De Amerikaanse zeepbeleconomie: financiële crisis als gevolg van een verregaande deregulering

Het gaat niet goed met de Amerikaanse economie. Het wereldwijde dollarsysteem lijkt onhoudbaar, de Amerikaanse schuldenlast neemt stilaan gigantische proporties aan. Voeg daarbij de crisis in het Midden-Oosten en de energiecrisis, en de huidige financiële crisis zou wel eens de katalysator kunnen zijn die een economische depressie in gang steekt. Even inzoomen op de financiële crisis.

Lage rentes en de vastgoedzeepbel

De huidige crisis is een gevolg en een combinatie van de lage rentes en de wereldwijde vastgoedzeepbel het laatste decennium.

Lage rentes(1) waren mogelijk op het ogenblik dat China de WTO binnentrad (2001) met haar gigantisch arsenaal aan goedkope werkkrachten en dus goedkope producten. De intrede van China in de wereldeconomie zorgde dus voor een neerwaartse druk op de prijzen (deflatie). Dit staat in schril contrast met de huidige inflatie met voortdurende prijsstijgingen, o.a. als gevolg van altijd maar duurder wordende grondstoffen.

Een vastgoedzeepbel herkennen we aan sterk stijgende prijzen voor vastgoed (huizen, kantoren, …) die op een bepaald ogenblik onhoudbaar worden en dan sterk gaan dalen. De huidige huizenmarkt in de VS, Groot-Brittannië, China, India, … maar ook België vertoont de kenmerken van een zeepbel. Aan de basis van zo’n overdreven groei liggen economische factoren zoals een zeer lage rente, maar ook de mythe dat de prijzen zullen blijven stijgen aan dergelijk tempo waardoor iedereen zo snel mogelijk wil instappen en dus besluit een (altijd maar zwaarder wordende) lening af te sluiten. De gevolgen van het uit elkaar spatten van zo’n zeepbel zijn enorm. Begin de jaren 1990 spatte de Japanse vastgoedzeepbel uit elkaar. Het land heeft er 11 jaar over gedaan om z’n economie uit de recessie te krijgen. Miljoenen gezinnen bleven over met een afbetaling van een huis die groter was dan de waarde van dat vastgoed op de markt.

Aangezien de intrede van China in de WTO de vrees wegnam voor inflatie, lieten de centrale banken de rente dalen om zo het aantal investeringen te stimuleren en de economische groei aan te moedigen. Hetzelfde gebeurt wanneer een economische groeivertraging verwacht wordt, zoals na 11 september 2001 bijvoorbeeld.

Aldus liet de Amerikaanse centrale bank (Federal reserve, FED) de rente sterk dalen (tot 1% in de VS tussen juni 2003 en juni 2004, vgl. met sociale lening in België: 1,5%!). De zeer goedkope rentes maken goedkope leningen mogelijk, wat investeringen in de vastgoedsector stimuleerde. De marktwaarde van de huizen -en aandelenmarkten nam gigantisch toe met de totstandkoming van een vastgoedzeepbel als gevolg. Maar leningen brengen ook risico’s met zich mee en dus eisen de banken een waarborg om dit risico te beperken, vorm gegeven in hypotheken voor de leners: een onderpand (meestal het huis).

Financiële alchemie

Gezien de enorme toename aan hypotheekleningen zagen de financiële instellingen de opportuniteit om bepaalde nieuwigheden door te voeren in de hypotheekmarkt waardoor er extra geld vrijkomt om opnieuw te investeren en dus extra winsten te maken. Hoe? De banken verkochten hun hypotheken door aan andere banken. Zo ontstonden er nieuwe financiële producten: investeringspakketten gebaseerd op hypotheekleningen. Aangezien dit systeem goed werkte, begonnen de banken deze hypotheekpakketten verder te versnijden met hogere risico pakketten (kredietkaartschulden, autoleningen…) en verkochten deze ondoorzichtige, herverpakte woningkredieten verder door aan investeerders (fondsen) die op zoek waren naar grote winsten. Pensioenfondsen mogen slechts investeren in pakketten die lage risico’s inhouden, terwijl andere financiële investeerders op zoek gaan naar hoge winsten en dus ook bereid zijn om hogere risico’s aan te gaan (‘hedge funds’ bijvoorbeeld)(2). Zo ontstond er een compleet nieuw gamma aan financiële producten die een miljardenmarkt vertegenwoordigt.

De overheid moet natuurlijk toezicht houden op dit proces om het financiële systeem transparant en gezond te houden. De Amerikaanse overheid besteedt dit uit aan zogenaamde rating-bureaus. Dit zijn private organisaties die een bepaalde waarde (afhankelijk van het risicogehalte) toekennen aan allerlei financiële producten. Er bestaan drie dergelijke rating-bureau’s (S&P, Moody’s en Fitch) in de VS, die er dus een de facto monopolie op nahouden. Zij domineren tevens de toekenning van ratings in de EU.

Op zoek naar hogere winsten

Het systeem van doorverkopen en herverpakken heeft tot resultaat gehad dat de normale link tussen lener (bank) en ontlener verdwijnt, waardoor ook het risico voor de bank verdwijnt. Banken krijgen dus de neiging om risicovoller gedrag te vertonen om extra winsten te genereren. Financiële pakketten bovenop de gewone interestinkomsten.

Risicovoller gedrag, goedkope rentes, extra winsten. Redenen genoeg dus om altijd maar weer nieuwe leningen af te sluiten, ook aan mensen die zich eigenlijk geen lening kunnen permitteren. De lenerpraktijken werden namelijk zo roekeloos en agressief dat er op een bepaald ogenblik totaal geen rekening meer werd gehouden met het inkomen en de eventuele andere schulden van de leners. Men liet dus mensen leningen aangaan, die totaal niet kredietwaardig waren, zo ontstonden de zogenaamde ‘sub-prime leningen’. Deze leningen werden zeer aantrekkelijk gemaakt: in de beginperiode bijna zonder interest en met een variërende rente, heel interessant wanneer de rente laag staat (maar wanneer de rente weer verhoogt een ware nachtmerrie voor de ontleners). Deze sub-prime leningen besloegen in 2006 zowat een kwart van alle hypotheken. Ook de sub-prime leningen werden herverpakt tot ondoorzichtige investeringspakketten en werden onterecht toebedeeld met de hoogste waarde (dit staat gelijk aan weinig risico). Waardoor dus massaal geïnvesteerd werd in deze wel degelijk zeer risicovolle, herverpakte woningkredieten.

Verliezen

Er ontstond dus een abnormaal en zeer ongezond systeem, dat in elkaar klapte op het ogenblik dat de interestvoeten opnieuw begonnen te stijgen en de leningen niet meer terugbetaald geraakten. Hypotheken van wanbetalers werden uitgevoerd: hun huizen werden in beslag genomen en verkocht door de banken. In 2007 werden zo’n 500.000 huizen gedwongen verkocht in de VS. Dit werkte een verzadiging van de huizenmarkt in de hand, waardoor de vastgoedzeepbel in elkaar begint te zakken (-1,8% in 2007). De banken (en eigenaars) blijven zitten met huizen met sterk verminderde waarde.

Tezelfdertijd kwamen de fondsen tot de constatatie dat hun investeringen in de herverpakte woningkredieten wel degelijk een zeer groot risico inhielden: de investeringen waren nu ongeveer waardeloos geworden. De banken vonden dus geen nieuwe afnemers meer voor de zeer risicovolle investeringspakketten, gebaseerd op de sub-prime leningen, en bleven er dus zelf mee zitten.

Hoe groot zijn de verliezen nu voor de fondsen en de banken? Banken hebben reeds 150 miljard VS-dollar aan waardeverminderingen moeten boeken. Verwacht wordt dat dit bedrag nog kan verdubbelen. De grootste Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch maakte in 2007 maar liefst 8 miljard dollar verlies. Citigroup, de grootste Amerikaanse bank, boekte de laatste drie maanden van 2007, 10 miljard dollar verlies. En de crisis blijft niet beperkt tot de VS. De Britse bank Northern Rock is bijna bankroet en overleeft dankzij een miljardensteun van de Britse overheid. De grootste herverzekeraar wereldwijd, UBS (Zwitserland) heeft in 2007 4 miljard dollar verlies gemaakt. Dat het hier om exceptionele situaties gaat bewijst de frequentie van het voorkomen van dergelijke verliezen. Merrill Lynch dook voor het eerst sedert 1989 in de rode cijfers, Citigroup voor het eerst sedert 10 jaar en UBS voor het eerst sedert haar oprichting (10 jaar terug).

Maar de gevolgen blijven niet beperkt tot financiële verliezen. Citigroup zal zo’n 4.200 werknemers ontslaan, wellicht zo’n 20.000 mensen zullen op termijn hun baan verliezen. De financiële crisis straalt ook af op de beurzen, het vertrouwen in de financiële instellingen is volledig zoek.

Geen probleem: de Centrale Banken staan borg

Door de kredietcrisis zijn financiële instellingen op zoek naar nieuwe kredieten om hun financiële balansen in evenwicht te brengen en hen voor het failliet te behoeden. Daarbij wordt vooral op de Centrale Banken gerekend. De FED en de ECB (Europese Centrale Bank) verstrekten reeds tientallen miljarden korte termijn leningen aan private banken – aan voorkeurstarief – om hen het kopje boven water te helpen houden. De veroorzakers van de crisis worden dus helemaal niet afgestraft voor hun risicovol en onverantwoord gedrag. De grote spelers worden uit de wind gezet terwijl miljoenen gezinnen de waarde van hun huis zien dalen door het ongecontroleerde spelen van de markt.

Dit beschermen van de grote spelers staat in de VS bekend als de ‘To Big to Fail’ doctrine: ‘Te Groot om te Falen’. De impact van de betrokken financiële instellingen is zo groot dat hun failliet een kettingreactie in de economische wereld zou teweeg brengen die gigantisch zou zijn. Dit werkt natuurlijk fusies en overnames in de hand en legt de basis voor een onethisch financieel systeem.

Slechte monetaire politiek: de oude zeepbel bestrijden met een nieuwe

Centrale banken hebben enkele hefbomen ter beschikking om de economie in een bepaalde richting te sturen. De ECB richt zich vooral op het controleren van de inflatie (onder de 2% houden) terwijl de FED zich richt op een combinatie van stimuleren van economische groei en inflatiebestrijding. De reactie van de Amerikaanse centrale Bank (FED) op de huidige crisis die de Amerikaanse economie in recessie brengt is dus klassiek te noemen. De monetaire hefbomen worden bovengehaald: een serieuze renteverlaging wordt doorgevoerd. De rente werd ondertussen verlaagd tot 3%, een forse daling met 2,25% sedert het begin van de crisis in augustus 2007. Specialisten waarschuwen dat dit kan leiden tot een nieuwe economische zeepbel. Wanneer het zeer goedkoop wordt om geld te ontlenen bij de bank, dan worden er onredelijke investeringen gedaan, zie de vastgoedzeepbel. Geen structurele oplossing dus. “Ben Bernanke (opvolger van Allen Greenspan als voorzitter van de FED) lost eigenlijk de kater van de vorige party op door ons al meteen een uitnodiging te sturen voor een volgend feestje”, aldus de ABN AMRO hoofdeconoom Han De Jong.

Fiscale politiek: belastingen verlagen

Om de recessie van de Amerikaanse economie in te dijken heeft het Amerikaanse parlement bovendien nog een pakketje fiscale stimuli goedgekeurd (lees belastingsverminderingen) ter waarde van 146 miljard dollar, ter vergelijking: dat is ongeveer 1% van het BNP van de VS. In de hoop dat dit de Amerikaanse economie opnieuw zal op gang trekken. Belastingsverminderingen betekenen nog minder inkomsten voor de staat: dit zet een verdere rem op (sociale) uitgaven en vergroot verder de Amerikaanse staatsschuld.

De volgende Amerikaanse president krijgt geen prettige erfenis. In een volgend artikel zoemen we verder in op de huidige staat van de Amerikaanse economie, nog altijd de grootste economie van de wereld en van grote invloed op de rest van de wereldeconomie. Een gecombineerde schuld (overheid, gezinnen, bedrijfs- en financiële wereld) van drie keer het Amerikaans nationaal product, de teloorgang van de Amerikaanse munt als internationale handels- en reservemunt en de totale deregulatie van het financieel systeem zouden de VS wel eens in een depressie kunnen duwen.

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

Noten:

(1) Een rente is een vergoeding die iemand ontvangt voor het uitlenen van zijn of haar geld. Een bekende vorm is de rente die consumenten betalen op een rekening of lening bij een bank.

(2) Een ‘hedgefonds’ is een soort privaat beleggingsfonds met grotere winst (en verlies)marges. Door beperkte openstelling voor particuliere beleggers hoeven deze hedgefondsen aan veel minder regelgeving te voldoen.

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :