De beweging voor boycot, desinvestering en sancties tegen Israël groeit

De laatste maanden heeft de BDS-beweging (Boycot, Desinvesteringen en Sancties) de wind in de zeilen. De brutale aanval op Gaza tijdens de afgelopen jaarwissel heeft daar een enorme rol in gespeeld. Daarnaast is er de grote medeplichtigheid van tal van westerse landen die door hun passiviteit of door hun actieve bijdrage aan de Israëlische bezettingspolitiek een protestbeweging op gang hebben gebracht waarbinnen burgers en groepen hun verantwoordelijkheid proberen op te nemen als consument, bedrijf of activist.

Dat neemt verschillende vormen aan. Activisten stellen zich op aan warenhuizen om bezoekers er toe aan te zetten geen Israëlische producten meer te kopen of nemen boudweg alle geviseerde producten uit de rekken en leggen dat vast op film die via internet wordt verspreid. Talrijk ook zijn de campagnes die bedrijven viseren die produceren of investeren in de bezette gebieden. In België vindt de campagne tegen de kredieten die Dexia verstrekt aan – internationaal rechterlijk illegale – joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever veel weerklank. Het Franse Veolia, het vroegere Companie Generale des Eaux (CDE), is het mikpunt van diverse boycotacties omdat de multinational een leidende partner is in CityPass Consortium dat een tramnetwerk bouwt die de illegale joodse nederzettingen in Oost-Jeruzalem moet verbinden met Israël. Luas, een dochter van Veolia en de uitbater van het spoorwegnetwerk in Dublin, zag zich onder druk van de lokale vakbond verplicht om een contract voor opleiding van bestuurders en ingenieurs voor dit tramlijnnetwerk in Jeruzalem voortijdig te annuleren. ANS, een Nederlandse bank, verbrak om dezelfde reden haar financiële relaties met Veolia. De BDS-campagne begint ook ingang te vinden in de politieke wereld. De relaties tussen Israël en Noorwegen kregen een behoorlijke deuk, nadat de Noorse minister van Financiën aankondigde dat zijn land had beslist om te desinvesteren van Elbit Systems. Reden is de betrokkenheid van het bedrijf bij de bouw van de Israëlische afscheidingsmuur in de Westelijke Jordaanoever door de levering van de nodige technologie. De beslissing was een gevolg van een advies van de Ethische Commissie wiens rol het is om te verzekeren dat overzeese regeringsinvesteringen in regel zijn met de ethische code van het land. De minister zei daarop dat zijn land geen berdijf wil financieren dat inbreuken pleegt op het internationaal humanitair recht.(1)

Oproep van Palestijnse civiele samenleving

Op 9 juli, exact een jaar nadat het Internationaal Gerechtshof in een adviserende opinie stelde dat de muur en de joodse nederzettingen gebouwd in Palestijns gebied illegaal zijn, riepen 170 Palestijnse organisaties op tot het bocyotten, desinvesteren en sancties (BDS) gericht tegen Israëlische instellingen. Met de oproep beogen de Palestijnse organisaties de politieke, militaire en economische steun aan de Israëlische bezetting en de inbreuken tegen het internationaal recht af te blokken. De BDS is een geweldloze strategie om de Palestijnse rechten af te dwingen, geïnspireerd op de succesvolle campagnes tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Een boycot kan niet alleen zorgen voor grotere internationale druk op het Israëlische bezettingsregime, maar heeft ook een enorm potentieel om de publieke opinie te beïnvloeden, tewijl het uitdrukking geeft aan de solidariteit met de Palestijnse strijd voor hun rechten.

De BDS-campagne is zeer divers en beslaat een heel palet aan actiemiddelen. Een belangrijk onderdeel van de boycotcampagne richt zich op de academische en culturele wereld. De academische boycot wil Israëlische universiteiten en onderzoekscentra isoleren om hen er toe te bewegen de passieve of actieve medewerking aan de bezettingspolitiek stop te zetten. Op diverse niveaus is de academische wereld medeplichtig aan de Israëlische koloniale en racistische politiek tegen het Palestijnse volk. Universiteiten en onderzoekscentra maken er geen probleem van om nauw samen te werken met het militair-industrieel complex. Zo verlenen academische instellingen hun diensten op vlak van strategische analyse en ondersteunen ze onderzoek voor de ontwikkeling van wapentechnologie. Academici zoals professor Arnon Sofer van de Haifa Universiteit, bekend van zijn stelling dat de Palestijnen een demografische bedreiging vormen voor de zionistische staat zorgen voor de ideologische onderbouw van een geïnstitutionaliseerd Apartheidsregime. Sofer wordt gezien als een van de ideologen voor de totale afscheiding van Palestijnen en Israëli’s en de politiek in Gaza. In een interview met de Jeruzalem Post (24 mei 2004) zei professor Sofer: “Als we niet doden, dan houden we op te bestaan… unilaterale afscheiding garandeert geen ‘vrede’, maar wel een Zionistisch-Joodse staat met een overweldigende meerderheid van joden….”. Terwijl critici van de Israëlische repressiepolitiek tegen de Palestijnen het leven aan de universiteiten zuur wordt gemaakt, ondervinden deze racistische ideologen weinig weerwerk van hun collega’s uit de academische wereld. Illustrerend is het geval van de Israëlische professor Neve Gordon, toen deze een opiniestuk publiceerde in de Los Angeles Times (20/08/2009) waarin hij zijn besluit bekend maakt om de BDS-beweging tegen Israël te steunen. Meteen vroegen verschillende leden van de Knesset om zijn ontslag. In plaats van Gordon te verdedigen in naam van de academische vrijheid, reageerde de voorzitster van de universiteit in Beersheva, waar hij zijn leerstoel heeft, met de woorden: “Academici die zo haatdragend zijn ten aanzien van hun land zijn uitgenodigd om een andere profesionele en persoonlijke thuis te overwegen”.(2)

Gordon zegt dat hij het niet gemakkelijk vindt om als Israëlische burger de BDS te steunen, maar aldus de academicus, hij wil niet dat zijn kinderen en die van zijn Palestijnse buren opgroeien in een Apartheidsregime: “Ik ben er van overtuigd dat buitenlandse druk het enige antwoord is. Gedurende de laatste drie decennia is het aantal joodse kolonisten in de bezette gebieden dramatische toegenomen. De mythe van een verenigd Jeruzalem heeft geleid tot de creatie van een Apartheidsstad waar Palestijnen geen burgers zijn en de meest elementaire basisdiensten ontberen. Het Israëlische vredeskamp is geleidelijk aan in rook opgegaan zodat ze vandaag bijna onbestaande is en de Israëlische politiek schuift meer en meer naar extreemrechts (…) De woorden en veroordelingen van de regering Obama en de Europese Unie hebben tot geen enkel resultaat geleid, zelfs niet tot het bevriezen van de nederzettingen, laat staan een beslissing om terug te trekken uit de bezette gebieden. Ik heb daarom beslist om de BDS beweging te steunen die in juli 2005 is gelanceerd door Palestijnse activisten en sindsdien wereldwijd wordt gesteund. Het doel is om te verzekeren dat Israël zijn internationaalrechterlijke verplichtingen nakomt en dat Palestijnen het recht krijgen op zelfbeschikking.”

Controverse

De tegenstanders van de boycot en niet in het minst de zionistische lobby namen de BDS beweging meteen van bij de start zwaar onder vuur met het klassieke arsenaal aan verwijten. Het meest gehoord is dat de BDS aanhangers antisemieten zijn. Een Brits-zionistische website met het misleidende url-adres http://boycottisrael.org.uk zegt dat de haat tegen joden nu geëtiketteerd wordt als ‘boycot Israël’. Het argument dat daarvoor van stal wordt gehaald: Israël boycotten en de ogen sluiten voor de mensrechtenschendingen in de Arabische landen, kan alleen maar ingegeven zijn vanuit antisemitische beweegredenen. In een reactie op de beslissing dit jaar van de Schotse ‘Trade Union Congress’ om de boycot tegen Israël te steunen, staat het volgende op de website te lezen: “Misschien dragen ze hun kilts voor hun ogen en negeren ze de Arabische mensenrechtenschendingen omdat het jobs zou kunnen kosten. Wij geloven dat er een andere reden moet zijn waarom Israël is uitverkoren. Inderdaad het heeft te maken met antisemitisme en niets meer.” En in een duidelijke verwijzing naar de Nazi-genocide spreken de auteurs over ‘Stormtroopers van onze tijd’. Toen het Noorse Provinciaal Parlement van Son-Trondelag eind 2005 een resolutie goedkeurde om Israëlische producten te boycotten met een verbod voor gemeentes van de provincie om Israëlische producten aan te kopen of te verkopen, reageerde het Simon Wiesenthal Centrum bijna hysterisch door dit een “handeling van antisemitisme” te noemen “in de geest van Hitlers ‘Koop niet bij de joden’-campagne”. Twee jaar eerder had het Wiesenthal Centrum met succes stokken in de wielen gestoken van een breed opgezette campagne van derdewereld- en vredesorganisaties (verzameld in het Actieplatform Palestina – APP) die liep onder de slogan “Israëlisch fruit smaakt bitter. Zeg neen tegen de bezetting van Palestina. Koop geen groenten en fruit in Israël”. De campagne werd eveneens vergeleken met de Nazi-campagne uit de jaren dertig. Het Centrum deed dit middels een massale briefschrijfactie naar Oxfam in de Verenigde Staten, waardoor de interne druk op Oxfam België te groot werd en deze zich verolgens verplicht zag aldus uit deze succesvolle campagne terug te trekken. Het enthousiasme voor de campagne bij enkele andere vooral grotere partners van het APP, die rekening moeten houden met hun internationale netwerken en een smet vreesden op hun imago met gevolgen voor de fondsenwerving, werd er heel wat minder op. Het APP maakte er uiteindelijk een einde aan, terwijl ze internationaal nog maar op gang moest komen. Kleinere organisaties en tal van activisten hebben inmiddels de boycotcampagne zelf in handen genomen die sinds de winteroorlog in Gaza een nieuwe impuls lijkt te hebben gekregen.

Antwoorden op de kritiek van, het antisemitisme

Zionistische organisaties maken veelvuldig gebruik van het discours dat de boycot gelijkstelt aan antisemitisme en ‘bewijzen’ dat door te verwijzen naar andere landen met veel zwaardere mensenrechtenschendingen die desondanks niet geviseerd worden. Het gaat hier om een gemakkelijke, maar misplaatste instrumentalisering van de Europese genocide tegen de joden in een poging om intellectueel te intimideren. Het zijn immers niet de joden die worden geviseerd, maar de praktijken van een koloniale macht die zich boven het internationaal recht waant.

Hiervan klopt alleen dat Israël wel degelijk een uitzonderlijke status heeft, zij het dan niet omdat het een staat is met een meerderheid joden die juist daarom door een internationale campgane wordt geviseerd. Het uitzonderingsstatuut is van een geheel andere orde, namelijk het feit dat een land met een record aantal overtredingen van internationale resoluties, onderdrukking, bezetting, discriminatie van de Arabisch/palestijnse burgers in de als ‘joods’ gedefinieerde staat’, mensenrechtenschendingen tot zelfs oorlogsmisdaden en inbreuken op het internationaal humanitair recht (zoals omstandig aangetoond in het Goldstone-rapport) desondanks kan rekenen op uitstekende politieke en militaire betrekkingen met tal van westerse ‘democratieën. Dat kan niet meteen gezegd worden van landen als Soedan, Iran en andere pariastaten tegen dewelke minstens toch al diplomatieke maatregelen worden genomen of die in de media publiekelijk de mantel wordt uitgeveegd door politiek verantwoordelijken. In het geval van Israël loopt het anders. Voorbeelden genoeg. Drie maanden na de Libanon-oorlog kon Israël als eerste land een individueel samenwerkingsakkoord sluiten met de NAVO. Of: de VS storten elk jaar bijna 3 miljard dollar aan militaire steun op de rekening van deze bezettingsmacht. De EU ziet dan weer geen graten in samenwerking op vlak van onderzoek en technologie en de meeste lidstaten verstrekken probleemloos vergunningen voor wapenexport. Het is dit fenomeen van verregaande steun en onverantwoord gedrag van politieke leiders van datzelfde democratische Westen dat Israël extra-gevoelig en ontvankelijk maakt voor een boycotcampagne. Een andere belangrijk element in de BDS is dat het om een campagne gaat die vanuit de Palestijnse samenleving zelf komt. Analoog met het plaatselijke verzet tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidssysteem gaat het om een oproep van een zeer breed platform van Palestijnse organisaties, wetende dat de Palestijnen zelf mee het slachtoffer zijn van de boycot als gevolg van hun enorme afhankelijkheid van de Israëlische economie en handel.

Strafmaatregelen zijn contraproductief en overtuigen geen Israëli’s

Verschillende opeenvolgende jaren overhandigde het Actieplatform Palestina een memorandum aan de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, met daarin de boodschap om meer druk te zetten op Israël zoals het opschorten van het Associatie-akkoord tussen de Europese Unie en Israël (wat deze laatste een voordelige marktoegang bezorgt) of het opleggen van een wapenembargo. Steevast luidt het antwoord dat deze maateregelen contraproductief zullen werken en de deur zullen sluiten voor de stille diplomatie. In Europa gaan sommigen zo ver door juist het ‘open-houden-van-de-deur-argument’ te gebruiken om zelfs een opwaardering van het EU-Israëlisch Associatie-akkoord, waartoe de Europese ministers in december 2008 effectief besloten, te verantwoorden. Wat heeft deze ‘goodwill’-diplomatie opgeleverd: een versnelde uitbreiding van de joodse nederzettingen in Palestijns gebied, een brutale oorlog en een nog immer gehandhaafd moordend embargo tegen de inwoners van Gaza, m.a.w. een grote uitgestoken middelvinger tegen het internationaal recht. Zoals Naomi Klein in haar pleidooi voor steun aan de BDS schreef: ‘when carrots don’t work, sticks are needed’.

We raken de Israëlische vredesbeweging

Op de website van de Amerikaanse afdeling van de links-zionistische Meretz-partij staat dat de campagne zwaar focust op een culturele en academische boycot. “Door dat te doen draait het uit op het viseren van twee groepen – academici en literataire wereld – binnen dewelke de oppositie tegen de bezetting het wijdst verspreid is.”(3) Worden onder meer genoemd: David Grossman en Amos Oz, twee vooraanstaande linkse zionisten met het etiket ‘vredesactivist’, die in werkelijkheid weinig geïnteresseerd zijn in het verdedigen van de Palestijnse rechten, dan wel een strijd voeren tegen de ondergang van de ‘zionistische democratie’, twee termen die elkaar uitsluiten. Immers, Israël kan geen joodse staat zijn en tegelijk een democratie als twintig procent van de Israëlische burgers Palestijn is. Net om die reden zijn partijen als Meretz en organisaties als Peace Now tegen de uitvoering van VN-resolutie 194, zijnde de terugkeer van Palestijnen die tijdens de Naqba (‘catastrofe’) van 1947-49 grotendeels uit hun huizen zijn verjaagd en sindsdien niet meer terugmogen naar hun grond.

Er is evenwel een andere vredesbeweging in Israël, (nog) klein maar zeer actief. Die is er zelfs ingeslaagd om de BDS-beweging ook in Israël te doen groeien. In een antwoord op een standpunt tegen de BDS van de prominente vredesactivist Uri Avnery schrijft Michel Warshawski van het Alternative Information Center in Jeruzalem: “Geen enkele Israëli die beweert de nationale rechten van de Palestijnen te steunen kan zijn rug keren naar deze campagne. Na jaren te hebben beweerd dat de ‘gewapende strijd niet de weg is’, zou het onfatsoenlijk zijn dat deze strategie door diezelfde Israëlische activisten in diskrediet wordt gebracht. Integendeel, we moeten allemaal samen de ‘boycot van binnenuit’ vervoegen om te zorgen voor Israëlische steun aan het Palestijnse initiatief.”(4)

Warshawski pareert meteen het verwijt dat de BDS niet dialoog- en verzoeningsgericht, zelfs agressief zou zijn. BDS is een geweldloze campagne, voor sommigen als complementair aan de gewapende strijd, voor anderen zelfs als een alternatief daarvan. De slogan, ‘Koop geen producten van de bezetting’, is een oproep aan de consument tot een politiek, morele daad, een variant op het streven naar eerlijke handel, net zoals je geen producten wilt kopen die in embarmelijke arbeidsomstandigheden zijn gemaakt. Op het ogenblik dat Gaza strafgfeloos aan een compleet embargo is onderworpen, gaat het om een van de weinige, effectieve instrumenten waarover de burger beschikt. BDS verhoogt ook de dialoog, ze verwerpt ze niet. Toen Naomi Klein besloot om bij de uitgave van haar boek ‘The Shock Doctrine’ in Israël, de bocyot-strategie te respecteren, moest ze daarvoor op tientallen telefoons en emails reageren. Dat is net zoals de activist aan de deur van een filiaal van een winkelketen, die verplicht is om met de bezoekers ervan te communiceren om uit te leggen waarom de boycot van Israëlische producten een goede zaak is. Naomi Klein: “Van zodra je start met de toepassing van een boycotstrategie, stijgt de dialoog in hoge mate. Het opbouwen van een beweging vergt eindeloze communicatie, zoals velen van de anti-Apartheidsstrijd zich nog zullen herinneren”.(5)

Noten

(1) Norway cuts ties with Elbit Systems. Reuters, 9 maart 2009

(2) Carey, Roane. Boycott Israel? In: The Nation, 24 augustus 2009

(3) The Boycott Israel campaign: A pro-Israel pro-peace perspective (http://www.meretzusa.org/the-boycott-israel-campaign-a-pro-israel-pro-peace-perspective)

(4) Warschawski, Michel. Yes to Boycott, Divestment and Sanctions (BDS) Against Israel: An Answer to Uri Avnery. 9 oktober 2009 (http://www.alternativenews.org/blogs/michael-warschawski.html)

(5) Klein, Naomi. Israel: Boycxott, Divest, Sanction. In: The Nation, 9 januari 2009

(Uitpers, nr. 114, 11de jg., november 2009)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook