De crisis en de internationale veiligheid

Deze crisis is niet het einde van het kapitalisme. Ze is wellicht een serieuze rem op de winstmachine via de beurs. Zullen hierdoor de internationale tegenstellingen niet (nog) meer met militaire middelen worden beslecht?

Om in tijden van steeds weerkerende overproductiecrisissen toch een maximum aan kapitaalsaccumulatiemogelijkheden open te houden kwam een wereldwijde deregulering van de financiële sector op gang (jaren 1980). Dit was een economisch (kapitalistische) noodzaak die door een aantal academici en politieke spelers werd uitgedragen (Milton Friedman, Reagan,Thatcher). Deze ontwikkeling van het neoliberalisme hield een oneindig aantal mogelijkheden in om financiële derivaatproducten te construeren en te verhandelen op de beurs. De technologische evolutie (vanaf de jaren 1980-1990) maakte het mogelijk om van op een bureau online en in real time wereldwijd beursproducten te kopen en te verkopen. Dagelijks gaat/ging het (2006) om een volume aan transacties van boven de 3.000 miljard dollar, terwijl het jaarlijks Bruto Product van de wereld zo’n 50.000 miljard bedraagt. Dit is in enkele zinnen wat de financiële globalisering wordt genoemd.

Er is een immens aantal (kleine) spelers op de beurs, maar gedurende een aantal jaren hebben enkele groten een dusdanige activiteit kunnen ontwikkelen dat zij met hun actie directe invloed hebben op prijsbepalingen en op de concurrenten. Door de ongelimiteerde constructie van steeds nieuwe ‘financiële producten’ werd de handel op de beurs steeds ‘virtueler’ met geen enkele reële of fysieke dekking meer.

De grote financiële spelers zijn actief in alle sectoren maar de belangrijkste wijze waarop ze al jaren hun voornaamste meerwaarde vergaren is niet langer met de productie van goederen en diensten maar via de winsten op de financiële activiteiten (koop en verkoop op korte termijn van de beursderivaten). De totale wereldinkomsten uit financieel kapitaal overstijgen de inkomsten uit arbeid en productieve investeringen. Als deze grote financiële actoren toch in de industrie of dienstensector investeren eisen ze minstens een even hoge return als op de beurs. De productieve sector moet dus alles doen om onmiddellijke hoge winsten te garanderen: het management moet de langetermijnontwikkeling van een onderneming ondergeschikt maken aan deze kortetermijnwinstenstrategie. Dit gebeurt via de zogenaamde ‘corporate governance’ waarbij de lonen van managers voor een groot deel in aandelen van de onderneming worden uitbetaald. Kwestie van gelijklopende belangen te creëren dus tussen deze nieuwe aandeelhouders en het management. Daarom zijn fenomenen als totale vemarkting, liberalisering en privatisering, fusies, mondialisering en loonconcurrentie nodig om de winstvoeten in productiesectoren van goederen en diensten de hoogte in te krijgen.

De industriële wereld kent een ongelooflijke uitzuivering en slechts enkele grote spelers blijven over in elke sector: nog twee vliegtuigbouwers, nog slechts een 10-15 autobouwers, concentraties in de staalnijverheid, de agrobusiness etc.

Financiarisering

Dit fenomeen van meer geld te halen uit financiële activiteiten dan uit de meerwaardecreatie in de productiesector is de essentie van wat met financiarisering van het kapitalisme noemt. Het is precies deze ontwikkeling van het kapitalisme, deze nieuwe karakteristiek, die vandaag in crisis is. Dit is niet het einde van het kapitalistisch systeem, maar een serieuze rem op de financiarisering ervan. Deze financiële crisis dreigt wel grote gevolgen te hebben voor de reële economie waaruit verder sociale consequenties komen: daling koopkracht, werkloosheid, armoede. De VS economie is zeer zwaar getroffen: het overgrote deel van de bevolking kon maar actief mee consumeren dank zij het kredietsysteem. Nu dit in crisis is zitten hier de eerste verliezers, samen met dat deel van het kapitalisme dat het moet hebben van de directe, dagelijkse consumptie van de gewone burger (grootwarenhuizen, autoproductie en producenten van ‘andere’ gewone verbruiksgoederen). Maar niet iedereen is verliezer. Volgens een artikel van prof. Choussodovsky komen enkele banken als grote winnaar uit deze crisis: Chase Morgan en Bank of Ameria bijvoorbeeld, die de ‘veilige’ contracten in de schoot geworpen krijgen van de bankroete actoren als Bear Stearns, Meryll Linch, Lehman Brothers of AIG.

Om de omvang en de implicaties van het uiteenspatten van de verschillende financiële luchtbellen wat te kunnen vatten volstaat het in het achterhoofd te houden dat op de financiële beurzen van New York en Parijs, geleid door de financiële groep Nyse Euronext, vierduizend maatschappijen actief zijn, die een waarde (30.000 miljard) vertegenwoordigen van dik de helft van het jaarlijks Bruto wereldproduct.

Overheidssteun

De overheden van heel veel landen maken massaal veel belastingsgeld vrij om de huidige economische structuren overeind te kunnen houden. De landen zoeken ‘hun’ (grote) financiële en economische actoren te helpen overleven. Men doet dat in naam van de kleine spaarder, de kleine belegger, de loontrekkende, maar het gaat ‘m eigenlijk om het redden van dit systeem waar drie grondbeginselen overeind moeten blijven, aldus Ricardo Petrella. Primo: de waarde van elk economisch initiatief wordt bepaald en gemeten in functie van het financieel kapitaal (de beursnotering dus). Secundo: de privé-onderneming is de meeste geschikte instelling om de bestaande middelen op de planeet te verwerken, omdat zijn bestaansreden ligt in het creëren van waarde voor het kapitaal. Tertio: de markt is het meest efficiënte mechanisme om over het gebruik van de middelen en grondstoffen te beslissen.

Men heeft het nu opnieuw over het instellen van controlemechanismen over banken en beurzen, maar een controle om de excessen van dat financieel marktkapitalisme te verhinderen, niet om het systeem zelf fundamenteel en structureel te hervormen. Een politiek interessante vraag is of we binnen afzienbare tijd na kunnen gaan of de politiek gedomineerde economiëen (China, Rusland) deze financiële crisis minder voelen in hun reële economie dan de westerse economie waar de politiek totaal ondergeschikt is aan de markt. En ook of men de zogenaamde ‘goede’ bedoelingen rond klimaatmaatregelen niet zal uithollen door de roep ‘eerst het economisch herstel, dan het klimaat’.

Een reeks tegenstellingen en breuklijnen in de wereldsamenleving blijven met of na deze crisis op zich ongewijzigd, maar wellicht zullen ze voluit op scherp worden gesteld.

Veiligheidsgevolgen

We leven in een economische wereld waarin cultuur, technologie en wetenschap op massaproductie en consumisme zijn gericht en op eenzijdig, eenmalig en onzorgvuldig gebruik van grondstoffen. De toegang tot deze grondstoffen wordt – na dergelijke financiële crisis – nog van groter cruciaal belang voor de hoofdspelers in dit systeem dan voorheen, alsook de toegang tot afzetmarkten en tot goedkope arbeid.

Met andere woorden de strijd tussen ‘Noord’ en ‘Zuid’, de controle over de arbeidersklasse, en de militaire controle over de grondstoffen blijven de grote uitdagingen vormen van dit kapitalisme en zijn verschillende hoofdrolspelers.

Wellicht zal het aantal conflicten niet verminderen waar ‘ongeregelde’ troepen bij betrokken zijn en waar de eigenlijke inzet de ontginning van interessante grondstoffen betreft die doorgespeeld worden aan de ‘reguliere’ markten via ‘bevriende’ naties. Oorlog om grondstoffen met (ongeregelde) tussenpersonen dus. Oost-Congo zal nog niet zo snel vrede kennen, en een ‘humanitaire’ interventie zal daar geen oplossing kunnen brengen. De strijd om de controle over energiegrondstoffenregio’s (Midden-Oosten, Centraal Azië, Afrika) zal niet in intensiteit afnemen.

Een direct gevolg van bovenstaande is dat wapensmokkel niet zal verminderen. Wapenhandel is zeker een beleidsdomein waar heel veel aandacht zal naar toe moeten gaan. Een allereerste eis ligt hier op een totale transparantie van de sector. De meeste wapens die vandaag in illegale trafieken opduiken zijn ooit uit de productiehuizen vertrokken met legale contracten. Het zal niet eenvoudig zijn om de krachtsverhoudingen op dit vlak te veranderen als we in ogenschouw nemen dat de vijf permanente leden van VN-Veiligheidsraad bij de top van de wapenexporteurs behoren.

De interventiedoctrines zullen door de elites nog aangescherpt worden, de humanitaire dekmantel zal nog meer van de kapstok worden gehaald. Osama Bin Laden zal wel niet worden gevonden en de strijd tegen het terrorisme zal ‘moeten’ verder gezet worden. De veiligheidsanalisten zullen blijven hameren op de onvoorspelbare dreigingen die op de democratische wereld af komen, waarvoor dus een militair apparaat nodig is dat alle kanten uit moet kunnen, tot meerdere eer en winst van de militaire en veiligheidsindustrie. Voor betere controle, communicatie en bevelstructuren zal de nieuwste technologie volop moeten worden ingeschakeld: de (de-)militarisering van de ruimte wordt een belangrijke inzet van politieke strijd.

Op geostrategisch vlak zullen de ‘atlantisten’ de unipolariteit (de economische en militaire suprematie van het ‘Westen’, Noord-Amerika en de Europese Unie) willen veilig stellen. De militaire budgetten zullen er niet op verminderen. De vrees is groot dat nieuwe ‘polen’ (de Shangai groep, BRIC [Brazilië, Rusland, India, China], nieuwe Zuid-Amerikaanse samenwerkingsverbanden) zich ook militair zullen willen sterk maken tegen dreigingen vanuit het huidige unipolaire centrum. Ligt hier niet een nieuwe wapenwedloop in het verschiet? De strijd om de (de)militarisering van de internationale relaties zal nog scherper worden gevoerd. Mochten de nieuwe ‘polen’ volop beslissen om bij hun internationale handel niet langer de dollar te gebruiken dan zou de crisis in de VS zwaar verscherpen. De reactie van een verzwakkende economische en politieke glorie die echter over een enorm militair overwicht beschikt zou dan echt catastrofaal kunnen zijn.

Met andere woorden de strijd voor demilitarisering, voor conventionele en nucleaire ontwapening, de strijd tegen interventiepolitieken zal nog meer op de voorgrond moeten komen. De strijd om internationale problemen en conflicten op een politieke wijze op te lossen eveneens. Daarvoor moet een wereldorganisatie als de Verenigde Naties absoluut op een mondiaal democratische wijze, effectief op kunnen treden waarbij de beslissingen zowel legaal als legitiem (d.w.z niet in functie van een grootmacht) moeten zijn. Een serieuze hervorming van de VN vormt een essentiële uitdaging voor elke democraat.

(Uitpers, nr 105, 10de jg., januari 2009)

Deel dit artikel

Visited 136 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook