De eerste Arabische minister: veel geblaat maar weinig wol

Een maand geleden brachten de Israëlische media, en ook sommige Arabische en internationale media, met veel poespas het bericht van de benoeming van “de eerste Arabische minister” in de Israëlische regering.

Ziehier wat ze beweerden: de zaken zijn veranderd; Israël is geen apartheidsstaat zoals zijn vijanden lasterlijk beweren, maar een echte democratische staat; de Arabische burgers worden geïntegreerd in de regeringsinstellingen; de gelijkheid is verwezenlijkt of is bezig verwezenlijkt te worden. Enz., enz. Is dat echt zo? Laten we de feiten voor zichzelf spreken.

Galeb Majadele, de man die tot minister werd benoemd, was al vanaf zijn jeugd actief in een zionistische partij (de Arbeidspartij), meestal ook in de Histadrut (de vakbond), en sedert 2004 zetelt hij in de Knesset (het parlement) voor de Arbeidspartij.

De historische rol van deze partij in de verplaatsing van het Palestijnse volk en de plundering van zijn bezittingen sedert 1948 tot vandaag is goed bekend. Majadele vertegenwoordigde nooit het Palestijnse volk in zijn strijd voor zijn elementaire rechten, hij nam nooit deel aan zijn protesten tijdens de Dag van het Land, noch naar de oktober-opstand of de herdenking van de Nakba (de “catastrofe” van de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen in 1948, nvdr). Integendeel, hij stond altijd aan de andere kant.

We moeten niet ver teruggaan in het verleden om dat te bewijzen. Vorig jaar lanceerde de directe baas van Majadele, die ook de man was die hem benoemde, Ameer Peretz, de minister van Defensie, samen met premier Ehud Olmert , een 33-daagse campagne van oorlogsmisdaden in Libanon. (Om dan nog niet te spreken van hun voortdurende misdaden in de Gaza-strook). Terwijl de hele wereld, en ook vele Israëlische anti-oorlogsbewegingen deze misdaden veroordeelden, bleef Majadele trouw aan zijn baas en bleef hem de hele tijd steunen.

Ameer Peretz kwam verslagen en gebroken uit de Libanese oorlog. In zijn eigen partij bereikte zijn populariteit een dieptepunt en gingen er meer en meer stemmen op, die om zijn ontslag vroegen. Peretz begon de hete adem van Barak en Ayalon in de nek te voelen in de strijd om het leiderschap van de Arbeidspartij. Hij benoemde toen Majadele tot minister in ruil voor de hulp en steun van de Arabische leden van de partij in de komende strijd voor de leiding van de partij.

Zelfs onder zijn aanhangers in de Arbeidspartij, die hem ervan beschuldigden te koop en schaamteloos te zijn, verloor Majadele aanzien. Toen Olmert de leider van de racistische partij Israel Beitenu (Israël ons huis), Avigdor Lieberman, tot vice-premier en minister voor Strategische Bedreigingen benoemde, dreigde het “Arabisch legioen”, zoals ze zich zelf noemen, onder leiding van Galeb Majadele en Nadia Heleo, uit de partij te stappen als ze mét Lieberman in de regering zou blijven.

Maar, natuurlijk, nadat ze een paar dagen hun wonden hadden gelikt, nam er niemand ontslag.

En toen Ofer Bennis, de minister van Cultuur, Wetenschap en Sport, ontslag nam uit protest tegen het opnemen van Lieberman in de regering, greep Majadele, “de eerste Arabische minister”, zijn kans. Dat terwijl velen hadden verwacht dat hij solidair zou zijn met minister Bennis en ten minste zou weigeren diens plaats in te nemen.

Majadele is zeer gelukkig met zijn titel en vergeet nooit hem te vermelden in elk interview. Dit ondanks het feit dat hij niet eens de eerste Arabische minister is. Eerder benoemde premier Ariel Sharon de Arabische druze Saleh Tarif tot minister zonder porefeuille. Maar Majadele erkent, evenals de Israëlische instellingen, de druzen (een uit de sjiitische islam voortgekomen secte, nvdr) niet als Arabieren.

Maar de twijfelachtige eer brengt tot de dag van vandaag nogal wat vernederingen mee. Toen Peretz de benoeming van Majadele aankondigde, weigerde premier Olmert twee weken lang ze goed te keuren in de kabinetsbijeenkomsten. Hij stemde er slechts mee in toen Peretz en Majadele hun eis lieten varen dat Majadele de plaats van Ofer Bennis als minister van Cultuur, Wetenschap en Sport zou overnemen, en voor een periode genoegen zou nemen met de titel van minister zonder portefeuille, in afwachting dat de regering de ministerportefeuilles zou herschikken.

We zijn nu al een maand verder. Majadele heeft alleen maar een ministeriële wagen en een ministersalaris gekregen. Hij wacht nog altijd om iets om handen te krijgen. Zoals we zeggen: de berg heeft een muis gebaard.

(Uitpers, nr. 84, 8ste jg., maart 2007)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :