De ‘de-linking’ van Zuid-Amerika

De linkse en sociaal-democratische regimes in Zuid-Amerika kunnen de machtsverhoudingen in de regio grondig veranderen. Vanzelf gaat het echter niet. Dat heeft vooral te maken met de economische realiteit, met de institutionele hinderpalen om het over een totaal andere boeg te gooien en … met de machtsverhoudingen tussen de landen onderling.

In dit artikel wil ik een kort overzicht geven van de initiatieven die in Zuid-Amerika worden genomen om de afhankelijkheid van de regio t.a.v. Noord-Amerika en Europa te verkleinen. Precies dat werd vroeger ‘de-linking’ genoemd, naar de theorie van Samir Amin die stelt dat geen enkel land zich kan ontwikkelen zonder de nationale of regionale soevereiniteit te herstellen. Vandaag moet dit ontkoppelen echter niet op nationaal maar wel op regionaal vlak worden bekeken.

Een eerste belangrijk politiek instrument voor onderling overleg is UNASUR (de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties), de eerste regionale entiteit waar de VS geen deel van uitmaakt. Alle Zuid-Amerikaanse landen ondertekenden in 2008 het Constitutieve Verdrag. Er hoort ook een Zuid-Amerikaans Parlement bij. De Europese Unie stond model voor dit politiek en economisch integratieproject.

Het tweede belangrijke initiatief dat vrij goed is gekend is de ALBA, een alternatief voor de vrijhandelsakkoorden en een initiatief van de Venezolaanse president Chavez. Venezuela, Cuba, Ecuador, Bolivië, Nicaragua en enkele Caribische eilanden maken er deel van uit. De logica waarop dit akkoord berust is solidariteit, wederzijdse hulp en ruilhandel.

Een nieuwe financiële architectuur

Van groot belang zijn echter drie economisch-financiële initiatieven die, mochten ze slagen, voor een echte onafhankelijkheid van de regio kunnen zorgen.

De ‘Banco del Sur’

Deze nieuwe ontwikkelingsbank zou tegelijk een bank voor een nieuwe ontwikkeling kunnen worden. De onderhandelingen begonnen in 2007 op initiatief van Venezuela en Argentinië. Vandaag maken ook Bolivië, Ecuador, Paraguay, Brazilië en Uruguay er deel van uit. Van zodra de nationale parlementen de teksten geratificeerd hebben, kan de instelling van start gaan.

De bank zal een kapitaal van 20 miljard $ hebben en zal drie doelstellingen nastreven: regionale integratie met het nieuwe begrip van supranationale soevereiniteit, vermindering van de ongelijkheden tussen de landen en het financieren van een alternatief ontwikkelingsmodel.

De belangrijkste prioriteiten worden voedselsoevereiniteit, volksgezondheid, energiesoevereiniteit, soevereiniteit op het vlak van kennisproductie, financieren van de volkseconomie en infrastructuur.

De belangrijkste innovatie in de Banco del Sur is het feit dat elk land één stem heeft, ongeacht de kapitaalinbreng, en dat op een geheel andere manier wordt omgegaan met de voorwaarden die aan leningen worden gekoppeld. Sociale en milieunormen zullen de doorslag geven.

DeSucre’

De tweede pijler van de regionale integratieplannen is de ‘Sucre’, een rekeneenheid die verwijst naar één van de grote helden van de onafhankelijkheidsstrijd in de 19de eeuw. Er wordt voortdurend op gewezen dat dit geenszins kan worden vergeleken met de Euro, maar misschien wel met het voorafgaandelijke systeem van de ‘ecu’. De munt zal worden gebruikt voor het handelsverkeer tussen de landen van de regio, zodat men geen behoefte meer heeft aan dollars en de middelen ook kunnen gebruikt worden voor interne ontwikkeling. De Latijns-Amerikanen landen hebben momenteel voor 550 miljard $ reserves die buiten het continent worden gehouden en niet voor ontwikkeling kunnen gebruikt worden. Een dergelijke munt is essentieel voor de onafhankelijkheid van de regio.

Een reservefonds

De derde pijler tenslotte moet een buffer worden tegen het IMF: de ‘Fondo del Sur’ kan een reservefonds worden, gebaseerd op een nauwe samenwerking tussen de centrale banken. Het kan dienen om in noodsituaties liquiditeit ter beschikking te stellen en op die manier onafhankelijk te worden van de Dollar. Brazilië en Argentinië zitten momenteel niet in het bestaande reservefonds, Colombia, Costa Rica en Peru echter wel.

Plannen

Tot nog toe zijn dit alles niet meer dan mooie plannen die wel dichtbij een concrete verwezenlijking komen. Begin augustus 2011 zijn de ministers van Economie en Financiën van de UNASUR bijeengekomen in Buenos Aires om er een permanente Raad in het leven te roepen.

De huidige crisis is namelijk een uitermate geschikt moment om nog enkele stappen verder in het integratieproces te zetten. Men beseft in Zuid-Amerika zeer goed dat de crisis een mondiaal karakter heeft en derhalve zware gevolgen kan hebben voor landen die er niet schuldig aan zijn. Vandaar de behoefte aan ‘de-linking’.

Hoe de crisis in Zuid-Amerika geanalyseerd wordt kan U lezen in het gesprek dat ik had met Fernando Sanchez in México en dat ook een ander licht werpt op de problemen met de Euro. (Zie de rubriek interview, nvdr). Als we al deze nieuwe ideeën koppelen aan het originele denkwerk dat er in de regio plaats vindt rond nieuwe ontwikkelingsparadigma’s – de ‘buen vivir’ – ziet men hoe ver de Europese landen, en met name de Europese linkerzijde momenteel achter staat op het Zuiden.

(Uitpers nr. 135, 13de jg., oktober 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 29 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming.

zie ook