De beschavingscrisis. Maar welke beschaving? En welke crisis?

We leven in een ‘beschavingscrisis’, zo wordt meer en meer gezegd. Maar wat betekent dit? Over welke beschaving hebben we het? En wat is die crisis precies? Is het concept iets meer dan een vlucht vooruit uit een probleem dat we niet meteen weten op te lossen? Is het iets meer dan een pleister op de gapende wonde van ons gebrek aan alternatieven? En vooral, kan dit concept ons helpen om weer dynamisch en vernieuwend te worden in West-Europa?

Om net zoals andere volken in de wereld ons lot weer in eigen handen te nemen?

De ‘ beschavingscrisis’ is geen nieuw concept, maar het wordt de afgelopen jaren weer druk besproken, in een nieuwe versie, in Latijns Amerika, in Zuid-Azië en in de andersmondialiseringsbeweging. Het kan, m.i., helpen om te zien hoe basisbewegingen en intellectuelen nieuwe verhalen en nieuwe praktijken ontwikkelen die een stap vooruit kunnen zijn.

Maar om dat te zien en te begrijpen, om daaraan mee te werken, moeten we eerst weten wat het concept vandaag precies betekent.

Wat ik in dit half uurtje (1) wil doen is U eerst en vooral uitleggen wat er wordt bedoeld met die ‘beschavingscrisis’, welke interpretaties er aan gegeven worden, en ten tweede hoe de linkerzijde dit concept kan gebruiken om uit de crisis te geraken, en met die laatste ‘crisis’ bedoel ik zowel de impasse waarin de linkerzijde in West-Europa zich bevindt als de economisch en financiële crisis die ons momenteel zo zwaar treft.

Een systeemcrisis

Grosso modo zijn er twee verschillende interpretaties die aan de ‘beschavingscrisis’ worden gegeven.

De meest eenvoudige interpretatie bestaat erin de interdependentie, het onderlinge verband aan te tonen tussen de diverse crises waarmee de wereld vandaag geconfronteerd wordt: de financiële crisis, de energiecrisis, de voedselcrisis, de klimaatcrisis, het veiligheidsprobleem, enz. Volgens die interpretatie hebben al deze crises één gemeenschappelijke oorzaak, het industriële kapitalisme.

Over de financiële crisis zijn er de jongste jaren voldoende analyses verschenen en alles wijst er op dat deze crisis niet enkel voorspelbaar was, maar een rechtstreeks gevolg van de grotendeels bewust gecreëerde bubble in de immobiliënsector in de VS, waardoor er miljarden dollar in de economie kon worden gepompt. De VS financieren hun begrotingstekort met een internationaal tekort op de betalingsbalans en dat wordt gefinancierd door de overschotten van andere, ook de arme landen. De VS slorpen het wereldwijde spaargeld op en doen de financiële economie groeien en groeien. Het neoliberalisme zorgde daarbij voor een alsmaar doorgetrokken liberalisering van die financiële economie die uiteindelijk absurde, waanzinnige en schandelijke proporties aannam.

Precies op het ogenblik dat ook de financiële markten aan het instorten waren, ontstond er een logische verschuiving van de speculatie naar de grondstoffenmarkten, en meer bepaald de landbouwproducten. Op enkele maanden tijd stegen de prijzen van basisproducten als graan, rijst en maïs met 50 tot 100 %, met alle gevolgen van dien voor de arme bevolking van de derdewereldlanden. De voedselcrisis wordt nog verergerd door het succes van de agro-brandstoffen waarvoor miljoenen hectaren goede landbouwgrond aan de voedselproductie wordt onttrokken. Vandaag zien we hoe meer en meer landen uit het Zuiden én grote multinationals de landbouwgrond in Afrika opkopen. Arme boeren worden van hun grond verdreven en gaan de sloppenwijken van de megasteden doen aanzwellen.

Die agro-brandstoffen zijn dan weer een gevolg van de dreigende energiecrisis. ‘Peak-oil’ is het verschijnsel waarbij de olieontginning over haar hoogtepunt heen is en de olie veel moeilijker op te pompen valt, vooraleer ze volledig is uitgeput. Volgens sommigen is dat moment al voorbij, volgens anderen staan we er heel dicht bij. Aardgas is nog niet aan een piek toe, maar zou dat tegen 2025 wel kunnen zijn. Steenkool is er voorlopig genoeg, maar is moeilijker te ontginnen. Kernenergie is geen oplossing als we rekening houden met de ontzaglijke hoeveelheden gevaarlijk kernafval die ze produceert. In schone, hernieuwbare energie wordt nog té weinig geïnvesteerd.

Deze drie crises tenslotte kunnen niet los worden gezien van de klimaatcrisis. Er zijn nog steeds klimaatsceptici, maar ze worden gelukkig minder talrijk en hun banden met de industrie worden bloot gelegd. Meer en meer wordt er gedacht dat de ramingen van de IPCC te voorzichtig zijn, en dat de planeet reeds voor het einde van deze eeuw volledig onbewoonbaar kan zijn. De bevolking blijft groeien, er dreigt door de vervuiling en de klimaatverandering een watertekort, de bodem erodeert, de biodiversiteit kalft af, de opwarming van de aarde kan versnellen als ook de natuurlijke hulpbronnen die door de smeltende polen beschikbaar worden, effectief geëxploiteerd worden. Kortom, er kunnen kantelmomenten optreden waardoor de versnelde achteruitgang van onze habitat het overleven van de mensheid onmogelijk maakt.

De beschavingscrisis zit precies hierin dat deze crises gelijktijdig optreden en dat dit helemaal geen toeval is. Het is een gevolg van de dysfuncties in het globale, politieke, economische, ideologische en ethische systeem. De beschavingscrisis maakt integraal deel uit van de ideologie, de structuur en de logica van de politieke economie. Onze beschaving wordt bedreigd, niet door iets wat van buitenaf komt, maar door het kapitalistische systeem zelf. Beleidshervormingen halen dan niets uit, zo wordt gesteld, enkel een drastische hertekening van het systeem zelf kan helpen. Volgens die interpretatie staan we dus aan de drempel van een totale maatschappelijke vernieuwing, tenminste, als we willen overleven. We moeten dan dringend beginnen met de transitie naar een andere beschaving, weg van het industriële kapitalisme.

Dat is het eerste verhaal.

Vragen bij de moderniteit

Het tweede verhaal gaat nog een stapje verder en is vooral in Latijns Amerika ontstaan, in de landen waar wordt gewerkt aan een ‘socialisme van de 21ste eeuw’, dit zijn Venezuela, maar vooral Bolivië en Ecuador. De invloed van de inheemse bewegingen is er vrij groot in. Ook in de andersmondialiseringsbeweging wordt er druk over gedebatteerd.

In deze tweede interpretatie van de beschavingscrisis vertrekt men eveneens van de gelijktijdige en interdependente financiële, voedsel-, energie- en klimaatcrisis. En ook hier wordt dit gekoppeld aan het westerse, industriële kapitalisme. Echter, waar deze interpretatie verder gaat is in het koppelen van dit kapitalisme aan de moderniteit, het kennissysteem dat eruit voortvloeide en het geloof in de eeuwigdurende vooruitgang. Sommigen halen er meteen ook het kolonialisme, het eurocentrisme, het patriarchaat en het racisme bij. Maar ook zonder die laatste elementen die ik hier even buiten beschouwing wil laten, is die interpretatie van de beschavingscrisis heel wat moeilijker voor ons.

De eerste reden daarvoor is dat de moderniteit volledig wordt afgeschreven. Zij zou immers verantwoordelijk zijn voor dat kolonialisme en voor het onderdrukken van alle andere kennissystemen, voor het individualisme en het opleggen van een op westerse normen gestoeld universalisme. Het is de moderniteit die verantwoordelijk wordt geacht voor het scheiden van mens en natuur, voor een misplaatste rationaliteit en voor het geloof dat de mens de natuur kan be- en overheersen en als een extern gegeven kan bestuderen.

In deze korte lezing is het niet mogelijk om deze analyse grondig uit te spitten. Veel elementen van de kritiek zijn onmiskenbaar juist, maar zijn daarom, volgens mij, nog geen reden om de emancipatiebeweging die die Moderniteit in Europa heeft betekend, ook onder de mat te vegen. Laat ons vooral niet vergeten dat onze moderniteit berust op Kant’s ‘sapere audere’, de moed om onze ratio te gebruiken om naar kennis te zoeken, op het besef van onze gemeenschappelijke mensheid, op het afwijzen van alles wat ‘is’ om te zoeken naar wat ‘kan’. De maakbaarheid van de samenleving blijft tot vandaag een belangrijk uitgangspunt. En wat we de afgelopen weken hebben zien gebeuren in Noord-Afrika, in Tunesië en Egypte, was juist een bewijs van de bewustwording van mensen dat ze hun lot in eigen handen kunnen nemen, dat een andere wereld inderdaad mogelijk is en dat we die zelf moeten en kunnen maken.

Dat neemt niet weg dat we de kritiek op de moderniteit au serieux moeten nemen en dat we vooral op zoek moeten gaan naar een andere opvatting over mens en natuur, over vooruitgang, over ontwikkeling en over diversiteit. Dat is geen makkelijke opdracht.

De tweede reden waarom deze interpretatie van de beschavingscrisis voor ons veel moeilijker ligt is dat de oplossing voor het probleem dat door kapitalisme en moderniteit wordt veroorzaakt, niet langer kan liggen in een systeem dat net zoals het kapitalisme in de moderniteit is ontstaan. Of met andere woorden, het socialisme is geen antwoord meer op de crisis. We moeten verder durven kijken als we echt willen overleven en tot een levensvatbare wereld willen komen. Want vraagt niet ook het socialisme dat de productiekrachten worden ontwikkeld, en leidt dit niet onvermijdelijk tot grenzeloze groei? Gaat ook het socialisme niet uit van een scheiding tussen mens en natuur om die natuur te kunnen overheersen? En zijn ‘democratie’ en ‘mensenrechten’ nog steeds burgerlijke waarden die functioneel zijn voor het kapitalisme? Is de overheid het antwoord op alle neoliberale privatiseringen of kunnen we ook nadenken over andere vormen van collectief beheer?

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van vragen en sommigen stellen dat er makkelijk op geantwoord kan worden door iets verder te graven in de geschriften van Marx. Dat is best mogelijk, maar het betekent hoe dan ook dat het ‘socialisme’ dat er eventueel uit voortkomt, geenszins het socialisme van de 20ste eeuw kan zijn. Wie streeft naar socialisme, zal het moeten herdenken en zich niet enkel kunnen afzetten tegen het kapitalisme, maar ook moeten streven naar een andere filosofische grondslag die recht doet aan de natuur en aan de vrijheidsdrang van mensen.

Waar men in Ecuador en Bolivië aan werkt is een concept van ‘buen vivir’, het goede leven dat in eerste instantie berust op een andere definitie van de economie. De economie van de ‘buen vivir’ is een economie van en voor het leven en het voortbestaan van het leven. Daarin kan dus geen onderscheid worden gemaakt tussen productie en reproductie, want beide zijn essentieel voor leven en voortbestaan, noch tussen mens en natuur, want beide moeten leven en overleven. Er kan geen onderscheid gemaakt worden tussen vrije tijd en arbeidstijd, want beide zijn nodig voor leven en voortbestaan. Winst en groei zijn geen doelstellingen van de economie, wel de uitbreiding van vrijheden en rechten om leven en voortbestaan te garanderen. De staat kan een solidaire en sociale economie ondersteunen, maar het zijn de mensen zelf die zullen beslissen wat en hoe ze gaan produceren.

Vanuit deze visie kan gewerkt worden aan andere definities en andere invullingen van concepten zoals ontwikkeling, markt, plan of bezit. Het zijn immers nooit de groei of de rijkdom die centraal staan, wel de samenwerking en de solidariteit om leven en het voortbestaan van het leven – van mens en natuur – mogelijk te maken. De filosofie van de ‘buen vivir’ probeert dus een andere logica te creëren, een andere Staat en een andere economie, waardoor de klassieke vraagstukken van het socialisme eveneens in een ander daglicht komen te staan of zelfs hun relevantie verliezen. Het kapitalisme wordt niet volledig uitgeschakeld maar komt eveneens in een andere logica terecht. In die zin is het programma tegelijk radicaal en pragmatisch. Zoals herhaaldelijk wordt gesteld, bij de ‘buen vivir’ gaat het om veel meer dan een transitie van kapitalisme naar socialisme. Het gaat om een systeembreuk waardoor de problemen van onze beschaving aan de orde worden gesteld, waarin verschillende wereldbeelden een plaats kunnen krijgen. Het gaat om het dekoloniseren van ons denken, om een andere zingeving, om algehele emancipatie.

Een perspectief voor de linkerzijde

Wat deze twee interpretaties van de ‘beschavingscrisis’ met elkaar gemeen hebben is dat ze aantonen dat de huidige crisis niet gewoon een cyclus van het kapitalisme is, maar een systeemcrisis die, in het eerste geval, de grenzen van het kapitalisme bloot legt, en in het tweede geval die van het kapitalisme én van het traditionele socialisme. Een grenzeloze groei en een ongebreidelde vooruitgang in een begrensde wereld zijn immers onmogelijk. Kapitalisme is niet-duurzaam.

Het kapitalisme is een vernietigingsmachine die armoede, ongelijkheid, oorlog en conflict veroorzaakt. Het eigent zich alles toe, tot en met het leven zelf, in de vorm van grond, zaaigoed, genetisch materiaal, water en tenslotte, de arme mensen zelf, als laatste bron van uitbuiting voor nóg meer groei. Dat weten we. Maar we schieten nog tekort in het aantonen ervan. Toon de mensen hoe boeren sterven om ons op papier te laten schrijven. Toon de mensen hoe arbeiders sterven om ons gebleekte jeans te laten dragen. Toon de mensen hoe inheemse volken uitsterven omdat wij met de auto willen rijden. Het is helaas de dagelijkse realiteit van miljoenen mensen in de wereld, terwijl wij, wetens en willens, gewoon verder doen. Ook ik.

Wat het socialisme in de 20ste eeuw is geweest weten we eveneens. Het is in zijn ondemocratische, collectivistische versie mislukt. Het is mijn overtuiging dat we een nieuw systeem nodig hebben dat anders zal zijn en dat we socialisme kunnen noemen of niet. Het is mijn overtuiging dat we zeker niet de moderniteit met haar emanciperende eigenschappen overboord moeten gooien. Wel moeten we streven naar een andere relatie tussen mens en natuur, naar een andere visie op kennis en rationaliteit, naar een andere invulling van ontwikkeling, naar een andere doelstelling voor onze economie, naar samenlevingsvormen die ruimte maken voor diversiteit en emancipatie en een aanvaarden van verschillende wereldbeelden. Ik geloof niet dat onze toekomst bij de inheemse volken en bij ‘Moeder Aarde’ ligt, maar ik geloof wel dat we iets kunnen leren van de manier waarop in Latijns Amerika radicaal en pragmatisch, collectief en democratisch, aan nieuwe concepten en betekenissen wordt gewerkt.

Ik wil hier verwijzen naar de denkpiste die François Houtart heeft uitgetekend en die ons een flink stuk op weg kan helpen. Hij stelt voor een nieuw, coherent theoretisch kader uit te werken rond het Gemeenschappelijk Goed van de Mensheid. Het berust op vier punten die verder worden uitgewerkt. Het eerste is de relatie tussen mens en natuur, waaraan we een nieuwe invulling moeten geven om een eind te maken aan de onhoudbare uitbuiting van de natuur door de mens en die natuur als bron van het leven erkent. Het tweede is de materiële productie als basis van ons leven en voortbestaan, waarbij de gebruikswaarde het zal moeten halen op de ruilwaarde. Het derde is de democratische en sociale ordening van ons bestaan, met inspraak voor iedereen op alle niveaus en gewaarborgde globale publieke goederen die aan de markt worden onttrokken. Het vierde is de interculturaliteit met respect voor verscheidenheid in het besef van onze gemeenschappelijke mensheid.

Ik denk dat de linkerzijde moet ophouden met navelstaren en terugblikken in het verleden. We analyseren ons kapot maar hebben nog steeds geen alternatieven. We moeten ophouden met onze defensieve reacties op alle urgentiemaatregelen van het kapitalisme. We weten wat alle landen in de Europese Unie zeer waarschijnlijk te wachten staat: een collectieve verarming, een afbouw van openbare diensten, arbeidsrecht en sociale bescherming. We hebben het al zien gebeuren elders en we zullen er niet aan ontsnappen. Juist daarom is er vandaag een offensieve houding nodig. Juist daarom moeten we vandaag vernieuwend durven denken, weg van de oude modellen, op zoek naar nieuwe emanciperende gedachten die voortbouwen op het beste wat de linkerzijde heeft te bieden en altijd al te bieden had, op zoek naar individuele en collectieve emancipatie, met respect voor de ander en voor de natuur, met een naamloze solidariteit, met het besef van onze gemeenschappelijke mensheid als deel van de natuur. Socialisme, beste vrienden, kan een middel zijn om dat te bereiken, het kan nooit een doel op zich zijn. Het is van ons vermogen om onze eigen waarden te herdenken en te herdefiniëren dat het voortbestaan van onze wereld en van onze beschaving afhangt.

Twintig jaar na de Val van de Muur is de wereldorde van 1945 definitief dood. De revoluties in de Arabische wereld vandaag zijn er een bevestiging van. De geopolitieke verhoudingen zijn aan het veranderen. De verschillende crises verplichten ons om de begane wegen te verlaten en te werken aan een nieuw paradigma. Het kapitalisme zal niet vanzelf verdwijnen. We staan op de drempel van een nieuw tijdperk dat we zelf mee vorm moeten geven. Daarom is deze crisis een kans, een kans om dringend weer innovatief en creatief te worden, om zelf alternatieven uit te tekenen en de twee keuzemogelijkheden die ons nu worden geboden, af te wijzen. Wij kunnen niet kiezen tussen, enerzijds, een gevaarlijke anti-moderniteit die de solidariteit naar onze families en lokale gemeenschappen wil verwijzen, die ons een culturele identiteit wil opleggen en vreemdelingen uitsluit, en anderzijds, een doldraaiend kapitalisme dat moord en vernieling zaait en onze planeet onherroepelijk en onomkeerbaar onbewoonbaar maakt. Ik ben ervan overtuigd dat Jaap Kruithof, die de laatste jaren van zijn leven al bezig met het stimuleren, sturen en begeleiden van innovatieve projecten, ook bij de eersten zou zijn geweest om aan deze vernieuwing te werken.

Ik dank U.

Ik dank Nafeez Mossadeq Ahmed, Alberto Acosta, Geneviève Azam, François Houtart, Edgardo Lander, Magdalena en Irene Leon, Anibal Quijano, Boaventura de Sousa Santos en Immanuel Wallerstein voor hun inspirerende geschriften, lezingen en gesprekken.

(Uitpers nr. 129, 12de jg., maart 2011)

(1) Dit is de tekst van een lezing die Francine Mestrum, lid van de internationale raad Wereld Sociaal Forum, en ook lid van de redactie van Uitpers donderdag 24 februari hield op de “Jaap Kruithof Lezing 2011” in Gent, die werd georganiseerd door Attac Vlaanderen, Democratie 2000 en Vzw. Trefpunt.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 64 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook