De crisiskaravaan

Linda Polman, De crisiskaravaan, Achter de schermen van de noodhulpindustrie, Balans, Amsterdam, 2008, 230 blz, ISBN 9789050189736

De Nederlandse journaliste Linda Polman ontpopt zich in haar laatste boek De crisiskaravaan tot de Joris Luyendijk van de noodhulpindustrie. Zij werpt een zeer zware knuppel in dat hoenderhok vol misère waar hulporganisaties elkaar bij tijden verdringen. De crisiskaravaan is een felle én goed onderbouwde aanklacht van een furieuze verslaggever.

Linda Polman is met De crisiskaravaan niet aan haar proefstuk toe. Zij schrijft niet alleen indringende reportages voor de Volkskrant, NRC Handelsblad, The Guardian en The Times, maar op geregelde tijdstippen verschijnen er ook boeken van haar die beklijven. De varende stad, Bot Pippel en ‘k Zag twee beren dat in het Engels als We did Nothing vertaald werd. Vooral dat laatste boek dat over de achterkant van de VN-Vredesmissies gaat, is een fameuze ribbenplakker. Ik herinner me dat ik nu en dan niet verder kon lezen door haar beschrijving van onvoorstelbare situaties.

Het dilemma

Ook in De crisiskaravaan gaat zij weer onvervaard in de aanval. Moeten INGO’s (International Non-Governmental Organizations) stug doorgaan met helpen als strijdende partijen in humanitaire ruimtes de hulp voor zichzelf en tegen hun vijand gebruiken en er hun oorlogen mee verlengen? Of moeten ze vertrekken en wat is op den duur het wreedst? Dat is het dilemma waarmee figuren als Henri Dunant en Florence Nightingale al te kampen hadden en dat nu actueler dan ooit is. Als hulp onderdeel is van oorlogsstrategieën, is de claim die humanitaire hulporganisaties op neutraliteit leggen dan nog verantwoord? Of nog anders, Polmaniaans geformuleerd: “Stel. Het is 1943. U bent internationale humanitaire hulpverlener. De telefoon gaat. Het zijn de nazi’s. U mag hulp naar de concentratiekampen komen brengen, maar het kampmanagement mag bepalen hoeveel daarvan naar het eigen personeel en hoeveel naar de gevangenen gaat. Wat doet u?” (p. 17) Polman antwoordt: “In de praktijk van de vijfde economie ter wereld, gaat u die hulp brengen.”

Geld voor genocidaires?

Polman opent met een zeer sterk hoofdstuk dat ‘Goma: de ‘totale ethische ramp’ heet. Volgens haar is de uittocht van de Hutu’s na de genocide in het Rwanda van 1994 de omvangrijkste, snelste en slechtst begrepen exodus in de geschiedenis van de humanitaire hulpverlening van de laatste jaren geweest. Niet minder 250 hulporganisaties wierpen zich op de hulpoperatie in het Grote-Merengebied. Alleen al voor de eerste opvang van de Hutu’s werd anderhalf miljard dollar bij elkaar gebracht, dat in de meeste gevallen in de handen van genocidaires terecht kwam. Feeding the killers, noemt Polman die operatie. Alleen al de eerste maand van de crisis werden in de kampen vierduizend mensen doodgeslagen of neergestoken. Dat waren dan Hutu’s of ‘kakkerlakken die naar Rwanda terug wilden’.

Contractkoorts

Hulporganisaties worden vaak bevangen door contractkoorts. Hoeveel contracten hebben we? Hoe krijgen we er meer? Wanneer lopen ze af? Hoe verlengen we ze? Liggen er concurrenten op de loer?

Hulporganisaties willen hun winkel draaidende houden en varen mee op de scoringsdrift van de media. Die twee vinden elkaar best. Verslaggevers die naar een crisisgebied willen krijgen steeds vaker te horen van hun baas dat het mag, als een hulporganisatie de reis maar betaalt. Dat heet dan embedded en dat spelletje willen mensen als Polman en Luyendijk niet meespelen. “Je door een hulporganisatie door een crisisgebied laten gidsen is als kijken naar Europa door de ogen van het Leger des Heils.” (p. 47)

 

Mongo’s

Niet alleen de grote hulporganisaties krijgen van Polman flinke vegen uit de pan, ook de MONGO’s of My own NGO , in België worden ze de vierde pijler genoemd, worden niet ontzien. Zij vormen een tegenbeweging van mensen die ervan overtuigd zijn dat zij varkentjes in crisisgebieden beter en sneller kunnen wassen dan de ‘echte’ hulpverleners met hun logge bureaucratie en eigenbelang. Wat te denken van die zending voer aan Cambodjaanse vluchtelingen die gedoneerd werd door de directeur van de dierentuin in San Francisco. In de taal van Polman: “Zoals rolstoelers recht hebben op bescherming tegen hulpvaardigen die hun stoel door licht de weg over willen duwen, zou je zeggen dat slachtoffers in oorlogsgebieden recht hebben op bescherming tegen hulpverleners die onuitgenodigd komen en dan ongediplomeerd hun eigen gang gaan.” (p. 63)

Aid speak

In een laatste hoofdstuk maakt de auteur op haar Polmaniaanse manier een woordenlijst van en over het wereldje van de noodhulpindustrie. Ook nu weer schiet ze met scherp, zoals in Nooit Meer: ‘Uit de gebeurtenissen in Darfur, Noord-Irak, Rwanda en Bosnië valt af te leiden dat ‘nooit meer’ niet moet worden vertaald als ‘nooit meer genocide’, maar als ‘nooit meer een poging tot uitroeiing van het joodse volk door Duitse nazi’s.” (p. 198)

De crisiskaravaan is een felle én goed onderbouwde aanklacht van een furieuze verslaggever, die vaak op een cynische, maar naar mijn gevoel volledig terechte manier de noodhulpindustrie benadert. Wordt door haar verhaal het kind met het badwater weggegooid en was De crisiskaravaan beter ongeschreven gebleven? Ik denk het niet. Dit niet embedded verhaal wijst zeer terecht op de pijnpunten in die gemediatiseerde sector. Dat deed ook Joris Luyendijk op het terrein van de journalistiek. Zijn collega’s schreven een wederwoord in de vorm van een boek. Ik hoop dat vertegenwoordigers van de noodhulpindustrie die zich aangesproken voelen, dat ook zullen doen.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=842253&refsource=uitpers

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).