar niet zeker) dat een politieke en sociale beweging die een dergelijke ontwikkeling bevordert in kracht zal toenemen. Een ontwikkeling van deze beweging hangt samen met de bestrijding van de zeer gewelddadige stroming die hierboven als potentieel gevaar is genoemd. Overigens lijkt het omgekeerde ook waar. Als deze stroming verliest worden de kansen van politici met genocidale plannen groter.

Dit is het begin van een lang en moeizaam proces van vallen en opstaan, waarin moet worden voldaan aan de door de EU opgestelde voorwaarden zoals die zijn vastgelegd in de Criteria van Kopenhagen. De politieke schermutselingen die er aan verbonden zijn, zijn uitdrukking van de politieke krachtsverhoudingen in Turkije zelf, als ook aan die van de EU. De ontwikkelingen in de EU betreffen daarbij zowel de democratische kwaliteit van de gehele EU in wording, als meer specifiek ook de kwaliteit van de solidariteit met de democratische beweging in Turkije. Onderstaande tekst probeert een beeld te schetsen van de complexe Turkse politiek en van te verwachten en soms ook verlangde ontwikkelingen.

Onderhandelingen

Op 10 december 1999 is Turkije als kandidaat-lid van de EU aanvaard, maar de formele onderhandelingen beginnen pas over een onbekend aantal jaren. Natuurlijk wordt ook nu al op een onofficiële manier onderhandeld. Uit opmerkingen van Europese ministers gaat het om een vijftal hoofdonderwerpen van politieke aard waarop Turkije hervormingen moet doorvoeren.

Te weten: afschaffing van doodstraf en absoluut geen executie van Abdullah Öcalan; verbetering van de mensenrechten; verandering van de positie van het leger in de Turkse politiek, het leger moet ondergeschikt gemaakt worden aan het burgerlijk gezag; de minderhedenkwestie, de Koerdische zaak; en tenslotte moet de toenadering tussen Griekenland en Turkije verder gaan.

Daarnaast wordt het economische kneedwerk om Turkije in de wereldeconomie in te passen aan het IMF overgelaten. Leidende Turkse politici als Bülent Ecevit waren daar in het verleden nooit zo dol op, maar inmiddels heeft het IMF deze houding gebroken. Stap voor stap wordt over IMF-leningen gesproken. In feite heeft het IMF de controle over de begroting overgenomen. De Turkse regering verhinderde echter tot dusverre dat het IMF in Ankara een kantoor opende. Ze beschouwde dat als een belediging van haar zelfstandigheid, het verandert echter weinig aan de zaak dat het IMF de lakens uitdeelt op het ministerie van Financiën. Van belang is dat het leger nog niet voor bezuinigingen is aangeslagen. Defensie tracht vooral de bevolking van Turkije te laten opdraaien voor alle bezuinigingen die nodig zijn.

Democratie van lage intensiteit

De genoemde vijf politieke programmapunten moeten Turkije doen veranderen. Zeer sterk is de indruk ontstaan dat teneinde een begin van een toenadering te maken, deze vijf punten met de Turkse regering zijn doorgenomen en dat Europa daarvoor in ruil ook een aantal beloften heeft gedaan. Eén van die beloften lijkt de onverminderde criminalisering van de Koerdische beweging in Europa en met name in Duitsland als onderdeel van de belofte dat Öcalan niet zal worden geëxecuteerd. Verder wordt absolute prioriteit gegeven aan het verbeteren van Turks-Griekse betrekkingen en aan de kwestie Cyprus.

De Europese Unie heeft een aantal formele eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen, neergelegd in de criteria van Kopenhagen. Eén daarvan is de rechtsstaat en de democratische grondwet. In de Turkse politiek kan in het licht van het kandidaatlidmaatschap vastgesteld worden dat er twee stromingen zijn. De ene stroming wil het lidmaatschap van de EU gebruiken om alle oppositiestromingen te onderdrukken zonder grondige wetswijzigingen. Zij wil de oorlog van zogenoemde `lage intensiteit’ die jaren tegen de (Koerdische) oppositie is gevoerd, omzetten in een democratie van lage intensiteit.

De tweede stroming wil een nieuwe grondwet en daarmee een rechtsstaat vestigen, zoals die in Europa in de afgelopen twee eeuwen is gegroeid. Met nadruk moet gesteld worden dat dit een belangrijke norm is, maar ook dat er in Europa stromingen zijn die een democratie van lage intensiteit nastreven. Naast extreem-rechts is de rol van de gevestigde partijen en ideologische stromingen in Europa erop gericht de maatschappelijke verschillen te doen groeien en belangrijke delen van de maatschappij uit te sluiten. De Koerdische beweging in Duitsland en Turkije is één voorbeeld van gedwongen uitsluiting.

Cruciaal is dat naast het feit dat er een democratische grondwet komt, er ook uitvoeringswetten komen die de burgerrechten in de praktijk vastleggen. Een succesvolle strijd voor dergelijke wetten kan vele jaren duren en is het resultaat van democratische en sociale bewegingen. De sociale geschiedenis in Europa van de laatste 200 jaar is daarvan het levende bewijs.

Staat in de staat

De oorlog van de Koerden tegen de Turkse staat is achter de rug. Een van de eerste opdrachten is hoe de kringen van oorlogsprofiteurs uit het centrum van de macht te duwen. Dat is paradoxaal omdat alle leidende kringen van de oorlog hebben geprofiteerd. De maffia, het leger – waarbij sommige onderdelen van het leger meer hebben geprofiteerd dan andere – en vrijwel alle leidende politici.

Het grote probleem is hoe een eind kan worden gemaakt aan de macht en het bestaan van de staat in de staat in Turkije. Zij vormt de ware macht in Turkije naast de formele regering, die slechts hand en hand met verkozen parlement het democratische uithangbord van het land vormen.

Deze schaduwstaat die door sommigen ook wel diepe staat wordt genoemd, bestaat uit de macht van de militairen in regeringsbeslissingen over zaken van defensie, en belangrijke binnenlandse en buitenlandse zaken. De Nationale Veiligheidsraad neemt tijdens maandelijkse vergaderingen de werkelijke beslissingen in de belangrijkste zaken van het land.

Kortweg zijn er de volgende facties in de schaduwstaat te onderscheiden.

1* De strijdkrachten.

2* Deel van de ambtenarij en rechterlijke macht, bijvoorbeeld hoofdprocureur-generaal Vural Savas.

Sinds de oorlog in Koerdistan hebben zich daar de volgende deelgroepen bijgemengd of indien zij al langer bestonden, hebben ze hun machtspositie versterkt tijdens de oorlog.

3* Geheime groeperingen volgens het NAVO-concept van Gladio. De Gladio-macht in Turkije bestaat uit een kluwen van dooreen lopende groepen van:

a) Geheime diensten. Met name de JITEM, de geheime dienst van de gendarmerie. En speciale eenheden ten aanzien van de guerrillabestrijding.

b) Maffia. De aloude onderwereld heeft veel geld en in politieke invloed kunnen verdienen met oorlog in Koerdistan.

c) Politieke partijen, o.a. de groep Tansu Çiller van de Partij van het Juiste Pad en vooral de Partij van Nationale Actie (MHP) die nu in de regering zit.

4* MHP. De weinig minder dan fascistische regeringspartij MHP, die al tientallen jaren o.a. via haar Grijze Wolven leverancier is van knokploegen, elitesoldaten en huurmoordenaars en daarom als aparte grootheid kan worden genoemd. Momenteel maakt de MHP deel uit van de regering-Ecevit. Ze vormt de tweede grote partij in een coalitie van drie partijen. Omdat ze zo ver is doorgedrongen in de `bovenwereld’ zal het veel tijd, tact en moeite kosten om deze verbinding tussen de officiële staat en de diepe staat te verbreken.

Turkije in de jaren negentig

De diepe staat beheerst behalve de belangrijkste agendapunten van de regering een belangrijk deel van de elite van Turkije. De mensenrechtenstichting TIHV stelt dat de hoeveelheid illegaal of zwart kapitaal dat in de economie omgaat groter is dan wat formeel op de regeringsbegroting staat vermeld. De staat is verder verantwoordelijk voor marteling op zeer grote schaal, meer dan 1 miljoen mensen sinds 1980. De grote vraag is of de diepe staat in Turkije overeind kan blijven als Turkije zich naar alle voorwaarden tot het EU-lidmaatschap moet plooien. De vertegenwoordigers van de (diepe) staat zullen alles proberen om hun macht, in de kern althans, te behouden. Met de staatsgreep in 1980 herschiep de staat in de staat haar machtspositie die ze zich al sinds de vorming van de Republiek in 1923 had eigengemaakt.

En hoewel de linkse oppositie vrijwel geheel werd uitgeschakeld, lukte het niet de Koerdische oppositie te elimineren. Integendeel, binnen tien jaar had de Koerdische oppositie haar vraagstuk op de agenda geplaatst. In 1991 slaagde ze er zelfs in Koerdische nationalisten in het parlement verkozen te krijgen. De Koerdische guerrilla was op haar sterkst. Het voorjaar van 1993 kan als cruciaal in de jongste geschiedenis van Turkije worden beschouwd. Geheime besprekingen tussen de Koerdische beweging en de regering van Turgut Özal mislukten. Özal stierf in die periode aan een hartaanval, en kort daarop besloot de Turkse staat de oorlog met alle mogelijke middelen te hervatten. Dat heeft er toe geleid dat de Koerdische beweging in maart 1994 uit het parlement werd gegooid en vervolgens militair werd teruggedrongen tot een voor de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) uitzichtloos gevecht dat uiteindelijk als gevolg van de arrestatie van Öcalan is opgegeven. Politiek gezien zijn de Koerden nog ongebroken. Een ander maar tegenovergesteld effect van de oorlog is de vestiging van de MHP, de maffia- en knokploegenpartij, in de politieke bovenwereld.

De Turkse elite heeft er in de oorlog tegen de PKK sinds 1993 zo veel mogelijk voor gezorgd, de gewone Turkse burgerij buiten die oorlog te houden. Hoewel het Turkse leger overging tot de inzet van zeer grote eenheden speciale troepen, kon men voor het zware militaire werk volstaan met de inzet van de aanhang van de MHP. Voor de rest trachtte men met behulp van eenheden van Koerdische dorpswachters en voor de achterhoedegevechten tegen de PKK-guerrilla dienstplichtigen van Koerdische komaf te gebruiken. En omdat ook de PKK geen pogingen ondernam tot het verwerven van solidariteit onder de gewone Turkse bevolking werd deze, afgezien van de economische effecten, amper geraakt door de oorlog. De MHP profiteerde daarom in april 1999 electoraal zeer sterk van de pro-Turkse sentimenten die na de Öcalans arrestatie werden opgeroepen. Het resultaat van de laatste tien jaar oorlog is een enorme polarisatie tussen de Koerdische en Turkse gemeenschap.

Het nieuwe element in de Turkse politiek sinds december 1999 is de invloed van de EU en de voorwaarden die zij aan Turkije stelt om definitief lid te mogen worden. Het wegwerken van de gevolgen van de oorlog, en het verkleinen van de politieke invloed uit de diepste kelders van de Turkse staat, is de eerste opdracht voor iedereen die daadwerkelijk een democratisering van de maatschappij nastreeft. Hieruit bestaat de eerste fase van de overgangsperiode van de Turkse staat.

Programma

Als we het panorama van de diepe staat en de huidige krachtsverhoudingen overzien, komt de vraag op wat het resultaat voor de democratisering van Turkije wordt onder druk van het lonkende EU-lidmaatschap.

De vraag is ook wat het politieke programma van de schaduwstaat is. Afgezien van een democratie van lage intensiteit, is dat op het terrein van de buitenlandse politiek niet alleen het krijgen van aansluiting bij de EU, maar tegelijkertijd het vergroten van de macht van de Turkse staat op de Balkan, het Midden-Oosten en in Centraal-Azië. En dat is zeer interessant voor de grootmachtbelangen van de VS en nu ook van (de afzonderlijke landen van) de EU.

Eveneens is de vraag wat het programma van de belangrijkste spelers in de EU is met betrekking tot Turkije. Verwacht mag worden dat een soort compromis van de machtigen van de EU en de machtigen in Turkije over enkele jaren het echte EU-lidmaatschap van Turkije mogelijk moet maken. Maar wie zijn of komen er in de komende jaren aan de macht?

Sommige linkse groeperingen, zoals bijvoorbeeld de PKK, verwachten een positieve uitwerking van de druk van de EU voor de democratisering van Turkije. Daarmee verwachten ze niet dat (op korte termijn) de macht van de echte machthebbers in Turkije gebroken wordt. Dat zou naïef zijn. Gestreefd zou moeten worden om met de huidige politieke kansen een nieuwe grondwet te bereiken die de burgerrechten op een goede manier regelt. Gestreefd zou tenminste moeten worden naar het legaliseren of organiseren van instituten die deze burgerrechten verder vorm geven. Indien dat lukt zou er al wat gewonnen zijn. Maar dat betekent ook dat het berechten van de doodseskaders, gevangenisbeulen en georganiseerde misdaad niet tot de onmiddellijk verwezenlijkbare punten behoort. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar in een normaal land, maar de realiteit gebiedt dat niet te verwachten. Het gevolg is kortweg dat hier en daar wat gesaneerd zal worden.

Op dit moment is de discussie in de Turkse elite hierover ook bezig. Rechter Selcuk heeft begin september 1999 gepleit voor een nieuwe (echt) democratische grondwet. Hij bepleitte in feite in de vorming van een nieuwe Republiek Turkije. Hij is beslist niet de enige vertegenwoordiger van de zittende macht. Er is dus een basis om de positie van deze groep van de Turkse macht te versterken. De vraag is hoe dat kan zonder in de fuik van de diepe staat te lopen. Want de diverse delen van deze diepe staat stribbelen met alle macht tegen.

Machtsstrijd in Turkse elite

In de Turkse elite wordt momenteel een grote discussie gevoerd over de toekomst van het land. Onder burgerpolitici manifesteert zich een pro-Europese vleugel, die geneigd lijkt de Koerden politieke of culturele rechten te erkennen. Deze vleugel heeft als woordvoerders de minister van Buitenlandse Zaken Ismail Cem en de al genoemde Yilmaz, leider van de kleinste regeringspartij, de Moederlandpartij. Premier Ecevit kunnen we als tactisch medestander van deze stroming rekenen, die er voor hoedt niet te ver verwijderd te raken van de MHP en de legerleiding.

Het effect van het erkennen van politieke en culturele rechten aan de Koerden zal zijn dat de Koerdische beweging in Turkije intact zal blijven. Tot nu toe is het door middel van verdrijving, moord en doodslag niet gelukt deze beweging te breken. Indien aan deze beweging rechten worden erkend, is dat het sein om op middellange termijn nieuwe radicale (lees: afscheiding)eisen te stellen. Zeker als onder invloed van de gedeeltelijk succesvolle Turkse Koerden de Koerden in de andere landen van het Midden-Oosten radicaliseren, en er wellicht nieuwe pan-Koerdische leiders en bewegingen opstaan.

En deze blik in de toekomst is het die de Turkse generaals de belangrijkste tegenstander maakt van de pro-Europese burgerpolitici. Ze zoeken naar de mogelijkheid de Koerdische beweging definitief kapot te maken en als dat gebeurd is zoeken ze naar een formulering over de Koerdische rechten waarmee de EU gerust gesteld zal zijn, omdat er tenslotte toch geen Koerdische beweging meer is om te protesteren. Dat is het probleem van de generaals, de Koerdische beweging in het Midden-Oosten en haar eigen machtsambities.

Turkije, Irak en de wording van een Koerdische natie

Sinds de Golfoorlog in 1991, waarin Turkije de kant van de vijanden van Irak koos, is de regering van Irak de zeggenschap over (het grootste deel van) de Koerdische gebieden van Irak kwijt. Dat heeft een belangrijk precedent geschapen voor de Koerdische nationale beweging. Het probleem van de Koerden is dat zij er nog nooit geslaagd zijn een politieke eenheid te vormen, noch onder de Koerden van de diverse staten samen, noch in het Iraakse deel van Koerdistan. Het is vooral de chronische verdeeldheid onder de Koerdische leiders die de oorzaak is geweest dat er geen pan-Koerdische nationale beweging bestaat. Toch heeft de Koerdische bevolking nu reeds negen jaar ervaring in een zeer beperkte en armoedige vorm van zelfbestuur. De huidige politieke situatie in Irak kan ook niet eeuwig duren, hoewel onduidelijk is hoelang ze blijft voortbestaan.

Daarom heeft de Turkse elite de laatste vijf jaar veel moeite gedaan om de Iraaks-Koerdische partijen aan zich te binden. Sinds 1996 is het gelukt om de Koerdische Democratische Partij (KDP) die het gebied aan de Turkse grens beheerst direct aan zich ondergeschikt te maken. Inmiddels worden nieuwe pogingen ondernomen ook de beweging van Talabani, de Patritottische Unie van Koerdistan (PUK), aan te sturen.

Want indien in de komende jaren in Turkije de Koerdische bevolking politieke rechten zou verkrijgen is dat zeker een bemoedigend signaal voor de massa van de Koerden in Irak om haar huidige positie uit te bouwen tot een hogere vorm van zelfbestuur. Voor de Turkse machtsambities is dat een zeer ongewenste ontwikkeling en Turkije bepleit dan ook niet alleen een ongedeeld Irak, maar om een ongewenste dynamiek in Iraaks-Koerdistan te voorkomen wil ze in Turkije ook geen collectieve rechten aan de Koerden toekennen.

Bovendien behoort het tot de mogelijkheden dat ook de Iraanse Koerden politiek ontwaken en zich aansluiten bij de Turkse en Iraaks-Koerdische bevolking. Na de arrestatie van Öcalan in februari 1999 manifesteerde zich onverwacht een krachtige beweging in de Iraanse provincie Koerdistan.

De laatste tien, vijftien jaar is er sprake van Koerdische natievorming en deze kan zich versterken als in de betreffende staten de Koerden stap voor stap hun wettelijke rechten kunnen vergroten.

Het valt, zeker in de ogen van de Turkse generaals geenszins uit te sluiten, dat de Koerden in de komende tien jaar een nieuwe pan-Koerdische beweging zullen vormen. Het zijn deze machtspolitieke overwegingen voor de conservatieve vleugel in Turkije, die aanleiding zijn om zich te blijven keren tegen collectieve Koerdische rechten in Turkije zelf. Want de opkomst van een Koerdische natie verkleint de expansiemogelijkheden van Turkije. Het stugge `nee’ van de generaals wijst er alleszins op dat de Turkse generaals grote plannen hebben in de komende dertig jaar.

Macht leger

Premier Ecevit liet in december weten dat van de vijf voorwaarden van de EU het punt van de macht van het leger buiten discussie moet blijven staan. Deze kwestie is in feite van cruciaal belang voor de toekomst van Turkije.

In Turkije heeft de islamitische Partij van de Deugd, en die kan beslist niet tot de pro-Europese hervormers worden gerekend, het onlangs gewaagd de rol van de militairen in de politiek ter discussie te stellen. Ze stelt voor om de Nationale Veiligheidsraad te hervormen. Momenteel bestaat deze raad uit vijf ministers en zes militairen en beslist zij over alle zaken van defensie- en buitenlandse politiek en andere zaken van nationaal belang. Het is in feite de regering van Turkije met dé macht. Ingesteld na de staatsgreep van 1960 is haar positie steeds belangrijker geworden. De Partij van de Deugd heeft nu voorgesteld het aantal militairen tot één (1) persoon terug te brengen. (Overigens hebben pro-Europese industriëlen enkele jaren geleden al voorgesteld de Nationale Veiligheidsraad af te schaffen.)

Hierop heeft `het leger’ een brochure onder de titel Actuele zaken geschreven en aan de pers ‘gelekt’. In deze brochure wordt stelling genomen tegen dit hervormingsvoorstel van de Nationale Veiligheidsraad. Daarnaast spreekt de brochure zich ook uit tegen het feit dat de krijgsmacht ondergeschikt moet worden gemaakt aan de burgerregering en de overdracht van politieke bevoegdheden van militairen aan het Ministerie van Defensie, omdat dat ‘een verzwakking van de strijdkrachten’ zou betekenen. Dit wordt de komende jaren beslist een belangrijk punt waarop Turkije zich zal blijven onderscheiden van Europa. Te vrezen valt dat Europa de machtspositie van de militairen voor lief zal nemen als aan de andere voorwaarden min of meer wordt voldaan.

Verder is van belang dat het economisch belang van de militairen in de Turkse maatschappij een politieke machtsfactor vormt. Pensioenfonds OYAK is de holding van het Turkse leger en heeft 80.000 militaire contribuanten die 10% van hun wedde in het fonds afdragen. Als holdingmaatschappij heeft zij financiële belangen in aanzienlijke delen van de Turkse maatschappij. De leden krijgen een winstuitkering van de holding die waarschijnlijk een totale jaaromzet heeft van meer dan 10 miljard DM.

Gerekend vanuit een optimistische visie over de ontwikkelingen in Turkije wordt verwacht dat die legeronderdelen die de oorlog in Koerdische gebieden hebben gevoerd, in omvang en belang worden teruggebracht. Het gaat daarbij vooral om de gendarmerie. In hoeverre de beruchte Özel Tims (speciale troepen) zullen worden afgeschaft is zeer de vraag. Dat vinden de generaals van die onderdelen niet passend. Deze ontwikkelingen moeten ook de omvang van de beruchte JITEM, de geheime dienst van de gendarmerie, terugbrengen. Juist uit deze kringen worden ook de vele buitengerechtelijke executies van burgeractivisten en -politici vermoed. Het zou gezien de aard van de ontwikkelingen te optimistisch zijn te verwachten dat deze dienst zou kunnen worden afgeschaft. Om van het berechten van de daarachter schuilgaande doodseskaders voorlopig maar te zwijgen.

Het ligt daarom ook voor de hand dat deze onderdelen intact blijven en ingepast zullen worden in een verder professionaliserend leger. Onlangs nog werden de oude plannen tot afschaffing van de dienstplicht met ingang van. 2005 uit de kast gehaald. Van deze plannen was door de oorlog in Koerdistan niets terecht gekomen.

Daarnaast waren er in december plannen om de noodtoestand die in Koerdistan al vijftien jaar bestaat, af te schaffen. Echter, in februari werd weer beslist de noodtoestand die in nog vijf provincies bestaat zeker tot de zomer van 2000 in stand te houden.

Kort na het proces tegen Öcalan in de zomer van 1999 kondigde de regering aan dat het de gewapende groep Hizbullah zou gaan ontmantelen. Sinds januari 2000 is dat ook daadwerkelijk gebeurd. Kort daarop bleek dat Hizbullah vele doden van (oppositionele) Koerden op haar geweten heeft. Inmiddels zijn zeker 60 lichamen gevonden. In totaal zijn volgens opgave van de mensenrechtenvereniging 1.948 mensen vermist. Daaronder zeer veel burgeractivisten, journalisten, politici en advocaten. De indruk is ontstaan dat de Turkse staat Hizbullah stuurde. Zeker toen bleek dat in de stad Batman wapens uit de magazijnen van de staat in handen van Hizbullah waren gevallen. Daarbij werden diverse zeer geheime onderdelen van leger en geheime diensten genoemd.

Twee Europese stromingen

Turkije is in de eerste plaats niet kandidaat-lid gemaakt van de EU om het te hervormen, maar om de Europese machthebbers meer zeggenschap te geven in een gebied tot aan Armenië, Irak en Iran.

In de diverse landen van EU, en in de EU zelf, zijn twee stromingen te onderscheiden die de doorslag hebben gegeven bij de aanvaarding van het kandidaatlidmaatschap van Turkije. Doorslaggevend was de machts- en veiligheidslobby die met afschuw aanzag dat Turkije aan haar invloed ontsnapte. Het gaat om leger en geheime diensten van de afzonderlijke landen gecombineerd met de stroming die streeft naar een versterking van de Europese militaire arm. Deze stroming heeft er momenteel het grootste belang bij dat Europa politieke invloed krijgt in het Midden-Oosten.

De Duitse geheime dienst, BND, werd er in februari 2000 door Turkije van beschuldigd via de Duitse ambassade in Ankara geheime contacten met de PKK te onderhouden. Deze berichten werden bekendgemaakt nadat Duitsland enkele leden van de MIT, de Turkse geheime dienst, had willen uitwijzen. Nadat Turkije de contacten van de BND had onthuld werd dit plan opgeschort. Het incident wijst erop dat Turkije niet tolereert dat de geheime politiek te ver gaat, tenzij ze haar eigen geheime invloed in Europa mag versterken.

In het streven van de EU naar een eigen militaire organisatie dient het een plaats in te ruimen voor Turkije. Sinds kort heeft de EU de ESDI (Europees Initiatief voor Veiligheid en Defensie). En hoewel Turkije NAVO-lid is en kandidaatlid van de EU mag het niet deelnemen aan de ESDI. Een eventueel lidmaatschap wordt zonneklaar gebruikt als onderhandelingswapen. De recentste berichten in de pers melden dat Turkije bereid is een brigade (eenheid van ongeveer 3.000 soldaten) in 2003 beschikbaar te stellen voor de ESDI, dat over 60.000 soldaten moet komen te beschikken.

De EU mikt erop de problemen tussen EU-lid Griekenland en kandidaatlid Turkije tijdig op te lossen, maar de EU dient er ernstig voor te waken dat Turkije haar niet meesleept in conflicten aan de oostelijke, noordelijke en zuidelijke grenzen.

Daarnaast is er de stroming van het bedrijfsleven die in Turkije een gunstige export- en economische expansiemarkt ziet. Deze stroming is gebaat bij een ontspanning van de politieke verhoudingen en vermindering van de repressie van de oppositie. Daaronder valt in zekere zin ook het liberale bedrijfsleven zelf te rekenen. De Europese landen hebben zeer sterke economische banden met Turkije, maar de politieke banden verzwakten in de laatste jaren. De beste politieke betrekkingen worden gekoesterd voor de VS.

Omdat de geopolitieke positie van Turkije in toenemende mate van belang wordt in de wereld en door de Turkse en Amerikaanse regering uitgespeeld wordt in de machtspolitiek op de grens van Europa, Azië en het Midden-Oosten is het voor de machtspositie van Europa van belang Turkije niet verder van zich te vervreemden.

Deze stroming wordt in politiek opzicht vertegenwoordigd door de sociaal-liberale partijen die momenteel de macht in de belangrijkste landen van de EU hebben. Het is binnen de huidige verhoudingen in Europa de stroming die het gunstigste effect op de democratisering van Turkije kan uitoefenen. Als deze stroming in de volgende verkiezingen nederlagen oploopt en vervangen wordt door conservatief-christelijke combinaties of zelfs uiterst rechts, dan zal de rol van EU op de democratisering kleiner en trager worden.

Cruciale gebeurtenissen

Het afgelopen jaar hebben zich een aantal cruciale gebeurtenissen voorgedaan die de politieke positie van Europa ten opzichte van Turkije hebben verzwakt. De Koerdische opstand is onder Amerikaans-Turkse druk een zware klap toegebracht. De EU had alleen de overlast van straatrellen door Koerden en Turkije heeft niets in het voordeel van burgerrechten van de Koerdische bevolking ondernomen. Dat wenst Europa wel.

In november 1999 is het lang omstreden contract over de Bakoe – Ceyhan oliepijplijn van Azerbeidzjan naar Turkije getekend. Dat betekende een zeer belangrijke strategische overwinning voor de Turks-Amerikaanse politieke belangen in Centraal-Azië. In hoeverre deze spoorlijn ook daadwerkelijk economisch en daardoor politiek levensvatbaar zal blijken is nog ernstig de vraag, maar de overeenkomst is uitdrukking van een specifieke machtsconstellatie. Ten derde wordt Irak vanaf Turks grondgebied nog dagelijks gebombardeerd, zonder dat de EU daarover iets te zeggen heeft.

Was in 1996 de vrijlating van democratisch verkozen Koerdische politici als Leyla Zana nog een voorwaarde om kandidaatlid van de EU te mogen worden, nu is in december 1999 daarover niets gezegd. Waren de EU-landen in 1995 nog politiek in staat Turkije te veroordelen voor een militaire invasie in Noord-Irak, nu gebeurt dat zeer vaak zonder een spoor van politieke veroordeling. Om deze redenen is het voor de EU van belang Turkije kandidaat-kandidaat-lid te maken. De EU-landen hopen daarmee een middel te hebben gekregen waardoor hun politieke invloed op Turkije kan worden vergroot.

Machtspolitiek in de Kaukasus

President Demirel kwam begin januari 2000 met het idee om naar het voorbeeld van het stabiliteitspact voor de Balkan een soortgelijk pact voor de Kaukasus, maar zonder Tsjetsjenië, te vormen. Het gaat daarbij (natuurlijk) vooral om economische en politieke stabiliteit. Demirel sloot Russische deelname niet expliciet uit, maar was vooral op zoek naar erkenning van Turks-westerse belangen in het gebied. Turkije tracht de – langverwachte – houding van een regionale grootmacht aan te nemen. Rusland voelt dan ook weinig voor zo’n pact en de Kaukasus lijkt een weegschaal waarop door de eeuwen heen de machtsstrijd van Rusland en van de Turken wordt gewogen.

Turkije kan in haar machtsaspiraties zeker nog niet zelfstandig optreden. De Turkse elite toont tegelijkertijd haar korzelige houding over vermeende Amerikaanse laksheid om tot het gezamenlijk uitbreiden van hun invloed in het gebied te komen. De Turkse generaals zeggen openlijk dat ze de invloed van de Russen uit de Kaukusus en Centraal-Azië willen terugdringen. Ze manen de Amerikanen daarbij tot spoed, omdat ze inzien dat het verloop van de oorlog in Tsjetsjenië en de Russische tegenwerking bij de Bakoe – Ceyhan pijpleiding haar eigen machtsplannen tegenwerkt. Daarom wil ze een `bufferzone tussen Rusland en de rest van de wereld’.

De Turken en Amerikanen hebben een gezamenlijke werkgroep van topmilitairen gevormd die proberen overeenstemming te bereiken in een Kaukasuspolitiek. De Amerikanen besloten in de zomer van 1999 al om het gebied dat onder de verantwoordelijkheid valt van haar Europese commando in Stuttgart uit te breiden tot en met de landen van de Kaukasus.

En voorts worden er al sinds enkele jaren militaire oefeningen van de Amerikanen, Turken, Georgië, Azerbaidzjan, Oekraïne en Oezbekistan gehouden.

De Amerikanen hebben inmiddels een voorzichtiger houding dan de Turken, omdat ze begrijpen dat het president van Rusland Vladimir Poetin, in de slag om invloed op de Kaukasus, menens is met diens anti-westerse houding. Tenslotte heeft zijn voorganger Jeltsin kort voor zijn aftreden op Nieuwjaarsdag ondubbelzinnig laten weten dat Rusland nog steeds een kernmacht is, waarmee niet moet worden gespot.

Wapenwedloop

Turkije heeft zijn streven naar een regionale grootmachtsfunctie de laatste jaren een beetje dichterbij gebracht. De militaire hulp en samenwerking met de Amerikanen is al sinds de jaren vijftig cruciaal, maar de Turkse elite heeft zeker naar aanleiding van de inval op Cyprus in 1974 geconcludeerd dat het volledig afhankelijk zijn van de VS niet goed genoeg is.

Daarom heeft zij sinds 1985 een politiek van hoog-technologische bewapening ingezet. Deze politiek zal ondanks de IMF-controle over de begroting niet worden opgezegd. De komende twintig jaar zal de begroting van de Turkse strijdkrachten de belangrijkste post op de regeringsbegroting worden. Volgens een studie van de Militaire Academie in Ankara zullen zich in de komende jaren regionale crises aan de Turkse grenzen voordoen.

Turkije staat aan de vooravond van zeer grote wapenaankopen. Helikopters, tanks, AWACS-patrouillevliegtuigen, lange afstandsvliegtuigen, deelname aan de JSF, de opvolger van de F16, enz, enz. Turkije blijft bouwen aan zo groot en zo modern mogelijke strijdkrachten. De defensieplannen zijn ingebed in een lange-termijn visie en een lange-termijn inkoopbeleid. Voor de komende zeven jaar wordt een bedrag van 31 miljard dollar geclaimd en tot 2030 is 150 miljard voorzien. Voor de goede orde, dit zijn cijfers van voor de grote aardbevingen van augustus 1999. Maar sindsdien zijn er geen serieuze bezuinigingsplannen voorgesteld.

Water

Een machtig wapen in de komende eeuw in het Midden-Oosten vormt het bezit van water. Als gevolg van het al tien jaar lopende stuwdammenproject in het Turks-Koerdische gebied is Turkije inmiddels bezig dit wapen te gebruiken.

Water uit Turkije is een onderwerp in de besprekingen die Syrië en Israël voeren over een vredesregeling. Turkije heeft zich heeft in de zaak gemengd om via Israël van Syrië gedaan te krijgen, dat het zijn steun voor de PKK definitief zal staken. In ruil daarvoor zal het meer water krijgen uit de bovenloop van de Tigris.

Jordanië en Israël zelf onderhandelen ook met Turkije over de aanvoer van rivierwater per containerschip. Water dat met de toenemende groei van de bevolking en van de industrie een strategisch product in het Midden-Oosten is geworden.

Hervormingsplannen

Inmiddels zijn in twee – nog vertrouwelijke – rapporten aan het Turkse parlement voorstellen tot wettelijke hervormingen gedaan. Voor zover deze inmiddels in de (Turkse) pers besproken zijn, blijkt daaruit dat een speciale commissie voorstelt om in de grondwet vast te houden aan de Turkse identiteit en dat iedere Turkse burger `die zichzelf als zodanig ziet’ gelijke behandeling verdient. Dat betekent dat er in de hervormingsvoorstellen geen sprake is van een Koerdische identiteit en bovendien vervolging ingebouwd blijft voor iedereen die zich `anders ziet’. Deze commissie voor de staatsplanning voorziet in een hervorming van de grondwet, van de Eerste republiek.

Ook minister van buitenlandse zaken, Cem, stelt dat dat betekent dat er geen onderwijs in het Koerdisch mogelijk is, en dat de discussie draait over het al dan niet toestaan van Koerdische media, zoals TV-zenders.

Een tweede commissie die bestaat uit twintig ambtenaren en hoogleraren heeft voorstellen gedaan tot het veranderen van tal van wetten, zoals de anti-terrorisme wet en de wet op de politieke partijen. Zij stellen voorts voor om de Nationale Veiligheidsraad te hervormen en de doodstraf op te heffen. Hoe dat precies moet worden uitgevoerd is nog niet bekend gemaakt.

Deze commissie legt vooral de nadruk op de oplossing van de sociaal-economische problemen in Koerdische gebieden. Turkije verwacht in de zomer van 2000 een plan te kunnen presenteren waarin vastgelegd wordt hoe het `Zuidoosten’ economisch en sociaal-politiek ontwikkeld kan worden. Om dat plan uit te voeren verwacht men de 750 miljoen Euro die beschikbaar is gesteld te gebruiken. Van groot belang in de uitwerking van dit plan is natuurlijk de zeggenschap van de Koerden. Hoewel de plannen nog niet zijn gepresenteerd en het nog te vroeg is voor definitieve conclusies is het duidelijk dat in de machtsstrijd in de Turkse elite een stroming bestaat die niet wil veranderen. Het heeft er alle schijn van dat in de ogen van de Turkse regering dit plan als middel van sociaal-economische oorlogvoering wordt beschouwd. Dat betekent dat men met geld uit de EU-kas de Koerdische gebieden wil exploiteren, zonder dat de Koerdische beweging daarin gekend wordt. De Turkse regering wil haar opstandbestrijding door Europa laten betalen en er geen politieke prijs voor betalen. Turkije wil de bestendiging van de oorlogvoering door middel van de democratie van lage intensiteit.

Dilemma

Vooral linkse groeperingen in Europa zitten met het dilemma of het Turks EU-lidmaatschap een gepast middel is om democratie en burgerrechten in Turkije te bereiken, en tegelijkertijd de Turkse machtspolitiek in de haar omliggende landen te beperken.

Tot nog toe heeft de Duitse minister van Buitenlandse zaken Josef Fischer als exponent van deze Europese beweging niets kunnen bereiken. Fischer moet diverse belangen in een keer zien te verdedigen. Te weten:

1) Het Duitse belang dat luidt dat er zeer grote handelsbelangen in Turkije liggen, en dat daarbij een politieke invloed hoort die daarmee overeenstemt. Zeker in de verre toekomst als Turkije er in slaagt voorpost te zijn van westerse (en zeker Duitse) belangen in Centraal-Azië. In dat belang past een Turks lidmaatschap van de EU op in ieder geval economische grondslagen.

2) Het indammen van de anti-islamitische tendensen in Europa die vooral door rechtse partijen naar voren zijn gebracht in de vorm van een politiek-cultureel vijandbeeld tegen Turkije in het bijzonder en de inwoners van Turkije (ook in Europa) in het algemeen.

In dat geval past een Turks lidmaatschap van de EU wel degelijk, alsook de verandering in kiesrecht voor buitenlanders in Europa en het nationaliteitenrecht in met name Duitsland.

3) Het steunen van de burger- en mensenrechtenbeweging in Turkije, in het bijzonder de rechten van de Koerden. Ongeacht de actuele kracht van de PKK gaat deze discussie namelijk ook over het statenconcept in het gehele Midden-Oosten. Daarin klopt de analyse van de Turkse generaals. Want indien de rechten van de Koerden in Turkije in de komende jaren op de een of andere manier wettelijk en feitelijk gerespecteerd zullen worden, heeft dat hoe dan ook gevolgen voor de beweging van Koerden in Irak, Iran en Syrië en daarmee voor het gehele Midden-Oosten.

Hergroeperingen in Turkije

Een deel van de Turkse elite beschuldigt HADEP ervan de legale tak te zijn van de PKK. Dat is niet zo. De HADEP is de legale tak van de Koerdische nationale beweging, terwijl de PKK de belangrijkste illegale organisatie vormt. Zo gauw Turkije erkent dat Koerden politieke rechten hebben, wordt impliciet ook de PKK erkend en vervolgens kunnen partijen als HADEP en PKK een proces van fusie aangaan. In afwachting van een dergelijke erkenning is het niet helemaal duidelijk wat de specifieke meerwaarde van de PKK op dit moment is. En het is zeker de bedoeling van Ecevit om de PKK als organisatie in de komende jaren uit te schakelen.

Een belangrijk probleem van de PKK is dat het beleid van integratie in – een nog te democratiseren – Republiek Turkije pas volledig is doorgevoerd na de arrestatie van autoritair leider Öcalan. De PKK had zich bij haar oprichting als opdracht gesteld een Koerdische republiek op te richten, los van Turkije. Later werd dat idee aangepast in een deelrepubliek van Turkije.

En hoewel Öcalan mettertijd inzag dat ook dit niet zou lukken, wilde hij op dat moment evenmin de gehele PKK volledig aanpassen aan het – nu genoemde – project van een Democratische Republiek Turkije. Pas in gevangenschap en onder druk van fysieke en daarmee politieke eliminatie heeft hij deze lijn doorgedreven. De positie van Öcalan in de PKK en vooral diens positie onder de Koerdische bevolking, hebben de achtergebleven leiders doen besluiten de in Öcalans gevangenschap opgestelde politiek te accepteren.

In feite zou de oude PKK kunnen worden opgegeven, omdat haar historische rol is vervuld. De grootste prestatie ervan is het vestigen van een diepgewortelde Koerdische beweging. Inmiddels vervult de HADEP de rol die past bij die van hervormer van de republiek Turkije en wettig vertegenwoordiger van de bevolking van de Koerdische gebieden in Turkije. Dat betekent dat de PKK zichzelf heeft overleefd, maar dat ze gezien de verplichtingen aan haar historische leider en gezien de tijd die het vergt zonder gezichtsverlies afscheid te nemen nog niet kan verdwijnen.

Het is van groot belang dat in West-Europa politieke steun voor de Koerden gericht moet zijn op de HADEP, omdat het zowel politiek-ideologische als politiek-praktische aanknopingspunten bezit. Bovendien bewijst de HADEP dat het Koerdisch nationalisme op massale schaal door de Koerdische bevolking gesteund wordt.

De afgelopen winter is door de liberale Koerd Serafettin Elci de DKP opgericht, door de Turkish Daily News in het Engels vertaald als van Democratisch Massapartij. DKP gebruikt dezelfde letters als het anagram van partij van de aartsvader van de Koerdische beweging Barzani – De Koerdische Democratische Partij (KDP). Elci en zijn initiatief zouden zich in grote belangstelling mogen verheugen van de ambassades van de EU. Hoewel het nog veel te vroeg is, zou deze stroming wellicht ooit als een (beter bruikbaar) alternatief voor de huidige Koerdische partijen kunnen worden gepresenteerd.

Naast deze ontwikkelingen zijn er de laatste maanden een tweetal interessante stappen genomen in progressieve kringen in Turkije. Oud-voorzitter van de mensrechtenorganisatie IHD, Akin Birdal, heeft te samen met andere Koerdische politici het initiatief genomen om een beweging voor de Democratische republiek op te zetten. Dat zou tot een nieuwe politieke partij moeten leiden, waarin zoveel mogelijk linkse Turkse en Koerdische partijen moeten opgaan.

Daarnaast is er deze winter door een groot aantal NGO’s het initiatief genomen tot de tekst van een nieuwe grondwet.

Eerste overgangsperiode

Samenvattend kunnen we stellen dat Europa Turkije uit eigenbelang heeft uitgenodigd om kandidaatlid te worden. De regerende elite van Turkije zal proberen lid van de EU te worden zonder diepe democratische veranderingen. Ze zal trachten een democratie van lage intensiteit te vormen en haar eigen machtspositie te behouden. Dat betekent dat de koers van de leiders van de EU op een compromis met de Turkse leiders gericht kan zijn. De achtergronden daarvan hangen af van de politiek-ideologische stroming die er in Europa domineert, en van het feit dat er in Europa en in Turkije zelf een sterke beweging gericht op democratisering zal moeten bestaan. Die beweging bestaat uit twee zeer uiteenlopende hoofdstromingen. De Koerden en het liberale bedrijfsleven. Daarnaast bestaan er kleinere stromingen in Turkije die onder bepaalde gunstige omstandigheden kunnen groeien in politiek belang. Het gaat daarbij vooral om burgerrechtenbeweging in de ruime zin van het woord. Daaronder vallen ook de vakbewegingen, milieu-, vrouwen- en vredesgroepen.

Omdat er geen erkenning van de rechten van Koerden in de Turkse elite bestaat en daarom ook geen houding van verzoening jegens de PKK, zal de PKK en alles wat daarvoor wordt aangemerkt een doelwit van repressie blijven.

In deze periode wordt ook het lot van PKK-leider Öcalan bepaald door het Europese hof van justitie en als vervolg daarvan door Turkse regering en parlement. Deze zaak wordt in de zomer van 2001 weer aan de orde verwacht.

In de komende periode van zeker drie jaar, in ieder geval tot (en met) de volgende algemene verkiezingen, zal de huidige toestand van onzekerheid blijven bestaan. Deze periode kan als eerste overgangsperiode worden beschouwd. De uitkomst van deze periode dient eruit te bestaan dat bij de volgende verkiezingen de HADEP zijn positie versterkt en dat de MHP uit de regering wordt gestoten. Indien dat gebeurt is de weg minder geblokkeerd om de verworvenheden van het beëindigen van de oorlog politiek vast te leggen. In dat geval kan de strijd een nieuwe hoopvol stemmende fase ingaan.

Afwijzing na 2003?

Maar indien dat niet gebeurt zal er een nieuwe problematische situatie ontstaan en heeft de staat in de Turkse staat haar machtspositie bestendigd. Te vrezen valt dat dit deel van de Turkse elite er op rekent dat de banden met de EU dan al zo ver zijn aangehaald dat de EU niet terug durft te trekken als in 2003 de politieke verhoudingen ongunstig zijn. Dat tegen die tijd alle belangengroepen in Europa, behalve de solidariteitsgroepen, dan al zo veel hebben weten te profiteren van Turkije dat zij de Koerden in de kou zullen laten staan.

Indien de EU Turkije in de jaren die volgen afwijst en indien de Koerdische beweging nog onverminderd in kracht is, dan ontstaat het gevaar van een nieuwe zeer gewelddadige operatie, ondernomen uit de diepste kelders van de Turkse staat. Uiterst rechts in Turkije zou dan aan de macht blijven. Een niet te tolereren situatie die helemaal afhangt van de dan aan de macht zijnde politici in Europa (wellicht heeft uiterst rechts in Europa dan ook haar machtspositie versterkt). Zijn zij bereid Turkije onder controle te houden in de bejegening van de oppositie in het algemeen en de Koerden in het bijzonder. Indien zij dat wil ontstaat een patstelling die opnieuw enkele jaren kan duren, en de Koerden zou kunnen verleiden de gewapende strijd weer op te nemen.

Daarom is het van belang dat reeds voor 2003 vele wettelijk verbeteringen worden aangebracht. Echter alleen met een duidelijke verkiezingsoverwinning kunnen deze perspectieven behouden blijven voor een verdere koers in democratische richting.

Verder dienen in de eerste periode (vanaf 2000-2003) alle initiatieven die samenvallen met één bepaald grondrecht uit deze grondwet, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting, te worden gesteund. Politieke solidariteit met democratische groepen in Turkije moet er op gericht zijn dat burgerrechten voor Koerden volledig wordt erkend.

In de aanloop tot de verkiezingen van (uiterlijk) 2003 moet er ernstig rekening worden gehouden met het feit dat de Turkse elite zowel zuivere repressie als wettelijke trucs zal blijven gebruiken om Koerdische politieke partijen van de verkiezingen, of het verzilveren van verkiezingswinst uit te sluiten.

Daarom is het belangrijk dat de pro-Europese vleugel in de Turkse politiek gesteund worden in de machtsstrijd tegen MHP-politici, zonder dat de progressieve beweging in Turkije (zoals de HADEP) af te vallen of te benadelen.

Aparte rol

Voor Europese solidariteitsgroepen is een aparte rol als pressiebeweging weggelegd. Dat betekent dat de HADEP gesteund moet worden als huidige legitieme vertegenwoordiger van het Koerdische volk. Een praktisch uitwerking van deze stelling is het openen van kantoren in Diyarbakir door de gevestigde politieke stromingen in Europa. Bijvoorbeeld de Groenen, Liberalen en Sociaal-Democraten. Met belangstelling moeten nieuwe politieke initiatieven, zoals die van Akin Birdal, worden bejegend.

Cruciaal in de toekomst van Turkije en de vrede in het betreffende deel van de wereld is het onder controle brengen van de strijdmacht aan een burgerregering. Daartoe zal een antimilitaristische beweging in en buiten Turkije van groot belang zijn in de toekomst van Turkije.

Solidariteitswerk met democratische groepen in Turkije dient naast het streven naar een nieuwe grondwet twee praktische bewegingen te hebben. Een politieke solidariteit met wettelijke vertegenwoordigers van de Koerden in Turkije en de oprichting, cq ondersteuning van een antimilitaristische beweging gericht tegen de macht van de generaals in de politiek.

Beide speerpunten bieden aanknopingspunten tot bondgenootschappelijke samenwerking met gevestigde politieke stromingen. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat de gevestigde politieke stromingen uiteindelijk de kant van het bedrijfsleven, en mogelijk zelfs de EU-staat zullen kiezen. Desalniettemin zijn er in het proces van verandering mogelijkheden tot bondgenootschap.

Het uiteindelijke resultaat en politieke hoofddoel van de huidige democratiseringsbeweging dient te bestaan uit een nieuwe grondwet voor Turkije. Ofschoon de berichten over een geheime overeenkomst dat Turkije in 2011 of 2012 lid van de EU mag worden met een korrel zout genomen kunnen worden, is het ook zo dat het serieus en stap voor stap trachten te ontmantelen van de staat in de Turkse staat zeer veel tijd zal kosten. Het kan dan ook geen kwaad op dit moment met een tijdspanne tot 2010-2012 rekening te houden. Het uiteindelijke doel zal dan een nieuwe echt democratische grondwet moeten zijn. Indien de dan van kracht zijnde grondwet in Turkije niet voldoet dan kan Turkije geen lid worden van de EU.

 

En ofschoon Mesut Yilmaz de bus naar Brussel langs de Koerdische stad Diyarbakir wil sturen, is het allerminst zeker of dat zal gebeuren. En evenmin is zeker in welke staat die bus uiteindelijk over vele jaren zal aankomen.

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 35 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook