De Cambodjaanse Rode Khmer voor de rechtbank: westerse hypocrisie kent ongekende hoogtes

In de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh is vorige maand februari eindelijk het proces van start gegaan tegen de beruchte Rode Khmer. Een politiek showproces dat vooral moet dienen om het Westerse geweten nog maar eens te sussen en te tonen hoezeer mensenrechten centraal staan in het beleid van de VN, de EU en de VS. Of de hypocrisie ten top gedreven.

Over de Rode Khmer en het moderne Cambodja is een ganse bibliotheek volgeschreven door een aantal degelijke wetenschappers en politieke specialisten met daarbij eminente namen als Raymond P. Chandler, Ben Kiernan, Milton Osborne, Serge Thion en ook de Belg Raoul Jennar. Hoeveel van de ongeveer 8 miljoen Cambodjanen die er in 1975 waren onder de Rode Khmer het leven lieten is niet geweten. Schattingen lopen veelal rond de 2 miljoen waarvan de meesten stierven door de ontberingen opgelegd door het bewind van die Rode Khmer.

Het was de meest extreme vorm van autarkie die de moderne geschiedenis ooit heeft gezien, beïnvloed als ze waren door de theorieën van de Egyptische econoom Samir Amin, het Maoïsme en de mentaliteit van de primitieve bergvolken waar Pol Pot en zijn groep in de jaren zestig naar toe waren gevlucht. Steden werden grotendeels ontvolkt, intellectuelen, behalve een hele kleine groep werden veelal fysiek uitgeschakeld en elk contact met de moderniteit als zelfs brilglazen of de kennis van vreemde talen werd verboden. Mensen moesten onder het extreem xenofobe bewind leven van wat het platteland hen te bieden had en in werkkampen zwoegen aan allerlei nooit gefunctioneerde irrigatieprojecten. Een enorme economische en sociale ramp.

Waarbij hun ultranationalisme ook zorgde voor militaire conflicten met Thailand en vooral Vietnam. Het zuiden van Vietnam, eeuwen voorheen ooit Cambodjaans, moest en zou veroverd worden op die ‘vuile’ Vietnamezen. Het gevolg was uitgemoorde Vietnamese grensdorpen. Pogingen in 1978 van Vietnam voor gesprekken met de Rode Khmer faalden wegens sabotage door Joegoslavië, China en de VS. Eind 1978 rolde Vietnam dan het regime maar op en kon het land langzaamaan beginnen te herademen. Een bevrijding die onmiddellijk gevolgd werd door een haatcampagne tegen Vietnam in de Westerse media.

Dit alles onder impuls van China, Thailand en het Westen dat onder de Amerikaanse president Jimmy Carter van de Rode Khmer een speerpunt maakte in hun strategie om Rusland via Vietnam te isoleren. Het gevolg was een voortdurende guerrilla en blokkade die het herstel van Cambodja jarenlang vertraagde en zorgde voor veel simpel te vermijden extra miserie. Alsof Cambodja nog niet genoeg had geleden. Een strategie zonder enig succes want uiteindelijk kwam Vietnam als grote overwinnaar uit het conflict te voorschijn.

Tien jaar lang echter stemde onder meer België in de Algemene Vergadering van de VN voor het behouden van de geloofsbrieven voor de ambassadeur van de Rode Khmer. En toen Leo Tindemans en Mark Eyskens minister van Buitenlandse Zaken waren werd de steun nog opgevoerd. Patrick Nothomb, toen ambassadeur in Bangkok, was zelfs een graag geziene gast bij de bondgenoten van de Rode Khmer. Ook Artsen zonder Grenzen, toen onder Bernard Kouchner, nu Frans minister van Buitenlandse Zaken, was hier actief aan de zijde van de Rode Khmer. Zo weigerde de NGO tot 1989 in het land zelf actief te zijn alhoewel de noden er nochtans enorm waren en het verarmde Vietnam niet de middelen had om te helpen. Artsen zonder Grenzen beperkte haar hulp bewust tot werken in de Thaise concentratiekampen van waaruit de Rode Khmer en hun bondgenoten actief waren. Daarbij nodigden zij regelmatig Belgische journalisten uit naar die kampen. Waar ze dan het verhaal van de Rode Khmer gegeven door de propagandisten van Artsen zonder Grenzen kregen opgelepeld. Wat daarna kritiekloos in onze media als zijnde waar werd gepubliceerd. Over de gruwelijke wantoestanden in die kampen echter geen woord. Dat bepaalde ‘vrijheidstrijders’ gekend waren als serieverkrachters werd stilletjes verzwegen. Ook het gebruik van kindsoldaten werd lekker onder de mat geveegd. Zelfs Amnesty International deed mee aan dit wel heel smerig spel. Zo verzweeg de organisatie jarenlang de wantoestanden in die kampen, zich beperkend tot de feiten onder het door de Vietnamezen geïnstalleerde bewind.

Toen de Sovjet-Unie in 1989 in elkaar klapte was het ook gedaan met de westerse ‘bevrijdingsstrijd’ rond Cambodja. Wel eiste de VN onder invloed van de EU en de VS dat de Rode Khmer in Cambodja via een coalitieregering mee aan de macht kwamen. Ook diende er een algemene amnestie gegeven te worden voor de Rode Khmer en hun bondgenoten.

Typerend voor de Westerse houding uit die periode is dat journalist Philippe Paquet in La Libre Belgique toen opriep om de Rode Khmer mee aan de macht te brengen in Phnom Penh. Ongetwijfeld zal de krant dit hun lezers nu niet in herinnering brengen bij de huidige berichtgeving over de zaak. De Westerse media zwijgen dan ook allen als de dood over de tien jaar lang durende steun van de EU, VN, VS en bepaalde NGO’s voor de Rode Khmer. Typerend was de Irish Times die op dinsdag 17 februari de rol van China besprak. Over de steun van de Ierse regering echter geen enkel woord. Wie zei daar weer dat er in het Westen geen perscensuur is?

En nu, na jarenlang ruziemaken tussen Cambodja en Westerse mogendheden en de VN kan eindelijk het proces tegen de Rode Khmer van start gaan. Deels met door de VS en de EU aangeduide magistraten, kwestie van toch gedeeltelijke controle te houden over de zaak. Er is immers met de VN afgesproken dat alleen de periode van 1975 tot 1979, toen Pol Pot & Co aan de macht waren, ter sprake mag komen. Komen dus niet ter sprake: De periode voor 1975 toen de VS het land plat bombardeerde en zo destabiliseerde en na 1979 toen de Rode Khmer gesteund werden door de VS. Zo is de adjunct-procureur van het tribunaal William Smith een Australiër, een land dat gekend is als een der trouwste bondgenoten van de VS. Ook in het dossier van de Rode Khmer en Cambodja.

Uiteraard zijn de Rode Khmer toplui die hier terechtstaan als Ieng Sary, zijn echtgenote Khieu Thirith, Khieu Samphan en Duch, baas van het folter- en executiecentrum Tuol Sleng schuldig aan de grootste misdaden mogelijk. Discussie over het al of niet misdadig karakter van hun daden is in wezen een nutteloos tijdverdrijf en hun proces werd trouwens al in 1979 onder het door de Vietnamezen geïnstalleerde bewind gevoerd. Dat was ook een politiek showproces maar dit is niet beter.

In Cambodja is er trouwens maar weinig belangstelling voor de zaak. Daar is dit alles reeds lang begraven en werkt men aan de toekomst. Het proces werkt in die zin vooral contraproductief: het heropent de grotendeels al geheelde wonden bij de oudere Cambodjanen die het gruwelbewind overleefden. “Er wordt over dat proces in de kranten hier wel bericht maar onde gewone Cambodjanen wordt die zaak amper of niet besproken. Ze zwijgen erover. In de scholen wordt die periode trouwens niet onderwezen en voor jonge Cambodjanen lijkt het wel alsof het nooit gebeurde. Een soort negationisme,” stelt een al jaren in een klein stadje in Cambodja levende en er getrouwd zijnde Belg. De paar overgebleven leiders van de Rode Khmer slijten al jaren als outcast in godvergeten plaatsen hun oude dag en zijn in die zin al zwaar gestraft. Wat de Cambodjanen nodig hebben is rust en vrede om die periode verder van zich af te schudden en zo beter te werken aan de toekomst.

In wezen is dit proces dan ook een zoveelste vorm van Westers kolonialisme dat Cambodja in het verleden al zoveel leed bezorgde. Het Westen wil een proces tegen de Rode Khmer en dus moet het er komen en liefst zoveel mogelijk onder Westerse controle. Kwestie er zeker van te zijn dat de Cambodjanen niet beginnen te zeuren over Thailand, China of de VS of dat de naam van bijvoorbeeld Henry Kissinger er niet valt. Had Kissinger de staatsgreep in 1970 van generaal Lon Nol tegen president en koning Norodom Sihanouk (*) niet gesteund dan was er nooit sprake geweest van de Rode Khmer. Wat de simpele Cambodjaan over die periode denkt zal het Westen worst wezen. Tonen dat het Westen de strijd voor de mensenrechten serieus neemt daar gaat het over. Op de kap van Cambodja.

Dat de mensen in bijvoorbeeld Gaza ondertussen moeten overleven tussen hun door Westerse bommen vernielde woningen komt hierbij niet ter sprake. Daar tellen geen mensenrechten.

(Uitpers, nr. 107, 10de jg., maart 2009)

Willy Van Damme schreef in 1980 het boek ‘De Cambodjanen als schietschijf’ over de geschiedenis van het land. Hij interviewde onder meer Premier Hun Sen en koning/president Norodom Sihanouk

* Norodom Sihanouk (1922) werd in 1941, in volle oorlog door de Franse Vichyregering als koning op de Cambodjaanse troon gezet vooral om reden dat hij een losbol was die interesse had voor Franse cultuur. Later liet hij zich benoemen tot president en regeerde van 1953 tot 1970 als een dictator over het land. Tot 1953 was het een Franse kolonie. Van 1975 tot 1979 was hij de gevangene van de Rode Khmer. Na zijn terugkeer uit ballingschap in 1989 regeerde hij vanaf 1993 opnieuw als koning zonder echter enige reële macht. Hij nam ontslag als koning op 6 oktober 2004 ten voordele van Norodom Sihamoni, zoon van zijn zesde vrouw Monique Izzi met wie hij in 1953 huwde. Hij verblijft momenteel vooral in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang. Noord Korea is een van de paar landen die onder de Rode Khmer handelsbetrekkingen had met Cambodja.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 47 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook