De controverse rond Irans nucleair programma

Het IAEA (International Atomic Energy Agency) maakt zich in een recent rapport over Iran ernstig zorgen over de mogelijke militaire dimensies van het Iraanse kernprogramma. De publicatie van het rapport werd reeds voorafgegaan door dreigingen met militaire acties o.a. vanuit Israël.

De VS, Groot-Brittannië en Frankrijk pleiten voor een nieuwe ronde verregaande sancties als Iran weigert mee te werken. Volgens Rusland bevat het rapport echter geen ‘fundamenteel nieuwe informatie’. Als het stof de kans krijgt om neer te dalen dan komen er toch een aantal vreemde dingen aan het licht.

Een politiek van twee maten en twee gewichten. Alle landen die het Non Proliferatie Verdrag getekend hebben zien af van het ontwikkelen van kernwapens, beloven hun bestaande kernwapenarsenaal te verwijderen en hebben het onvervreemdbare recht om civiele kernenergie te ontwikkelen. Het is dus juist dat Iran geen kernwapens mag ontwikkelen. Maar de bestaande kernwapenstaten houden zich zelf niet aan hun belofte. De VS bijvoorbeeld spendeert momenteel miljarden aan de modernisering van haar kernwapenarsenaal. De NAVO stelde vorig jaar in haar nieuw Strategisch Concept dat het voor haar afschrikkingstrategie blijft steunen op een mix van conventionele- en kernwapens. In België liggen nog steeds 20 vooruitgeschoven Amerikaanse tactische kernwapens. Wil het westen geloofwaardig zijn in haar eis naar Iran, dan moet het zelf in de eerste plaats ontwapenen en haar eigen beloftes waarmaken, 40 (veertig) jaar nadat het NPT onderschreven werd!

Gebrek aan veiligheidsgaranties voor Iran. Tegen het land zijn tal van internationale sancties actief. In haar twee buurlanden Irak en Afghanistan zijn buitenlandse troepen in een oorlog betrokken. De VS en NATO installeren een rakettenschild in Europa dat expliciet gericht is tegen Iran (en Noord-Korea). Israël – een niet erkende kernwapenstaat die nota bene zelf in alle clandestiniteit kernwapens ontwikkelde – bombardeerde in het verleden al op eigen houtje kerninstallaties van Irak en Syrië. Ondertussen worden alle middelen ingezet om het nucleair programma van Iran te verhinderen. Naast de diplomatieke druk, de sancties en de militaire dreigementen, wordt de conventionele militaire macht in de regio sterk opgevoerd, denken we maar aan de recente militaire deal tussen de VS en Saoedi-Arabië ter waarde van 60 miljard dollar. Daarnaast is er sprake van technische sabotage, het ombrengen van wetenschappelijk personeel, vervalsing van bewijsmateriaal. Ook al brengt het IAEA-rapport geen zekerheid over de bouw van een kernwapen door Iran, het is niet vreemd dat Iran vreest voor zijn nationale veiligheid en dat maakt het niet ondenkbaar dat het land een kernwapen nastreeft. Maar nog méér dreigementen zullen dus niet veel zoden aan de dijk brengen, noch Iran stimuleren om in alle vertrouwen en openbaarheid te communiceren over zijn kernprogramma.

De enige manier om echt zekerheid te krijgen over Irans kernprogramma is door het land opnieuw een plaats te geven binnen de internationale gemeenschap. Dat kan niet anders dan door Teherans onvervreemdbare recht op de verrijking van uranium te erkennen, wat impliceert dat de resoluties van de VN-veiligheidsraad moeten verdwijnen. Men kan als voorwaarde stellen dat Iran het reeds ondertekende Bijkomende Protocol moet laten ratificeren door het parlement, wat dus de totale controle van het IAEA op al zijn nucleaire installaties mogelijk maakt. Dan is het misbruiken van nucleair materiaal voor kernwapens net zo min mogelijk voor Iran als voor België of Nederland. Als eerste tussenstap is het aan de internationale gemeenschap om vertrouwenwekkende maatregelen te nemen. De afstraffing van de nucleaire deal van Iran met Turkije en Brazilië (mei 2010) met een nieuw rondje sancties (juni 2010) is te gek voor woorden, zeker als je weet dat president Obama enkele weken daarvoor zijn Braziliaanse ambtsgenoot nog schriftelijk had verzocht om Teheran te overtuigen de deal te maken.

Vertrouwenwekkende en noodzakelijke stappen zijn: het sluiten van een niet-aanvalspact van de VS en andere landen in het Midden-Oosten met Iran, en het universeel maken van het NPT-regime. Landen als Israël, India en Pakistan, kunnen niet buiten het non-proliferatieregime blijven. Dit alles zou het pad naar een kernwapenvrije regio in het Midden-Oosten moeten effenen. De VS beloofde tijdens de laatste NPT herzieningsconferentie in 2010 om haar schouders te zetten onder een internationale conferentie in het voorjaar van 2012 omtrent een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten. Als Iran geen kernwapens mag ontwikkelen, dan moet Israël ook afstand doen van haar kernwapens. De eis voor een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten is trouwens niet nieuw. Op het NPT-herzieningsverdrag van 1995 werd reeds een resolutie gestemd in die zin!

De tijd dringt. Iran blijft ondertussen laag verrijkt uranium produceren (tot 3,5%), en is sinds februari 2010 zelf bezig met de verrijking tot 20%. Het proces is traag, de capaciteiten laag, en de bestaande voorraad (2800 kg) is twee keer niets in vergelijking met de astronomische hoeveelheden waar de kernwapenstaten over beschikken, maar de hoeveelheid is (theoretisch) goed voor de productie van 2 kernbommen binnen enkele jaren. Er kan dus maar beter snel een akkoord gesloten worden met het IAEA, die de controle op dat materiaal sluitend maakt. Een goed akkoord dat ook als basis kan dienen voor de vele andere landen in het Midden-Oosten die bezig zijn met de ontwikkeling van een nucleair programma: Turkije, Egypte, Koeweit, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, …

In een memorandum vroeg de Belgische vredesbeweging aan de regeringsonderhandelaars om de onverwijlde terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens uit België (Kleine Brogel) expliciet op te nemen in het regeerakkoord. Indien de Belgische regering dat niet doet heeft ze geen enkele geloofwaardigheid om te oordelen over het vermeende kernwapenprogramma van Iran.

(Uitpers, nr. 137, 13de jg., december 2011)

Bron: www.vrede.be

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :