De crisis! Wiens crisis? Over de impasse van de linkerzijde

Dit wordt geen vrolijk verhaal. Ik ben al meer dan twintig jaar actief in het opvolgen van de linkerzijde in Europa en het opvolgen van de verschillende alternatieven die met de regelmaat van een klok gepresenteerd worden. We weten dat er tot nog toe weinig van verwezenlijkt is. Ik wil proberen hier een stand van zaken op te maken en een paar punten van kritiek samen te brengen.

Ik hoop zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen dat verandering, ten eerste, nodig is, en, ten tweede, bij onszelf begint, bij kleine dagelijkse dingen die een voorafspiegeling kunnen zijn van wat we willen bereiken in de samenleving. We kunnen er dus zelf iets aan doen, ieder van ons, nu meteen.

Laat mij eerst en vooral verduidelijken wat ik bedoel met ‘de crisis’. Het is mijn overtuiging dat we niet alleen in een financiële, economische, sociale en milieucrisis zitten, maar dat we ook en misschien vooral geconfronteerd worden met een zeer ernstige crisis van de linkerzijde. Dat de linkerzijde op dit ogenblik geen voordeel haalt uit de crisis en geen aantrekkelijke boodschap heeft voor de mensen, is daar het beste bewijs van. Begin jaren ’90 waren er nog 15 regeringen in de EU met een sociaal-democratische participatie. Vandaag zijn ze op de vingers van één hand te tellen. En het lijkt me even duidelijk dat, zolang we die crisis van de linkerzijde niet oplossen, we ook geen oplossing kunnen bieden voor die andere crises. Integendeel, er is een risico dat de linkerzijde buiten spel wordt gezet.

Want één ding staat als een paal boven water en is misschien het enige waar we het hier met z’n allen over eens kunnen zijn: van het kapitalisme moeten we geen oplossingen verwachten. Het kapitalisme zal de financiële crisis niet oplossen. Het kapitalisme zal de economische crisis niet oplossen. Het kapitalisme zal de sociale crisis, de werkloosheid, de armoede, de ongelijkheid niet oplossen. Het kapitalisme zal de klimaatcrisis niet oplossen.

En dat kan maar één ding betekenen: we moeten noodzakelijkerwijs naar een ander systeem. We moeten een ander duurzaam politiek, economisch en sociaal systeem bedenken.

En daar gaat het fout.

Voor ik U drie argumenten geef om aan te tonen waar de linkerzijde volgens mij tekort schiet, wil ik U vier statistieken tonen:

 

1) De constante achteruitgang van de sociaal-democratie in Vlaanderen

1946

1949

1950

1954

1958

1961

1965

1968

1971

1974

28,3

24,3

27,0

30,0

29,2

29,7

25,1

26,0

24,5

22,3

 

1977

1978

1981

1985

1987

1991

1995

1999

2003

2004

22,4

20,9

20,6

23,7

24,2

19,4

19,4

15,0

24,3

19,7

 

2007

2009

2010

16,3

15,1

14,6

 

2) De grenzen aan de groei van groen in Vlaanderen

1985

1987

1991

1995

1999

2003

2004

2007

2009

2010

6,1

7,3

7,8

7,1

11, 6

4,0

7,6

6,3

6,8

6,9

3) Het trieste resultaat van kleinlinks in België

 

2010 2007 2003 1999

LSP 0,10 % 0,04 % 0,04 %

PTB+ 0,60 0,22 0,17 0,14

PTB+PVDA+ 0,14 0,05 0,03

Front des Gauches 0,32

PVDA+ 0,81 0,57 0,14 0,35

CAP 0,30 0,30

PC 0,29 0,29 0,10 0,37

Totaal 2,56%

Bron : Ministerie van Binnenlandse Zaken

 

  1. De noodlottige evolutie van klein links in Europ

 

Ik wil dus best aannemen dat er een crisis is van het economisch systeem dat we gemakshalve ‘kapitalisme’ noemen, een crisis van het accumulatieregime, een crisis van de rentabiliteit. Ik wil geloven dat het kapitalisme een in wezen onstabiel systeem is dat altijd en onvermijdelijk van crisis naar crisis sukkelt. Maar ik geloof niet dat het kapitalisme vanzelf zal instorten, dat het kapitalisme op zijn grenzen stoot en daar blijft liggen. Het kapitalisme is een zeer veerkrachtig systeem met veel interne contradicties dat zichzelf in telkens nieuwe vormen steeds kan overleven. Maar het levert nog altijd voordelen op, weliswaar voor een steeds kleiner wordende groep mensen. Kapitalisten liggen niet wakker van anderhalf miljard extreem arme en hongerige mensen in de wereld. Kapitalisten liggen niet wakker van eilanden die onder de zeespiegel verdwijnen. Kapitalisten liggen niet wakker als Afrika ten onder gaat aan armoede en aan conflicten. Dus een beroep doen op het ‘gezond verstand’ om te tonen dat het in ons aller belang is om een rechtvaardige wereld uit te bouwen, heeft weinig zin.

Als we daar iets willen aan veranderen, zullen we ons moeten organiseren, zullen we een boodschap moeten hebben die mensen aantrekkelijk vinden, zullen we actie moeten voeren.

Waarom lukt dat toch niet?

Er zijn hier in dit panel grosso modo drie politieke stromingen bijeen.

Ten eerste, de sociaal-democratie. Ik wil hier verwijzen naar het laatste nummer van Samenleving en Politiek. Uit een onderzoek naar de verkiezingen van 2009 blijkt dat de SPa er zelfs niet in slaagt haar eigen kiezers te overtuigen van de deugdelijkheid van haar programma! De kiezers zeggen dat ze zich grote zorgen maken over de sociale zekerheid, maar ze geloven niet echt in de voorstellen van de SPa om die sociale zekerheid te redden. Bovendien, zo blijkt uit een ander onderzoek, is er ook geen draagvlak voor een radicale, meer linkse partij, en ook niet voor een populistische partij die haar principes overboord gooit in ruil voor stemmen. De basis van de SPa is minder links dan de mandatarissen van die partij, en dat plaatst de SPa wel in een erg moeilijke positie. Meer dan 40 % van de leden denkt dat de SPa niet eens een duidelijke boodschap uitdraagt en ook de mandatarissen vinden het verhaal te vaag, te complex en te weinig overtuigend. De SPa heeft duidelijk een probleem en haar medewerking aan de neoliberale hervormingen van de laatste jaren zal daar m.i. niet vreemd aan zijn.

Ten tweede, de groenen. De groenen waren dertig jaar geleden de grote hoop op een grondige vernieuwing van de politiek. Maar ook dat lukt niet. Groen heeft wel redelijk trouwe kiezers, maar heeft blijkbaar geen potentieel om tot 10 % te komen. Ik heb zelf meer en meer problemen met het groene denken in Vlaanderen en in Europa. Ten eerste omdat men al te makkelijk het economisch liberale gedachtegoed aanneemt en dan enkel ‘groen’ is doordat men ‘de groei’ beter wil verdelen: meer groei in het zuiden en ont-groeien in het Noorden. Systeemveranderingen gaat men dan gemakshalve uit de weg. Of, ten tweede, en misschien nog erger, omdat men zich tegen het zogenaamde ‘westerse’ denken afzet en dan maar meteen de gehele moderniteit naar de prullenmand verwijst, inclusief de herverdelende rol van de staat, westers geachte mensenrechten en emancipatie. Men valt dan terug op het herstel van ‘gemeenschappen’, communautaire solidariteit en het streven naar ‘geluk’. Ik besef dat ik het hier veel te kort samenvat, en dat dit denken niet noodzakelijkerwijs ook in de partij Groen! aanwezig is, maar de ideeën lijken me wel zeer problematisch. Ook al geloof ik zelf dat de crisis van de linkerzijde ook te maken heeft met de crisis van de moderniteit, die gehele moderniteit afwijzen lijkt me geenszins wenselijk. En ik geloof al helemaal niet dat je mensen voor je zaak kan winnen door hen te vertellen dat ze met minder groei veel gelukkiger zullen zijn.

Ten derde, klein links. Gelet op de cijfers is klein links eigenlijk onbelangrijk. En toch blijft er bij velen een geloof en een hoop bestaan dat de echte oplossingen uit die hoek moeten komen. En ik vrees zelfs dat klein links zelf ook denkt die echte oplossingen in de aanbieding te hebben. Kleinlinkse mensen wéten dat alleen antikapitalisme de wereld kan redden. Zij wéten dat socialisme in de plaats moet komen. En zij wéten, zo lijkt het toch, wat dat socialisme is. Ik moet U bekennen dat ik altijd een beetje jaloers ben als ik hen bezig hoor, want ik wéét die dingen helemaal niet.

Er rijzen dan ook een paar vragen. Als de antwoorden van kleinlinks zo juist zijn, waarom kunnen zij dan niemand overtuigen? Ik hoop dat men niet zal antwoorden dat het allemaal de schuld van de media is. De censuur in de media kan veel verklaren maar niet het totaal gebrek aan geloofwaardigheid.

Ik zie zelf drie redenen voor de algehele achteruitgang van kleinlinks.

1) Er is een probleem met de analyses. Al meer dan 150 jaar lang is men bezig met het analyseren van het kapitalisme. En men is er nog steeds niet uit.

Toen de financiële crisis uitbrak twee jaar geleden zei een goede vriend me: ‘we zijn helemaal verloren, we weten niet eens wat een hedge fund is’. Tja, waar is men dan al die tijd mee bezig geweest? Waar zijn overigens de kleinlinkse analyses van het geldsysteem?

Ik twijfel er aan dat kleinlinks nog een degelijke analyse van de sociale realiteit van vandaag heeft. De klassenanalyse van Marx is onvoldoende om de realiteit van vandaag te vatten. Door vast te houden aan orthodoxe marxistische analyses en alles ondergeschikt te maken aan het klassenconflict heeft kleinlinks trouwens lange tijd een aantal problemen onderschat: de discriminatie van vrouwen, het milieuprobleem, de nationaliteitenkwestie, cultuur, migratie, enz.

Ik bedoel maar, 150 jaar analyse van het kapitalisme heeft ons niet veel wijzer gemaakt.

2) Ten tweede is er een probleem met de exterioriteit van de analyses. Kleinlinks analyseert alles ‘van buitenaf’ alsof men er zelf geen deel van uitmaakt. Dat is zo voor het kapitalisme, maar ook voor de Europese Unie, de WTO, de Wereldbank en het IMF. Alsof men er niets mee te maken heeft . En daardoor maakt men zichzelf en anderen ook machteloos.

Want we leven natuurlijk wel in een kapitalistisch systeem. En door er voortdurend ‘van buitenaf’ naar te kijken vergeten we dat we tegelijkertijd gebruik maken van alle voordelen van het systeem. We hebben mobiele telefoons, internet, we rijden met de auto, we nemen het vliegtuig voor onze vakantie, we kopen een kasbon bij de bank voor tegen ons pensioen. Maar we protesteren tegen de financiële instellingen, tegen de multinationals, tegen de waan van de technologie. We zijn tegen de Europese Unie maar denken niet na over mensen die uit de echt willen scheiden van een buitenlandse partner, over kindermoordenaars die over de grens gaan spelen, over zieken die naar een specialist in het buitenland willen. Laat staan dat we blij zijn geen geld meer te moeten wisselen in Sas van Gent of Sterpenich. Door te weigeren ook mee te denken met de instellingen, hetzij de EU, de WB of gewoon het kapitalisme, kunnen we enkel een vogelperspectief aannemen, het geheel vrijblijvend vanuit de lucht overschouwen en in zijn geheel afkeuren. Zo ontneemt men zichzelf de mogelijkheid om dossiers te beïnvloeden en om een krachtige tegenmacht te vormen. Zo maakt men zichzelf en anderen machteloos.

3) Er is tenslotte een schrijnend gebrek aan alternatieven en een schrijnend gebrek aan een vermogen om over alternatieven te spreken. Men slaagt er nauwelijks in het woord ‘hervorming’, of, erger nog, ‘regulering’ uit te spreken. Men slaagt er niet in eens samen te gaan zitten en naar een convergentie te zoeken.

We hebben dit jaar een fantastische dag van het socialisme gehad. Een groot succes waarvoor de initiatiefnemers enkel kunnen gefeliciteerd worden. Maar nu? Er wordt nu een tweede dag voorbereid. Maar wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Socialisme weer op de kaart zetten? Goed, maar welk socialisme? Dat van de 19de eeuw? Dat van de 20sdte eeuw? Of iets nieuws voor de 21ste eeuw? Ik weet het niet want er is geen duidelijkheid over.

En we zullen er niet uitkomen zolang we niet over ‘hervormingen’ of ‘reguleringen’ kunnen spreken in een niet-reformistische betekenis. De belangrijkste hedendaagse denkers, van Immanuel Wallerstein over Atilio Boron tot François Houtart zeggen ons dat we met hervormingen moeten werken met als doel het kapitalisme te overstijgen, dat we moeten hervormen tot het kapitalisme zichzelf niet meer herkent. Waarom mogen we dat woord dan niet gebruiken zonder voor ‘reformist’ te worden uitgescholden?

Tenslotte, waarom blijft men zo versnipperd met vier trotskistische en drie communistische stromingen, en daarnaast nog enkele kleinere garnalen. Als er echt onoverkomelijke ideologische verschillen tussen al die stromingen zitten, dan is het hopeloos. Dan kunnen we naar huis en wachten tot het neoliberale kapitalisme, dat nog lang niet aan zijn doodstrijd bezig is, ons wel ten grave draagt.

Want één ding moeten we vandaag goed beseffen. We leven in West-Europa in het laatste rijke eiland met openbare diensten en met sociale bescherming. Die hebben we te danken aan de vakbonden en aan de sociaal-democratie die nochtans als ‘klassenverraders’ worden bestempeld. De neoliberale pletwals die al over Afrika en Latijns Amerika, de VS en het VK en tenslotte ook over Azië is gerold, heeft besloten nu dit laatste eiland in te nemen. Waar staan we om ons te verdedigen?

We hebben een instrument gecreëerd om het progressieve gedachtegoed in België, in Europa en in de wereld naar elkaar te laten toegroeien. De sociale fora zijn open ruimtes waar iedereen zijn ding kan doen, maar waar netwerken gevormd kunnen worden, waar mensen kunnen leren samenwerken, elkaar leren kennen en beter begrijpen. In België en in Europa lukt dat echter niet. Voor sommigen zijn de fora ‘te links’, voor anderen ‘niet links genoeg’. Het is met dat soort vooringenomenheden dat we onszelf de das omdoen, dat we bezig zijn politieke zelfmoord te plegen.

Is het echt niet mogelijk om samen te zitten en wars van alle idées fixes te zoeken naar wat we gemeenschappelijk hebben, te streven naar iets wat we mensen kunnen aanbieden, waar we mensen mee kunnen verleiden, een aantrekkelijke boodschap die mensen bescherming biedt. Want dat is tenslotte wat mensen zoeken en nu enkel aan de rechterzijde vinden. Wij stellen dan dat dat geen goede bescherming is. Maar het publiek wil onze boodschap niet. Ik ben er daarom van overtuigd dat we onze boodschap niet enkel naar inhoud maar ook naar de vorm zullen moeten bijstellen om mensen voor onze zaak te winnen.

François Houtart heeft een voorstel in vier punten geformuleerd dat een goed aanknopingspunt kan zijn voor een debat. In Vlaanderen is Mathias Lievens de enige die met een vernieuwing van het programma is begonnen. Niet toevallig begint zijn verhaal over socialisme bij de Verlichting en de Franse revolutie. Want links is inderdaad een kind van de moderniteit. Meer en meer spreken we in het Wereld Sociaal Forum van een ‘beschavingscrisis’. Ik weet zelf nog niet zo goed of ik het daarmee eens ben. Maar ik weet wel dat we juist daarom ook die moderniteit grondig moeten herdenken. En volgens mij hebben we daarvoor de sociaal-democraten, de groenen en kleinlinks nodig, zowel als de vakbonden en de progressieve bewegingen van het middenveld.

De crisis heeft de linkerzijde geen goed gedaan. Terugvallen op het oude geloof zal ons niet kunnen redden. We hebben een nieuwe boodschap nodig en wie blijft denken dat we daarvoor historische referenties nodig hebben, wil ik uitnodigen om even af te stappen van Karl Marx en de werken van Flora Tristan te lezen. Haar socialisme, dat ze vóór Marx formuleerde, sluit volgens mij beter aan bij wat we vandaag nodig hebben. Ik denk bovendien dat de feministische economie zeer nuttige aanknopingspunten geeft voor een andere visie op economie die ons ook weg brengt van het kapitalisme.

Een eigen links aantrekkelijk en vernieuwend verhaal kans ons helpen opnieuw een politieke kracht te worden waar rekening moet mee gehouden worden. In plaats van uit te gaan van een theoretisch project, kunnen we misschien eens nadenken over de wereld en over de samenleving die we willen.

Een andere wereld is mogelijk.
Een andere, betere en sterkere linkerzijde is nodig.

En nogmaals, ik denk echt dat we moeten beginnen bij onszelf, dat we moeten werken aan een nieuwe politieke cultuur, met respect voor elkaar en met respect voor onze verscheidenheid.

(Uitpers nr. 123, 12de jg., september 2010)

Dit is de tekst van een lezing van Francine Mestrum op de Gentse Feesten, 19 juli 2010

Voor Francine Mestrum zie ook www.globalsocialjustice.com

Visited 123 Times, 1 Visit today

Tags :
Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook