De beschavingsindustrie en de white man’s Burden

Ico Maly publiceerde onlangs een nieuw boek: De beschavingsmachine – Wij en de islam. Een brandend actueel onderwerp gezien de hoge toppen scherende islamofobie. Lucas Catherine las het boek. Hij beval Uitpers de publicatie van de laatste bladzijde aan – en die volgen hier (nvdr).

‘Die islam’ is niet meer weg te denken uit het gemediatiseerde debat. De hunker naar een monoculturele wereld, een zonder die demonische godsdienst, is alomtegenwoordig. Was het in de jaren 90 nog racistisch om onze eigen superioriteit te bejubelen en ‘de Ander’ als achterlijk te bestempelen, dan is dat vandaag normaal geworden. Meer nog, lijkt het een rationele, linkse en correcte analyse. De cultuur van ‘de Ander’ is een bedreiging en daarom moet ‘die Ander’ ingeburgerd (lees: beschaafd) worden. ‘Zij’ moeten onze waarden en normen aanleren en accepteren. ‘Zij’ moeten worden als ‘ons’. Enkel op die manier kan de bedreiging gestopt worden, raakt het monoculturele karakter van ‘onze samenleving’ hersteld, en verdwijnen alle samenlevingsproblemen. De media hebben dit culturendiscours massaal laten circuleren, waarmee ze bijdroegen aan het draagvlak van de nieuwe beschavingsmachine. Een nieuwe white man’s burden is opgestaan.

De val van de Berlijnse Muur zorgde dus niet alleen voor een nieuw wereldbeeld, maar ook voor een nieuwe strijd om de wereldmacht. Het lineaire evolutiemodel van Fukuyama zorgde voor het herontdekken van ‘onze superioriteit’. Die vermeende superioriteit gaf het Westen de opdracht, zelfs de plicht, om ‘de Ander’ te ‘verlichten’. Die white man’s burden duikt op internationaal niveau voor de eerste maal op in de retoriek van Bush Sr., naar aanleiding van de oorlog tegen Irak. Deze oorlog werd verkocht als een strijd voor democratie en vrijheid. ‘Democratiepromotie’ werd de eufemistische benaming voor allerhande militaire operaties om ‘hen’ uit de donkere middeleeuwen te halen. Zo werden na de aanslagen van 9/11 ook de oorlogen in Afghanistan en Irak verkocht. Die in Irak heeft dan in de eerste plaats te maken met onze zorg voor democratie en vrijheid. Het zou een oorlog voor de vrede zijn, voor de beschaving. Winstbejag, de strijd om macht in de wereld en de economie staan echter centraal in de beschavingsindustrie. Van beschaven en democratie komt in de praktijk niet veel in huis. Het boek De shockdoctrine van Naomi Klein beschrijft haarfijn de evolutie in Irak onder de bezetter. Daaruit blijkt dat de eerste zorg van de bezettingsmacht het invoeren van een vrije markt was en het openen van grenzen voor Amerikaanse bedrijven. Kortom, de constructie van een wildwestkapitalisme stond centraal, niet de promotie van democratie. De Amerikanen droomden zelfs luidop van de opening van een McDonald’s in Bagdad, en de financiering van een luxueus Starwood Hotel was nagenoeg rond. GM had dan weer plannen om er een autofabriek te bouwen. Allerlei multinationals zagen de Irakese kassa al rinkelen.

De VS zetten een ganse bezettingseconomie op waarbij bedrijven als Halliburton, Bechtel en Parsons immense bedragen kregen voor de heropbouw van Irak. De rest van de Irakese economie bleef links liggen. Het personeel vloog over uit de VS of uit andere landen, maar de Irakezen zelf kregen geen werk. Cement werd ingevlogen uit het buitenland aan een veelvoud van de productieprijs in Irak. De geldpot voor de wederopbouw van Irak vloeide bijna integraal naar Amerikaanse bedrijven. Zo ontstond een gigantisch lucratieve bezettingseconomie, gefinancierd door de belastingbetaler en door de olievoorraden van Irak.

En de democratische drijfveren? Steevast borgen de VS hun ‘democratische plannen’ op als ze in conflict dreigden te komen met hun economische plannen. Een duidelijk voorbeeld waren de met luide trom aangekondigde verkiezingen in Irak. Bremer(1)laste ze eind juni 2003 af nadat bleek uit een enquête dat de Irakezen massaal zouden kiezen voor partijen die een economisch nationalisme voorstonden. Maar daar blijft het niet bij:

‘In zijn [Bremer, nvda] eerste zes maanden in functie had hij een grondwetgevende vergadering geschrapt, haalde hij een streep door het idee om de Irakezen zelf de opstellers van hun grondwet te laten kiezen, annuleerde en schrapte hij tientallen lokale en provinciale verkiezingen en bedwong hij ten slotte het beest van de landelijke verkiezingen – niet echt de daden van een idealistische democraat.’(2)

Dat zijn helaas niet de enige voorbeelden waaruit blijkt dat de democratie van ondergeschikt belang was. De VS mogen er dan wel prat op gaan dat zij de emanatie zijn van de mensenrechten en de vrijheid en de democratische rechtsstaat, in Irak gingen ze alvast op geheel andere manier te werk. Mensenrechten? De Conventie van Genève? Allemaal niet belangrijk meer. Naar goede Saddam-traditie werd martelen terug de norm in Irak. Het mag duidelijk zijn dat de beschavingsmachine helemaal geen democratie wilde stichten in Irak, maar economische en geopolitieke doelstellingen nastreefde. Het ging om olie, geld en macht, niet over idealistische dromen van democratie en vrijheid.

De beschavingsmachine in Vlaanderen

Ondertussen leeft de overtuiging dat ‘wij’ het goede doen, dat ‘wij’ hen leiden naar het verlichte pad van de democratie, de vrijheid en de mensenrechten. Het discours dat die ‘beschavingsmachine’ moest voorzien van een draagvlak is ongemeen efficiënt gebleken. Zo efficiënt dat het constant gereproduceerd wordt. Een centraal geleide propagandamachine is zelfs overbodig. De door concurrentie geobsedeerde media laten het verhaal circuleren zodat het zichzelf wereldwijd in stand houdt.

Documentaires als De weg naar Mekka passen perfect in het kraam van de toenmalige VS-beleidsopties. Door enkel op ‘cultuur’ in te zoomen helpen ze mee gigantische clichés op te bouwen. Complexe analyses die ook de sociaaleconomische realiteit, de politieke geschiedenis en de machtsverhoudingen bekijken, zijn stilaan een uitzondering. Hierdoor wordt de kijker geïndoctrineerd met stereotiepen en generalisaties waar iedereen hetzelfde onder begrijpt: ‘de islam’ is een gevaar. ‘De islam’ is een sterk staaltje van onderdrukking, is virulent antiwesters, en alle moslims zijn een bedreiging. De redenering is even simpel als geniaal. Neem enkele extreme citaten uit de Koran, vergelijk ze met Mein Kampf, en concludeer dat de Koran des duivels is. De enige uitzondering is de gematigde moslim, de moslim die de leer niet letterlijk neemt, en dus geen echte moslim meer is. Want een echte moslim is een bedreiging, een kleine nazi.

‘Met ‘u’ heb ik geen problemen, hoor. Maar gij zijt ook geen echte allochtoon, hé. Gij zijt een Belg.’ Hoeveel allochtonen zouden dit al niet te horen gekregen hebben? Zo’n uitspraken zijn niet te minimaliseren, noch onschuldig. Ze verbeelden een dominant wereldbeeld, een norm die stelt dat ‘wij’ superieur zijn aan ‘hen’. Iedereen die niet voldoet aan dat beeld, wordt gezien als een uitzondering. Die normaliteit blijft nooit beperkt tot ideeën, maar vertaalt zich in de structuur van onze samenleving. Deze normaliteit produceert niet alleen ongelijkheid, ze legitimeert ook het onderscheid tussen ‘ons’ en ‘de Ander’. En dat vertaalt zich in racisme op de arbeidsmarkt, in de huisvesting en in het onderwijs.

Of het nu over ‘ons racisme’ gaat, over criminaliteit of over het onderwijs, ‘hun cultuur’ is de oorzaak van alle problemen. De oplossing hiervoor was het inburgeringsbeleid, of onze inlandse variant van de beschavingsmachine. Minister Keulen zette een ganse sector op die ‘de Ander’ onze taal, onze waarden en normen moest aanleren, maar liet cruciale domeinen op hun beloop. Werkgevers werden enkel aangemoedigd, aanbevolen en gesensibiliseerd om werk te maken van een divers personeelsbestand. Van enige verplichting of een stok achter de deur is nog altijd geen sprake. De aanpak van racisme vond Keulen dan weer in bemiddeling. En als dat niet helpt, wordt overgegaan tot juridische actie.

Van een structureel antiracismebeleid is tot op vandaag dus geen sprake. Alle heil wordt verwacht van een nieuw beschavingsoffensief.

De beschavingsmachine

De beschavingsmachine bestaat uit twee grote componenten. Enerzijds ontstaat een nieuw beschavingsdiscours dat dag in dag uit geproduceerd wordt door de islamindustrie. Anderzijds zorgt dit discours voor het draagvlak bij de bevolking om een heuse beschavingsindustrie uit te bouwen. Die islamindustrie is gestoeld op kernwoorden als ‘democratie’ en ‘vrijheid’. Ze installeert een nieuw beschavingsoffensief in naam van de Verlichting, maar dient in eerste instantie politiek-economische doeleinden. Dit zorgt ervoor dat de consument van het beschavingsdiscours ziende blind wordt. De politiek wordt gedepolitiseerd en herleidt zichzelf tot constructeur van homogene culturen. Bovendien maakt ze zich schijnbaar overbodig en onzichtbaar. In realiteit wordt de blik weggeleid van de economische en politieke macht in samenlevingen, van de reële macht.

De opgang van de beschavingsindustrie gaat gepaard met een nieuwe manier van spreken over de realiteit, met een nieuwe normaliteit die niet meer in vraag gesteld wordt. Ze is rechts en neoliberaal, en geeft ons paradoxaal genoeg de illusie in een schijnbaar ideale maatschappij te leven. Ons systeem wordt opgehemeld en ontrokken aan elke mogelijke kritiek. Nochtans is onze samenleving verre van perfect, vele allochtonen en autochtonen ervaren dat elke dag.

‘Democratie’ en ‘mensenrechten’ zijn wapens geworden om ‘de Ander’ uit te sluiten, hem extra plichten in de schoenen te schuiven. Het zijn versteende begrippen die ons monddood moeten maken en ‘de Ander’ moeten overheersen met instemming van de kiezer. Het zijn concepten geworden om de mensenrechten te schenden en de democratie uit te hollen.

In de feiten is de beschavingsmachine er niet op gericht om democratie, vrijheid en liefde voor de mensenrechten te verspreiden, maar streeft ze een sociaaleconomische en politieke agenda na. Zonder olie in het Midden-Oosten had niemand het vandaag over ‘de islam’. Zonder de eerste Golfoorlog van Bush Sr. en zijn zucht naar olie zouden er nooit miljoenen vierkante meters bomen geveld zijn om al dat papier vol te schrijven over ‘de islam’. Kortom, de fascinatie voor ‘de islam’ heeft met macht te maken, met de sociaaleconomische en politieke realiteit.

‘Cultuur’ is vandaag het belangrijkste probleem in onze media, terwijl het slechts een handig alibi is om te zwijgen over zaken die er echt toe doen. Zaken die het verdienen om er bomen voor te vellen. Het gaat in wezen om het garanderen van de macht van het Westen, om de toegang tot olie te voorzien, en in eigen land om ‘de Ander’ te controleren. De beschavingsmachine is in de feiten een neokoloniale onderdrukkingsmachine.

(Uitpers, nr. 114, 11de jg., november 2009)

Noten:

(1) Amerikaans topdiplomaat en tussen 2003 en 2004 hoofd van de Coalition

Provisional Authority in Irak

(2) Klein N., De shockdoctrine. De opkomst van rampenkapitalisme, De Geus,

Breda, 2007.

Ico Maly, De beschavingsmachine – Wij en de islam, uitg. EPO, Berchem

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=914358&refsource=uitpers

Deel dit artikel

Visited 163 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook