Het was een rustige, zelfzekere oudpresident van Bulgarije, Roemen Radev, die zich diplomatisch uitdrukte over de richting die het land zal uitgaan na de achtste verkiezingen in vijf jaar tijd. Op de prangende vraag of zijn regering het pad van Orbán wil bewandelen bleef hij genuanceerd matig. “Wij willen alleen een pragmatische samenwerking, van gelijke tot gelijke”, liet hij verstaan. “En dat is logisch”, verdedigt Mon Detrez, hoogleraar emeritus Oost-Europese geschiedenis en Zuid-Slavische talen aan de Universiteit Gent, de politieke aardverschuiving. Detrez is druk bezig om de vierde uitgave van het Historical Dictionary of the Republic of Bulgaria [1996; 4e ed. 2025, New York, Bloomsbury Academic] te actualiseren. “Radev is een militair, en zijn verkiezingsthema was de strijd tegen de diepgewortelde corruptie in Bulgarije, niet de Europese bekommernis om Moskou verder te isoleren. Hij heeft zijn ceremoniële functie als president al een tijd ingeruild voor openlijke kritiek op de zwakke regeringen”.
Dat laatste klopt als een bus. Er kon geen bezoek voorbijgaan, van diplomatiek overleg tot yoghourtfeesten, of Radev had zijn puntige, onderbouwde afwijzing van de dagelijkse binnenlandse politiek klaar voor de pers. “Hij is leep”, voegt Mon Detrez er aan toe. “En met zijn dagelijkse commentaren de eigenlijke oppositie in het land”.
In Brussel wordt alles herleid tot pro-Europees of pro-Russisch. Kortzichtig, zegt Detrez. “Elke vergelijking met Orbán is schromelijk overdreven. Radev heeft zijn tweede mandaat als president voortijdig afgebroken – het liep tot 2027 – om de echte macht te veroveren: die van premier. En vergeet niet dat het Bulgaarse leger in hoog aanzien staat bij de bevolking”. Dan ga je ook geen ‘bevriende’ legers, zoals dat van de Sovjet-Unie, openlijk voor het hoofd stoten, ze zijn ten slotte door hen bevrijd van de nazi’s. “Alleen is Radev verstandig genoeg om daar niet naar te verwijzen. Bulgarije is Rusland dankbaar voor de bevrijding van de Turkse Ottomanen, dat ligt veel minder gevoelig”. In 1877 veroverde een Russisch leger Tirnovo na vier maanden beleg. Het was de aanzet tot de volledige verdrijving van de Turken het jaar daarop. Alleen is een aanzienlijke minderheid Turken blijven wonen in Bulgarije. Zij zijn in het – ook recent – verleden vaak kop van jut geweest als zondebok wanneer het financieel of etnisch misliep in het land.
Hoe dan ook, als president heeft Radev nooit geijverd om zoals Fico in Slowakije de Russen achterna te lopen. Het is een overdreven lezing van zijn antecedenten en getuigt van weinig zin voor de noodzaak om orde op zaken te stellen in het armste land van de Unie. En Westerse media vergeten licht dat Radev “filled his party with sports personalities and technocrats who are decidedly pro-European in their outlook and focused on economic development” (Carlotta Gall in The New York Times, 19 april 2026). Zelfs na zijn forse verkiezingsoverwinning, waarin zijn nieuwe partij PB (Progressief Bulgarije) een absolute meerderheid haalt (het is van de regering Ivan Koslov in 1997 geleden dat zoiets gebeurde), blijft zelfs Politico die mantra bespelen: “Rumen Radev, a Russian-aligned former president, scored an emphatic win in Bulgaria’s election on Sunday, crushing long-established parties that he accused of being the key enablers of an oligarch-dominated mafia state”.
Het klopt dat vooral Bojko Borissov, driemaal regeringsleider en voorzitter van de populistisch-conservatieve partij GERB (Burgers voor de Europese Ontwikkeling van Bulgarije), doelwit was van Radev. Borissov was nog van de laatste communistische leider Zjivkov bodyguard geweest, bijgenaamd “de bokser”, en lag in de jaren 2020-2021 tijdens de “Revolutie van de Waardigheid” op ramkoers met de president over fraude, seksschandalen en maffieuse praktijken.
Maar ook de vooruitstrevende krant The Guardian noemt hem al te makkelijk voor zijn kritiek op Europa “Moscow-friendly”. De krant erkent dat hij een einde kan maken aan slappe coalitieregeringen. Anderzijds, “critics warn it may be bad for EU”. Daar gaat Deprez niet in mee. “Daar gaat het niet om. Natuurlijk heeft hij steun gegeven aan betogers (vooral uit uiterst rechtse hoek) die de invoering van de euro wilden tegenhouden uit angst voor prijsverhogingen en verlies van eigen identiteit”. Maar het parlement wees een volksraadpleging af, en sinds 1 januari 2026 heeft Sofia de lev ingeruild voor de Europese munt. “Radev achtte de tijd en de Bulgaarse economie nog onvoldoende voorbereid om die stap al te zetten. Ik geloof helemaal niet dat hij een Russisch geleid projectiel is, integendeel, je kunt hem beter omschrijven als een kritische pro-Europeaan. Hij krijgt het voordeel van de twijfel. Nu hij een absolute meerderheid heeft veroverd, is zijn grootste uitdaging weggevallen: een coalitie met ofwel PP-DB (Progressieve Democratische Bond) ofwel met aartsvijand GERB”.
Gelukkig is de fascistische Vazrazjdane zo goed als van de kaart geveegd, ze mocht al blij zijn dat ze net de kiesdrempel van 4 % heeft gehaald: hun verkozenen vallen van 33 terug op 12 van de 240 parlementsleden. Deprez: “Niettemin blijft Radev als voormalig luchtmachtcommandant een koele minnaar van de NAVO, en ziet hij geen heil in steun voor Oekraïne. Bulgarije heeft al genoeg omhanden om de corruptie onder controle te brengen, corruptie die als schimmel woekert op de muren”. Hij was ontstemd omdat de aftredende regering nog snelsnel een veiligheidsovereenkomst ondertekende met Zelensky. In 2016 “nam hij ontslag als commandant van de luchtmacht toen de regering besliste luchtpatrouilles uit NAVO-landen uit te voeren in Bulgarije” (Kris Van Haver in De Tijd, 18 april 2026).
Maar waar het voor hem om draait is de energie-afhankelijkheid van Rusland, Bulgarije moet er alles aan doen om het hoofd niet boven het korenveld te steken, als het zijn eigen industrie niet om zeep wil helpen bij gebrek aan gas of olie. Dat geeft Radev ruiterlijk toe: “He portrayed his desire for dialogue with Russia as being increasingly part of the European mainstream (…) [Dialogue] is vital in relation to energy costs and industrial competitiveness. He hinted during the campaign that he favored cheap oil imports from Russia” (Politico, 19 april 2026). In het licht van de knieval die Von der Leyen maakte voor Trump, en de veel duurdere beloofde afname van Amerikaanse olie, heeft hij daar een heikel punt, zeker nu de onverstandige Iraanse oorlog van Trump de héle markt heeft ontregeld.
Nu Radev niet heeft om te kijken voor een regeringspartner, lijkt hij al meteen de steun te krijgen van de liberale PP-DB die een kleine aanwinst boekte en de jongeren aantrekt die op de eerste rij stonden tijdens de decemberprotesten om de regering te doen vallen. Radev heeft daar snel gebruik van gemaakt, want, aldus Deprez, “Bulgarije kent geen lopende zaken. Als een regering valt, dan moet de president een nieuwe interimregering samenstellen tot er verkiezingen komen. Dat heeft Radev verstandig gedaan”. Daarom deed hij ook een oproep om hem aan de absolute meerderheid te helpen. En die is geslaagd, onder de slogan: “Wij beloven geen mirakels. Wij beloven rechtsregels”.
Radev moet toch best op zijn hoede zijn. Zowel zijn partij (“een samenraapsel van kleinere linkse partijen”, schreef Belga) als zijn neutraliteitspolitiek (hij houdt de deur open voor Europese initiatieven, ook als hij aan de kant blijft staan) dwingen hem tot een spagaat. Het lijdt geen twijfel dat hij zelf eerste minister wordt. Nu al heeft hij beloofd geen verzet te zullen aantekenen als de EU wapenleveringen naar Oekraïne goedkeurt of de deblokkering van 90 miljard euro werkingssteun hinderen. De pragmaticus beseft maar al te goed dat zijn land op twee benen hinkt: Europa en Rusland. “Een sterk Bulgarije in een sterk Europa vereist kritisch denken”, waarschuwt hij niettemin in Kapital (20 april 2026). Hij weet zich sterk omdat hij zowel de Russische Renaissancepartij van ultranationalist Kostadin Kostadinov (Vazrazjdane of ‘Wederopstanding’) heeft gekortwiekt (21 zetels verlies, nog 12 verkozenen nu) en voor het eerst de marxistische BSP uit het parlement heeft gespeeld. Die partij bleef steken op amper 3,02 %. Een deel aanhangers van beide partijen is nu overgelopen naar PB en PP-DB. Maar het is een vingerwijzing voor Radev dat zijn achterban nadrukkelijk anti-radicaal en Europees heeft gekozen.

