De "derde" partijen in de VS

Op 6 maart ‘Super Tuesday’ kennen we waarschijnlijk definitief de Republikeinse tegenkandidaat voor Democraat Obama, wanneer op één dag in 10 staten voorverkiezingen worden gehouden. Hoe zit het ondertussen met de ‘derde’ partijen in de VS? Bestaan ze en wat betekenen ze: een overzicht.

Diversiteit, the American Way

Wie zich voor zijn informatie alleen verlaat op de massamedia, zal het nooit weten maar er zijn wel degelijk heel wat andere partijen en kandidaten actief in de VS. De haast complete black-out van deze ‘derde’ kandidaten door de media is een gevolg van een zelfvervullende cirkelredenering. Ze tellen niet mee, dus spreken we er niet over. We spreken er niet over omdat ze niet meetellen …

Eigenlijk is het niet zo onlogisch dat ze worden genegeerd. In de VS zijn verkiezingen big business. Toegang tot de media koop je. Daar heb je geld van rijke donors voor nodig. Die geven geen cent aan partijen die niet voor hun belangen opkomen en zeker niet voor partijen of kandidaten die kansloos worden geacht. Je snijdt nu eenmaal niet de tak af waar je ladder tegen staat.

Het eerste slachtoffer van die financiële preselectie zijn uiteraard alle partijen en kandidaten die principieel geld weigeren of een wijziging van de kieswetgeving voorstellen om financiële steun van bedrijven te verbieden.

De VS is een politieke duopolie

Het proces is iets complexer dan dat maar in feite komt het politieke systeem van de VS neer op een duopolie van twee partijen die er met een mengeling van kieswetten, financiële middelen en al dan niet subtiele politieke repressie voor zorgen dat derde kandidaten kansloos zijn. Zo zijn het ook niet de media die bepalen wie aan de debatten meedoen. Dat wordt bepaald door een commissie van de twee partijen zelf. Zelfbediening …

Helemaal sluitend is dat systeem niet. De kleine noordoostelijke staat Vermont verkiest al enkele jaren een onafhankelijk sociaaldemocraat tot één van zijn twee senatoren (elke staat heeft twee senatoren in de federale senaat, niet te verwarren met de parlementen en de senaten van de deelstaten zelf).

Ook in die congressen en senaten van de deelstaten zetelen af en toe kandidaten van derde partijen. Dat zijn wel dikwijls gewezen Democraten of Republikeinen die als zetelend kandidaat hun naambekendheid blijven verzilveren, maar toch niet altijd.

Derde partijen leven vooral in de deelstaten

De omvang van het land maakt dat heel wat derde partijen enkel actief zijn op het niveau van de deelstaten. Als een lokale partij wat succes heeft breidt ze zich soms wat uit naar naburige staten. De omvang van het land en de zware kosten die dat voor een partijorganisatie met zich meebrengt houden dat echter in de perken.

Af en toe zijn er in het verleden wel redelijk succesvolle pogingen geweest om dat tweepartijensysteem te doorbreken, meestal van linkse progressieve partijen. Dat was echter vooral in de 19de eeuw tot en met de Eerste Wereldoorlog. Na de Grote Depressie van de jaren ’30 is dat weggedeemsterd.

Het FBI, de Amerikaanse politieke politie

Daar is ook heel wat politieke repressie bij komen kijken. Onderdrukken van politieke dissidentie, zeker van arbeiders en etnische minderheden, ook van de autochtone Amerikaanse Indianen, was één van de voornaamste redenen voor de oprichting van een staatsveiligheidsapparaat op federaal niveau, het Federal Bureau of Investigation (FBI).

In elk geval zijn die barsten in het systeem nooit van aard geweest om het systeem ten gronde in gevaar te brengen.

Ondanks de haast onneembare drempel blijven duizenden Amerikanen zich actief inzetten voor een ‘third party candidate’. Dat doen ze onder meer uit principe. De linkse partijen doen daarom altijd mee.

Een aantal onder hen doet dat ook om via de presidentiële campagne publiciteit te maken voor de eigen partij, bijvoorbeeld om aandacht te krijgen voor hun kandidaten voor de parlementen van de deelstaten (die op dezelfde dag doorgaan). Het geeft hun kandidaat een zekere sérieux dat hij/zij zowel op de lokale als de nationale stembrief staat. Een aantal kandidaten beperkt hun deelname aan de presidentsverkiezingen tot een aantal deelstaten, soms zelfs tot één deelstaat.

Het politieke spectrum van de VS in al zijn geuren en kleuren

Uit onderstaand overzicht blijkt ook hoe eng het politieke spectrum in de VS eigenlijk is. Linkse partijen krijgen uiteraard geen enkele kans. Maar extreemrechts moet ook niet op veel steun rekenen. Democraten en Republikeinen zijn het immers over één ding altijd roerend eens geweest: géén ‘spoilers’ (‘bedervers’). Dat is ook vandaag nog zo.

De Prohibition Party is de oudste derde partij van de VS. Het is een uiterst rechtse beweging die redelijk belangrijk was in de late 19de tot begin 20ste eeuw. Haar programma was vooral ‘tegen’ iets: alcoholische dranken, tabak, gokken, drugs, prostitutie, pornografie, homoseksualiteit. De partij is nu onbeduidend klein. Hun kandidaat is sinds 1988 onafgebroken dezelfde, de 80-jarige Jack Fellure, een gepensioneerd ingenieur.

De Constitution Party heette bij zijn oprichting in 1991 eerst US Tax Payers Party. Zij is in feite alleen actief in California. Ze onderscheidt zich ondermeer door de bijbel op dezelfde hoogte te plaatsen als de grondwet. Ze zijn ook tegen elke vorm van belastingen, tegen buitenlandse interventies, voor handelsprotectionisme, tegen abortus ook na verkrachting en incest en voor een uitsluitend Engelstalige overheid. Twee kandidaten pogen de nominatie binnen te halen. Virgil Goode is een voormalig Republikeins lid van het Congres voor Virginia. Robby Wells is nationaal bekend als coach van een voetbalploeg (‘Amerikaans voetbal’) in de nationale competitie.

De Libertarian Party is een ‘grote’ onder de kleintjes. Hun programma is de ongebreidelde vrije markt, non-interventionisme en o.a. legalisering van alle drugs (!). Als een van de weinigen onder de derde partijen hebben ze honderden verkozenen op de lokaal niveaus (gemeentes, counties, districten, deelstaatparlementen, sheriffs, attorneys). De partij schreef geschiedenis toen ze één zitje haalde in het presidentieel kiescollege van 1971. In 1988 steunden ook zij de kandidatuur van Republikein Ron Paul. Zij hebben nog geen kandidaat genomineerd. Hun kandidaten zijn een bont allegaartje. Richard Jason Harris is officier van de National Guard. Gary Johnson is voormalig Republikeins gouverneur van New Mexico. Carl Person is een bekend advocaat in de staat New York. Sam Sloan is professioneel schaakspeler. William Still is regisseur van ‘documentaires’ met een rechtse agenda. Robert Lee Wrights is een rechtse activist.

De Boston Tea Party is een afscheuring van Libertarian Party sinds 2006. Je mag ze zeker niet verwarren met de beter bekende ‘Tea Party Movement’ binnen de Republikeinse Partij. Ze zijn tegen elke vorm van regering. De zakenvrouw Tiffany Briscoe werd genomineerd door een online Nationale Conventie. Ondanks de eigen kandidate steunen ze net als de Libertarian Party ook voluit de campagne van de Republikein Ron Paul (net als bij zijn vorige deelnames aan de voorverkiezingen). Van Ron Paul mag trouwens niet worden uitgesloten dat hij nog doorgaat als ‘derde’ kandidaat, als onafhankelijke of als kandidaat voor de Libertarian Party.

De Reform Party werd opgericht door miljardair Ross Perot, multimiljardair en onafhankelijk kandidaat in 1992 en 1996 die met zijn kandidatuur de verkiezing van Bill Clinton tegen zetelend president George Bush (senior) mogelijk maakte. Deze partij heeft eenmaal een gouverneur weten te verkiezen in de staat Montana. Hun kandidaat is Robert David Steele, een gewezen agent van de CIA. De partij staat voor een conservatieve economische aanpak en is tegen de vrije markt maar onderscheidt zich van de andere libertaire partijen door de volledige afwezigheid van standpunten over sociale en ethische kwesties.

De American Third Position Party werd opgericht in 2010. Zij staat voor blanke suprematie, is tegen elke vorm van sociale wetgeving behalve voor de ‘sociale bescherming’ van de banen van blanke arbeiders ten koste van niet-blanken. Zij hebben nog geen kandidaat genomineerd maar hun enige kandidaat is een zekere Merlin Miller, een filmregisseur die graag fulmineert tegen het ‘socialistische Hollywood’.

Americans Elect is een bizar fenomeen. Het is een partij die alleen, online bestaat met als enig programmapunt het voorstel om verkiezingen uitsluitend via internet te organiseren. Kandidaten zijn Laurence Kotlikoff, professor economie aan Boston University. Buddy Roemer is voormalig federaal Democratisch volksvertegenwoordiger en voormalig Democratisch gouverneur van Louisiana. Hij is tijdens zijn laatste mandaat overgestapt naar de Republikeinen maar niet meer herkozen geraakt. (Er lopen tussen de kandidaten van de derde partijen redelijk veel gefrustreerde ex-politici rond)

Ook de Green Party heeft nog geen kandidaat genomineerd. De Amerikaanse groenen werden bekend in 1996 en 2000 door de bekende verdediger van de rechten van de consument Ralph Nader als onafhankelijk kandidaat op hun lijst te zetten. In 2004 en 2008 hadden ze eigen kandidaten maar het succes van 1996 haalden ze nooit meer. Ze hebben wel redelijk succes op lokaal niveau. Zo hebben ze één verkozene gehaald in de staatsparlementen van Maine, Californië en Arkansas, telkens voor één mandaat. Hun programma is vergelijkbaar met dat van de Europese groenen. Kandidaten zijn Jill Stein, arts uit Massachussets, Kent Mesplay, activist in Californië en de actrice Roseanne Barr, in de jaren ’90 bekend met haar eigen tv-serie ‘Roseanne’.

De Party for Socialism and Liberation is marxistisch-leninistisch. Hun kandidaat is Peta Lindsay, anti-oorlogsactiviste uit Virginia. Haar kandidatuur is slechts principieel want zij zal afgekeurd worden bij de officiële registratie wegens te jong, je moet immers 35 jaar zijn op de dag van de verkiezingen.

De Socialist Party USA heet zo sinds 1972, bij haar oprichting in 1901 was het nog iets ambitieuzer de Socialist Party of America. Het is een sociaaldemocratische partij die je qua programma kan vergelijken met de Europese sociaaldemocraten: openbare gezondheidszorg, progressieve belastingsvoeten, openbare nutsbedrijven, sociale maatregelen … Ze zijn eveneens marginaal. Hun kandidaat is Stewart Alexander, een gepensioneerd bouwvakker die een lokale radioshow rond sociale thema’s heeft in Californië. Hij heeft eerder ook meegedongen naar de nominatie van de Green Party.

De Socialist Equality Party is trotskistisch. Jerry White, journalist voor the World Socialist Web Site, is hun kandidaat.

Ten slotte is er nog de Justice Party, opgericht in November 2011 met als enige doel de kandidatuur van Rocky Anderson te organiseren. Hem zou je naar Europese normen een centrumlinks politicus kunnen noemen. Hij heeft echter geen enkele band met de hierboven vermelde linkse partijen. Anderson is zeer bekend in de VS als advocaat, als activist voor het leefmilieu, voor de mensenrechten (waarvoor hij meermaals nationaal werd onderscheiden), voor de rechten van de minderheden en van homoseksuelen in de VS, tegen de oorlog in Irak. Hij heeft ook zeer progressieve ideeën over de drugsproblematiek. Hij was altijd een Democraat hoewel hij nooit politiek actief was, behalve van 2000 tot 2008 toen hij burgemeester was van Salt Lake City was. In die hoedanigheid noemde hij de drugsraids van zijn eigen politiekorps ‘een absoluut bedrog tegen het volk van dit land …’. Hoewel hij de enige derde kandidaat is met nationale bekendheid maakt hij evenmin kans, daar zorgen de massamedia wel voor die hem sinds de aankondiging van zijn kandidatuur niet langer aan het woord laten. Zelfs zijn kandidatuur werd haast nergens vermeld.

Daarnaast zijn er nog een aantal onafhankelijke kandidaten, die zonder enige partijstructuur meedingen. Randy Blythe is leadzanger van de heavy metal band Lamb of God. Robert John Burck is bij toeristen in New York City bekend als de Naked Cowboy van Broadway. De reactionair Terry Jones is leider van zijn eigen kerk en was een tijdje terug even internationaal berucht toen hij openbaar de Koran wou verbranden. Joe Shriner is een onafhankelijk journalist die al sinds 2000 kandidaat is. Geen van deze personen hebben iets dat je een ‘programma’ zou kunnen noemen.

Derde kandidaten, zelfs bij Democraten en Republikeinen

Om het plaatje volledig te maken zijn er nog de ‘andere’ Democratische kandidaten, die dus tegen hun eigen president kandideren.

Warren Mosler is een rijk zakenman die in feite alleen wat extra publiciteit zoekt voor zijn kandidatuur voor de federale senaat in de staat Missouri. Hij voert alleen campagne in Missouri en de omliggende staten. Darcy Richardson is een progressief activist die zichzelf wijsmaakt dat hij de president naar links kan doen opschuiven. Jim Rogers is zonder meer een rare vogel. Deze gepensioneerde leraar weigert met de pers te praten en zegt niets over waar hij voor staat. Zijn enige campagne-uitgaven en activiteiten spendeert hij aan zijn officiële registratie als kandidaat. Vermin Supreme is een excentrieke kerel die zich ‘visueel artist’ noemt. Zijn artiestennaam ‘vergif suprème’ zegt al genoeg. Hij beweert de politiek belachelijk te willen maken maar lukt dat vooral met zichzelf. Randall Terry ten slotte is een fanatiek anti-abortusactivist die openlijk het vermoorden van dokters in centra voor familieplanning goedpraat en daarvoor al een paar keer werd aangehouden (hij is wel degelijk een Democratisch kandidaat!).

Uiteindelijk gaat de echte strijd gaan tussen Democraat Obama en de Republikein die de nominatie van zijn partij binnenhaalt. Het ziet er naar uit dat Obama er gerust in mag zijn. De Republikeinse partij schiet de laatste maanden voortdurend in eigen voet en riskeert zo een aanvankelijk bijna zekere overwinning in een nieuwe nederlaag om te zetten. Een en ander zal waarschijnlijk duidelijker worden na Super Tuesday begin maart. Meer hierover in een afzonderlijk artikel in maart.

Ook de Republikeinen hebben in eigen rangen nog een aantal rare vogels die meedingen. Alleen ene Stewart Greenleaf, lid van de senaat van de staat Pennsylvania, betekent iets. Hij moet het echter zonder enige financiële steun van de bedrijven doen. De namen Fred Karger, Andy Martin, Thaddeus McCotter, Jimmy McMillan, Buddy Roemer en Jonathan Sharkey geef ik mee voor de anekdote. Er valt over hen verder niets te vertellen.

Wordt vervolgd na Super Tuesday.

(Uitpers nr. 140, 13de jg., maart 2012)

Lode Vanoost

25 februari 2012

Visited 16 Times, 1 Visit today

Tags :