De dubieuze samenwerking van België met Turkije

Op 10 juli 1996 bezoekt de bevelhebber van de Belgische gendarmerie Willy De Ridder Turkije en sluit er een geheim samenwerkingsakkoord met zijn collega’s. Minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback verschafte nooit helderheid over het feit of De Ridder daartoe de bevoegdheid had en of dit akkoord geldig is. Niettemin wordt het akkoord in werking gesteld: op 16 september 1996 valt de rijkswacht, onder de codenaam “Operatie Spoetnik”, met brutaal geweld binnen bij de Koerdische zender Med-tv in Denderleeuw.

In december 2009 verbiedt het Turkse Hooggerechtshof voor de zoveelste keer een pro-Koerdische partij, de Partij voor een Democratische Samenleving (DTP), met ruim 20 vertegenwoordigers in het Turkse parlement, onder voorwendsel dat die een dekmantel zou zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die een guerrillaoorlog voert tegen de Turkse regering met als doel autonomie voor Turks Koerdistan. Voor en na de opheffing van de partij worden duizenden DTP-leden opgepakt.

Eind december 2009 belooft eerste minister Yves Leterme in Ankara voortgaande nauwe samenwerking met Turkije tegen de Koerden. Op 8 januari 2010 ontvangt minister van Justitie Stefaan De Clerck de Turkse ambassadeur Murat Edavci, waarbij deze laatste opnieuw aandringt op optreden tegen de Koerden in België. Het resultaat: op 4 maart 2010 is er een nieuwe grootscheepse brutale inval in de studio’s van Roj TV, de opvolger van Med- en van Medya-TV, in Denderleeuw. Ook op 27 andere plaatsen in België worden invallen gedaan. België mag rekenen op felicitaties van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken.

Gelijkaardige anti-Koerdische acties hebben plaats in Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland. Eerder, in november 2009 was er in de Verenigde Staten overleg tussen de Amerikaanse diplomate Shari Villarosa, die adjunct-coördinator voor regionale zaken is, en de Europese landen over de globale terrorismedreiging. Ze verklaart op 22 maart dat de dreiging van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die een guerrillaoorlog voert tegen Turkije, op de agenda stond en… dat de Verenigde Staten een drijvende kracht waren achter de recente acties tegen de Koerden in Europa.

Desondanks beweert het Belgische gerecht, dat wel toegeeft dat er overleg is gepleegd met Turkije en de andere Europese landen die actie hebben ondernomen tegen de Koerden, dat zijn optreden geen enkel verband houdt met al die contacten en afspraken maar louter gebaseerd is op een al drie jaren durend onderzoek, dat werd gecoördineerd door Glenn Audenaert, de juridische directeur van de Brusselse politie.

Dat is de waarheid wel enig geweld aandoen als men weet dat de beschuldigingen dezelfde zijn als veertien jaar geleden. Doel is te bewijzen dat alle Koerden die oppositie voeren tegen de Turkse regering in feite leden zijn van de PKK, dat ze jonge mensen rekruteren en opleiden in België voor de guerrilla en dat ze mensen afpersen om geld te geven voor de Koerdische tv-zender en andere activiteiten. Dit keer is er één, zij het wel enorm absurd argument bijgekomen: radio Mesopotamia, die ook vanuit Denderleeuw uitzendt, zou een medium zijn dat verzamelde inlichtingen via gecodeerde berichten naar de PKK-guerrillero’s zou doorsturen. Niemand vraagt zich daarbij af waarom de informanten niet rechtstreeks hun informatie naar de PPK, die over gesofistikeerd communicatiemateriaal beschikt zoals iedereen weet die ooit in haar kampen in Irak is geweest, zouden sturen maar dat eerst aan Denderleeuw zouden bezorgen?

In 1996 gingen 17 Koerden de gevangenis in, sommigen maanden lang. In de pers werd gewag gemaakt van de “schat van de PKK” een bedrag van een paar honderd miljoen Belgische frank dat op een bankrekening in Luxemburg werd gevonden en verzameld was onder sympathisanten om tv-kanalen te kopen. Nooit werd bewezen dat dit geld op onrechtmatige wijze werd verkregen, laat staan dat de tv-zender een andere Koerdische organisaties PPK-organen zijn. Geen enkele van de gearresteerden is ooit veroordeeld. Het gerecht kon geen enkele van zijn beweringen waar maken, alhoewel Koerden systematisch onder druk werden gezet door Turkstalige politiemannen om bezwarende verklaringen af te leggen. Als tegenprestatie zouden ze de Belgische nationaliteit of geldige verblijfspapieren en andere voordelen kunnen krijgen.

Maar in plaats van zijn “vergissing” toe de geven en het proces stop te zetten, liet het gerecht de zaak aanslepen om niet het risico te lopen dat het publiek geblameerd zou worden door een vrijspraak. In 2008 werd de zaak door de rechtbank afgesloten op grond van verjaring van de feiten. Inmiddels werd de hele Koerdische bevolking in België op illegale manier gescreend en op computerfiches gezet. (Een hervatting van die praktijk kon een paar jaar geleden door de interventie van enkele parlementsleden worden afgeblokt). De verzamelde informatie werd naar Turkije doorgespeeld. Van het in Denderleeuw in beslag genomen beeldmateriaal werden illegale kopieën gemaakt, die eveneens naar Ankara werden gezonden. Een aantal Koerden zouden op grond van die beelden vervolgd zijn geworden in Turkije.

Justitie zette zijn oorlog na 1996 tegen de Koerden voort. Nooit Turken veroordeeld die Koerdische huizen aanvielen. Zo werd op 17 november 1998 brand gesticht in het Koerdisch Instituut te Brussel. Er bestaan beelden van de daders – vermoedelijk “grijze wolven”, leden van een extreem-rechtse organisatie die nauw met de NAVO samenwerkt(e?) – maar ze werden ongemoeid gelaten. Bijna elke jaar ontdekte het gerecht een “trainingskamp van de PKK”. Zowat elke bijeenkomst van Koerden werd als dusdanig bestempeld, zonder dat er uiteindelijk ooit iemand voor werd vervolgd. Een grootscheepser actie, met dezelfde aantijgingen uit 1996, had in 2008 plaats onder leiding van federaal procureur Johan Delmulle, maar ook die liep op een sisser uit.

Dezelfde procureur Delmulle liet zich inmiddels ook opmerken door de hardnekkige manier waarop hij andere tegenstanders van het Turkse bewind, de uiterst-links DHKP-C (Revolutionair Volksbevrijdingsleger) blijft achtervolgen, ook al heeft hij voor de rechtbanken al een hele reeks nederlagen geleden. Een van de beschuldigden in die processen is Bahar Kimyongur, de persverantwoordelijke van het informatiekantoor van de DHKP-C in Brussel. Toenmalig minister van Justitie Laurette Onkelinx kwam in 2006 in opspraak toen bleek dat ze de Nederlandse en Turkse autoriteiten had laten tippen over het feit dat Kimyongur zich naar Nederland zou begeven voor een evenement. Het plan bestond erin dat de Nederlandse autoriteiten hem zouden oppakken en onder een internationaal arrestatiebevel aan Turkije zouden uitleveren. België kan dat niet omdat Kimyongur en Belgische nationaliteit heeft. Maar het plan mislukte.

Bij de grootscheepse acties van 4 maart werden acht Koerden opgepakt, onder wie twee voormalige Turkse parlementsleden, Remzi Kartal en Zubeyr Aydar, leden van de Demokratische Partij (DEP), een voorganger van de DTP en van de inmiddels nieuw opgerichte Partij voor Vrede en Democratie(BDP). Beiden vluchtten naar België toen de DEP in 1994 werd verboden en genieten hier sedertdien politiek asiel. De meeste gearresteerden zijn inmiddels weer vrijgelaten. Het federaal parket heeft geen cassatieberoep aangetekend tegen de vrijlating alhoewel het om “staatsgevaarlijke” mensen zou gaan tegen wie er een “ijzersterk” dossier en “ernstige aanwijzingen van schuld” zouden bestaan. Ze zijn vrij ook ondanks het feit dat minister van Justitie De Clercq, die met de Turkse ambassadeur de operatie besprak, de actie publiekelijk verdedigde en duidelijk het adagium dat een verdachte onschuldig is tot zijn schuld bewezen is, negeerde.

Politiek dossier

Het ziet er eerder naar uit dat de verdediging van de acht gelijk heeft dat het dossier “flinterdun” is. Het gaat hier overduidelijk om een politiek dossier. Turkije is nu eenmaal een bondgenoot en lid van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), waaraan de Belgische politiek zijn onvoorwaardelijke trouw bewijst. Die trouw loop over alle partijgrenzen heen: de Vlaamse socialist Tobback, de Waalse socialiste Onkelinckx, de christen-democratische ministers van Defensie Pieter De Crem en van Justitie De Clercq, de liberale oud-minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (nu Europees Commissaris van Handel), die er geen probleem mee had dat in Turkije al dan niet vermeende Koerdische tegenstanders worden vermoord. Om niet de christen-democratische eerste minister, Yves Leterme, te vergeten. Deze laatste is zelfs negationist geworden om de Turken niet voor het hoofd te stoten: hij durft de uitroeiing van de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) niet als een genocide bestempelen.

Er is de laatste jaren in België wel meer aan de hand dan het bondgenootschap. Turkse immigranten zijn vooral in het Brusselse een politieke macht geworden, waarmee ook lokaal actieve politici (zoals Laurette Onkelinx in Schaarbeek), rekening moeten houden. Sommigen van hen staan niet afwijzend tegen het voorstel van de Turkse stemgerechtigden om het monument voor de slachtoffers van de Armeense genocide in Elsene af te breken. Het gaat zelfs zover dat er Turkse vlaggen werden gesignaleerd in Brusselse politiekantoren met veel agenten van Turkse afkomst.

De hele affaire wijst ook op de dubieuze wijze waarop België (en ook de hele EU en de VS) met de met mond beleden “westerse waarden” omgaan. Mensenrechten en principes van de rechtsstaat heten een hoge prioriteit te zijn. Maar in de praktijk is daar weinig of niets van te merken. Vergeten we niet dat het fascistische Portugal in 1949 tot de stichtende leden behoorde van de “democratische” NAVO tegen de totalitaire Sovjet-Unie. Een afschuwelijke episode was de jaren lange (van 1977 tot 1991) algemene westerse steun, ook van België, dat hen wapens leverde, voor de genocidaire Rode Khmers in Cambodja omdat die vijanden van de Sovjet-Unie waren.

Onder druk van de Europese publieke opinie, zeker niet die van de bewindslieden, is er in Turkije al enige vooruitgang, maar het is nog altijd geen echte rechtsstaat te noemen. Er wordt nog steeds gefolterd en opposanten lopen nog altijd de kans fysiek te worden geëlimineerd. Andere goede bondgenoten van België zijn Marokko, waar Al-Qaeda-verdachten naartoe worden gevlogen voor foltering, en Israël dat de mensenrechten van de Palestijnen niet erkent.

Trouw aan de bondgenoten gaat voor België voor alles, zelfs als dat de scheiding der machten en de rechtsstaat ondermijnt. Alhoewel het wat Turkije betreft toch wat achterop lijkt te lopen. Sedert de relaties tussen Turkije en Israël op een dieptepunt zitten, en zijn buitenlandse politiek niet meer laat bepalen door de NAVO, wordt Turkije niet meer gesteund door de joodse lobby in de VS. Zo werd het mogelijk dat het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een resolutie kon goedkeuren, waarin de Amerikaanse genocide werd erkend. Het begin van vervreemding tussen het Westen en Turkije? En het begin van goede relaties tussen de Belgische autoriteiten de Koerden?

(Uitpers nr. 119, 11de jg., april 2010)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 67 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook