De Boeddha en de marionetten

Joop Verstraten. De Boeddha en de marionetten, Een reis door het hart van Myanmar/Birma. Uitgeverij IJzer, Utrecht, 2006, 242 blz. ISBN 90-74328-99-7

Wat weten wij in het Westen over Myanmar? Bitter weinig. Misschien dat Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi er leeft en vleugellam is gemaakt door de militairen. Misschien dat het land ooit Birma heette en nog steeds in het Westen zo genoemd wordt in plaats van Myanmar, zoals de officiële naam van de socialistisch gerunde dictatuur sinds 1989 is.

Wat gebeurt (de) er in dat Zuidoost-Aziatische land dat meer dan 20 keer groter is dan België en waar ongeveer 50 miljoen mensen wonen van meer dan honderd verschillende etnieën, die voor meer dan 90 procent praktiserend theravada boeddhisten zijn? Wat bij de grote volksopstand in 1988 waarbij de partij van Aung San Suu Kyi een eclatante verkiezingsoverwinning behaalde, maar uiteindelijk in de gevangenissen van de junta belandde?

De Nederlander Joop Verstraten (1944), die een reis maakte door het hart van Myanmar/Birma, probeert een genuanceerd antwoord te geven op die vragen. Volgens de auteur kan de weerstand om de nieuwe naam over te nemen grotendeels verklaard worden door de weerstand tegen het militaire regime dat daar al sinds 1962 de scepter zwaait. In 1989 werd door het regime als belangrijkste reden voor de naamwijziging opgegeven dat daarmee de indruk moest worden weggenomen dat het alleen maar door etnische Birmanen zou worden bewoond.

Voor de bewoners van het land liggen de zaken anders. Volgens Verstraten verfoeien ze niet alleen de boycot die sinds 1995 tegen Myanmar bestaat, maar ook het sprookjesachtig beeld van een simpel ‘goed-en-kwaad’ waarbij het kwaad verdreven kan worden met de toverstaf van de economische sancties, en waarbij ‘het volk’ en ‘het verzet’ worden gesymboliseerd in de persoon van Aung San Suu Kyi. “Vanuit dit westers perspectief is zij een icoon geworden, en zij heeft, of ze die positie nu ambieerde of niet, een monopolie verworven. Zij spreekt dan namens iedereen. Birmanen, Birmezen, het verzet, het volk.” (p. 192)

Om een en ander voor Verstraten duidelijk te maken vergelijkt een redacteur van de Myanmar Times Ko Po Lwin Nyanmar met de toestand in ex-Joegoslavië. “In het midden van wat nu Myanmar heet, woonden de Birmanen, zoals in Joegoslavië het grootste deel van het land werd bewoond door Serven. Daaromheen woonden de Kroaten, de Slovenen, de Moslims van Bosnië, de Montenegrijnen, enz. Ook hier woonden er allerlei andere volkeren: Karen, en Mon, en Shan en nog veel meer. En iedereen vocht op zijn tijd met iedereen. Totdat van buitenaf opeens werd besloten dat al die Balkanvolkeren binnen een en hetzelfde land met scherp vastgelegde grenzen kwamen te wonen. Zo bepaalden de Britten in 1885 dat al die volkeren, van de Himalaya tot het Maleisische schiereiland, inwoners van de provincie Birma waren – of nog preciezer: van de provincie Birma van de Britse kolonie India. Alsof daarmee de eeuwenoude etnische spanningen tussen de Birmanen en die andere volkeren vanzelf zouden verdwijnen.” (p. 34)

Verstraten is zeer duidelijk: hij verfoeit evenzeer het militaire regime, maar hij ergert zich eveneens aan de ongenuanceerde manier waarover in het Westen over dit land wordt gesproken. In zijn goed onderbouwd verhaal sloopt hij dan ook deskundig een aantal mythes die bij ons een hardnekkig leven blijven leiden. “Met retoucheringstechnieken, weglatingen en verdraaiingen wordt de geschiedenis teruggebracht tot een tweedimensionale wereld, een decor van bordkarton.” (p. 159)

Dat het boeddhisme – of althans de toepassing ervan – niet altijd uitblinkt in mededogen en vredelievendheid, illustreert hij overvloedig met wel zeer krasse voorbeelden uit de geschiedenis van die zwaar geteisterde regio. Zo is een goed boeddhistisch gebod dat je geen levende wezens mag doden. Dat wisten ook de nieuwe Birmaanse koningen die mogelijke concurrenten, vooral broers, neven, ooms en zonden van andere echtgenotes, zonder zichtbaar bloedvergieten te doden. Een veel gebruikte methode was daarom het slachtoffer in een roodfluwelen doek te wikkelen en vervolgens dood te knuppelen.

De vader van Aung San Suu Kyi is een nationale held. Niet alleen voor zijn dochter, maar ook voor het militaire regime. De auteur doet echter een onfris verhaal uit de doeken over vader Aung Sang die ooit de eerste secretaris-generaal was van de Birmese communistische partij. Hij vertrok naar China om Mao ter hulp te roepen tegen de Britten. Niemand weet echter of hij ooit in China aankwam. In elke geval dook hij weer op aan de zijde van het fascistische Japanse leger om Birma te bevrijden en werd hij minister van defensie in een door de Japanners geïnstalleerde marionettenregering. In die tijd schreef hij puur fascistische taal waarop hij nooit is terug gekomen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de krijgskansen gekeerd waren, wierp hij zich op als leider van het verzet en ging met de Britten aan de onderhandelingstafel zitten om de onafhankelijkheid van Birma voor te bereiden.

Ook Aung San Suu Kyi komt niet ongeschonden uit de kritische analyse van Verstraten. Hij omschrijft haar als een harde tante, een fundi, die zeer on-Aziatisch te werk gaat. Voor haar moet er vooral democratie komen, maar Verstraten verwijt Aung San Suu Kyi dat ze helemaal geen aanstalten maakt om het eeuwenoude etnische probleem dat de regio al eeuwen verscheurt, aan te pakken.

Ook van het beeld van die frisse democratie die na een veel te korte periode van onafhankelijkheid in de houdgreep van de militairen kwam, laat hij geen spaander heel. Tussen 1948 en 1962 liep het etnisch allemaal goed fout in het lappendekenland dat door de Birmanen beheerst bleef. Ook over het socialistische karakter van de militaire junta is Verstraten erg cynisch. “Het bewind van Ne Win tooide zich in een socialistisch jasje en trof daarbij passende maatregelen, zoals de nationalisatie van bijvoorbeeld de bankbedrijven maar er werden ook veranderingen doorgevoerd die meer met afkeer van buitenlanders dan met socialisme te maken hadden.” (p. 191)

In Myanmar is er nauwelijks toerisme, niet meer dan 200.000 per jaar. Van elke drie buitenlanders is er nu nog maar één afkomstig uit het Westen en vooral Amerikanen en Engelsen zijn niet meer in Myanmar te bekennen. In 1995 gaf Aung San Kuu Kyi zelf de oproep om haar land toeristisch en economisch te boycotten. De VS gaven daar als eerste gevolgd aan, maar werden al snel gevolgd door andere westerse landen. Uit zijn vele gesprekken blijkt dat heel wat gewone mensen dat helemaal geen goede zaak vinden. Een Birmees die als roepnaam ‘Mister Henry’ draagt zegt hem: “Al die kleine hotels, restaurants, souvenirswinkels, dat zijn allemaal kleine mensen die door de boycot worden getroffen. Het is niet de junta die hier last van heeft; de militairen beschikken over voldoende andere bronnen van inkomen.” (p. 86).

Zelfs Ma Thanegi, oppositievoerster van het eerste uur die al jaren in de gevangenis zit, is het oneens met de strategie van Aung San Suu Kyi. Gewone mensen zijn er volgens haar werkloos door geworden en in de prostitutie terechtgekomen. Zij noemt de boycot ‘economisch terrorisme’ en Aung San Suu Kyi een icoon van het Westen.

Ook de VS krijgen flinke vegen uit de pan van Joop Verstraten. In het zeer gedreven hoofdstuk “De wonderbaarlijke opiumvermenigvuldiging” wijst de auteur op de onfrisse praktijken van de CIA om het verslagen Kuo Min Tang leger van Chiang Kai-Shek dat naar Birma was gevlucht te ondersteunen om de regering van de jonge staat Birma omver te werpen. Dat gebeurde in 1952 en het bracht de Amerikaanse regering wel in ernstige verlegenheid binnen de Verenigde Naties. Ook in het hoofdstuk “Strange bedfellows” hekelt hij de VS ‘die overal militaire dictators in het zadel hebben geholpen en nu goede sier maken als hoeder van de mensenrechten’.

“De boeddha en de marionetten” is een merkwaardig boek van een al even merkwaardig auteur, die op een eigenzinnige manier een reis onderneemt naar het hart van Myanmar en daarover op een geëngageerde manier verslag uitbrengt. Het is een controversiële, maar zeer goed gedocumenteerde beschrijving van een land dat amper in the picture komt en als het dan al gebeurt is het vaak niet meer dan met een oppervlakkig Amerikaans verhaal. Wie bij de ondertitel “een reis door het hart van Myanmar/Birma een vlot geschreven reisverhaal verwacht, zal bedrogen uitkomen. De auteur hecht meer belang aan de context dan aan zijn eigen reisavonturen. De ik-persoon is aanwezig maar overheerst niet. Het hart waarover hij het in de ondertitel heeft, vindt hij niet alleen in de veelvuldige gesprekken met de mensen daar, maar ook in de vele historische en andere werken waaruit hij uitvoerig put bij de beschrijving van het ‘historische hart’ van dit ex-Joegoslavië in Zuidoost-Azië. Een aanrader, zeker ook voor mensen in de sector van het verantwoord reizen, die in dit boek zeker argumenten zullen vinden om reizen naar Birma al dan niet uit de boycotsfeer te halen.

(Uitpers, nr. 81, 8ste jg., december 2006)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=434701&refsource=uitp

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).