De crisis van het berlusconismo

Silvio Berlusconi heeft het wellicht nog niet door, maar zijn systeem, het «berlusconismo », maakt een zware crisis door. Dit sterk gepersonaliseerde systeem, waarin het eigenbelang van de chef centraal staat, verslijt mee met de chef. Hij heeft dan wel een wonderdokter in dienst die hem verjongingskuren toedient, maar de lijstage is niet tegen te houden. Meteen zoeken enkele ratten het schip te verlaten. Maar Berlusconi roept zijn ontrouwe bondgenoten toe dat hij hen een kaartje uit de Bahamas zal sturen. « Ik heb een kapitaal van 20 miljard », riep hij na de nederlaag van zijn rechtse coalitie bij de regionale en lokale verkiezingen van 4 april. Hij voegde er ook nog, terecht, aan toe dat die ontrouwe bondgenoten hun positie aan hem te danken hebben.

Berlusconi weet het zware verlies in die verkiezingen aan alles en iedereen behalve aan hemzelf. Hij verweet zijn bondgenoten dat ze zich verzet hadden tegen een alliantie met het fascistische partijtje van Alessandra Mussolini en met de Radicalen van kameleon Marco Pannella. Alsof dit enig verschil zou hebben gemaakt in het resultaat, de verliezen van de rechtse coalitie, de Casa delle Libertà (Huis van de vrijheden), was aanzienlijk.

In de 14 regio’s waar werd gestemd, haalde de “centrum-linkse” Unione er in 12 de meerderheid. Twee weken later haalde centrum-links ook nog een verpletterende overwinning in het zuidelijke Basilicata. In totaal heeft centrum-links daarmee nu 16 van de 20 regio’s in handen. Rechts verloor alle zuidelijke regio’s, het houdt alleen nog Sicilië over – waar volgend jaar wordt gestemd. Maar ook in het noorden verloor rechts regio’s: Piëmont (Turijn) en Ligurië (Genua). In 2000 was premier Massimo D’Alema (Democraten van Links) afgetreden nadat centrum-links slechts in 6 regio’s had gewonnen, tegen 9 voor rechts.

De schok was zeer groot in het “Huis van de vrijheden”, vooral omdat Berlusconi alle schuld voor de nederlaag van zich afschudde. Het was nochtans zijn Forza Italia dat de zwaarste verliezen leed, terwijl de Alleanza Nazionale (de postfascistische AN) de verliezen kon beperken, de uiterst-rechtse Lega Nord lichte winst boekte vergeleken met de parlementsverkiezingen van 2001 en de rechtse christen-democraten van de UDC vergeleken daarmee zelfs redelijk wat winst boekten (van iets meer dan 3 procent tot ca 5,7).

Maar vooral het verlies in de Mezzogiorno (het zuiden), was voor AN en UDC onheilspellend, want het is daar dat die twee partijen de meeste van hun zetels halen. De grote achteruitgang van Forza Italia brengt immers hun zetels rechtstreeks in gevaar. Berlusconi had zeker in het geval van de UDC gelijk om te zeggen dat ze hun posities aan hem te danken hebben, want in het parlement hebben ze in verhouding veel meer zetels dan kiezers omdat Berlusconi hen zoveel districten overliet. AN heeft het aan Berlusconi te danken dat ze eind 1993 ineens “respectabel” werd.

Potsierlijk

Berlusconi had in de campagne één groot thema naar voor geschoven: het gevaar dat een linkse overwinning voor de vrijheden zou betekenen. Volgens hem worden centrum-links, de media en de magistratuur gedomineerd door communisten. Dit soort uitspraken is toch wel erg potsierlijk uit de mond van een man die zelf een zeer groot deel van de media bezit of controleert en die de magistratuur zou manipuleerde dat hij totnogtoe ondanks de vele bewijzen van fraude en corruptie buiten schot kon blijven. Dat dit anticommunisme niet langer werkt, bleek duidelijk in de regio Puglia (Bari). Daar was de communist (en militant van de holebibeweging) Vendola – van Rifondazione Comunista – de kandidaat van centrum-links. Hij versloeg met grote meerderheid de uittredende rechtse gouverneur.

Lege beloften

Rechts had een deel van zijn nederlaag aan dit soort campagne te wijten. Maar er waren belangrijker oorzaken. De Italiaanse economie doet het helemaal niet zo goed meer; lang waren de kleinere ondernemingen uit het noordoosten het model van die groei, zelfs de motor. Maar die zijn massaal naar Roemenië getrokken. Berlusconi had in 2001 twee miljoen nieuwe jobs beloofd en zeer veel grote werken in het vooruitzicht gesteld. Maar er is praktisch geen groei meer, het tekort op de begroting groeit en groeit, er wordt voor volgend jaar al over zes procent gesproken waardoor Italië de slechtste van de EU-klas is. Van die grote werken is niets in huis gekomen. Wel klagen de Italianen over de stijgende levensduurte (die in de statistieken deels wordt weggemoffeld).

Het economisch en financieel beheer werd de jongste maanden openlijk bekritiseerd door de leiding van de Confindustria, de grote patronale organisatie. Berlusconi voert immers geen beleid ten voordele van de kapitalistische klasse in haar geheel, zijn privé-belangen gaan voor.

Lega-Blok

Die zakenkringen zijn ook niet zo opgezet met het gewicht van de Lega Nord in Berlusconi’s coalitie. Die Lega heeft slechts een zwak electoraal gewicht (3,9 % in 2001), maar haar stemmen zijn wel nodig om in de noordelijke regio’s een meerderheid van zetels te halen. Die Lega is de zusterpartij van het Vlaams Blok-Belang. Ze heeft met haar xenofobe en poujadistische campagnes tegen ‘dievegge Rome’ en tegen “Brussel” (de EU waar de communisten het volgens haar voor het zeggen hebben) vooral aanhang onder de middenstand en boeren uit het noorden. De Lega kreeg ondanks haar licht gewicht toch drie sleutelportefeuilles in de regering: Institutionele Hervormingen, Arbeid en Justitie. Al jaren is er een “noordelijke as” binnen die regering, tussen Forza Italia en de Lega Nord. Umberto Bossi, leider van de Lega, is Berlusconi’s beste bondgenoot.

AN en UDC drongen er de jongste tijd sterk op aan de invloed van de Lega in te perken. Vooral AN, sterk gehecht aan de Italiaanse nationale eenheid, heeft al enkele keren zwaar moeten slikken bij de “devolution”, de grotere macht die de regio’s hebben gekregen. De invloed van de Lega laat zich ook voelen in de ultra-conservatieve standpunten van rechts in actuele ethische kwestie; Berlusconi zit volledig op de reactionaire lijn van het Vaticaan – die slechts door een minderheid van de Italianen wordt gedeeld.

Na de verkiezingen maakten UDC en AN van die verminderde invloed van de Lega een halszaak, maar Berlusconi gaf niet toe. Hij heeft AN en UDC diets gemaakt dat aan de Lega niet wordt getornd. Met andere woorden: uiterst-rechts heeft binnen de regering van Berlusconi, vooraanstaand lid van de EVP, een bevoorrechte positie.

Maar zoals commentator Giorgio Bocca in de krant La Repubblica schreef: die partijen hebben al alles geslikt, ook al de wetten die Berlusconi uitvaardigde om zichzelf en zijn vrienden uit de gevangenis te houden. Zij hebben hun zetels en limousines aan patron Silvio te danken en zullen blijven slikken, zoals ze bij de jongste crisis hebben bewezen.

Het gaat echter om geen voorbijgaande crisis. Verscheidene politici en functionarissen maken zich klaar om over te lopen naar centrum-links omdat ze beseffen hoe diep de crisis wel is. Berlusconi was er als succesrijk zakenman (succes grotendeels te danken aan politieke vriendschappen, fraude en corruptie) via zijn media in geslaagd massa’s Italianen te laten geloven dat hij Italië als zijn onderneming zou beheren en dat iedereen daar beter zou van worden. Maar hij laat een puinhoop achter, schrijft Bocca. Wat er was aan moderne staat heeft hij kapotgemaakt en hij heeft het land dieper dan ooit sinds 1945 verdeeld.

Het dagelijks massaal misbruik van de mediamacht werkt inderdaad niet zo goed meer. De feiten zijn soms sterker dan de propaganda. Die propagandamachine had zeer goed gewerkt in de Mezzogiorno, de ontgoocheling is er des te groter.

“Linkse” Unione

Bij centrum-links wordt er al volop gediscussieerd over de verdeling van de posten na de verkiezingsoverwinning – later dit jaar of volgend jaar. Ex-premier D’Alema van de Democraten van Links (DS) wil Kamervoorzitter worden, maar ex- en kandidaat-premier Romano Prodi wil die plaats voorbehouden voor Fausto Bertinotti, de leider van Rifondazione Comunista die zijn partij vorig jaar bij de centrum-linkse ‘Ulivo’ deed aan leunen, wat resulteerde in de Unione.

Het is Bertinotti niet zo goed bevallen, ondanks de grote winst van de Unione, blijft de PRC ter plaatse trappelen (onder 6 %), terwijl de concurrenten van de PdcI (Partito dei comunisti italiani) die in de vorige centrum-linkse regering zaten, iets wonnen. Binnen Rifondazione woedt volop het debat of de partij door haar samenwerking met de Ulivo niet teveel het contact heeft verloren met de andersglobalistische en andere basisbewegingen?

Bij de Unione lijkt iedereen welkom. Een van de partijen is de Udeur van Clemente Mastella, een politicus die voortdurend chantage pleegt met overlopen (en dat ook al twee keer gedaan heeft, over en weer), ook al stelt dat partijtje erg weinig voor. De Udeur is al even rechts als de UDC die bij rechts zit. In diezelfde Unione zitten ook twee communistische partijen en de Verdi (groenen). Die staan links van de grootste partij, de Democraten van Links (DS, ex-communisten, lid van de Socialistische Internationale).

Rechts van de DS zijn er nog de sociaal-democratische Sdi, Italia dei valori – de partij van ex-magistraat Antonio di Pietro en vooral de Margherita, een bundeling van centrumpartijen geleid door Francesco Rutelli die in 2001 de kandidaat-premier van centrum-links was. Die Margherita zit volop te hengelen naar overlopers van rechts, en schuift daarbij nog wat verder naar rechts op. Kandidaat-premier Prodi is zelf ook geen grote linkse. Hij lever onder meer kritiek op de Spaanse regering omdat die het homo-huwelijk wettelijk mogelijk maakt. Onder een regering Prodi zal daar geen sprake van zijn.

De gemeenteraadsverkiezingen in Venetië waren tekenend voor de spanningen binnen de Unione. Terwijl de andere partijen van centrum-links en links corruptiebestrijder Casson als kandidaat-burgemeester naar voor schoven, pakten Margherita en Udeur uit met ex-burgemeester filosoof Cacciari, vroeger bij DS. Casson haalde in de eerste ronde 37%, Cacciari 22%. De tweede ronde ging tussen die twee. Cacciari en de Margherita visten zonder enige schroom naar rechtse kiezers. Met succes, Cacciari haalde het in de tweede ronde met 50,5% dankzij de steun van rechts.

Waar Berlusconi in 2001 de verkiezingen deels won door de zwakheden van centrum-links, zou het best kunnen dat centrum-links een overwinning in de eerste plaats zal te danken hebben aan de zwakheden van de tegenstrever en niet aan eigen kracht. Hoeft het te verwonderen dat de opkomst bij de verkiezingen blijft achteruit gaan?

 

 

(Uitpers, nr 64, 6de jg, mei 2005)

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :