De commercialisering van het Thaise boeddhisme tot moderne welvaartscultus

Generaal en gewezen eerste minister Prayuth Chan-o-cha trok tijdens een persconferentie op 16 mei 2016 zijn royalistisch hemd open om de dozijn amuletten op zijn borst te tonen. Hij legde uit dat deze hem morele steun zouden geven bij de onderhandelingen met de Russische president Poetin. De toenmalige leider van Thailand stelde dus dat spirituele ‘middelen’, die gezegend waren door monniken met een reputatie op het gebied van magie, hem hielpen in de internationale diplomatie.

Daar waar het dragen van ‘bescherm-engelen’ altijd aanwezig is geweest in de Thaise cultuur, is het er openlijk mee pronken eerder een recent fenomeen, zeker bij zakenlui en militairen.

Daarmee was generaal Prayuth echter niet aan zijn proefstuk. Zoals veel politici en zakenmensen voor hem, was het eerste dat generaal Prayuth deed na het omverwerpen van een democratisch gekozen regering op 22 mei 2014, het laten doorgaan van een op animisme en spiritualisme gebaseerd ‘zuiveringsritueel’ om allerlei kwaad te bezweren. “Ondanks de uiterlijke moderne verschijning is het dagelijks leven in Thailand nog steeds prominent voorzien van pre-boeddhistische animistische overtuigingen”, constateerde Amy Sawitta Lefevre voor Reuters.

Peter Jackson van de Australian National University, die dit voorbeeld in zijn “Capitalism Magic Thailand. Modernity with enchantment” oprakelt, stelt dat sinds ongeveer 2000 deze praktijken niet alleen vaker voorkomen, maar ook als legitiem en mainstream worden beschouwd, vooral met de publieke steun van het leger, de conservatieve elite en de monarchie. Banken en grote bedrijven sponsoren de productie en distributie van amuletten, en bieden ze als relatiegeschenk aan.

We hebben zelf regelmatig kunnen vaststellen dat ze ook in veel Boeddhistische tempels verkocht worden, vooral in het noorden (Lamphun, Chiang Mai, Chiang Rai) en noord-oosten (Isarn) van het land.

De populaire abt Phra Kruba In-thon Panya Wutthano, van Wat San Pa Yang Luang in Lamphun, die vooral als waarzegger en astroloog geconsulteerd wordt, ontvangt enkel nog op spreekuren.

Amuletten worden aangeboden voor bedragen van 3 tot 100 Euro.

De hybridisering van het Thaise boeddhisme

De Thaise sociale wetenschapper Patchanee Malikhao komt in “Culture and Communication in Thailand” tot de conclusie dat vanuit historisch perspectief het Thaise boeddhisme een hybridisering is van animisme, Theravada-boeddhisme en brahmanisme. Massale verstedelijking en een steeds meer onderling verbonden wereld zorgen ervoor dat het animisme de 21e eeuw omarmt. De titel van het tweede hoofdstuk in Jackson’s boek luidt erg toepasselijk: “Boeddhist in het publiek, Animist thuis/privaat”.

Terwijl Thailand vier fasen van de mondialisering heeft doorgemaakt, van de archaïsche periode tot de proto-globalisering, de mondialisering en de hedendaagse mondialisering, zijn ook de Thaise boeddhistische overtuigingen en praktijken dienovereenkomstig aangepast.

Zij poogt antwoord te geven op volgende vragen:
1) Hoe de Sangha, of het boeddhistische ‘Vaticaan’ van Thailand, is beïnvloed sinds het onderdeel van de staat is geworden tijdens het bewind van koning Chulalongkorn (Rama V) van 1868 tot 1910;
(2) Hoe de economische en sociale ontwikkeling een impact heeft op het Thaise boeddhisme, vooral de animistische overtuigingen, sekten, hindoegoden en astrologie; en
(3) Hoe de Thaise massamedia en nieuwe sociale media hypes creëren over het boeddhisme, het animisme en de verdere commercialisering van het boeddhisme.

Welvaartscultussen

Peter Jackson neemt deze vragen mee in zijn onderzoek naar welvaartscultussen waarbij een reeks boeddhistische, hindoeïstische, Chinese en Thaise geesten en godheden centraal staan die sinds de jaren tachtig prominente kenmerken zijn geworden van het religieuze landschap in Thailand. Hoewel ze een verschillende oorsprong hebben, zijn deze culten geen geïsoleerde voorbeelden van rituele innovatie, maar vormen ze eerder een rijkelijk kruisend symbolisch complex dat nu centraal staat in het nationale religieuze leven, inclusief het monastieke boeddhisme. In het verleden keken mensen vooral naar goden, geesten en amuletten voor bescherming. Maar nu is het belangrijkste doel ‘welvaart’ en ‘rijkdom’.

Vanuit meerdere religieuze en culturele oorsprongen beschrijft Jacksonj de vele overeenkomsten tussen de cultussen van rijkdom, hun nauwe relatie met cultussen van amuletten en professionele ‘phi‘ (geesten) media, en traceert hij hoe deze welvaartscultussen elkaar symbolisch kruisen in een breed scala aan omgevingen en rituele producten.

Elke cultus heeft een eigen geschiedenis, heeft zich ontwikkeld rond een bepaalde goddelijke of magische figuur, kent zijn eigen vormen van rituele expressie en beschikt vaak ook over zijn eigen heiligdommen en gebeds- en bedevaartsoorden.

Er kunnen vier hoofdcategorieën van rijkdomcultus worden onderscheiden op basis van het type godheid of spirituele figuur waarop rituele toewijding zich richt: cultussen van Thaise koningen en andere koninklijke persoonlijkheden; cultussen van Chinese goden; cultussen van hindoegoden; en cultussen van magische monniken, zowel levend als dood, uit de Thaise Theravada-traditie. De cultus van de hindoegod Ganesh heeft zich bijvoorbeeld sinds de eeuwwisseling snel uitgebreid. Steeds meer in het wit geklede lekenasceten, reusi genaamd (van het Sanskriet rishi), bieden nu spiritueel advies voor rijkdom en welzijn aan.

Jackson richt zich volgens Chris Baker in The Bangkok Post op vier gebieden:
De eerste is de aanbidding van goden en historische figuren die formeel niet tot het boeddhisme behoren. In 1956 richtte het Erawan Hotel in Bangkok bijvoorbeeld het Brahma-heiligdom op dat door gelovigen werd omgebouwd tot een tweede stadspilaar voor de commerciële wijk, en al snel werd dit vergezeld door een heel pantheon van hindoegoden in andere winkelcomplexen.

In de jaren negentig werd het ruiterstandbeeld van koning Chulalongkorn het middelpunt van de dagelijkse aanbidding.

Kort daarna werd de Chinese Mahayana bodhisattva Kuan Im populair en begon haar beeltenis in boeddhistische tempels te verschijnen.

In Chiang Mai wordt Phra Nang Chamathewi vereerd, de eerste koningin van het Hariphunchai (Lanna) koninkrijk uit de 7de eeuw.

De tweede focus ligt op monniken die een reputatie hebben verworven voor bovennatuurlijke expertise als resultaat van hun ascetische levensstijl. Onder hen bevonden zich beroemde monniken uit het verleden, hedendaagse monniken met veelbelovende namen, zoals ‘geld’, ‘zilver’ of ‘Phra Multiply’ (vermenigvuldiging) Luang Phor Khoon, een lokale monnik uit het landelijke Korat die zijn volgelingen beloofde: “Ik zal je rijk maken.”

De derde focus ligt op amuletten, vaak geproduceerd door deze magische monniken. In de loop van de 20e eeuw verdrongen ze veel andere voorwerpen die werden gedragen, omdat ze handiger waren voor moderne kleding en levensstijl. Ze werden eerst gepopulariseerd onder politie en leger, maar breidden zich vervolgens uit tot een massamarkt.

De vierde focus ligt op geestenmediums, die contact opnemen met machtige figuren uit het verleden of uit de goddelijke wereld, om advies en hulp te geven.

Jackson suggereert dat deze explosie gedeeltelijk plaatsvond omdat de autoriteiten die toezicht hielden op het boeddhisme aan het einde van de 20e eeuw minder waakzaam werden, en omdat te vaak schandalen op seksueel en financieel vlak het imago van monniken beschadigd hadden.

De affiniteit tussen boeddhisme en kapitalisme

Bovendien heeft de ontwikkeling van de moderne economie, het consumentisme en vooral van de media de omgeving voor al deze praktijken totaal veranderd.

Bij het begin van de 21ste eeuw zijn deze zich blijven vermenigvuldigen en diversifiëren, waarbij ze zich in nieuwe vormen hebben verspreid en nieuwe volgers hebben gevonden in Thailand en in aangrenzende Oost- en Zuidoost-Aziatische landen.

De nadruk op het verbeteren van geluk en het verwerven van rijkdom is geen geheel nieuw kenmerk van de lokale Thaise religiositeit. De diverse welvaartscultussen vertegenwoordigen een hedendaagse, gecommodificeerde uitdrukking van al lang bestaande patronen van Theravada-devotionalisme. Jackson benadrukt dat er “een electieve affiniteit bestaat tussen het boeddhisme en de kapitalistische expansie” en dat “het Theravada-boeddhisme een positieve waardering van het najagen van rijkdom niet uitsluit, noch een positief verband uitsluit tussen het najagen van rijkdom en het nastreven van verlossing”.

Uit de resultaten van een onderzoek naar de Thaise waarden onder stedelingen en boeren blijkt dat bepaalde bijgelovige gedragingen zoals “waarzeggerij” en “geluksnummers” meer worden gepraktiseerd onder Bangkokianen dan onder de plattelandsbevolking. Er werd geen verschil vastgesteld wat educatie of opleidingsniveau betreft.

“Dit doet enige twijfel rijzen over de theorie dat er een negatieve correlatie bestaat tussen opleiding en bovennatuurlijk geloof en gedrag. Het is echter een dominant waardegedrag dat kenmerkend is voor de Thai. Bovendien is het een bekend feit dat een aantal zeer machtige mensen in Thailand hun persoonlijke welbekende waarzegger hebben”, stelt NIDA-onderzoekster Suntaree Komin.

In Thailand vormen deze nieuwe en steeds populairder wordende varianten van rituelen nu een symbolisch complex waarin oorspronkelijk verschillende sekten rond Indiase goden, Chinese goden en Thaise religieuze en koninklijke figuren zijn samengesmolten in commerciële ruimtes en mediasites om de markt en de welvaartsproductie te sacraliseren. Dit complex van cultussen van rijkdom, amuletten en spiritueel mediumschap, dat opkomt binnen de populaire cultuur, wordt ondersteund door alle niveaus van de Thaise samenleving, inclusief die aan de top van de economische en politieke macht.

Nieuwe digitale media en sociale netwerken zijn snel centrale kenmerken geworden van het zich uitbreidende veld van Thaise populaire rituelen en geloofsovertuigingen. Jackson concludeert daarom dat ‘moderne betovering’ ontstaat uit de samenloop van drie processen: de productie van occulte economieën door het neoliberale kapitalisme, de auratiserende effecten van technologieën van massamediatisering, en de performatieve kracht van rituelen op religieuze terreinen waar de praktijk/vorm voorrang heeft boven de doctrine/inhoud.

Referenties:
Peter A, Jackson (2022), Capitalism Magic Thailand. Modernity with Enchantment, ISEAS-Yusof Ishak Institute, Singapore, 381 pp.
ISBN: 978-981-4951-09-8
https://bookshop.iseas.edu.sg/publication/7784

Patchanee Malikhao (2017), Culture and Communication in Thailand, Springer, Singapore,
141pp.
ISBN:978-981-10-4123-5
https://link.springer.com/book/10.1007/978-981-10-4125-9

Print Friendly, PDF & Email
Visited 108 times, 1 visit(s) today
Over Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes is hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020), co-editor van de 'Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication' (2021), en van 'SDG18 Communication for All' (2023, 2 volumes).

×