De Derde Weg is alweer een impasse

Het kruim van de Europese sociaal-democratie en de Amerikaanse president Bill Clinton willen samen een nieuwe weg inslaan, de Derde Weg, ontworpen door de ideoloog van Tony Blairs New Labour, Anthony Giddens. Ze gaan het daarover deze maand in Firenze hebben, nadat de Socialistische Internationale in Parijs een poging zal gedaan hebben om onverzoenlijke standpunten met elkaar te verzoenen.


Honderd jaar na de grote revisie van Edward Bernstein ("de beweging is alles, het doel is niets") komen de partijen van de Tweede Internationale weer voor de keuze: de "theorie" aan hun praktijk aanpassen, of doen alsof de twee niet veel met elkaar te zien hebben. In feite is het allemaal veel geblaat voor weinig wol. We zijn het voor een keer met Mark Elchardus, de theoreticus van de SP, eens: die Derde Weg is helemaal niet zo nieuw.

Het wezen van de sociaal-democratie bestond er altijd in de socialistische idealen "op een pragmatische wijze binnen de algemene basisregels van het kapitalisme na te streven", schrijft Elchardus in ‘Samenleving en Politiek’, 1999-3. Alhoewel, die idealen dienden de voorbije eeuw vooral voor ceremonieel gebruik, Elchardus drukt het vele te sterk uit als hij beweert dat ze de leidraad van de concrete politiek van de sociaal-democraten waren.



Het is op zichzelf echter al groot nieuws dat er bij de Socialistische Internationale weer discussie is. Tony Blair en de Duitse kanselier Gerhard Schröder gaven op 8 juli een gezamenlijk document uit over hun "The Third Way – Die Neue Mitte".


Op 5 oktober 1999 had in Londen de catastrofale treinbotsing bij Paddington plaats, waarop de regering van Tony Blair besliste de veiligheid van het spoorverkeer niet langer toe te vertrouwen aan de privé-maatschappij Railtrack. Blair zal nu wel zijn plannen voor de privatisering van de controlediensten voor de luchtvaart een tijd moeten opbergen, schreven diverse commentatoren toen.


Op 10 oktober waarschuwde de gewezen conservatieve Franse premier Raymond Barre voor de "excessen" bij de privatiseringsdrang. Ongevallen als die in Paddington moeten ons doen nadenken over de privatiseringen, het is van het grootste belang dat het collectief belang voorrang krijgt, zei de rechtse politicus die zich uitsprak tegen de privatisering van het spoor. Maar Blairs woordvoerder bevestigde op 11 oktober dat de privatiseringsplannen worden uitgevoerd "zoals voorzien". Blair werd langs links voorbijgestoken door Barre. Diezelfde Blair had een betere opvoeding als een van de prioriteiten van New Labour opgegeven. Sinds Labour aan het bewind is, daalden de uitgaven voor onderwijs van 4,9 tot 4,7 % van het bruto binnenlands product, zelfs op dat uitverkoren terrein was zijn conservatieve voorganger John Major "progressiever" dan Blair.



Op het congres van Labour had Blair nogmaals gezegd dat de klassenstrijd voorbij is, dat ,,we niet alleen werkers, maar vooral citizens zijn. ,,In de eeuw die komt zal de strijd niet tussen kapitalisme en socialisme gaan, maar tussen de krachten van vooruitgang en van behoud". De krachten van vooruitgang werden alvast uitgenodigd op een banket van 20.000 frank – geen werkers, maar citizens.

Michelin-Renault



"Wij aanvaarden de markteconomie, maar niet de marktmaatschappij", zegt de Franse Parti Socialiste van premier Lionel Jospin in haar antwoord op het manifest Blair-Schröder. De PS zegt dat de partijen van de Socialistische Internationale het kapitalisme hebben bestreden, het communisme in zijn totalitaire vorm aan de kaak hebben gesteld en ertoe bijgedragen hebben om de markteconomie geciviliseerder te maken. Die markteconomie wordt wel opgehemeld als "une incomparable source de richesses" die echter onrechtvaardig en vaak onlogisch kan zijn…


Is die Franse PS dan zoveel linkser dan Labour en de SPD? Laten we even naar de praktijk kijken. Het ritme van de privatiseringen wordt opgevoerd. Michelin kondigt recordwinsten en tegelijk 7.500 ontslagen aan, waarop de beurskoersen flink stijgen. Jospin vindt het erg, maar er is flinke druk van buiten het parlement nodig om de PS tot iets sterkere, maar niet bindende, uitspraken te brengen. De PS moet nu eenmaal rekening houden met politieke krachten links van haar.


Blair en Schröder verdedigen de flexibiliteit van de arbeid, ook deeltijdse en laagbetaalde arbeid, als een objectief van de sociaal-democratie. De Franse PS verkettert dat in theorie, maar voert in de praktijk zelf al jaren een beleid van nepstatuten naar het model van de Belgische sociaal-democraat Spitaels. En alleen verzet van de achterban belette de operatie die superminister van Economie en Financiën Dominique Strauss-Kahn wou doorvoeren ten gunste van de speculanten in aandelenopties. Toen bekend werd dat Philippe Jaffré, de vroegere topman van het overheidsbedrijf Elf, rond 1,4 miljard B.fr. aandelenopties opzegvergoeding had gekregen (de man had de onderneming in de armen van de grootste concurrent gedreven), was de verontwaardiging binnen de PS toch wel erg groot. Strauss-Kahn had de ‘meerwaarde’ op aandelenopties willen verminderen van 40 % (ingevoerd door de rechtse premier Alain Juppé) tot 25 %! Een revolte van de parlementsleden keerde dat om, maar Strauss-Kahn, in veel opzichten rechtser dan rechtse voorgangers, geeft de strijd niet op. Gedreven door de idealen van het socialisme, zoals de PS in haar ronkende verklaringen zegt?


De PS beklemtoont in haar reactie op Blair-Schröder dat de sociaal-democratie voor waarden staat, waaronder het streven naar meer gelijkheid. Een op 6 oktober gepubliceerd rapport van het Franse nationaal instituut van statistiek en economische studies (Insee) wijst erop dat de ongelijkheden inzake patrimonium sterk zijn toegenomen. Sinds 1981 oefent de PS bijna onafgebroken een belangrijk deel van de macht uit (president of regering of beide), maar dat heeft geen grotere gelijkheid opgeleverd.


Die Franse PS heeft een sterke traditie van linkse declaraties en programma’s en rechtse prakrijk. De SFIO van Guy Mollet had zeer linkse beginselverklaringen tegen het kapitalisme en imperialisme, maar als regeringspartij voerde zij koloniale oorlogen. Lionel Jospin nam in de lente van 1997 deel aan de grote mars voor werk in Brussel die er kwam na de brutale sluiting van Renault-Vilvoorde (aangekondigd door Schweitzer die een topmedewerker was van de socialistische premier Laurent Fabius). Jospin betoogde mee tegen die sluiting. Enkele maanden later werd hij premier en bekrachtigde hij die sluiting. Naïef waren degenen die iets anders hadden verwacht.


Maar daarom zijn de PS en "New" Labour nog geen "blanc bonnet et bonnet blanc". De PS is de voorbije decennia niet betekenisvol naar rechts opgeschoven, ze bleef in de lijn van Léon Blum en Guy Mollet, terwijl Labour wel gevoelig naar rechts is opgeschoven. De wet op de werkweek van 35 uur in Frankrijk illustreert wel duidelijk het verschil tussen dat beleid en Blairs ode aan de flexibiliteit. Maar Jospins PS regeert dan ook niet alleen, ze zit in een "gauche plurielle" die bovendien nog concurrentie aan de linkerkant heeft.

De Italiaanse Democratici di sinistra (DS) van premier Massimo D’Alema en partijleider Walter Veltroni hebben getracht te bemiddelen. De DS zijn de rechtstreekse erfgenamen van de communistische PCI die al wel jarenlang een proces van sociaal-democratisering had doorgemaakt. Zodra zij de ministerposten binnen bereik zagen, versnelden ze dat proces om aanvaardbaar te zijn voor bij voorbeeld Fiat-baas Giovanni Agnelli en voor Washington. Ze hebben dus een sterke recente praktijk van concessies doen en compromissen sluiten waarbij de nog enkele resterende beginselen worden opgeofferd. De DS gaan in hun ijver vaak nog verder dan de klassieke sociaal-democraten.


Veltroni ijvert al jaren voor een partij naar het model van de Amerikaanse Democraten. Daarin staat hij in Europa niet alleen, want ook Blair en Schröder willen Bill Clinton laten meestappen op de "Derde Weg". Amerikaanse rapporten wijzen intussen wel uit dat ook daar de sociale, economische en financiële ongelijkheid aanmerkelijk is toegenomen, dat het "succes" van de tewerkstelling vooral te maken heeft met de vele zeer laagbetaalde jobs en dat de Amerikaanse economie een zeepbeleconomie is die door de speculatie en door ongeremde consumptie elk ogenblik kan doorprikt worden. Clinton is in de optiek van Blair een vertegenwoordiger van de progressieve krachten.

Kiezers winnen?


De voorstanders van de "Derde Weg" voeren aan dat de sociaal-democratie de steun van het centrum moet werven en dat dit tot electoraal succes moet leiden. De Europese en lokale verkiezingen waren voor Blairs New Labour ver van een succes, slechts 28 % bij de Europese. Het is niet omdat de kiezers massaal naar andere partijen overlopen, maar omdat de traditionele achterban van al wie van werken moet leven thuisblijft. Die achterban herkent zich niet in al dat "modernisme", die mensen worden door de blairisten ronduit geculpabiliseerd, alsof zij hun verantwoordelijkheid ontlopen terwijl de ondernemers die wel opnemen. De SPD van Schröder deed het in de Europese en de vele deelstaatverkiezingen nog veel slechter. De Franse PS heeft er een uitleg voor: verlies aan identiteit.

En de SP? BWP, BSP en SP hebben nooit erg opgelopen met debatten, "pragmatisme" is er altijd troef geweest, al vanaf de 19de eeuw. Het weinige debat dat er in de jaren ’60 nog was, is opgedroogd. De militanten die toch nog discussies op gang wilden brengen, vonden daar geen politieke omgeving voor, want ook van politieke scholing was geen sprake – misschien daarom dat de SP zoveel politiek personeel elders, onder meer bij klein (uiterst-) links ging halen? Het debat over Derde Weg wordt beperkt tot bijdragen van stafmedewerkers en denkers in confidentiële publicaties, zonder tegenspraak. Op die manier moet men zelfs niet meer spreken over een kloof tussen theorie en praktijk.



Wordt vervolgd…